Een andere wereld is mogelijk… voor een alternatieve globalisering !

De gebeurtenissen tijdens de recente G8-conferentie in Genua hebben reeds veel inkt doen vloeien. Net zoals tijdens de vorige topontmoetingen waren we getuige van het geweld vanwege een kleine minderheid manifestanten. Inmiddels is het duidelijk geworden dat er vanuit het heersende bestel een drievoudige tegenreactie op gang is gekomen: politierepressie en manipulatie, ééndimensionale mediaberichtgeving evenals een ideologisch contraoffensief. Dit alles heeft slechts tot doel om de (foutief benoemde) ‘antiglobaliseringsbeweging’ te criminaliseren en te discrediteren. Nochtans is dit (postmoderne) verzet veel te veerkrachtig om er als gevolg van dergelijke manipulatie het bijltje erbij neer te leggen.


De “Roze Mars” tegen de G8-top in Genua (foto Han Soete)

Van Seattle tot Genua…

De massale betogingen tijdens de top van de Wereldhandelsorganisatie (WHO) in Seattle (december ’99) vestigen voor de eerste keer wereldwijd de aandacht op deze nieuwe golf van contestatie. Dit heterogeen gezelschap van activisten gaat van dan af de geschiedenis in als de ‘Seattle-beweging’. Nog geen maand later komen honderden betogers in het Zwitserse Davos samen om te protesteren tegen de belangrijkste internationale actoren in de wereldeconomie. In september 2000 houden de Wereldbank en het IMF een nieuwe jaarvergadering in Praag die opnieuw tot massale protesten leidt. De beweging wint zienderogen aan belang. Het verzet breidt zich nadien verder uit tegen de Europese top in Nice (december 2000), waar duizenden mensen op straat komen voor een socialer Europa. De Seattle-activisten steken in april de plas over om in Quebec te betogen tegen de vergadering van staatshoofden ter creatie van een nieuw vrijhandelsakkoord voor het hele Amerikaanse continent. Twee maanden later is de beweging eens te meer op het appel wanneer de EU in Göteborg vergadert. Tijdens de G8-ontmoeting in Genua (juli 2001) komt het tot zeer zware rellen tussen politie en manifestanten. Voor de eerste maal valt er daarbij een dodelijk slachtoffer. De daaropvolgende massademonstratie (tussen de 200.000 en 300.000 betogers) gaat (voorlopig) de geschiedenis in als de ‘moeder van alle protesten’ tegen het neoliberalisme. In Genua wordt het eveneens duidelijk dat de politie het geweld manipuleert en ondemocratische en onwettelijke middelen inzet tegen de manifestanten. De eerstvolgende confrontaties zulllen hoogstwaarschijnlijk in België (EU-top) en in de VS (Washington, IMF/WB-conferentie) plaatsvinden. Ten gevolge van de groeiende impact van de Seattle-generatie zullen de volgende conferenties van de WHO en de G8 doorgaan in respectievelijk de woestijn van Qatar en het hooggebergte van Canada.

… postmodern verzet

Tot spijt van wie het benijdt zijn we, aan de dageraad van de 21e eeuw, getuige van het ontstaan van compleet nieuwe voorhoedes van een globaliserend verzet tegen het neoliberalisme (1). Het betreft geenszins een marginaal fenomeen. Integendeel, de protesten van Seattle tot Genua zijn slechts de top van de ijsberg van een wereldwijde revolte. Het is de Heersers der Aarde, voornamelijk blanke heren in maatpak, nog niet opgevallen dat het juist de ‘armen’ zijn die de protesten inleiden. Aan de vooravond van de G8-top in Genua ondertekenden 30 Afrikaanse landen, waaronder de lokale reuzen Zuid-Afrika en Nigeria, in Adis Ababa een declaratie tegen een verdere escalatie van machtstoeëigening vanwege de WHO. Overal ter wereld komen plaatselijke (vaak indigene) gemeenschappen tot het groeiend besef dat het genoeg geweest is. De kreet ‘Ya Basta’ wordt in oneindig veel talen steeds luider herhaald. Zo vormde in Mexico de ratificatie van het NAFTA-akkoord, dat het gezamenlijk bezit van grond – in 1911 afgedwongen door de populaire volksheld Emiliano Zapata – buiten de wet stelde, de symbolische aanleiding voor de Zapatistische rebellie. Voor een groot deel van Zuidoost-Azië waren de IMF-dictaten na de vernietiging van hun economieën in 1997 de druppel die de emmer deed overlopen. Voor de landloze boeren van de MST in Brazilië zijn het de agressieve Wereldbank-programma’s en de multinationale houdgreep van de agrobusiness die de plaatselijke bevolking doet revolteren. Gelijkaardige opstanden vinden momenteel overal ter wereld plaats. In zekere zin kan men stellen dat de Seattle-beweging de symbolische representant van al deze anti-neoliberale en/of anti-kapitalistische revoltes vormt. De actievoerders hebben goed begrepen dat de neoliberale globalisering slechts efficiënt kan bestreden worden op mondiaal niveau. Zij eigenen zich een gelijkaardige logica toe als hun neoliberale opponent: d.w.z. zij opereren gedecentraliseerd, internationaal en maken gebruik van de (post)moderne communicatiemiddelen zoals het Internet, e-mailnetwerken en digitale camera’s. In die zin kan men verwijzen naar ‘Empire’, het ophefmakende boek van Toni Negri en Michael Hardt (2): ‘De overgang van het imperialisme naar het Imperium (3) en diens globalisering biedt nieuwe mogelijkheden voor de bevrijdingskrachten. (…) Onze politieke opdracht bestaat er niet in om louter weerstand te bieden aan de nieuwe ontwikkelingen, maar om hen te reorganiseren en hen te reoriënteren naar nieuwe doeleinden. De creatieve krachten van de massa (multitude) die het Imperium ondersteunt zijn evenzeer in staat om op autonome wijze een Contra-Imperium uit te bouwen en een alternatieve politieke organisatie voor de wereldhandel en wereldstromen op de agenda te plaatsen. Deze strijd zal zich tevens afspelen op het Imperiale terrein.‘ De gekende slogan ´Think global, act local’ zou m.a.w. beter vervangen worden door ‘Think global and local, act global and local’.

De sterkte van de Seattle-beweging ligt juist in haar heterogeniteit (van gematigd-hervormingsgezinde, anti-neoliberale tot overtuigde anti-kapitalistische organisaties en politiek-ongebonden individuen) én haar basisdemocratische eigenschappen (‘affinity-groups’, open vergaderingen, etc.). Deze beweging heeft geen leiders. Zij beseft eveneens dat het totaal onzinnig is om één nieuw, homogeen groot Verhaal te construeren (4), waarrond alle andere kleinere verhalen hiërarchisch opgebouwd kunnen worden. Er is eerder nood aan multicentriciteit, met een grote mate van autonomie voor alle afzonderlijke deelstrijden. Tegelijkertijd moet er een respectvolle samenwerking tussen de diverse groepen zijn ten einde iets wezenlijks te bereiken. In die zin kan men spreken van een postmodern verzet: éenheid in diversiteit, diversiteit in éénheid.

The Empire strikes back !

Het is duidelijk dat dit embryonale Contra-Imperium een grote dreiging vormt voor de status-quo. Daarom is vanuit het heersende bestel een drievuldig tegenoffensief op gang gekomen.

Mediaoffensief. Vooreerst dient men op te merken dat de pers nog steeds de neiging vertoont om de Seattle-actievoerders halsstarrig af te schilderen als ‘globofoob’, ‘technofoob’, ‘irrationeel’, ‘onwetend’ en ‘gewelddadig’. Zoals hierboven beschreven, doet deze simplistische wit-zwart voorstelling de realiteit oneer aan. Daarnaast maakt de grote meerderheid van de media zich al te vaak schuldig aan een ééndimensionale voorstelling van de feiten. Zo focusseren zij de aandacht quasi uitsluitend op het geweld, eerder dan te wijzen op de veelheid aan ideeën en voorstellen die uit deze beweging geboren worden. Een blik op de berichtgeving over de G8-top vanwege de internationale kwaliteitspers spreekt boekdelen. Op 20 juli, de dag dat Carlo Guiliani werd neergeschoten, namen 70.000 activisten deel aan een totaal van negen afzonderlijke demonstraties. Zeven van die negen marsen, dewelke de grote meerderheid aan betogers incorporeerden, schitterden vanwege hun pacifistisch, creatief en humoristisch karakter: samba-orkestjes brachten mensen aan het dansen; het levend theater gaf blijk aan het kafkaiaanse gehalte van onze westerse maatschappij; José Bové defileerde met een koe vóór de oproerpolitie; een oude Italiaanse man deelde poëzie uit aan de tot tanden gewapende carabinieri; etc. Helaas werden deze originele scènes de krantenlezer of nieuwskijker ontzegd. In de plaats daarvan werden zij met beelden van het geweld van het zgn. ‘zwarte blok’ bekogeld. Een identiek verhaal kan verteld worden i.v.m. de massademonstratie van 21 juli toen minstens 200.000 mensen vreedzaam door de straten van Genua opstapten. Deze gewichtige gebeurtenis werd immers onmiddellijk naar de voetnoten der geschiedenis verwezen, aangezien de internationale pers zich opnieuw als aasgieren op de blinde agressie van het ‘zwarte blok’ stortten. Zo wijdde de Italiaanse kwaliteitskrant La Repubblica (22/7) 16 pagina’s aan de G8-top, publiceerde zij 34 grote foto’s van gewelddaden maar vertikte zij het om ook maar één beeld van de geweldloze massabetoging te tonen. Een analyse van andere internationale kranten leverde een identieke slotsom op. De ondertussen alomgekende sensatiezucht van de mainstream media is geen afdoende verklaring voor deze feiten. Men dient zich eerder de vraag te stellen wie de controle heeft over de belangrijkste mediakanalen en welke belangen mediamagnaten zoals Berlusconi en co te verdedigen hebben.

Politieoffensief. Daarenboven is het zonneklaar dat de politie een zeer dubbelzinnige rol speelt in het geweld vanwege een kleine minderheid van de manifestanten. Hoewel geruchten i.v.m. politiemanipulatie reeds de ronde deden in Göteborg, werd dit pas écht duidelijk in Genua, waar alle aanwezigen konden vaststellen hoe de politie ostentatief de andere kant opkeek toen leden van het ‘zwarte blok’ willekeurige vernielingen aanbrachten. Er is overtuigend bewijsmateriaal voorhanden dat aantoont dat demonstranten, uitgedost in de typische zwarte gevechtskledij, vlakbij bepaalde protestmarsen uit politiewagens stapten. Met andere woorden: wie behoorde tot dat ‘zwarte blok’? Uit talrijke gesprekken met de meest diverse activisten konden wij afleiden dat, naast sommige ‘anarchisten’ die uit waren/zijn op gecoördineerde symbolische directe acties tegen multinationaal privé-eigendom, dit ‘zwarte blok’ aanzienlijke hoeveelheden ordinaire voetbalhooligans, neonazi’s en politieinfiltranten aantrekt. De Italiaanse politie was bovendien op de hoogte van documenten waarin zwart op wit werd aangetoond dat neonazi’s het ‘zwarte blok ‘ zouden infiltreren om de ‘linkerzijde in een slecht daglicht te stellen’. De politie liet echter begaan. Het ‘zwarte blok’ vormt immers een uitstekend excuus om ongewoon hard op te treden tegen de (veel gevaarlijkere) oprechte activisten. Het is daarom ook niet verwonderlijk dat de oproerpolitie op zaterdagnacht (22/7), onder het belachelijke voorwendsel van op zoek te zijn naar ‘zwarte blokkers’ waarvan iedereen wist dat zij enkele kilometer verder kampeerden, een brutale razzia hield in de school waarin de geweldloze mensen van het Indymedia Center en het overkoepelende Genova Social Forum overnachtten. 200 gemaskerde carabinieri bestormden het gebouw, vernietigden de computers en ranselden in het wilde weg alle aanwezigen af. 51 aanwezigen werden gewond waarvan 31 onder politiebewaking naar het ziekenhuis moesten worden afgevoerd. Sommigen van de arrestanten werden door de carabinieri gedwongen om fascistische leuzen te scanderen. Dit was nochtans niet Chili, wél ‘democratisch’ Italië. Amnesty International onderzoekt de zaak. Ondertussen is er binnen de Seattle-beweging, in het kader van de massale politie- en mediamanipulatie van de directe acties van het ‘zwarte blok’, een hevig debat uitgebroken over de (on)zin van offensief geweld (5).

Ideologisch offensief. Een derde mondiaal tegenoffensief is van ideologische aard en is afkomstig vanuit rechts-liberale hoek. Sinds de val van de muur konden de neoliberale pleitbezorgers van de ‘markt-gebaseerde democratie’ tien jaar lang met volle teugen genieten van het ‘Einde van de Geschiedenis’. Ondertussen is er stront aan de knikker gekomen en wordt de neoliberale theologie en haar Heilige Drievuldigheid (liberaliseren, privatiseren en deregulariseren) zowel van binnenuit (bv. George Soros (6), Wereldbankrapporten, etc.) als van buitenuit bestreden. Tijd dus voor een orwelliaans tegenoffensief. Kernachtig uitgedrukt komt het hierop neer: ‘Er is geen verband tussen de welvaart van de rijke landen en de armoede van de arme landen (7). Globalisering is goed voor de armen. Globalisering verhoogt de welvaart (8). De demonstranten van de antiglobaliseringsbeweging zijn in se conservatief. Zij strijden niet vóór de verbetering van de situatie van de armen maar zijn objectief de vijanden van de armen. Het feit dat er nog veel armoede bestaat, is te wijten aan een gebrek aan liberalisering en privatisering. Een te ver doorgedreven globalisering kan negatieve gevolgen hebben, maar welk systeem heeft alleen maar voordelen? Zoals elk menselijk initiatief is het altijd voor verbetering vatbaar (9). Politici moeten beter communiceren (sic) zodat de globalisering een ruimer maatschappelijk draagvlak verkrijgt.’ Dit laatste mechanisme is precies wat Noam Chomsky ´manufacturing consent’ noemt, het sluipende proces van ideologische indoctrinatie. Daarnaast wordt er alles in het werk gesteld om de ‘antiglobalisten’ voor rotte vis uit te schelden. Bedenk daarbij dat de neoliberale hogepriesters de Seattle-beweging van haar noch pluim kennen en zich uitsluitend baseren op enkele selectieve mediabeelden. Het is tevens frappant dat zij de voorgestelde alternatieven van die mensen steevast catalogeren als ‘schadelijk, onhaalbaar, theoretisch en naïef’ die ‘de toestand van de ontwikkelingslanden alleen maar zullen verslechteren‘, aldus de heer Eyskens (7). Het beruchte TINA-postulaat (‘There is no alternative’) wordt opnieuw uit de trukendoos gehaald.

Nochtans hebben de neoliberale analyses uitsluitend oog voor macroeconomische factoren zoals het BNP of het groeicijfer van de economie. Blijkbaar beseffen zij niet dat een hoog BNP of groeicijfer op geen enkele manier garanties biedt voor de rechtvaardige verdeling van de gecreëerde rijkdom. Daarom dat andere indices zoals bv. de Human Development Index (die ook andere standaarden zoals kindersterfte, ongeletterdheid, gender empowerment, etc. incorporeert) of de Index of Sustainable Economic Welfare een veel beter beeld geven van de verdeling van de welvaart, het welzijn van een gemeenschap en de haar omringende ecosystemen. Bovendien toonde een recent rapport aan dat de geglobaliseerde economieën (1980-2000) zelfs minder snel groeiden dan hun Keynesiaanse ‘protectionistische’ evenpolen tijdens de periode 1945-1973 (10).

Tegen de neoliberale globalisering…

Het neoliberalisme is niet geïnteresseerd in het creëren van die marktcondities die volgens de (klassieke) liberale markttheorie (van Adam Smith en co) zouden resulteren in de optimalisatie van het algemeen belang. Het heeft helemaal niets te maken met het algemeen belang en evenmin met een ‘vrije’ markt. De ‘onzichtbare hand’ van Smith is in de realiteit van het neoliberalisme inderdaad… onzichtbaar. Dit sociaal-economisch darwinisme verdedigt en institutionaliseert het recht van de economisch sterken om hun wil op te dringen (unilateraal protectionisme), ten einde hun onmiddellijke belangen veilig te stellen, zonder publiekelijk verantwoordelijk te worden gesteld voor de consequenties van hun daden (11). Het verschaft macht aan instellingen die blind zijn voor kwesties zoals billijkheid en ecologische duurzaamheid, alle groenwas- en pr-pogingen ten spijt.

Voor de ‘have-nots ‘op deze aarde staat het neoliberalisme synoniem voor de herleiding tot koopwaar van alle aspecten van het leven (water, genen, atmosfeer, gezondheidszorg, cultuur, grond, etc.), de houdgreep van de bedrijfswereld en de financiële belangengroepen (‘alle macht aan de markt!’) en de uitholling van de democratie. Op de keper beschouwd is de democratie immers het voornaamste slachtoffer van de globalisering, aangezien de kloof tussen de Imperiale centra waar de echte beslissingen genomen worden (bv. multinationale ondernemingen, private pensioen- en hefboomfondsen, banken, supranationale instellingen zoals WHO, IMF, WB, G7/8, enz.) en de mensen die de gevolgen van die beslissingen lijdzaam moeten ondergaan, steeds toeneemt. Democratie wordt herleid tot een karikatuur, de maskers vallen af.

Deze vorm van globalisering leidt tot een tweevoudige sociaal-economische dualisering, d.i. zowel tussen het rijke Noorden en het arme Zuiden als in het Noorden zelf. De wereld begint zich meer en meer om te vormen naar het Archipel-model: steeds meer eilandjes van armen en uitgeslotenen in het Noorden en kleinere eilanden vol rijken in het Zuiden. Zo vindt men de Derde Wereld nu eveneens terug in de Eerste, de Eerste in de Derde, terwijl de Tweede wereld langzaamaan begint af te glijden naar het niveau van de Derde. Zo is de levensverwachting in de voormalige Soviet-Unie met tien jaar gedaald vergeleken met de situatie nét voor de implosie van het ‘communisme’.

Daarnaast leidt globalisering tot een uniformisering van de cultuur (met kleine c) waarbij een sociaal en ecologisch onhoudbare levenswijze wordt gepromoot. Een treffend voorbeeld daarbij is de energiebehoefte van de doorsnee westerse productie/consumptie levenswijze die onmogelijk kan veralgemeend worden naar de totale wereldbevolking, gezien het beperkte ecologische draagvlak van de aarde (12). Het is de ultieme betrachting van het neoliberaal systeem om ‘burgers’ te transformeren tot gedepolitiseerde, apatische en cynische consumenten. Het Imperium verkiest, indien mogelijk, de zeemzoete conditionering van Aldous Huxley’s ‘Brave New World’ boven de openlijke repressie van George Orwell’s ‘1984’ en ‘Big Brother’. In tijden van crisis (bv. Genua) schakelt het Imperium over op een dodelijke combinatie van de beide totalitaire controlemethodes.

…voor een alternatieve globalisering

Het is evident dat de Seattle-actievoerders een afkeer vertonen voor zowel de huidige top-down globalisering als voor een reactionaire nationale terugplooi (zoals door sommige publicisten wordt geïnsinueerd). De tegenmacht die langzaamaan in de schoot van de Seattle-beweging wordt geboren, ijvert daarentegen voor een alternatieve bottom-up globalisering die het neoliberale Imperium betwist.

Het besef groeit dat die tegenmacht niet alleen op het institutionele macro-niveau (mondiaal burgerschap) maar eveneens op het micro-niveau (op werk, in de vrije tijd, in het huisgezin, in de woonwijk, etc.) tot stand moet komen. Het is pas door de concrete situatie te veranderen, op elk vlak, en door ook daar die tegenmacht te construeren, dat de neoliberale globalisering effectief kan bestreden worden (13). Alleen op die manier kan van onderuit voldoende druk uitgeoefend worden om het anti-neoliberale verzet politiek te laten vertalen in beleidsmaatregelen en meer institutionele veranderingen. Wat betreft dit institutionele kader, kan men een onderscheid maken tussen kortetermijn-doelstellingen (waarover in de Seattle-beweging grote eensgezindheid bestaat) en een meer fundamentele alternatieve langetermijn-visie (waarover veel minder eensgezindheid is).

De belangrijkste kortetermijn-eisen zijn genoegzaam bekend: invoering van een Tobin-tax op speculatieve transacties, afschaffing van de belastingsparadijzen, belasting op grote vermogens, eerlijke prijzen voor de grondstoffen uit het Zuiden, sociale en ecologische normen voor de produkten van multinationals, drastische hervorming van de supranationale ‘one dollar, one vote’ instellingen zoals de WHO, het IMF en de Wereldbank, afschaffing van de externe Derdewereldschuld, maatregelen ter bescherming van de biodiversiteit, stopzetting van dumpingspraktijken vanwege het Noorden, etc. Deze eisen zijn gerechtvaardigd. Niettemin zullen zij pas gerealiseerd worden indien er vanuit de basis genoeg kracht wordt ontwikkeld om op het politieke besluitvormingsproces door te wegen.

Tegelijkertijd, en in symbiose daarmee, is het van vitaal belang dat er op termijn een coherent alternatief voor de huidige (wan)orde naar voor kan geschoven worden. Het spreekt voor zich dat dit een complexe oefening is, aangezien er geen blauwdrukken bestaan voor de organisatie van die andere wereld. Het zal noodzakelijkerwijs een collectieve taak worden om duidelijk te maken welke wereld en welke alternatieve internationale relaties wenselijk zijn, wat een coöperatieve en eerlijke economie juist moet inhouden, wie de controle mag/moet bezitten over de produktiemiddelen, welke principes van democratische beslissingsmacht moeten geconcretiseerd worden, hoe men in het algemeen moet omgaan met macht in haar meest diverse gedaantes, etc. Gezien het complexe, diffuse, contradictorische en gediversifieerde karakter van het huidige kapitalisme, kan die hoop op een andere wereld ook niet meer uitgedrukt worden in de termen van het traditionele socialisme (14). Nochtans worden er momenteel de meest diverse, elkaar niet noodzakelijk uitsluitende pistes voorgesteld die ons een stuk vooruit kunnen helpen: de ‘participatieve democratie’ van Porto Alegre, de ‘participatieve economie’ zoals uitgewerkt door Michael Albert (15), het ‘altruïstisch protectionisme’ van Bernard Cassen (16), het ‘mondiale contract’ van de Club van Lissabon, etc. Het komende (tweede) Mondiaal Sociaal Forum in Porto Alegre (Brazilië) wordt daarom wellicht een sleutelmoment om het anti-neoliberale (voor sommigen anti-kapitalistische) verzet een hogere fase binnen te loodsen.

Het verhaal gaat dat, toen Michelangelo zijn David-standbeeld wilde beeldhouwen, hij zich moest behelpen met een tweedehands stuk marmer vol gaten. Het feit dat hij erin slaagde om een dergelijke figuur te produceren, bewijst zijn immense kwaliteiten. De wereld die wij wensen te transformeren, is het resultaat van een bloedige geschiedenis en vertoont in zekere zin eveneens talrijke holten. Dat neemt niet weg dat we inventief moeten zijn om te werken aan een nieuwe, andere, betere en humanere wereld (17).

* Peter Tom Jones is post-doctoraal onderzoeker, ‘Genua-getuige’, 27 jaar, België.(pjones@mec.ua.pt)

(Uitpers, september 2001)

 

Voetnoten

  1. JONES P.T. e.a., ‘Anti-globalisering staat juist niet voor geweld’, De Standaard, 31/7/2001
  2. HARDT M., NEGRI A., ‘Empire’, Harvard University Press, 2000.
  3. Volgens Hardt en Negri vloeit de overgang naar het Imperium voort uit de deemstering van de moderne soevereiniteit. In tegenstelling tot het imperialisme vestigt het Imperium geen territoriaal machtscentrum en baseert het zich niet op vastgelegde plaatsen en grenzen. Het is een gedecentraliseerd regeringsapparaat, dat geleidelijk de ruimte van de hele wereld integreert binnen haar open grenzen. De verschillende nationale kleuren van de imperialistische wereldkaart worden met elkaar versmolten tot de wereldwijde regenboog van het Imperium.
  4. Er is nood aan een ‘wereld waarin ruimte is voor vele werelden’, met ‘één neen, maar vele ja’s’ zoals Subcomandante Marcos het verwoordt. Zie ook ABICHT L., ‘Marxisme in een postmoderne tijd’, Kering (CVS).
  5. Het is evident dat het onzinnig is om het Imperium op haar sterkste punt (d.i. haar repressieeigenschappen) te bestrijden. Het blind aanvallen van de politie met de enige bedoeling lichamelijke schade toe te brengen, is simpelweg onzinnig en leidt tot een vicieuze cirkel van escalerend geweld, hetgeen slechts ten goede van het Imperium kan komen. De acties van het ‘zwarte blok’ brengen immers de andere activisten in gevaar. De vrijheid van de ene houdt op waar de vrijheid van de andere wordt gecompromitteerd. Daarom moeten strategieën worden uitgebouwd die een steeds groter aantal mensen kunnen inspireren om mee deel te nemen aan niet-gewelddadige, doch overtuigende creatieve directe acties. Voor discussies i.v.m. de verschillende visies op geweld (burgerlijke ongehoorzaamheid, actieve zelfverdediging, offensieve acties, etc.), zie www.zmag.org of belgium.indymedia.org.
  6. Zo stelde beursgoeroe George Soros recent: ‘De hoofdvijand van de ‘vrije wereld’ is niet langer de dreiging van het communisme, maar van het kapitalisme.‘, in SOROS G., ‘De crisis van het mondiale kapitalisme’, Contact Amsterdam, Antwerpen, 1998.
  7. EYSKENS M., ‘Globalisering: de ideologie’, De Standaard, 1/8/2001.
  8. DE CLERCQ K. e.a., ‘Niet globaliseren, maar lokaliseren’, De Standaard, 2/8/2001.
  9. DE CLERCQ W., ‘Van antiglobalisten kun je leren’, De Standaard, 31/72001.
  10. ‘The emperor has no growth’, Centre for Economy and policy research (www.cepr.net)
  11. Zie bv. CASSEN B., ‘Fallacieuse théorie du libre-échange’, Le Monde Diplomatique, november 1999; CASSEN B., ‘Irréversible, la mondialisation?”, Le Monde Diplomatique, april 2001; HALIMI S., ‘Eternelle récuperation de la contestation’, Le Monde Diplomatique, april 2001; PASSET R., ‘L’Illusion néolibérale’, Fayard, Paris, 2000; TOUSSAINT E., ‘Your money or your life’, Pluto Press, London, 1999; BOURDIEU P., ‘The essence of neoliberalism’, Le Monde Diplomatique, december 1998.
  12. Wat betreft de energiebehoefte op basis van de verbranding van fossiele brandstoffen, berekende het WWF in haar ‘Living Planet Report 2000’ dat een ‘doorsnee’ Noord-Amerikaan en een West-Europeaan resp. 19 en 9 ton koolstofdioxide per jaar uitstoten (d.i. rechtstreeks + onrechtstreeks), tegenover 2 ton koolstofdioxide vanwege een inwoner uit een niet-OESO land. De duurzame opnamecapaciteit van de aarde bedraagt echter minder dan 3 ton koolstofdioxide per persoon en per jaar, berekend op een wereldbevolking van 6 miljard mensen. De exces hoeveelheid koolstofdioxide resulteert in de toename van de atmosferische koolstofdioxideconcentratie die op haar beurt verantwoordelijk wordt geacht voor de globale opwarming en de daarmee gepaard gaande klimaatwijzigingen. Zie JONES P.T en NAESSENS B., ‘Kafka in Den Haag’, De Standaard, 13/11/2000. Analoge problemen gelden voor de waterconsumptie. Vanuit de kennis van het ecologische draagvlak van de aarde kan men ondubbelzinnig stellen dat de westerse levenswijze niet veralgemeend kan worden naar de totale wereldbevolking.
  13. Zie BENASAYAG M., SCAVINO D., ‘Pour une nouvelle radicalité’, La Découverte, 1997 en KLEIN N., ‘Reclaiming the commons’, New Left Review, nr. 9, mei-juni, 2001. Met dank aan de inbreng van Johny LENAERTS, die momenteel een brochure voorbereidt i.v.m. de EU-top en o.a. deze problematiek bespreekt.
  14. RAMONET I, ‘Globalisering en chaos’, Houtekiet, Antwerpen, 1997.
  15. Participatieve economie (parecon) verwijst naar een nieuwe alternatieve visie op de organisatie van de economie, die niet te herleiden valt tot de klassieke marxistische recepten. De voornaamste waarden die parecon tracht te implementeren, zijn: billijkheid, solidariteit, diversiteit, en participatieve zelf-organisatie. De belangrijkte institutionele middelen om dit te bereiken zijn: radendemocratie, gebalanceerde jobcomplexen, remuneratie volgens inspanning, participatieve planning, etc. Zie www.zmag.org en ALBERT M., ‘Moving forward, program for a participatory economy’, AK Press, 2001.
  16. Deze vorm van ‘protectionisme’ moet zowel de westerse sociale modellen als de belangen van de arbeiders van het Zuiden verdedigen. Zie CASSEN B., ‘Inventer ensemble un ‘protectionisme’ altruiste’, Le Monde Diplomatique, februari 2000.
  17. SUBCOMANDANTE MARCOS, ‘Do not forget ideas are also weapons’, Le Monde Diplomatique, oktober 2000.

(Visited 4 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 58 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook