Edward Said over het tijdperk na 11 september:
"Het terrein niet aan Huntington overlaten"

Uitgerekend op 11 september kreeg de Palestijnse hoogleraar, Edward Said, in het Duitse Mainz, de prijs voor wetenschappelijk onderzoek van het "”First World Congress for Middle Eastern Studies” (1). Said (in 1935 geboren in Jeruzalem in een gezin van Palestijnse christenen) doceert Engels en Engelse literatuur aan de Amerikaanse Columbia University. Hij is auteur van klassiekers als "Orientalism" (1978) en "Culture and Imperialism" (1993).

Lange tijd was hij afgevaardigde in de Palestijnse Nationale Raad (het Palestijnse parlement in ballingschap), waaruit hij in 1993 ontslag nam. Hiermee protesteerde hij samen met andere vooraanstaande Palestijnse intellectuelen, zoals de dichter Mahmoud Darwish, tegen de verregaande concessies, die de PLO-leiding rond Yasser Arafat had gedaan tijdens de geheime onderhandelingen, die tot de Oslo-akkoorden zouden leiden. Ook over de Palestijnse kwestie heeft Said een aantal standaardwerken op zijn naam staan: "The Question of Palestine" (1979), "Blaming the Victims" (1988), "The Politics of Dispossession. The Struggle for Palestinian Self-Determination" (1994), "Peace and its Discontents" (1995). In Mainz hield Edward Said een opgemerkt pleidooi voor interculturele dialoog in onze tijd van "globale culturele conflicten": "We mogen het terrein niet aan Samuel Huntington overlaten", zei Said.

"Ondanks het feit dat wij allemaal onder de niet zo welwillende paraplu van de enige overblijvende supermacht leven, bevinden wij ons aan het begin van een tijdperk, waarin, voor het eerst in de menselijke geschiedenis, de wereld van de naties als één wereld kan worden bestempeld," zei Edward Said in zijn redevoering in Mainz. "Of dat nu moet worden toegeschreven aan de globalisering van de economie, of aan het imperialisme of aan de revolutie binnen de communicatie- en verkeerssector, of aan andere factoren, feit is dat men niet langer kan stellen dat er nog één regio in de wereld van de andere geïsoleerd is."

"De massale verspreiding van informatie over onze wereld slaagt er echter in de verste verte niet in ons uit ons isolement te halen. Wij leven tenslotte in de tijd van het Huntington-postulaat over de "clash of civilizations" Bijzonder onder de intellectuelen in het Midden-Oosten heeft Huntington een genegen publiek gevonden, dat over de opvatting van een oorlog tussen twee giganten, de Islam en het Westen, al veel te veel papier verspild heeft en ellenlange, vaak vermurwende debatten heeft gevoerd. Ik herinner mij nog goed dat ik dertig jaar geleden, toen ik aan mijn boek "Orientalism" werkte, dat in 1978 uiteindelijk verscheen, reeds ontzet was over de verlokkende macht van mythen als "de Islam" en "het Westen". In de daaropvolgende jaren werd ik nog meer verbaasd door het feit dat naarmate de wereld demografisch samengroeide via immigratie, transnationale oorlogen en het internet – om slechts drie factoren te noemen naast de economische globalisering – de agressieve aantrekkingskracht van nationaal, religieus en cultureel separatisme steeds maar bleef groeien. Met separatisme bedoel ik niet alleen secessie en de terugkeer naar koloniale voorstellingen over imperialistische afscheidingsplannen (zoals in India, Pakistan, Cyprus, het voormalige Joegoslavië, Tsjechoslovakije, Sri Lanka, Ierland en elders), maar ook het opduiken van politieke pseudo-filosofieën, die gebaseerd zijn op de zogenaamde zuiverheid van rassen, etnieën en nationale structuren. Bijna ieder Europees land werd de jongste tijd geconfronteerd met een of andere vorm van dit fenomeen, zelfs in een tijd waarin Europa zich ironisch genoeg organiseerde tot een nieuwe, universele gemeenschap van naties en volkeren. Toch wordt de agenda vandaag bepaald door twistpunten als immigratie en de rol van de buitenlanders in de samenleving. In plaats van de veelvoudige en op fantastische wijze verbonden, dynamische wereld, die overal rondom ons ontstaat, rationeel te analyseren en kritisch te reflecteren, is het schokkend en in mijn ogen beangstigend dat zo vele intellectuelen hun toevlucht zoeken in abstracties als "de Islam" en "het Westen". Daarmee verbinden ze zich ongevraagd met groepen in hun maatschappij, die een programma hebben dat bestaat uit misleidend, vaak sterk verwaterd en misvormd patriottisme."

En Edward Said voegde eraan toe: "Als precies een jaar geleden het doel van diegenen, die een van de ergste misdaden tegen de mensheid in vredestijd begingen, erin bestond de wereld op te delen in een islamitisch en Amerikaans kamp, dan is het tekenend voor de jammerlijke toestand van ons politiek en cultureel discours, dat zo veel intellectuelen aan beide zijden van deze absurde grens zich hebben aangesloten bij deze strijd. Als man, die altijd tot meer dan één cultuur heeft behoord en die zijn leven heeft gewijd aan de interpretatie en de verspreiding van grote meesterwerken van Europese en Amerikaanse auteurs, ergert deze bijzondere ontwikkeling mij mateloos. Mijn werk was steeds een poging om aan te tonen dat een zeer gemengde, complexe, menselijke ervaring de gemeenschappelijke noemer is van het menselijk leven en niet een abstracte, doorgaans verzonnen benadrukking van de verschillen tussen "hen" en "wij". Ik leef en werk in de Verenigde Staten, waar ik als professor aan de Columbia University in New York van een onvoorstelbaar geprivilegieerd en rijk gevuld leven kan genieten. Toch werkt de golf van simplistische frasen die sinds de gebeurtenissen van vorig jaar over dit land spoelde op mij uitermate beangstigend en deprimerend in. De spiegelbeelden hiervan beheersen de media in het Midden-Oosten, voornamelijk de Arabische media en het gemeenschappelijke discours."

"Het is onze taak als academici en intellectuelen de eenzijdige schema’s en de abstracte denkwijze te compliceren en/of af te bouwen," stelde Edward Said. "Dat betekent geenszins dat wij niet zouden mogen spreken over onrecht en lijden, maar we moeten dat doen binnen een context die we met een groot hart moeten inbedden in de geschiedenis, de cultuur en de sociaal-economische realiteit. Onze rol bestaat erin het discussieveld te verbreden en niet te versmallen om het in overeenstemming te brengen de heersende autoriteiten. Ik heb de voorbije 35 jaar veel tijd van mijn leven besteed om me in te zetten voor het recht op nationale zelfbeschikking voor het Palestijnse volk. Ik heb dat steeds gedaan door volledig rekening te houden met de realiteit van het joodse volk en met de vervolgingen en volkerenmoord waaronder het geleden heeft. Doorslaggevend hierbij is dat deze strijd voor gelijkberechtiging in Palestina/Israël op een humaan doel gericht is, namelijk coëxistentie in plaats van verdere onderdrukking en afwijzing."

"Ik spreek tegelijk als Amerikaan en als Arabier, wanneer ik u van op deze tribune moet vragen deze simplistische wereldopvatting niet te onderschatten die door een handvol elitaire burgers uit het Pentagon tot het VS-beleid werden geformuleerd ten opzichte van de hele Arabische en islamitische wereld. Dit wereldbeeld – gebaseerd op terreur, preventieve militaire actie, eenzijdig bewerkstelligde regimewissels, gesteund op het meest bombastische defensiebudget aller tijden – levert de ideeën, die eindeloos en tot in den treure worden bediscussieerd in de media, die zichzelf de rol hebben toegemeten zogenaamde experts voort te brengen, die de algemene regeringspolitiek bevestigen. Reflexie, discussie, een rationele benadering, die op het principe berusten dat de mensen hun eigen geschiedenis in handen moeten nemen, worden vervangen door abstracte ideeën, die een bijzondere status voor Europa en Amerika huldigen, die neerbuigend doen over de betekenis van een historische context en andere culturen met hoon en verachting veroordelen. Misschien zal u opwerpen dat ik veel te abrupt van een loutere humanistische benadering overspring naar de buitenlandse politiek en dat een hoogtechnologische maatschappij die over een nog nooit geziene macht en bovendien over de F-16 en het internet beschikt, moet geleid worden door grote technologiedeskundigen als Donald Rumsfeld en Richard Perle. De ene noch de andere zal, eens het ernst wordt, op de een of andere manier aan het strijdgebeuren deelnemen. Dat is voorbehouden aan mannen en vrouwen, die minder geluk hebben. Zelfs de oorlogstaal wordt ongelooflijk ontmenselijkt. "Wij vliegen erin, maken komaf met Saddam, vernietigen zijn leger met zuivere operatieve militaire acties en iedereen zal dit toejuichen", verklaarde onlangs een congresafgevaardigde op prime time op de nationale televisie."

En Said gaf toe: "In de Arabische en islamitische landen is de situatie nauwelijks beter. Zoals Roula Khalaf op 4 september 2002 nog argumenteerde in een briljant essay in de Financial Times, is het gebied geruisloos overgegaan tot anti-Amerikanisme, dat weinig begrijpt van wat de Verenigde Staten als maatschappij in werkelijkheid zijn. Omdat de regeringen van dit gebied relatief machteloos zijn, concentreren zij hun energie op het onderdrukken en machteloos houden van hun eigen bevolking. Dat leidt tot wrok, woede en hulpeloze verwensingen. Wat er niet meteen toe bijdraagt deze maatschappijen te openen. Seculiere ideeën over de geschiedenis en de ontwikkeling van de mensheid worden door een gevoel van falen en frustratie verdrongen en vervangen door een mechanisch van buiten geleerde theorie en resolute afwijzing van alles wat als een concurrerende vorm van wereldwijde kennis wordt waargenomen. Wij hebben geen behoefte aan geleuter over de oorlog tussen de beschavingen. Wij moeten ons concentreren op de langzame samenwerking van elkaar overlappende beschavingen en op een veel interessantere manier van samenleven. Maar voor zo’n brede horizon hebben we tijd, geduld en sceptische vragen nodig."

"In 1999 werd Weimar uitgeroepen tot culture hoofdstad van Europa. De heren van het stadsbestuur vroegen aan de grote pianist en dirigent, Daniel Barenboim een concert te geven. Toevallig zijn hij, een joodse Argentijn, en ik, een Palestijnse Amerikaan, zeer goede vrienden. Hij vroeg me of ik hem hierbij kon helpen. Wij kwamen op de idee om in Weimar een workshop te organiseren voor jonge Arabische en Israëlische muzikanten. Daarmee wilden we hulde brengen aan de passie, die de dichter Goethe had voor de Oriënt. Tegelijk wilden we nagaan of er ook geen andere – niet verbale, onpolitieke – communicatie mogelijk was, die alleen muziek tot doel had in plaats van afwijzing en vijandigheid, die anders het leven van deze jongeren beheersen. Oslo stond net op mislukken en kort daarop zou de tweede Intifada uitbreken. Barenboim, een buitengewoon begaafde en geëngageerde muzikant bracht in Weimar ongeveer tachtig Arabische en Israëlische musici bij elkaar van 15 tot 23 jaar oud. Zij hadden allen aan een auditie deelgenomen en waren erkende beroepsmuzikanten. Hij oefende acht uur per dag met hen en vormde met hen een uitstekend orkest. Die avond leidde ik een discussie in over kunst, politiek en cultuur. Op het einde van de avond dirigeerde Daniel een symfonisch programma met solisten die op wereldniveau speelden. Wat aanvankelijk een willekeurige verzameling van Syrische, Palestijnse, Egyptische, Libanese en Israëlische musici was, had zich verenigd in een gemeenschap van orkestmuzikanten, die dezelfde noten volgden, op dezelfde bühne zaten, de ogen richtten naar dezelfde dirigent. En zij speelden Beethoven, Schubert en Mozart…"

(Uitpers, nr. 34, 4de jg., oktober 2002)

(1) Het "Eerste Wereldcongres voor Midden-Oostenstudies" (First World Congress for Middle Eastern Studies), had dit jaar van 8 tot 13 september in Mainz plaats. Dit congres wil om de vijf jaar een reeks prestigieuze seminaries organiseren (telkens op een ander continent), waarop oriëntalisten en andere wetenschappers de jongste ontwikkelingen toelichten in het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Tijdens het eerste congres in Mainz werden niet minder dan 1100 wetenschappelijke bijdragen (uit diverse disciplines) voorgesteld tijdens seminaries en discussieforums, tentoonstellingen en de vertoning van documentaire films. Het congres in Mainz was tegelijk ook het jaarcongres van de "Deutsche Arbeitsgemeinschaft Vorderer Orient" (DAVO – www.geo.uni-mainz.de/davo), zijn Britse tegenhanger BRISMES (British Society for Middle Eastern Studies – www.dur.ac.uk/brismes/main.htm), AFEMAM (Association française pour l’Etude du Monde arabe et musulman – www.afemam.asso.fr) en SeSAMo (Società per gli Studi sul Medio Oriente – www.unifi.it/istituzioni/sesamo).

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 30 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook