Een binationale uitdaging voor Israëli’s en Palestijnen

Michel Warschawki. Israël-Palestine : le défi binational. (Postscriptum van Elias Sanbar) Editions Textuel, verspreiding Editions Seuil, 158 blz. – 18,54 EUR

In een opmerkelijk en boeiend gesprek met het Nederlandse Midden-Oosten Tijdschrift, Soera (*), sloeg de Israëlische ‘new historian’, Ilan Pappé, spijkers met koppen: "Oslo-achtige benaderingen van het conflict met de Palestijnen zullen nooit tot een werkbare oplossing leiden." "Mijn interesse gaat dan ook uit naar de principes die de totstandkoming van een gezamenlijke Israëlisch-Palestijnse structuur mogelijk maken en de mensen aansporen een racistische zienswijze op te geven." Voor Ilan Pappé ligt het voor de hand: iedere twee statenoplossing zal gebaseerd zijn op een sterke staat (Israël) en een bantoestan (Palestina). Het komt er dus op aan "voorbij de twee-statenoplossing te denken".

Dit standpunt van Pappé kan alvast rekenen op de instemming van Michel Warschawski. Deze Israëlische activist ijvert al sinds 1968 voor een duurzame vrede tussen Israëli’s en Palestijnen. Hij was één van de eerste Israëlische vredesactivisten, die directe contacten aanknoopte met Palestijnse verzetsgroepen. Dat leverde hem overigens twintig maanden effectieve gevangenisstraf op. Enkele maanden geleden publiceerde Warschawski bij een Parijse uitgever een beknopt, maar glashelder essay: "Israël-Palestine : le défi binational" (Israël-Palestina : de binationale uitdaging).

Impasse na Oslo

Michel Warschawski heeft de argumenten van de Palestijnse voorstanders van een binationale staat – Edward Saïd, Ata Queimeri, Sari Nusseibe, Rachid Khalidi, Azmi Bishara en anderen – zeer aandachtig gelezen. Voor hem is het duidelijk dat deze Palestijnse intellectuelen het debat over een binationale staat op de eerste plaats met een aantal zeer pragmatische argumenten voeren: het Oslo-proces is een doodlopend straatje en leidt in geen geval tot de oprichting van een onafhankelijke, levensvatbare Palestijnse staat in de gebieden die door Israël sinds 1967 worden bezet. Maar deze intellectuelen hebben een veel fundamentelere drijfveer voor hun pleidooi voor een binationale oplossing, stelt Michel Warschawski vast: "Voor deze Palestijnen is het een noodzaak de antikoloniale strijd niet langer te voeren in termen van territoriale soevereiniteit en nationale onafhankelijkheid, maar in termen van rechten, van eisen inzake gelijkheid (zowel op het vlak van de individuele als de collectieve burgerrechten). Het Zuid-Afrikaanse model is, zonder enige twijfel, een leidraad voor de voorstanders van de unitaire en binationale oplossing, die erin bestaat het regime van structurele discriminatie te vervangen door een systeem van gelijke burgerrechten, het apartheidssysteem te vervangen door een democratisch regime, de joodse staat door een binationale staat".

Voor Warschawski staat het in de gegeven omstandigheden – en bij de huidige krachtsverhoudingen in het Midden-Oosten – echter vast dat het binationaal perspectief niet noodzakelijk haaks hoeft te staan op het streven naar een onafhankelijke Palestijnse staat op de Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem en in de Gazastrook. Warschawski citeert Abdel Rahim Mallouh, een van de leiders van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP) en een fervent voorstander van een binationale, democratische staat in Palestina: "Voorafgaande’ voorwaarde blijft echter dat alles in het werk wordt gesteld om Israël te dwingen zich uit de sinds 1967 bezette gebieden terug te trekken – met inbegrip van Oost-Jeruzalem – om op deze wijze het zelfbeschikkingsrecht van de Palestijnen binnen hun onafhankelijke staat af te dwingen, het recht op terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen, zoals bepaald in resolutie 194 van de Verenigde Naties, de erkenning van de politieke, economische en culturele rechten en de volledige gelijkberechtiging van de Palestijnen, die een nationale minderheid vormen binnen de staat Israël."

"Zij bij hen, wij bij ons…"

Michel Warschawski levert met dit essay een zeer belangrijke bijdrage tot het debat over een binationale staat in Palestina, precies omdat hij vanuit een Israëlisch perspectief zeer pertinente argumenten op tafel legt.

Het zionistisch project in Palestina staat aan de rand van het bankroet, stelt Warschawski: "Met de bezetting in juni 1967 van meer dan twee miljoen Palestijnen, die in de politieke context van toen onmogelijk het land konden worden uitgejaagd, mislukte het zionistische project voor een "democratische joodse staat". De keuze was evident: ofwel het joodse karakter van de staat behouden door een apartheidssysteem te creëren voor de Arabische bevolking en dan was het uit met de democratische aanspraken; ofwel burgerrechten toekennen aan de bezette Palestijnen en dan was het uit met de joodse staat.."

"Het binationalisme," aldus Warschawski, "is een waardensysteem dat als doel heeft de coëxistentie te regelen tussen de volkeren en de gemeenschappen, die op het grondgebied van het historische Palestina leven, op basis van gelijkheid en eerbied voor de bijzonderheden van elk van deze groepen. Dit systeem is het tegendeel van de filosofie van de gescheidenheid, die het wezen vormt van het zionisme. Zoals de apartheid, is het zionisme een filosofie van de gescheidenheid, die van volgende idee vertrekt: hoe minder contacten met de anderen, hoe beter – "zij bij hen, wij bij ons".

Binationalisme en realisme

"Het is natuurlijk gewettigd te twijfelen aan de haalbaar van zo’n binationaal project," geeft Warschawski toe, "zeker in een maatschappij die muren heeft opgetrokken tussen de joodse identiteit en het joodse bestaan aan de ene kant en de niet-joodse wereld aan de andere kant. De idee staat echter veel dichter bij de realiteit als men wel zou denken: omdat ze deel uitmaakt van een objectieve dynamiek, die rechtstreeks verbonden is met de sociaal-economische ontwikkeling van Israël en de gevolgen van de mondialisering voor de Israëlische cultuur. De muren rond de Arabische getto’s zijn niet meer zo hermetisch als drie decennia geleden. Haïfa en Jaffa zijn echte multinationale en multiculturele steden geworden, waar Israëli’s, Russen en Arabieren met elkaar omgaan. Het zuiden van Tel Aviv is een echte etnische mozaïek. Bij de middenklassen (maar ook bij die lagen van de bevolking die in een extreme economische en culturele armoede verzeild zijn geraakt) zijn de grenzen, die de joden van de niet-joden scheiden aan het verdwijnen of ten minste aan het vervagen."

Niettemin moet het debat over een binationale oplossing van het Palestijns-Israëlisch conflict nog echt beginnen. En om daadwerkelijk tot een binationale staat te komen, zullen er in Israël pijnlijke maatregelen moeten worden genomen. Warschawski somt er enkele op: "Op politiek vlak moet er een democratiseringsprogramma worden ontwikkeld, waarvan de ruggengraat de scheiding tussen natie en staat moet zijn en de toekenning van een echte burgerstatus aan alle inwoners. Dat betekent onder meer de ontmanteling van parastatale instellingen als het ‘joods agentschap’ of het KKL (het joods nationaal fonds), die slechts één doel hebben: de verdediging en de versterking van de privilegies van de joodse gemeenschap. De grond moet worden genationaliseerd en bij de toekenning van grond moet er een einde worden gemaakt aan elke vorm van etnische discriminatie. De wet op de terugkeer moet worden afgeschaft en vervangen door een niet discriminerende wet inzake verblijf, immigratie en gezinshereniging. Zo’n wet zou inderdaad het onvervreemdbare recht op terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen naar hun vaderland moeten erkennen en een specifieke clausule bevatten die een veilige thuishaven biedt aan de vervolgde joodse gemeenschappen. En tenslotte moet de scheiding tussen religie en staat een feit worden en moeten alle uitzonderingswetten, die al een halve eeuw de rechteloosheid in stand houden, worden afgeschaft. Op die manier wordt dit democratiseringsprogramma vervolledigd en wordt de joodse staat daadwerkelijk omgevormd tot de staat van al zijn burgers."

Wim de Neuter

 

(*) Soera, Midden-Oosten Tijdschrift, kwartaalblad, jaargang 9, nummer 2 – 2001, Postbus 16929, 1001 RK Amsterdam.

(Uitpers, januari 2002)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel