Een andere kijk op landbouw

Luc Vankrunkelsven. Dageraad over de akkers. Soja anders. Uitg. Dabar-Luyten, Heeswijk/ Wervel, Brussel, 2007. 304 blz. ISBN 978-90-6416-418-7

Dit is het tweede sojaboek van Luc Vankrunkelsven. Nu over alternatieven voor soja, maar tegen de achtergrond van het vorige, ‘Kruisende schepen in de nacht. Soja over de oceaan’. Daarin had hij het over teelt en consumptie van soja, over gebruik van soja in veevoer in het Noorden en over het transport en vooral over de gevolgen van de sojaproductie en –consumptie.

Want voor de Werkgroep voor een Rechtvaardige en Verantwoorde Landbouw (Wervel) is soja één van de belangrijke thema’s: het toont het verband aan tussen knelpunten in de landbouw in Zuid en Noord en de aantasting van het milieu overal ter wereld. Met Wervel zoekt Vankrunkelsven naar alternatieven.

Beide boeken situeren het sojaprobleem zeer breed, vanuit economische, culturele, milieu-invalshoeken en nog wel andere. Ze leggen voortdurend verbanden: tussen wereldpolitiek en lokale beslissingen, tussen transnationale ondernemingen en lokale landbouw, tussen vleesconsumptie en autogebruik (‘maag en motor’) en tussen die vaststellingen en spiritualiteit, cultuur, ethiek. Het nieuwe boek focust in het bijzonder op de creativiteit van boeren en boerinnen en consumenten in Brazilië en Europa, ‘voorbij de soja’.

Belangrijk is dat de auteur aanzet tot nieuwe accenten, nieuwe denkwijzen, nieuwe perspectieven. De achtergrond blijft die van het eerste boek: het probleem dus. Terwijl in Europa een hype heerst rond ‘groene’ energiegewassen, wijst hij op de gevolgen van bijvoorbeeld de rietsuiker- of maïsmonocultuur na die van de soja. Pikant detail: ook de Braziliaanse regering gaat resoluut voor biodiesel op basis van o.a. soja, net als oplossing voor de familielandbouw. Of op het feit dat groene energie en ‘ecoaflaten’ de aandacht afleiden van het probleem van het overdadige energieverbruik dat er de wortel van is. Of nog: op de onderschatting van methaanvervuiling door runderen in vergelijking met het effect van CO2 .

Centraal echter staan de alternatieven voor soja of minstens voor het sojagebruik. Medicinale planten zijn één invalshoek. Thuisverwerking een andere. De cultuur van bracatinga als alternatief voor pinus en eucalyptus. Of de polycultuur, die bijna dwingt om het begrip ‘veld’ ongeveer los te laten: een landbouwer bewerkt oppervlaktes bos en open veld, teelt daarin slingerpatatten, naast diverse soorten maïs, enz. Agroforestry is dan niet veraf, al is dat toch weer iets anders.

Hij bewandelt ook zijpaden, maar toont aan dat ze toch weer te maken hebben met datgene waarom het te doen is: een andere kijk op landbouw. Zoals over ‘socialistische technologie’ versus kapitalistische, wat de vraag doet rijzen of een landbouw op mensenmaat zoals de ‘agricultura familiar’ in de toekomst weer haalbaar zou kunnen worden. Of over medicinale planten, waar de ‘chemische’ industrie blijkbaar ook greep wil op krijgen. Of over de de tilapia, een lokale vis. De lezer kijkt wel even op als hij leest dat die gevoed wordt met… varkensmest.

Lezenderwijs ontdekt de lezer ook een land, Brazilië. Hij/zij leert bij over de politiek van Lula, de pedagogie van Freire, over boerenvakbonden, Commissão Pastoral da Terra (commissie voor grondpastoraal, CPT), en andere bewegingen. En hij/zij maakt op een kritische manier kennis met een andere cultuur, met andere gebruiken, zoals gaúchos, churrascos, …. Voor velen zeker een verbreding van hun horizon: een in-kijk in een land

*

‘Dageraad over de akkers. Soja anders’ is geen essay. Luc Vankrunkelsven analyseert een probleem met duizenden facetten, maar vertrekt daarvoor vanuit eigen ervaringen op straat en van ontmoetingen, conferenties: een arme vrouw die ogenschijnlijk een bloem kapotmaakt, de botsing van stijlen bij de ngo-ontmoeting in de marge van de officiële FAO-conferentie, de verkenning van een nieuwe bracatinga-plantage, enz. Heel verschillende ervaringen, die nu eens moedeloos stemmen en dan weer moed geven.

Die ervaringen verdiept hij door die observaties te linken met enerzijds de sojakwestie en anderzijds met onder- of achterliggende economische, culturele, sociale, religieuze gegevens. Daarbij schrijft hij als geëngageerde milieuactivist, als gevoelig persoon, als christen en monnik ook, vaak vanuit een combinatie van de drie, zonder zich te verschuilen.

Zo ontstaan zeer persoonlijke reportages, die uitgroeien tot een soort columns omdat feiten, ervaringen, ontmoetingen, aanzetten tot allerlei reflecties: landbouwtechnische, of inzake sociale rechtvaardigheid, rond milieu en consumptie, hier en ginder. Omdat die feiten en fenomenen in een breder verband thuis horen. Daarbij worden mensen en dingen vaak symbolen. Zoals de ontmoeting met een dakloze die zijn hebben en houden beschermt met een verpakking van hondenvoer. Zij voert hem tot sociale overwegingen (‘kruimels voor de honden’) en de diepere, tragische conclusie dat deze wereld drijft op een geldreligie. Op die manier prikkelt hij de lezer om vragen te stellen en anders te denken over van alles en nog wat, zelfs bij actiemethodes, bij eigen informatie, bij eigen levenskeuzes.

De ‘bias’ is wel duidelijk: vooral de grote transnationale ondernemingen, het kapitalisme, moeten het ontgelden. Ietwat sarcastische metaforen als ‘octopus’, ‘messias’, ‘tempel’, zijn schering en inslag. Maar toch: Vankrunkelsven is eerlijk en verklaart zich principieel bereid om zijn eigen verhaal bij te sturen, zoals zijn kijk op ‘contaminatie’. De eucalyptus wordt bijvoorbeeld niet zomaar verketterd: Vankrunkelsven verwijst naar zijn oorspronkelijk nuttige functie als woestijnboom. Of nog: zijn beschouwingen over kolonisatie resulteren in een genuanceerde kijk op het fenomeen in zijn algemeenheid en de droom van een harmonisch samenleven van boer – soms ‘colonos’ in het Portugees – en indiaan.

*

‘Sojaflitsen’ worden ze al eens genoemd. Hun lengte en hun combinatie van getuigenis en reflectie in een snedige stijl maken ze immers bevattelijk – of ‘hapklaar’, maar die term klinkt in Wervelmilieus als vloeken in de kerk. Ze zijn echter ook stevig: uitspraken worden altijd onderbouwd met cijfers, verwijzingen naar conferenties, voetnoten. Soms worden ze daardoor even bijna taai, wel nooit saai. De informatie remt al eens even het lezen, maar dat hoort erbij als je geëngageerde maar ook eerlijke informatie wil geven.

De stijl is typisch: wat staccato, persoonlijk, in principe ongecompliceerd. Dat hangt samen met de keuze om er een soort caleidoscopisch panorama van te maken. Niet één groots schilderij met een oneindige diepte, maar een collage van schetsen, die om aandacht vragen en een perspectief openen.

Het boek wordt voorafgegaan door een interessante overweging van de abt van Averbode. Met een paar geslaagde variaties op de uitspraak dat iedere christen een arme onder zijn vrienden zou moeten hebben. Die luiden dan als: ‘Iedere consument zou een producent onder zijn vrienden moeten hebben’ of ‘Iedere eter zou een boer moeten kennen’. Dit boek leert een lezer alvast breder kijken.

(Uitpers, nr 91, 9de jg., november 2007)

 

Te bestellen bij www.wervel.be ; info@wervel.be ; 02/203 60 29. 15 euro, exclusief verzendkosten

Of:

U kunt dit boek via de link hieronder rechtstreeks bestellen bij:

 

De link: http://www.groenewaterman.be/anne/index.dll?webpage=index.htm&inpartcode=735917&refsource=uitpers