Een ego en het nationaal-bolsjewisme

Eduard Limonov

In 2011 publiceerde Emmanuel Carrère zijn boek ‘Limonov’, een gedramatiseerde biografie over de Russische auteur en politicus Eduard Limonov. Het is een boek waar hij in Frankrijk een groot succes mee boekte en dat tot op de dag van vandaag een hoge actualiteitswaarde heeft behouden.

Als romancier en als politicus is Limonov altijd wat aan de zijlijn gebleven. Zijn generatie- en lotgenoot Joseph Brodksy won de Nobelprijs, zijn geestverwant Alexander Doegin werd de huisfilosoof van Poetin. Limonovs romans, waarvan ‘De Russische dichter houdt van grote n*gers’ de bekendste is, werden weliswaar in alle talen gepubliceerd en zijn ‘Nationaal-Bolsjewistische Partij’ haalde vaak het televisiejournaal, maar Limonov leefde ook jarenlang in armoede en zat in Russische gevangenissen.

Toen hij in 2020 overleed, wellicht aan corona, was dat bepaald geen wereldnieuws. Toch is het werk en het leven van Eduard Limonov verhelderend voor een goed begrip van de Sovjet-Unie na Stalin en van het moderne Rusland.

Beatniks in Charkov

Eduard Limonov werd midden in de Tweede Wereldoorlog geboren. Zijn vader was NKVD agent, zijn moeder werkte in de oorlogsindustrie. Hij werd verwekt in een periode van honger en ontbering en hij groeide op in een tijdperk dat weinig beter was. Alles was grauw in zijn jeugd: de huurkazerne waar hij als enig kind met zijn ouders woonde, de satellietstad van de Oekraïense industriële metropool Charkov waar hij naar school ging en opgroeide tot een opstandige puber. Limonov senior ging van de NKVD naar de KGB maar maakte niet noemenswaard carrière. Daarvoor zoop hij teveel.

Ook zijn zoon had, ondanks een goed verstand en een grote taalgevoeligheid, geen vooruitzichten op een glansrijke loopbaan. Veel schoolvriendjes belandden in de fabriek, bleven ‘plakken’ aan een meisje dat ze hadden zwanger gemaakt en zochten al snel vergetelheid in de alcohol. Andere gingen het pad op van de misdaad. Eduard, die van jongs af aan een fascinatie had voor geweld, gaf de voorkeur aan hun gezelschap. Ze trokken hem mee op het pad van de kleine criminaliteit en het vandalisme, dat van kwaad tot erger ging.

Het is enkel aan de relaties van zijn vader te danken dat Eduard niet in een strafkamp eindigde. Aan de KGB én aan zijn ambitie toch iets van zijn leven te maken. Na het gezelschap van de criminelen volgde dat van de beatniks, die er ook in Charkov waren. Eduard verruilde zijn mes voor de pen en begon gedichten te schrijven. Hij had succes met het declameren en in getypte vorm verspreiden van zijn poëzie. In zijn onderhoud voorzag hij door zelf broeken te maken en te verkopen. Zo slaagde hij erin buiten het officiële systeem te blijven, een vrijbuiten.
Heel berekenend ging hij een relatie aan met de meest populaire vrouw onder de beatniks. Anna was bi polair en dik door de medicijnen maar ook erg mooi en erudiet. Zo vormde ze de kers op zijn taart om ‘iemand’ te worden in het underground circuit van Oekraïne.

Jaloezie

Maar voor Limonov was het nooit genoeg. In de jaren zestig verruilde hij Charkov voor Moskou, Anna voor Elena – die bloedmooi was maar niet dik en bovendien werkte als fotomodel – en hoopte zo zijn triomftocht voort te zetten. Dat werd niet makkelijk, want de concurrentie werd ook groter. Limonov kwam terecht in een circuit waar literaire underground zich vermengde met politieke dissidentie, de literaire samizdat (zelfpublicatie) overging in politieke.

En hier scheidden zich de wegen, want Limonov is nooit tegenstander geweest van het sovjet-systeem. Hij moest weinig hebben van verboden boeken als ‘De Meester en Margarita’ van Boelgakov en nog minder van die van Solzjenitsyn, die over de Goelag schreef.
Deels had die weerzin met jaloezie te maken, deels met zijn afkomst. Zijn vader had het stalinisme altijd trouw gediend. Het gezin Limonov kende geen mensen die het slachtoffer waren geworden van de Grote Terreur.

n dus vond Eduard het anti-stalinisme maar onzin, een smet op de heldhaftige opbouw van het land en het verzet tegen de nazi-overweldiging tijdens de oorlog. Zijn houding is illustratief voor die van miljoenen Russen, mensen die geen of weinig last hebben gehad van het stalinisme maar wel voordelen. Voor iedere werknemer die naar Siberië werd gestuurd kwam er immers een baan vrij, voor ieder appartement dat werd leeggehaald een woning. De één zijn dood… Eduard Limonov heeft zijn houding op dit punt nooit gewijzigd.

Onderkant

Begin jaren zeventig werd Moskou te klein voor Limonov. De wijde wereld lokte. Hij en zijn vrouw Elena emigreerden naar de Verenigde Staten. Dáár zou de ster van de Russische dichter tot ongekende hoogten rijzen. Maar het viel allemaal vies tegen. De komende twintig jaar zou Limonov het armoedige bestaan van duizenden migranten delen, eerst in New York, later in Parijs. Hij zou werken als vertaler, als conciërge, als huismeester van een miljonair en ondertussen aan zijn nieuwe meesterwerken schrijven. De underground werd verruild voor de onderkant.

Het viel allemaal bitter tegen – en helaas niet alleen voor hem. Elena was en bleef een luxepaardje dat zich niet gemaakt voelde voor de Amerikaanse armoede. Ze verliet hem, belandde in de prostitutie en herpakte zich later door een Italiaanse graaf te trouwen. Limonov herpakte zich pas in de jaren tachtig, toen zijn sterk autobiografische romans internationaal aansloegen en hij zich in Parijs kon vestigen als auteur en journalist. Op Elena volgde Natasha, een Russische migrante die in haar levensonderhoud voorzag als zangeres, uiteraard een verblindende schoonheid.

Lapwerk

Maar ook dit late succes was niet genoeg. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie lonkte het vaderland opnieuw. Zijn ooit verboden boeken mochten er eindelijk verschijnen. De zalen zaten vol als hij er sprak. En toch knaagde het steeds harder. Een Nobelprijs zou hem nooit worden toegekend en de hausse aan literaire belangstelling nam in de jaren negentig geleidelijk af, alsof de Russen zich een indigestie hadden gelezen aan alles wat hen zestig jaar lang onthouden was.

De politiek was wellicht een vruchtbaarder weg naar werkelijke erkenning. En zo begon Limonovs pad dat van anderen te kruisen die hetzelfde plan hadden opgevat. Bijvoorbeeld dat van de Servische militieleider Arkan, tijdens de burgeroorlog in Joegoslavië, dat van de nationalisten die het Russische parlement bezetten, in hun poging de jonge liberale democratie te ondermijnen, dat van Alexander Doegin, die een nieuwe nationalistische ideologie probeerde te ontwerpen.

Doegin maakte een mengsel van orthodox christendom en fascisme, Limonov creëerde zijn eigen mix met het nationaal-bolsjewisme. Uit Carrères beschrijving maak je als lezer op dat het allemaal maar lapwerk was, van al die tweederangs denkers. Ze graaiden vrijelijk in een doos en haalden daar stukken stalinisme, antisemitisme en chauvinisme uit.

Of Limonov nou een broek bij elkaar stikte uit lappen textiel of een ideologie uit flarden denkwerk – het resultaat was hetzelfde. Het doel was macht verwerven. Opgegroeid als ze waren in een systeem dat ontmenselijking en geestelijke armoede als wezenskenmerk had, mag het niet verwonderen dat ze vijandig stonden tegenover de democratie, ongeacht of die nu een burgerlijk parlementair of een socialistisch karakter had. Dat Limonov in de eerste jaren van deze eeuw zich een tijdlang associeerde met Kasparov en andere dissidenten maakte van hem geen democraat. Hij had in de Doema kunnen zetelen, gekozen op de lijst van de fascist Zjirinovsky, maar Limonov kon niet in de schaduw staan van anderen, of dat nu Brodksy, Doegin of Zjirinovksy was, en dus probeerde hij het op eigen kracht, met zijn eigen partij. Het mislukte jammerlijk. Zonder politieke bescherming kwam hij in het vizier van Poetins FSB en uiteindelijk in een strafkamp, veroordeeld op een valse aanklacht. Tegen de tijd dat hij daar weer uit kwam, waren zijn kansen definitief verkeken. Gelukkig voor hem wachtte er nog een mooie, jonge echtgenote op hem – de zoveelste.

Egodocument

Eduard Limonov is een fascinerend figuur, maar de kracht van dit boek is evenzeer de stijl en de wijze van vertellen als het onderwerp zelf. Die laatste zorgt ervoor dat je geboeid raakt en vooral blijft. Carrère heeft een Russische moeder die in Frankrijk bovendien uitgroeide tot een van de grootste kenners van de Sovjet-Russische geschiedenis. Hij spreekt de taal en kent het land. Diverse malen heeft hij Limonov geïnterviewd of gewoon maar ontmoet, in Parijs of in Moskou, en zijn boeken en alles wat hij over hem kon vinden heeft hij gelezen en herlezen.

Toch was het bronnenmateriaal al bij al nogal mager en dus heeft Emmanuel Carrère ook zijn verbeelding hard aan het werk gezet. Het resultaat is een boek dat het midden houdt tussen biografie en roman. En egodocument, want de auteur zelf komt geregeld in het verhaal opduiken. Vaak is dat verhelderend, soms is dat vervelend, want Carrère doet graag aan zelfbeklag. Je kunt je als lezer niet aan de indruk onttrekken dat hij zichzelf te zeer herkent in Limonov en dan vooral in het narcistische aspect.

Want hoezeer de biograaf ook zijn best doet Limonov sympathiek voor te stellen – als een mens met weliswaar foute ideeën maar ook met een goede inborst – Limonov vond zichzelf wel héél erg geweldig. Kan best dat hij zich uitsloofde voor Anna, Elena en de Natascha, dat ze daverende orgasmes hadden bij deze gespierde en attente minnaar, maar het is enkel ‘zijn’ kant die je leest. Dat elke vrouw hem uiteindelijk liet zitten, zou dat toch niet iets te maken hebben met zijn mateloze egocentrisme?

Carrère heeft last van blinde vlekken. Of Rusland en de wereld beter af waren geweest met Limonov op een machtige positie in het staatsapparaat, zoals hij soms lijkt te suggereren, valt zeer te betwijfelen. Wat je als lezer eerder concludeert is dat de meedogenloosheid van de huidige Russische politiek niet los kan worden gezien van de mate waarin het stalinisme onverwerkt is gebleven, waarin elementen ervan hardnekkig blijven bestaan. Een grondige afrekening met dit systeem, op alle vlak, is en blijft de grote uitdaging, en niet alleen voor de Russen. De tragiek van Limonov is exemplarisch voor het onvermogen daarin.

Emmanuel Carrère: ‘Limonov’, Edition P.O.L, 2011. Nederlandse vertaling bij De Bezige Bij.

Print Friendly, PDF & Email