Een Aymara president in Bolivië

De presidentsverkiezingen van 18 december 2005 geven voor het eerst in de geschiedenis van het land een kandidaat van inheemse origine de overwinning. De Boliviaanse elite zal daar even moeten aan wennen, net zoals de president van de Verenigde Staten van Amerika, trouwens.

Dat hebben ze eigenlijk al volop in de loop van het jaar 2005 moeten doen, wennen aan nieuwe politieke situaties. Het ging ‘m nu inderdaad om vervroegde verkiezingen. De winnaar van 2002, Gonzalo Sanchez de Lozada nam onder druk van het straatprotest ontslag in 2003, en de opvolger, zijn vice-president Carlos Mesa, moest dat eveneens doen in juni van dit jaar. Sindsdien nam de voorzitter van het Hooggerechtshof, Eduardo Rodriguez, het ambt van president waar, met als voornaamste opdracht het organiseren van vervroegde verkiezingen.

Evo Morales, leider van het syndicaat van de cocatelers, behaalde bijna 54% van de stemmen. Het was in de moderne geschiedenis van Bolivië nog niet voorgekomen dat een presidentskandidaat in de eerste ronde meer dan de helft van de kiezers achter zich kreeg. Het was al helemaal niet voorspeld in de opiniepeilingen.

Evo Morales is een Aymara, geboren op de altiplano, die met zijn ouders mee verhuisde naar lagergelegen vruchtbare delen van het land. Hij is cocateler, en leider van het syndicaat van de cocaboeren. In die hoedanigheid heeft hij zich altijd verzet tegen het regeringsbeleid dat met VS-steun de cocateelt wil(de) uitroeien omdat het de grondstof vormt voor de aanmaak van de drug cocaïne. Hij neemt het op voor deze teelt omdat het een winstgevende economische activiteit is, – in tegenstelling tot de vervangingsteelten die worden voorgesteld -, maar ook omdat het een basiselement is van de traditionele cultuur van de inwoners van het hooggebergte.

Het feit dat iemand uit de inheemse bevolking tot president van het land wordt verkozen, met een verkiezingsprogramma dat daar ten volle op inspeelt, is een unicum in de geschiedenis van het land. Hij wist ook belangrijke delen van de intellectuele sectoren voor zich te winnen, en die van de middenklasse in het algemeen. Zijn medestander en kandidaat voor het vice-presidentschap Alvaro Garcia Linera staat zowat symbool voor deze samenwerking. Garcia Linera is een socioloog en wiskundige die vijf jaar in de gevangenis doorbracht omdat hij als ideoloog doorging van een gewapende guerillagroepering Tupaj Katari, in de jaren ’80 van vorige eeuw.

De inzet van deze verkiezingen draaide in hoofdzaak rond het verwerpen van het neoliberalisme. Evo Morales staat voor die mensen die willen dat de opbrengsten van de gasexploitatie de gehele bevolking ten goede komen. Geregeld leest men hierover dat er in progressieve Boliviaanse kringen een consensus bestaat om de energiegrondstoffen te nationaliseren, maar op andere plaatsen lees je dat “buitenlandse ondernemingen hun reële investeringen zullen kunnen terugwinnen”. Even afwachten hoe een en ander concreet in een regeringsbeleid kan worden vertaald: nationaliseren of een effectieve belastingspolitiek. De overwinning van Morales is ook uiting van de sterke anti-VS gevoelens die bij een grote meerderheid van de Bolivianen leeft. Het is een zware nederlaag voor de klassieke elites die hun lot verbonden aan de globalisering en de Amerikaanse hegemonie. Maar het is misschien toch eerst en vooral een overwinning op het (neo-)koloniale en racistische karakter van de staat Bolivië. “Indio” wordt immers steeds als een scheldwoord gebruikt, discriminatie van inheemsen is een dagelijks gegeven, en leidende posities in dit land waren altijd voorbehouden aan de “Spanjaarden”. 60% van de bevolking behoort tot de Aymara, de Quechua of Guarani bevolking, maar deze meerderheid heeft steeds een tweederangspositie bekleed. Op die manier wordt zijn overwinning ook een symbool voor andere Latijns Amerikaanse landen met een grote inheemse bevolking.

Het is nog niet bijzonder duidelijk wat het concrete beleid van de nieuwe president in zal houden. In verschillende interviews(1) heeft Alvaro Garcia Linera, de ploegmaat van Evo Morales, laten blijken dat Morales geen Chavez is en ook geen Lula. Hij zal zijn eigen weg gaan, is de boodschap. Dat zal zich uiten in de samenstelling van zijn regeringsploeg waar “indios” nu de machtsstructuur zullen bevolken. Dat zal zichtbaar worden in de economische politiek van het land, en ook in de werking van de Grondwettelijke Vergadering, aldus de (toen nog kandidaat-) vice-president. “Op internationaal vlak zijn we blij met de verschillende progressieve regimes in Latijns Amerikaanse landen, maar we imiteren niemand.”

Alhoewel de partij van Morales “Beweging naar het Socialisme” heet, is volgens Garcia Linares het socialisme in Bolivië lang niet aan de orde. Hij meent dat het proletariaat in Bolivië numeriek sterk in de minderheid is, en dat het geen politieke vertaling heeft. En socialisme kan men niet opbouwen zonder proletariaat, zegt Garcia Linares. Anderzijds is ook de communautaire economie geïmplodeerd. In Bolivië werkt 70% van de arbeiders in de steden in familiale bedrijven, en je kan geen socialisme ontwikkelen op basis van een familiale economie. Voor hem komt het erop aan een sterke staat te bouwen, die de drie productieve sectoren van Boliviaanse economie moet op elkaar doen inspelen. Met name de communautaire, de familiale en de moderne industriële sector. “We moeten een deel van de meerwaarde die de genationaliseerde energiegrondstoffen genereren, overhevelen naar bepaalde vormen van zelfbeheer en zelforganisatie, en naar de commerciële ontwikkeling in de Andes en de Amazone.”

Feit is dat door deze overwinning van Evo Morales het front tegen de vrijhandelsplannen van de Verenigde Staten versterkt wordt. Na de top van Mar del Plata in Argentinië november 2005, leek het er al sterk op dat dit neoliberaal project ten grave gedragen is. Met de komst van deze nieuwe Boliviaanse president zal de internationale VS politiek nog meer gecontesteerd worden.

Zal deze trend nog verder bevestigd worden in 2006? De tweede ronde van de presidentsverkiezingen in Chili komt eraan, maar onder de vorige centrumlinkse regering ging Chili al een bilateraal vrijhandelsakkoord aan met de VSA. Chili maakt dus geen deel uit van de “nieuwe beweging” in Zuid-Amerika. Maar er zijn nog presidentsverkiezingen: in Costa Rica (februari), Peru (april), Colombia (mei), Mexico (juli), later nog in Brazilië, Ecuador, Nicaragua en Venezuela. Iedereen zal sterk uitkijken wat er in Mexico gebeurt. Kan Lula herverkozen worden? En wat zou er in Venezuela kunnen gebeuren om Chavez van een herverkiezing te houden? De binnenlandse politieke situatie van elk land verschilt behoorlijk, en het is vooral Venezuela dat daar een heus ander beleid wil volgen, dat echt breekt met neoliberale recepten. Toch mogen we ook het belang niet onderschatten als regeringen de VS-plannen voor dit continent verwerpen. Hoe groter het aantal regeringsleiders dat de neoliberale vrijhandel afwijst, hoe groter de kans dat een andere politiek vorm kan krijgen. Het kan een echt begin betekenen van nieuwe internationale verhoudingen onder spelers die zich afkeren van het dominante rijke Noorden.

(Uitpers, nr. 71, 7de jg., januari 2006)

(1) Onder meer: “Evo Morales no es chavista ni lulista”, Hernando Alvarez, BBC Mundo (http://newsvote.bbc.co.uk) en “le MAS est de centre-gauche”, Pablo Stefanoni (http://risal.collectif.net)

Visited 6 Times, 1 Visit today

Tags :