Een bittere nasmaak

Ik zal het maar dadelijk opbiechten: ik heb een haat-liefde verhouding met Mario Vargas Llosa. Vandaar deze ‘gekleurde’ bespreking van een liefhebber die allicht daardoor ook veel strenger is: ‘Bittere tijden’ is geen ‘Feest van de bok’. Verre van. 

De Peruaanse auteur, die in 1993 de Spaanse nationaliteit verwierf, is de laatste nog in leven zijnde vertegenwoordiger van de literaire boom in het Latijns Amerika van de 20ste eeuw met figuren als Gabriel García Márquez, Carlos Fuentes, Julio Cortázar en Jorge Luis Borge. Ook als politicus stak hij even de neus aan het venster. Zo probeerde Vargas Llosa in 1990 Peruaans president te worden, maar moest toen de duimen leggen voor Alberto Fujimori. Mario Vargas Llosa ontpopte zich als essayist en publieke intellectueel tot een felle voorstander van het neoliberalisme. In zijn autobiografie ‘De vis in het water’ en in zijn essays (‘De cultuur van de vrijheid’ en ‘De taal van de hartstocht’) en in zijn krantenartikelen in het Spaanse ‘El País’ is hij een weinig genuanceerde pamflettist die op een soms branieachtige wijze het neoliberalisme bezingt.

Die politieke opstelling van hem moet echter los gezien worden van zijn literair werk – boeiende literatuur staat immers los van de politieke overtuigingen van een auteur – want in 2010 ontving Mario Vargas Llosa voor zijn oeuvre de Nobelprijs voor literatuur. De jury schreef toen hij bekroond werd dat het was ‘Voor het in kaart brengen van machtsstructuren en zijn snijdende beelden van het verzet, de rebellie en de ondergang van het individu.’ Dat was een terechte bekroning voor een lange en productieve schrijverscarrière.

De grondige kennismaking met zijn werk hebben mij ontelbare, ingrijpende leeservaringen opgeleverd. De ongeveer vijfentwintig kapot gelezen Meulenhoff-ruggen van deze auteur in mijn bibliotheek getuigen daarvan. Naast literaire hoogstandjes als ‘De stad en de honden’, ‘Het groene huis’, ‘Gesprekken in de kathedraal’, ‘De oorlog van het einde van de wereld’ en ‘Het feest van de bok’ staan er ook naar mijn gevoel mislukte tussen zoals ‘Het paradijs om de hoek’ ‘Dagboek Irak’, ‘Het ongrijpbare meisje’, ‘De bescheiden  held’ en ‘Voor uw liefde’. Mijn verwachtingen waren dan ook hooggespannen toen ik aan zijn nieuwe, vuistdikke roman ‘Bittere tijden’ begon, te meer omdat de eerste reacties erop in de pers zeer lovend waren. Op de mooie cover staat zelfs een lovend citaat uit El Comercio: ‘‘Bittere tijden’ is de beste roman van Vargas Llosa sinds ‘Het feest van de Bok’ en een onweerlegbaar bewijs van zijn meesterschap’’. Ook in België is Marijke Arijs in De Standaard behoorlijk lovend over deze laatste roman van de nu 84-jarige auteur. Dat verbaast mij.

Operatie PBSUCCESS

Mario Vargas Llosa beweegt zich in deze roman op bekend terrein. Hij neemt enkele historische gebeurtenissen die zich in de zogenaamde achtertuin van de VS afspeelden als uitgangspunt om daar zijn literaire fantasie op los te laten waardoor het geheel de gestalte van een roman krijgt. Geen literaire non-fictie, zoals het genre tegenwoordig genoemd wordt, maar fictie gebaseerd op facts. Dat procedé paste hij al wel vaker toe zijn in zijn werk. Ik denk dan bijvoorbeeld aan ‘De oorlog van het einde van de wereld’, ‘Het groene huis’ en aan ‘Het feest van de bok’. Met die laatste roman die gaat over de Dominicaanse dictator Rafaël León Trujillo komt hij qua periode en qua ligging dicht in de buurt van ‘Bittere tijden’.

De roman speelt in de jaren vijftig van de vorige eeuw in het land van de Quetzal, de nationale vogel van het Midden-Amerikaanse land Guatemala, die mooi afgebeeld wordt op de cover van dit boek. We zitten volop in de periode van de Koude Oorlog. De VS ziet met lede ogen aan dat er in hun ‘achtertuin’ ontwikkelingen plaatsvinden die zij als het ‘rode gevaar’ benoemen. Voornamelijk Jacobo Árbenz Guzmán die in 1951 op een voorzichtig sociaaldemocratisch programma verkozen werd tot president van Guatemala werd de schietschijf van de yankees. Zijn landhervormingen stuitten in de Verenigde Staten en bij de Guatemalteekse elite echter op veel weerstand. Daarnaast stond hij de communistische partij toe, waardoor de VS vreesden dat Guatemala binnen de invloedssfeer van de Sovjet-Unie zou terecht komen.

Árbenz en de CIA

Dat leidde in 1954 tot operatie PBSUCCESS, een door de CIA georganiseerde staatsgreep die de democratisch gekozen regering van Jacobo Árbenz Guzmán uit het zadel stootte. De aanleiding van de coup was het onteigenen van stukken braakliggend land van de United Fruit Company, de Amerikaanse bananenreus. De CIA trainde in allerijl een ‘bevrijdingsleger’ in Nicaragua waar bondgenoot en dictator Somoza toen aan de macht was. Onder leiding van kolonel Carlos Castillo Armas viel dit legertje op 18 juni 1954 Guatemala binnen. Hoewel het slechts 150 man telde, wist de CIA door het regelen van Amerikaanse luchtsteun de indruk van een georganiseerde invasie te wekken en keerde het Guatemalteekse officierskorps zich tegen de regering. Op 27 juni 1954 werd Árbenz gedwongen om af te treden. Zijn democratische regering werd vervangen door een junta onder leiding van Castillo Armas die op zijn beurt in 1957 werd vermoord in opdracht van zijn collega-dictator Trujillo en met de hulp van Johny Abbes García, het hoofd van de Dominicaanse veiligheidsdienst.

‘Bittere tijden’ is geen ‘Feest van de bok’

Voilà, dat is het historische decor van zeven tragische jaar in de Guatemalteekse geschiedenis waarin deze roman zijn wortels heeft en waarop Vargas Llosa zijn verbeelding loslaat, maar ook en vooral zijn ervaring als romancier die in een opeenvolging van caleidoscopische, zeer realistische taferelen een ingewikkelde structuur met behoorlijk wat flashbacks opbouwt. Doorgaans geeft die labyrintische opbouw een extra literaire sterkte aan Vargas Llosa’s werk, maar ik betwijfel of de lezer deze keer door al die versnipperde verhaallijnen niet echt in een labyrint terecht komt en het spoor van de roman bijster raakt en daardoor ook de nieuwsgierigheid om verder te lezen verliest. Dat vernuftig opbouwen van verschillende verhaallijnen is nochtans juist een van de sterke zijden van Mario Vargas Llosa. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het ‘Het feest van de bok’.  In dat boek over Trujillo hanteert hij zoals in ‘Het groene huis’, ‘Gesprek in de kathedraal’ en ‘De oorlog van het eind van de wereld’ een schijnbaar ingewikkelde verhaalstijl waardoor de aandachtige lezer slechts met mondjesmaat doordringt in de verschillende lagen van het boek. Om het innerlijk labyrint van zijn personages te beschrijven met al hun tegenstrijdigheden en paradoxaal gedrag, ontwerpt hij als literair alchemist een doolhof met vele in- en uitgangen, waar ruimte zat is voor irrationeel gedrag. De veelheid aan anekdotes zijn voor hem slechts een aanleiding om door te dringen tot een niveau waar geen historicus geraakt, namelijk het innerlijke leven van zijn personages. Daarin zit de grote kracht van deze roman. De symbolische wereld van de literatuur valt immers niet samen met de beredeneerde wereld van de ideologieën. In tegenstelling tot filosofische of politieke doctrines is het literaire werk geen abstract conceptueel systeem, maar de creatie van een concrete, imaginaire wereld van personages en dingen,’ schrijft de Frans-Braziliaanse marxist Michael Löwy.(1) Niemand minder dan Friedrich Engels geeft in zijn uitgebreide briefwisseling met Karl Marx toe dat hij van Honoré de Balzac meer geleerd heeft, dan van ‘alle historici, economen en beroepsstatistici van die periode’. Deze kanttekening gaat ook op voor ‘Het feest van de bok’.

Bittere nasmaak

Het is omdat ik dit weet én ook die hybride, veel-zijdige benadering apprecieer in het werk van Mario Vargas Llosa dat de lectuur van ‘Bittere tijden’ bij mij een bittere nasmaak heeft nagelaten. Op geen enkel ogenblik benadert hij in zijn nieuwe roman het niveau van ‘Het feest van de bok’ of van eerder werk. Zijn personages zijn eendimensionaal en van bordkarton in elkaar geknutseld, zonder gelaagdheid, zonder diepgang die hij wel in een historisch decor plaatst, maar waar het innerlijk leven, de dilemma’s, contradicties en les choses de la vie – al die zaken waardoor een roman een innerlijke wereld kan doen opengaan – niet aan bod komen. Te veel stereotypen en te weinig mensen van vlees en bloed. ‘Bittere tijden’ blijft ver onder het niveau van Mario Vargas Llosa. Dat is jammer, maar ik zei het al: dit is een ‘gekleurde’ bespreking van een liefhebber die allicht daardoor ook veel strenger is.

(1) Michael Löwy, Herbetovering van de wereld, romantische wortels van linkse denkers, Grenzeloos, Leuven, 2013

Bittere tijden
Mario Vargas Llosa
Meulenhoff, Amsterdam
2020
351 blz.
ISBN 9789029094078
Deel dit artikel
Over Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).