Een brug te ver?

Jeroen Verelst, Een brug te ver? Hoe de Lange Wapper aan het wankelen ging, Manteau, Antwerpen, 2009, 192 blz. ISBN 9789022324110

Enkele dagen voor de Antwerpse volksraadpleging over de Oosterweelverbinding kwam het boek uit van Jeroen Verelst. Deze journalist van De Morgen volgde het dossier op voor zijn krant en beschrijft daarin van naaldje tot draadje hoe de lange Wapper aan het wankelen ging. “Een brug te ver?” is een goede oefening in onderzoeksjournalistiek. De krant waarvoor hij werkt en die ooit de onderzoeksjournalistiek in een Vlaams perslandschap heeft binnengebracht, kan van deze publicatie een lesje leren.

Voor de samenstelling van dit boek sprak Jeroen Verelst met politici, actiegroepen, ambtenaren en bedrijfsvertegenwoordigers. Bovendien boog hij zich maandenlang over bergen acten, protocollen en decreten. Ter verduidelijking: dit boek is geen werk van een actievoerder, maar van een gedreven journalist. Hij zegt daarover zelf: “Ik heb wel een zekere bewondering voor de moed en gedrevenheid van bepaalde actiegroepen. Hun middelen zijn uiteindelijk zeer beperkt. Maar ik wou een neutrale prent schetsen. Het is een dossier van

wanbeheer, gemiste kansen en gemaakte fouten. Het vraagteken in de titel wijst

er trouwens op dat ik geen stelling wil nemen. Het boek geeft de geschiedenis

weer van een beslissingsproces van 14 jaar. Meer dan tien later staan we terug

aan het begin. Alle opties liggen terug op tafel.”

De uitgangspunten van Verelst laten echter aan duidelijkheid niets te over. Voor de auteur zal de Oosterweelverbinding de geschiedenis ingaan als het typevoorbeeld van hoe dit soort monsterprojecten vooral niet moet worden aangepakt.

Een brug te ver? Bestaat uit drie delen (de aanloop, het keerpunt en de eindstrijd) en is onderverdeeld in tien korte hoofdstukjes. In wat volgt geef ik geen volledige korte inhoud weer. Ik beperk mij voor deze bespreking tot enkele saillante elementen die bij een groot publiek misschien minder bekend zijn.

Van Staten- naar StRaten-generaal

In een eerste hoofdstuk (‘De droom van een ijdele gouverneur’) maakt de auteur een niet zo fraai portretje van de liberale gouverneur Camille Paulus die zich op einde van de vorige eeuw opwierp als een letterlijke en figuurlijke bruggenbouwer met als bedoeling de kleine ring te sluiten via de zogenaamde Oosterweelverbinding. Verelst besteedt ruim aandacht aan het tot stand komen van het masterplan Antwerpen dat einde 2000 door de Vlaamse regering werd goedgekeurd. Voor de auteur is het masterplan een schoolvoorbeeld van een politiek compromis: “‘Autopartij’ VLD krijgt de Oosterweelverbinding. De socialisten, met Steven Stevaert op kop, krijgen zware investeringen in het openbaar vervoer. De groenen krijgen hun felbegeerde fietspaden.” (p. 21) Gouverneur Paulus beweerde dat er na het houden van een Staten-Generaal een breed maatschappelijk draagvlak zou ontstaan zijn. De gouverneur hoopte dat in 2005 de Oosterweelverbinding zou kunnen ingehuldigd worden. Het zou anders verlopen. Het is pas in dat jaar dat de intussen opgerichte Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM) de maquette van de Langer Wapper, dat door de kranten al ‘het Antwerpse monster van Loch Ness’ werd genoemd, aan het publiek werd getoond. Vanaf toen stak het bewonerscollectief StRaten-generaal de kop op. Verelst benadrukt dat de twee initiatiefnemers Claeys en Verhaeghe niet eens uit Antwerpen afkomstig zijn. Claeys is een aangespoelde West-Vlaming en Verhaeghe is een Diestenaar. Het nimby syndroom, not in my backyard, kan al dadelijk geschrapt worden als motief. Zij zeggen van zichzelf: “We zijn studaxen. We willen niet scoren met populistische uithalen. Die keren vroeg of laat onvermijdelijk toch als een boemerang terug in je gezicht. We hebben altijd keihard geblokt op het dossier. Alles moest kloppen, alles moest waterdicht zijn. Eén fout volstaat om je geloofwaardigheid onderuit te halen. Net die geloofwaardigheid is altijd onze grootste troef geweest.” (p. 39) In een latere fase kwam daar actiegroep Ademloos bij die via ex-reclameman Wim Van Hees van VVL/BBDO het medisch element (fijn stof) in de discussie gooide. Samen geraakten ze door het pantser van de BAM dat in 2003 was opgericht om het masterplan in goede banen te leiden.

Beton met blauw randje

De BAM werd een unieke constructie: het is een orgaan dat onder voogdij van de politiek staat, maar tegelijk een echt bedrijf is. De Oosterweelverbinding zou worden gebouwd volgens het principe publiek-private samenwerking. Deze verbinding is de grootste PPS-constructie ooit in Europa, waarvan het financiële belang gigantisch is. Vier consortia (Antwerpse Bouwwerken (samen met onder andere het Franse Eiffage, Boskalis Dredging en Heijmans), Bouygues, Loro (onder andere Van Laere, Betonac, Jan De Nul en de Nederlandse BAM-groep) en Noriant ( waaronder het Franse Vinci, dochter CFE, Interbuild, DEME, Cordeel en Van Wellen) dongen naar de hand van Lange Wapper.

Verelst beschrijft zeer helder op welke eigenaardige manier drie players uit de race werden gehaald en het contract aan Noriant moesten laten. Verelst vergeet ook niet te vermelden – zie het hoofdstuk ‘het blauwe lobbyfabriekje’ – dat aannemer Van Wellen uit Kapellen die deel uitmaakt van het winnende Noriant ook een vriend is van mede-Kapellenaar Dirk Van Mechelen. Ook de NV Cordeel mag rekenen op het blauwe lobbyfabriekje want Marc Cordeel zit in het Vlaams parlement voor Open Vld (p. 90) Niet onbelangrijk te vermelden is dat Europa veel twijfels heeft over de PPS-constructie van de Oosterweelverbinding. Eurostat, de Europese instantie voor statistiek, vindt dat Vlaanderen de investeringskost voor de verbinding niet buiten de reguliere begroting mag houden. Als Eurostat voet bij stuk houdt zit de Vlaamse regering opgescheept met een extreem duur probleem. Dan moet ze plots ruim twee miljard euro inschrijven aan de uitgavenzijde van haar begroting.

En dan is er natuurlijk nog de uitslag van het referendum waarover Verelst nog niet kon schrijven. De gehaaide Karel Vinck vertrouwde bij zijn aanstelling als voorzitter van de raad van bestuur van de BAM aan journalisten toe: “Dit is de moeilijkste taak uit mijn professionele carrière.” Dat is op 18 oktober andermaal gebleken.

Wie de ontwikkelingen rond de Lange Wapper (die eigenlijk geen brug maar een viaduct is) van nabij heeft gevolgd, zal niet echt nieuwe dingen leren in Een brug te ver? Het is zeker de grote verdienste van Verelst dat hij alles nog eens op een heldere journalistieke manier op een rijtje heeft gezet. De krant waarvoor hij werkt en die ooit de onderzoeksjournalistiek in een Vlaams perslandschap heeft binnengebracht, kan van deze publicatie een lesje leren.

(Uitpers, nr. 114, 11de jg., november 2009)

U kunt dit boek via de link hieronder rechtstreeks bestellen bij:

en wie via Uitpers bestelt, helpt Uitpers!

De link:

http://www.groenewaterman.be/anne/index.dll?webpage=index.htm&inpartcode=918170&refsource=uitpers

Deel dit artikel
Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).

Andere boeken