Een andere wereld is mogelijk

Stel je voor: elfduizend mensen uit honderddrieëndertig landen die bij elkaar komen om samen te zoeken naar oplossingen voor de wereld waarin we leven. We ontmoeten elkaar in het Zuiden op het World Social Forum, tegelijkertijd met het World Economic Forum in Davos. Ons doel is weliswaar anders. We zoeken niet uit hoe we de winsten van de multinationals kunnen verzekeren. Neen, ons thema is : “Een andere wereld is mogelijk.”

Jaarlijks komt op het einde van januari het topje van de financiële en industriële elite samen op het World Economic Forum (WEF) in Davos. Samen onderzoeken ze welke belangrijkste problemen en obstakels uit de weg moeten geruimd worden om een verdere economische groei te bevorderen (lees: meer winst). Het is natuurlijk een informeel gebeuren en het WEF heeft geen enkele bevoegdheid; al moeten we toch vaststellen dat jaarlijks tientallen staatshoofden, politici en vertegenwoordigers van de VN op de uitnodiging van Bill Gates, Soros en co ingaan. Naar eigen zeggen is het WEF “Het sterkste partenariaat van leiders uit de zaken- , politieke en intellectuele wereld, die bekommerd zijn over de stand van de wereld”.

U herinnert zich misschien nog wel de beelden op de televisie van José Bové die vorig jaar in Davos werd bewerkt met een busje pepperspray. Of het hallucinante beeld dit jaar van het waterkanon en traangas in een met sneew bedekt Zwitsers landschap. Immers, sinds Seattle kunnen de machtigen der aarde nergens meer ongestoord vergaderen. Zelfs niet in een concentratiekamp verborgen in de Zwitserse bergen .
Ook al waren er in Davos enkele honderden betogers die deze vergadering van “wereldleiders” contesteerden, de meerderheid van de ondertussen beruchte beweging tegen globalisering had rendez-vous aan de andere kant van de wereld : op het World Social Forum in Porto Alegre.

Na Seattle, Washington, Millau, Praag, maar ook tientallen protesten in het zuiden, vond die beweging tegen de globalisering dat het meer dan tijd was om eens te gaan nadenken over mogelijke alternatieven.

De idee onstond in de kantoren van Le Monde Diplomatique, die het verder doorspeelde en die in Porto Alegre, in Brazilië, de juiste mensen en het juiste kader vond om het te laten plaatsvinden.

Porto Alegre, een stad in het zuiden van Brazillië, wordt reeds twaalf jaar bestuurd door de PT (Partido dos Trabalhores) volgens een principe van participatief budget. Je voelt er op geen enkel moment dat je in een land bent met de tweede hoogste geweldadigheidsgraad.

Voor Bernard Cassen was dit de ideale plaats om het Forum te laten plaatsvinden. Niet alleen beschikte men er over de nodige infrastructuur, maar het participatief budget mocht voor Cassen best ook als een mogelijk alternatief gezien worden.

Vijf dagen lang regende het in de voormiddag ideeën en voorstellen in druk bijgewoonde debatten, met sprekers zoals Walden Bello, Ignacio Ramonet, Aminata Traore, Ricardo Petrella en ook Sylvia Borren van Novib. Die debatten entten zich op vier thema’s. Allereerst De productie van welvaart, waarin ook het ecologische vraagstuk zat vervat; gevolgd door Toegang tot welvaart, met het verdelingsvraagstuk tussen rijk en arm; ten derde De civiele samenleving en de publieke ruimte, waar het onder andere ging over de democratisering van internationale organisaties en ten slotte Politieke macht en ethiek in een nieuwe samenleving, waaruit de keuze bleek dat de economie niet langer voorrang mag krijgen.

Maar het echte Forum Social Mundial speelde zich af in de namiddag, wanneer de deelnemers zich verspreidden over meer dan 400 workshops. Tijdens de meeste van de workshops werden er heel wat violen gelijkgestemd, actieplannen gesmeed, ervaringen uitgewisseld en gezocht naar nieuwe samenwerkingsverbanden.

Het deelnemersveld was opvallend Latijns, met opvallend weinig Noordamerikanen (slechts 39). Maar ook uit Afrika en Azië waren slechts een beperkt aantal mensen in Zuid-Brazillië geraakt. Iedereen was er weliswaar van overtuigd dat dit volgend jaar anders zou worden.

Vanuit België was 11.11.11 vertegenwoordigd met een tiental mensen. Toch vormden zij een uitzondering in de Belgische NGO- wereld. Maar als de Belgische NGO- wereld ondervertegewoordigd was, dan was de wereld van de Sociale Bewegingen dat al helemaal. En dat was waarschijnlijk een van de zwaktes. Want de gemiddelde Attac –medewerker of vakbondsmilitant beschikt niet zomaar over het budget om een week naar Brazillië te trekken. Het mogelijk maken voor tientallen activisten, syndicale delegés, … om volgend jaar aan het Forum deel te nemen is waarschijnlijk een van de grote uitdagingen.
Voor de mensen uit het zuiden is dit misschien nog dramatischer. Zij zijn volledig afhankelijk van subsidies van de grote NGO’s om de reis naar Brazillie te maken.

Misschien was voor mij de grootste teleurstelling, de zogezegde zoektocht naar “nieuwe ideeën" en naar “nieuwe oplossingen". Vooral omdat het in de eerste plaats wil zeggen dat men oplossingen gaat zoeken binnen de markt, de "vrije" markt, door het hervormen van de huidige structuren want zeggen dat je antikapitalist bent is “oude linkse stijl”. Je zou haast gaan denken dat Fukyama, die in ’89 het einde van de geschiedenis aankondigde, door een deel van deze beweging gelijk krijgt. Is het dan niet zo dat we nog steeds in een klassenmaatschappij leven? Is het dan niet langer zo dat we in een maatschappij leven waar “de honger naar winst” centraal staat en dat dit de oorzaak is van de meeste problemen waarmee we te kampen hebben. Mischien is het probleem van een deel van deze beweging dat ze niet ontsnapt aan het eenheidsdenken en woorden als “kapitalisme”, “Imperialisme”, “socialisme”, “revoltie”, “opstand”, “klassen”,… als vies beschouwd.

Ook de afwezigheid van de vredesbeweging is waarschijnlijk een illustraties van de inhoudelijke problemen die zich stellen. Zo vind je woorden als “oorlog” of “Nato” in het geheel niet terug in de programma- folder. “De politiek moet meer greep krijgen op de Economie”, was een van de veel gehoorde stellingen. Die stelling krijgt natuurlijk een heel andere invulling als je daar bijvoorbeeld de Golfoorlog, de Kosovo-oorlog, de oorlog in Centraal-Afrika of het conflict in Palestina naast plaatst. Of wat te zeggen over Star Wars, waar ontegensprekelijk een paar Amerikaanse multinationals beter van zullen worden of was dat geen politieke beslissing?

Een opmerking die meerdere malen gemaakt werd is dat de jongeren die in Seattle, Washington en Praag op straat stonden, niet vertegenwoordigd waren in de forums. Toch was er in Porto Alegre ook een jongerenkamp waar enkele honderden jongeren logeerden. In reactie op wat er zich op het World Social Forum afspeelde, werkten ze aan een gemeenschappelijke verklaring: “Een andere wereld is mogelijk,…als we het kapitalisme vernietigen.”

Toen tijdens de slotmanifestatie de Cubaanse vertegenwoordiger stelde: “Een andere wereld is mogelijk. Natuurlijk, wij bewijzen het reeds tientallen jaren“, werd ze op een staande ovatie ontvangen. Zoals trouwens elke Cubaan die zijn neus liet zien, op veel enthousiasme werd onthaald.

Wie op het World Social Forum, Via Campesina niet ontmoet heeft, is er eigenlijk niet geweest. Een westerling die boeren associeert met gekke koeienziekte, dioxine en hormonen, vergeet dat 50% van de wereld landbouwer is. Het was dan ook een cultuurschok om geconfronteerd te worden met deze boeren- organisaties. Indrukwekkend is hun zoektocht naar een andere landbouw: “Genetisch gemanipuleerde gewassen, het is zoals kernenergie. Op zich kan je daar niet tegen zijn, maar in de handen van de bedrijfswereld zijn het tijdbommen.” En gelijk wordt het woord bij de daad gevoegd. Een laboratorium van MONSANTO met bijhorende testvelden wordt bezet. De actie was meer dan symbolisch: “De grond hoort toe aan wie hem bewerkt. Genetisch gemanipuleerde gewassen in de handen van een multinational is een misdaad … .”

Voor mij was het World Social Forum een plaats waar ik geconfronteerd werd met honderden bewegingen, een plaats om kennis te maken met de strijd en strijdervaringen van mensen over de gehele wereld. Een plaats waar gezocht werd naar raakvlakken en waar gemeenschappelijke mobilisatiepunten werden uitgewerkt. Dat aspect wordt soms afgedaan als een “grote markt”. Die markt resulteerde alvast een oproep tot mobilisatie waar meer dan 150 sociale bewegingen aan meewerkten. Die rijkheid aan ideeën en ervaringen is volgens mij de sterkte van deze beweging en bovendien de belangrijkste reden om volgend jaar terug te gaan; en liefst naar een nog grotere markt van ideeën en strijdervaringen.

 

 

* De auteur is medewerker van Indymedia en werkt aan een documentaire over het World Social Forum in Porto Alegre.

(Uitpers, maart 2001)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 70 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook