Een apologeet voor mensenhandel?

Chris De Stoop’s journalistieke carrière draait blijkbaar nog steeds op de roem die hij verwierf met een boek dat hij schreef in 1992. Volgens hemzelf is door dat boek in vele landen, en dus ook in België alles wat er nu bestaat qua beleid tegen mensenhandel op poten gezet. Daarmee doet hij de waarheid enigszins geweld aan, maar dat blijkt gewoon een minder aangename hebbelijkheid van deze journalist te zijn. Journalistieke boeken, hoe goed en belangrijk ook, zijn niet echt voldoende krachtig om een complexe beleidsontwikkeling in gang te zetten.

In 1992 was er inderdaad nog niets voor slachtoffers en was mensenhandel ook in beleidskringen vooral iets uit de boekjes. Op een koppige, overijverige dame in Antwerpen na zag vrijwel niemand de pijnlijke realiteit die zich toen aanbood. De Stoop speelde toen voortreffelijk de rol van de onderzoeksjournalist die het publieke debat mee op gang bracht. Zonder het spontane bezoek van Koning Boudewijn aan Payoke in Antwerpen, had het ontluikende publieke debat echter wel weer overgewaaid en was een echt beleid zeer waarschijnlijk een zorg geweest voor een volgende regering. Om dan op het symbolisch en menselijk minst gepaste moment eventjes alle eer aan zichzelf toe te schrijven, lijkt me dan toch niet meteen in overeenstemming met de feiten, laat staan de context.

Maar Chris De Stoop vindt dat het zijn taak is als onafhankelijk journalist kritisch te zijn. Voor mij is het alleszins duidelijk dat die onafhankelijkheid geenszins kan slaan op de verkoopcijfers van zijn werk, of op de glorieuze heldenreputatie die hij zichzelf toeschrijft. Pijnlijk is om vast te stellen hoe vrijwel alles wat De Stoop komt te zeggen over het gefaalde beleid heel precies van toepassing is op zijn journalistieke activiteiten. Volgens hem is het beleid tegen mensenhandel een "prestigezaak geworden, om mee uit te pakken hoe verontwaardigd en meedogend wij toch wel zijn." Hoe verontwaardigd en meedogend is De Stoop hier niet? Hij stelt dat bijna iedereen van het beleid beter is geworden behalve de doelgroep. Het is te gemakkelijk om te stellen dat het hemzelf misschien ook geen windeieren heeft gelegd, maar belangrijker miskent hij de problematiek waarin hij denkt expert te zijn.

Zo klaagt hij aan dat het beleid heeft gefaald omdat de prioriteit bij de strijd tegen migratie lag en niet tegen mensenhandel. Wat hij hiermee uiteindelijk bedoelt is niet dat die twee duidelijk onderscheiden moeten worden maar dat migratie "natuurlijk" is en dus gewoon moet kunnen, zonder meer. Dat wil zo veel zeggen als dat de ongelijkheid van levenskwaliteit en van elementaire rechten niet echt in rekening dienen te worden gebracht.

Het is niet eens ironisch als dit perfect aansluit bij de argumentatie van de premier op dezelfde academische zitting dat als we de ongelijkheid tussen de landen van oorsprong en onze landen willen aanpakken, dat we dat dan maar ginder moeten doen. Zij moeten veranderen, wij niet. De idee dat we onze eigen samenlevingen en de wijze waarop die zijn georganiseerd misschien ook wel eens zouden moeten aanpassen, of zelfs de idee dat er een mogelijk verband zou zijn tussen hoe we hier leven en de armoede ver weg, blijft een moeilijk idee voor zowel de premier als voor Chris De Stoop.

Er zal bij deze liberalen zelden of nooit een verband worden gelegd tussen zwartwerk, de exponentiële groei van de grijze en zwarte economie, en de enorme groei in omvang en variëteit van georganiseerde misdaad. De illusie van de almacht van een regering en de maakbaarheid van de samenleving dient ten alle tijden bewaard.

Als er tien jaar geleden nog geen beleid was en nu wel, is dat geen falen maar vooruitgang. Als het beleid vandaag (nog steeds) tekortkomingen vertoont is dat niet omdat het beleid gefaald heeft of slecht is, maar dat het voor verbeteringen en aanpassingen vatbaar blijft. De louter afbrekende kritiek van De Stoop – alsof hij een zeteltje bij de oppositie ambieert – kan dus in alle eerlijkheid enkel als reactionair worden omschreven. Dat is vooral pijnlijk omdat De Stoop wel degelijk een belangrijke opbouwende en zelfs hoopgevende rol heeft gespeeld in een inmiddels ver verleden.

De Stoop ergert zich dan ook heel wat minder aan de criminelen, zoals blijkt uit een subversieve opmerking in zijn laatste boek dat de Albanese maffia niet bestaat. Het gaat hem tenslotte vooral over het sentiment dat het beeld van slachtoffers moet oproepen, over de verontwaardiging en het mededogen dat zijn verhaal moet verkopen. Door zijn eenzijdige en onhandig geformuleerde kritiek op de regering beledigt hij zonder schroom al diegenen die zo hard hebben gewerkt voor slachtoffers en tegen georganiseerde misdaad. Wat meer is, hij trivialiseert en vergoelijkt de grove mensonterende misdaden van mensenhandelaars.

Met geen woord zal De Stoop reppen over de positieve resultaten, over de vrouwen en mannen en kinderen die gered werden. Het is al te gemakkelijk maar evengoed wansmakelijk op de rug van slachtoffers zich te goed te doen aan het afbreken van wat, alles in acht genomen, zo snel, efficient, doeltreffend en doordacht op een onwaarschijnlijk korte termijn werd opgebouwd.

De Stoop ontbeert vandaag spijtig genoeg inzicht in de complexiteit niet enkel van mensenhandel, maar van de internationale en globale realiteit. Mensenhandel kan echter niet abstract worden begrepen als een verhaaltje met afgelijnde karakters, een begin, verloop en einde dat netjes tussen een voor- en achterflap past.

Maar waarom zou ik me, tenslotte de moeite getroosten de merknaam Chris De Stoop nog maar eens voor u te werpen? De destructieve, negativistische en populistische aanpak van deze journalist is niet zonder gevolgen. De strijd tegen mensenhandel betekent voor de meeste mensen die het op het terrein moeten waarmaken, politiemensen, magistraten, hulpverleners, en slachtoffers, veel twijfel en een voortdurend herdenken van vrijwel alles dat je voor zeker aannam. De kans is bijzonder groot dat na het laatste boek van De Stoop en na zijn interventie voorbije donderdag, een aantal van die mensen de strijd zullen opgeven en dezelfde cynische zelfgenoegzaamheid van De Stoop zullen volgen.

Gert Nuyts – assistent van Patsy Sörensen, lid van het Europees Parlement
2 augustus 2003

(Uitpers, nr. 45, 5de jg., september 2003)

(Visited 6 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 57 Times, 1 Visit today