Een bizarre leraar én roman

Bart Koubaa, De leraar, Querido, Amsterdam/Antwerpen, 2009, 283 blz. ISBN 9789021435336

De Gentenaar Bart Koubaa (1968) heeft zich in het voorbije decennium ontpopt tot een eigenzinnige romancier die in Vlaanderen en intussen ook in Nederland al vaker genomineerd werd. Zijn laatste roman is even bizar als de leraar die hij daarin opvoert.

In 2000 debuteerde Koubaa met de roman “Vuur” waarvoor hij al dadelijk genomineerd werd voor de ECI-prijs en bekroond met de Vlaamse debuutprijs. In 2005 volgde “Lucht” en in 2007 “Het gebied van Nevski.” Vooral het burleske zigeunerverhaal “Vuur” waarin grootvader Kuda Bux zich ontfermt over zijn kleinzoon met dezelfde naam heeft op mij indruk nagelaten. De roman geeft inzage in de ongewone denkwereld van een oude zigeuner die zijn leven en zijn wereld voelt eindigen en de geestelijke erfenis van hem en zijn volk aan de nieuwe, jonge zigeuners wil doorgeven.

De Kraai

Met zijn laatste roman “De leraar” tapt hij uit een heel ander vaatje. De cover kondigt het hoofdpersonage al aan. Het is het uitvergrote gezicht van een oudere man met grijze baard, walrussnor en zakken onder de ogen. Is dit gewoon een man met de existentiële problemen eigen aan een ouder wordend iemand of gaat er achter dit geteisterde aangezicht een mysterie schuil? Wie is die oude leraar die door zijn leerlingen ‘De Kraai’ genoemd wordt? Is hij een niet onintelligente ouwe zeur die drijft op sarcasme en cynisme? Daar lijkt het wel op: “Soms ben ik een racist omdat hun broer honderd keer heeft moeten schrijven: ik zal nooit meer te laat komen op school, wat na dertig keer wordt: ik zal nooit meer op school komen. Als ze dat nu eens zouden worden: mannen van hun woord.” (p. 153)

De leraar kan zich blijkbaar nog even verschansen in een harnas van cynisme, maar hij ziet collega’s van hem door het lint gaan, zoals de leraar mechanica: “Gisteren deed zijn onophoudelijk geschreeuw het hele gebouw op zijn grondvesten daveren. We waren met tweeën om hem tot bedaren te brengen, hij zat volledig in elkaar gedoken in de hoek van het lokaal, paars en schuimbekend, ik dacht dat zijn hart het zou begeven.” (p. 83)

En dan volgt er steevast de mantra: “Er zijn scholen waar het niet zo is, maar op die scholen geef ik geen les.”

Onpeilbaar

De lezer krijgt niet zo snel hoogte van wat er allemaal in dat lerarenhoofd rondgaat. Het is pas op het einde van de roman dat de onpeilbaarheid van de menselijke ziel bloot wordt gelegd. Maar dan zitten we al bijna 250 bladzijden ver in deze roman die opgebouwd is uit 120 vaak zeer korte hoofdstukjes, die niet meer zijn dan een korte passage waar je als lezer niet zo dadelijk de functie van begrijpt. Al vanaf de eerste pagina’s schetst het hoofdpersonage een portret van zichzelf: “Ik geef zevenentwintig jaar Nederlands op een beroepsschool waar automechanica, elektriciteit en houtbewerking wordt onderwezen. In tegenstelling tot mijn collega’s, ben ik laat in het onderwijs gestapt. Over de periode tussen mijn afstuderen en mijn indiensttreding wens ik niets te vertellen; iedereen maakt fouten.” Dat zegt hij op pagina 10 en daarmee krijg je als lezer al een waarschuwing: deze man vertelt niet alles over zichzelf. Dat zal nog vaker gebeuren in de loop van het verhaal waardoor de vraagtekens zich beginnen op te stapelen. Op pagina 168 droomt hij dat hij bij het beluisteren van de loeiharde klanken van Rachmaninov zijn vader een pistool tegen zijn slaap ziet zetten en afdrukken. Daarna opende hij ook zijn laatste reeks foto’s – de leraar is ook amateur fotograaf – en zegt: “Ik vergrootte een beeld en kon me niet bedwingen. Wat kon ik anders doen dan toch naar de kelder te lopen? Ik zou voorzichtig zijn. Na hoogstens een minuut of vijf, zes ging ik terug naar boven. Ik waste mijn geslacht en werkte het vlees naar binnen.”

Wat gebeurt daar in die kelder? Dat is de spanning die de auteur opbouwt terwijl hij het overgestructureerde en gefrustreerde leventje van de leraar van naaldje tot draadje beschrijft. Alleen van die beschrijving word je als lezer eerst ongemakkelijk en nadien kotsmisselijk. “Ik slaap iedere middag na het eten elf minuten, ook op zon- en feestdagen. Ik heb er zelf geen verklaring voor waarom het er zeven of dertien zijn, maar na elf minuten platte rust loopt mijn innerlijke klok af.” (p. 17) Daarna doet de leraar ademhalingsoefeningen en drinkt hij een espresso terwijl op het net surft. En dan komt er weer zo’n geheimzinnig zinnetje bij: “Uit mijn paswoorden en log-ins kan men nooit afleiden waar ik woon of wie ik ben.” (p. 17)

Wie is nu die leraar? Je vraagt het je voortdurend af. Is het de man met een haat-liefde verhouding met zijn muzikale moeder van wie hij heeft leren houden van Rachmaninov en verder een herenhuis, drie appartementen en een landhuis heeft geërfd? “Mijn moeder schaakte zoals ze piano speelde; beheerst en overschouwend. Ze leerde me de arendsblik te gebruiken. (In mijn ideale wereld zouden de leerlingen met niet de kraai maar De Arend noemen).” (p. 122)

Misbegrepen

Dat “De leraar” een bijzonder knap geconstrueerd boek is, weet je als lezer pas als de laatste bladzijden in je gezicht worden geslingerd. Dat besef je pas dat het in “De leraar” over veel meer gaat dan over een mishandelende praktijkleerkracht van Hoegaarden die een verstandelijk gehandicapte leerling met zijn hoofd in een emmer cement duwde. Dat is pas klein bier na wat er in op het einde van “De leraar” allemaal boven komt.

“De leraar” is een bijzonder goed geschreven en geconstrueerde roman, die toevallig in een leraarsmilieu speelt, maar waarvan de tragiek zich in om het even welke werkomgeving had kunnen voordoen. Die universele thematiek is jammer genoeg niet begrepen door de pers en het onderwijs die in “De leraar” een kapstok vonden om hun grieven en vragen rond de situatie in het beroepsonderwijs nog maar eens aan te kaarten. Dat was onder meer het geval bij de presentatie van het boek in de Antwerpse Groene Waterman. Ook minister van onderwijs Frank Van den Broucke vond het blijkbaar nodig om Bart Koubaa als ‘specialist’ bij hem te roepen. Dit boek, zoals alle literatuur, verdient het echter om op zijn intrinsieke literaire kwaliteiten beoordeeld te worden. En dan is mijn appreciatie zeer positief.

(Uitpers, nr. 111, 10de jg., juli-augustus 2009)

U kunt dit boek via de link hieronder rechtstreeks bestellen bij:

en wie via Uitpers bestelt, helpt Uitpers!

De link:

http://www.groenewaterman.be/anne/index.dll?webpage=index.htm&inpartcode=859462&refsource=uitpers

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel
Over Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).