Een Algerijnse treurfarce

De Algerijnse generaals die in het land tot eigen profijt de lakens uitdelen, hebben via nepverkiezingen al een burgerpresident en willen dat zaterdag aanvullen met een gekozen parlement. Maar dan wel een volgzaam parlement. Niet een dat ook maar iets zou te maken hebben met de Hirak, de brede protestbeweging die in februari 2019 startte en tot de afzetting van president Abdelaziz Bouteflika leidde. Integendeel, naarmate de verkiezingen naderen, neemt de repressie tegen actievoerders van de Hirak toe.

Zonder kop

De voorbije twee weken zijn rond 2000 personen opgepakt, vaak bij hen thuis, op beschuldigingen als terrorisme of deelname aan gewapende bijeenkomsten. Elke vrijdag worden de centra van Algiers en andere grote steden afgegrendeld om nieuwe manifestaties te beletten; alleen in Kabylië slagen de militairen er niet in de protesten volledig de kop in te drukken.

De beweging is voorlopig verlamd en heeft deels aan zichzelf te wijten. Althans, van een echte beweging is geen sprake, er is geen centraal geleide organisatie, er zijn geen leiders, leidsters, woordvoerders, woordvoersters namens de massa’s die de vrijdag wekelijks op straat kwamen of de studenten die dat op dinsdag deden. Het argument dat men geen mensen aan de repressie wou blootstellen, klopt niet, want degenen die desondanks toch op de voorgrond kwamen, worden nu hoe dan ook opgepakt.

Beloften

De Hirak startte als protest tegen het plan om Bouteflika, een marionet van de generaals, voor een vijfde ambtstermijn voor te dragen. Voor veel Algerijnen was dat symbool voor de complete verstarring van een regime dat beheerst wordt door generaals en bevriende zakenlui. Een geheel van clans die de natuurlijke rijkdommen van het land zoveel mogelijk naar zich toe trekken en bij gunstige omstandigheden – hoge olieprijzen – sociale vrede afkopen. Met de daling van die prijzen kwam die vrede in het gedrang, vooral veel jongeren nemen het niet langer dat emigratie de enige uitweg lijkt. De omvang van de crisis bleek maandag uit een bericht van de bouwsector die 7600 faillissementen meldde.

Het regime gaf aanvankelijk wat toe, Bouteflika werd opzij geschoven, enkele topfiguren werden opgepakt en er werden verkiezingen gehouden die de meeste Algerijnen boycotten. Voor het referendum van 1 november 2019 kwam officieel 23.7 % opdagen. Abdelmajid Tebboune die eind 2019 president werd, had in het begin lovende woorden voor de Hirak en deed allerlei beloften van openheid. Intussen legde de corona-pandemie de Hirak lang stil.

“Onafhankelijken”

Maar toen er dit jaar weer manifestanten opdoken, bleken de beloften van Tebboune zeer ijdel. Naarmate de parlementsverkiezingen naderden, werden de militaire leiders nerveuzer. De politieke partijen, enkele tientallen, zijn niet betrouwbaar, sommige boycotten de verkiezingen, andere doen enkel onder druk mee. De generaals willen het parlement volstoppen met “onafhankelijke” oudgedienden. Van de kandidaten zijn er 837 ‘onafhankelijk’, zonder partij, tegen 646 die door een partij worden gekandideerd. In de zielloze campagne werd het onderwerp hirak zorgvuldig vermeden.

Het regime heeft ook een dubbelzinnige houding tegenover de Moslim Broeders. Aan de ene kant is de beweging ‘Rachad’, met het discours van de Broeders, op 18 mei verboden, maar anderzijds worden tal;rijke islamistische kandidaten van de Broeders als kandidaten naar voor geschoven.

Opkomst

Twee partijen die actief zijn in de Hirak en de verkiezingen boycotten, worden bedreigd met ontbinding. Het ministerie van Binnenlandse Zaken wil de ontbinding van de ‘Unie voor verandering en vooruitgang’ van de advocate Zoubida Assoul die erg in de weer is voor de verdediging van opiniegevangenen. En ook de trotskistische PST (Socialistische Arbeiderspartij) die erg actief is in verscheidene stakingen, is in het v izier van dat ministerie. Het regime bestempelt stakers steevast als “agenten van het buitenland”.

Het enige echte “thema” in de campagne die nu wordt afgesloten, is de opkomst. Nu ze niet meer op straat mogen komen, kunnen veel Algerijnen hun verzet uiten door ook zaterdag als verzetsdaad van de stembus weg te blijven. Zodat de verkiezingsfarce een maat voor niets wordt.

 

 

 

(Visited 57 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 119 Times, 3 Visits today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook