Ecuador tracht neoliberaal dwangbuis los te wrikken

Toenadering tot het Venezuela van Hugo Chavez en het Bolivia van Evo Morales. Weigering om met de Verenigde Staten een “vrijhandels”-akkoord te sluiten. Sluiting in 2009 van de Amerikaanse militaire basis in Manta. Aankondiging van een “socialisme van de 21ste eeuw”. Economische maatregelen om buitenlandse privé-oliemaatschappijen tot de orde te roepen. Sociale maatregelen ter verbetering van de levensomstandigheden van de armsten. Het zijn belangrijke veranderingen die president Rafael Correa van Ecuador heeft doorgevoerd.

Maar méér is nodig om te breken met de neoliberale politiek die Ecuador in de jaren 90 werd opgelegd en die bijna een vijfde van de bevolking tot emigratie bracht. Zo moet het land een nieuwe grondwet krijgen. En zal Correa de afbetaling van de buitenlandse schuld geheel of gedeeltelijk moeten schrappen. Zo kan hij makkelijker de middelen vinden voor zijn geplande sociale hervormingen. De vraag is of hij daar zal in slagen, want tot dusver hebben maar weinig verkozen presidenten in Latijns-Amerika hun beloften gerealiseerd om te breken met het neoliberalisme.

De gemelde veranderingen zijn sinds november 2006 gerealiseerd. Sindsdien heeft Correa vier keer een stembusslag gewonnen (twee ronden van presidentsverkiezingen eind 2006, referendum voor een grondwetgevende vergadering in april 2007 en verkiezing van die vergadering op 30 september 2007). De hele machtige rechterzijde heeft campagne gevoerd om Correa de pas af te snijden. Ze deed dat door te zwaaien met “de communistische dreiging”. Maar Correa’s Alianza Pais veroverde 80 van de 130 zetels in de grondwetgevende vergadering. Dat bezorgt haar een comfortabele meerderheid voor de opstelling en goedkeuring van de nieuwe grondwet. Daarbij komt dat twee linksgezinde organisaties, de Democratische Volksbeweging (MPD) en Pachakutik, een alliantie kunnen sluiten met de beweging van Correa om de politieke structuur van het land op die manier diepgaand te wijzigen. Het resultaat van de verkiezing voor de grondwetgevende vergadering is gunstiger voor veranderingen dan in Bolivia, waar president Evo Morales en zijn bondgenoten niet de tweederde meerderheid hebben die vereist is voor goedkeuring van een nieuwe grondwet.

Tijdens de verkiezingscampagne van september 2007 hebben de grote Ecuadoriaanse media, beheerst door de rechterzijde en de zakenwereld, zich duidelijk tegen Rafael Correa opgesteld. Nietemin werden de rechtse partijen en centrum-rechts (christen-democratische UDC en sociaal-democratische Izquierda Democratica) verpletterd. De PRIAN (Partij van Nationale Actie voor Institutionale Vernieuwing) van ex-presidentskandidaat en bananenmagnaat Alvaro Noboa, Ecuadors rijkste man, zal maar 5 procent hebben in de grondwetgevende vergadering. De sociaal-christelijke partij, de pijler van rechts, kent een afgang. Ex-president Lucio Gutierrez heeft gered wat te nog redden viel (18 zetels voor zijn partij).

De nieuwe grondwetgevende vergadering werd op 30 november 2007 geïnstalleerd. Ze moet op zes maanden tijd een nieuwe grondwet voorstellen (een termijn die met twee maanden kan worden verlengd als dat nodig blijkt). Dat voorstel wordt na anderhalve maand aan een referendum onderworpen. Dit jaar wordt rijk aan verkiezingen: referendum over de inhoud van de grondwet, parlementsverkiezingen en…opnieuw presidentsverkiezingen, want Correa wil dat de kiezer zich na de goedkeuring van de grondwet opnieuw uitspreekt over zijn mandaat, om zo zijn basis bij de bevolking nog te versterken. Als dit scenario stand houdt, als er geen militaire of andere staatsgreep komt, dan kan Ecuador eind 2008 een nieuwe grondwet hebben, een nieuw parlement waar Correa’s politieke beweging, anders dan in het huidige parlement, een meerderheid zou hebben, en een president die voor een nieuwe termijn herkozen is. En dat opent de weg naar mogelijk diepgaande sociale en economische hervormingen.

 

De nieuwe grondwetgevende vergadering wordt voorgezeten door Alberto Acosta, een voormalig leider van de campagne ter schrapping van de buitenlandse schulden. De nieuwe grondwet kan een duidelijke omschrijving bevatten van de omstandigheden waarin de staat en de lokale overheden openbare schulden kunnen aangaan. Die artikelen moeten ook een plafond vastleggen voor terugbetaling van de schuld. Zo kan de grondwet vastleggen dat de staat nooit méér mag besteden aan schuldafbetaling dan aan onderwijs en gezondheidszorg.

Verwoestende schuldenpolitiek

Ecuador is één van die landen die hun schulden al vele malen hebben terugbetaald. Die schulden werden niet aangegaan om het belang van de bevolking te dienen, maar wel dat van buitenlandse banken en consortia die lokale gezagsdragers lieten meeprofiteren. De ontwikkeling van die schulden waarvan Ecuador verondersteld wordt ze terug te betalen, toont aan hoe ongewettigd schulden kunnen zijn. Ongewettigd zijn de schulden die werden aangegaan door de militaire dictaturen in de jaren 70, en die onder de daaropvolgende regeringen alleen maar zijn aangezwollen; de schulden die niet hebben gediend voor financiering van projecten ten gunste van de bevolking; de schulden waarmee projecten werden gefinancierd die vernietigend waren voor bevolking en milieu; de schulden die werden aangegaan door corruptie van ambtenaren; de schulden waarvoor woekerrente wordt aangerekend; de privé-schulden die door de overheid werden overgenomen; de schulden die verbonden zijn aan voorwaarden die door het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank zijn opgelegd, voorwaarden die ingaan tegen de soevereiniteit van het land en het recht op zelfbeschikking en het recht van volkeren om hun zelf hun beleid te bepalen inzake ontwikkeling, handel, belastingen, begroting, energie, arbeidswetgeving. IMF- en Wereldbankvoorwaarden die Ecuador gedwongen hebben tot drastische vermindering van de sociale uitgaven en privatisering van strategische sectoren.

Hoe de schuldenpolitiek de rijkdom van Ecuador wegzuigt ten gunste van de grote banken waar het IMF de waakhond van is, blijkt uit de cijfers: van 1970 tot 2007 heeft Ecuador 172 maal het bedrag van de buitenlandse schuld van 1970 afbetaald. Toch is de omvang van die schulden 53 keer groter geworden. De netto geaccumuleerde transfer ten nadele van Ecuador beliep in die 38 jaar 9 miljard dollar. (Volgens de Wereldbank beliep de openbare buitenlandse schuld van Ecuador in 1970 195 miljoen dollar. Volgens het ministerie van Economie en Financiën beliep die schuld op 3 juli 2007 10,382 miljard dollar. Dat is 53 maal meer. In die periode heeft de Ecuadoriaanse regering 33,475 miljard dollar terugbetaald, dat is 172 keer het bedrag van de openbare buitenlandse schuld van 1970). De totale openbare schuld van Ecuador beliep op 30 november 13,506 miljard dollar. De buitenlandse openbare schuld beliep 10,356 miljard dollar, de binnenlandse 3,184 miljard dollar.

Tussen 1990 en juli 2007 heeft de Wereldbank Ecuador 1,44 miljard dollar geleend, terwijl de Ecuadoriaanse regering in die periode 2,51 miljard dollar heeft terugbetaald aan die instelling. Kortom, de Wereldbank is al meer dan terugbetaald . Als Ecuador beslist de hele schuld tegenover de Wereldbank te schrappen, dan kan het land daardoor meer dan 1 miljard dollar besparen. Met zo’n bedrag kan men 15 jaar lang het ontbijt en het middagmaal van 1,28 miljoen scholieren financieren. Het bedrag is vijfmaal groter dan de kosten voor gezondheidszorg van de arme en behoeftige bevolking van het land.

Tot 2006 is de Wereldbank aanhoudend en zeer intensief tussenbeide gekomen in de economische en sociale politiek van Ecuador. Het land moest op neoliberale geest geschoeid worden, ten voordele van internationale financiers en multinationale concerns. Lokale noden moesten daar aan worden ondergeschikt. Belangrijke leningen die het land tot 2025 zou moeten terugbetalen, hebben de duidelijke bedoeling om de wetten van het land te wijzigen. Die wijzigingen hebben een negatieve impact op de meerderheid van de bevolking en bevorderen de verdere verrijking van de rijken. Die hervormingen hebben in de jaren 90 verscheidene crisissen uitgelokt, zoals de grote bankcrisis van 1999, die de staat miljarden heeft gekost. Ze hebben een vreselijke impact gehad op de economie en de bevolking van het land.

Zo heeft de Wereldbank Ecuadoriaanse financiële belangengroepen gesteund die zich beschouwden als meesters van het land, en die de staat en de regering gebruiken voor hun eigen verrijking en machtspositie. De Wereldbank heeft regeringen helpen destabiliseren die met hun sociale en economische politiek probeerden te komen tot meer sociale rechtvaardigheid en meer onafhankelijkheid ten overstaan van de Verenigde Staten. De politiek van de Wereldbank gaat samen met maatregelen die een regulerende rol van de staat hebben verzwakt en de openbare diensten afgezwakt. Het globale optreden van de Wereldbank heeft het leven van de bevolking niet verbeterd, wel integendeel. Het optreden was duidelijk rampzalig en geeft Ecuador juridische argumenten om de eisen te stellen aan de schuldeisers.

Het staatshoofd en de nieuwe grondwetgevende vergadering hebben rechtsgronden om de schulden af te wijzen waarvoor de Wereldbank terugbetaling eist. Een uitzondering kan gevormd worden door leningen waarvan blijkt dat ze een positief effect op het land hebben gehad. Maar in het algemeen moeten de schulden bij de Wereldbank krachtig en definitief worden verworpen.

Quito moet ook niet beschaamd zijn om schadevergoeding te eisen. De financiële en bankcrisis van 1999 heeft de staat tenminste 8 miljard dollar gekost (nieuwe schulden die de staat moest aangaan om de redding van de banken te organiseren). De staat eist nu van de verantwoordelijken en de profiteurs van die crisis dat ze de autoriteiten vergoeden, volgens een aanbeveling van de onderzoekscommissie voor de financiële en economische crisis die in april 2007 werd opgericht.

De Ecuadorianen verwachten veel van Rafael Correa. Zijn discours heeft de meerderheid van de bevolking ervan overtuigd dat een fundamentele verandering noodzakelijk én mogelijk is, als de president een duidelijke meerderheid verkrijgt. De president wil een drastische vermindering van het deel van de begroting dat naar afbetaling van de openbare schuld gaat. Tegelijk wil hij de sociale uitgaven verhogen. Zal hij de terugbetaling van sommige schulden in 2008 opschorten? Zal hij de vele schandalige en ongewettigde schulden afwijzen? Op 15 december 2007 heeft hij zijn bedoeling kenbaar gemaakt om 20 miljoen dollar voor de Wereldbank af te wijzen wegens haar steun aan de privatisering van de watervoorziening. Als hij de daad bij het woord voegt, zou dat een belangrijke stap zijn. Maar er zijn redenen waarom hij dat besluit misschien niet neemt.

De belangrijkste reden is dat de olie-inkomsten aanzienlijk zijn, en dat de regering daarom oordeelt dat ze de afbetaling van de schulden kan voortzetten én tegelijk de sociale uitgaven geleidelijk opvoeren. Om die politiek te voeren voert de regering de belasting op de inkomsten van de oliemaatschappijen op en gaat ze leningen aan op de binnen- en buitenlandse markt om oude schulden te herstructureren. Nieuwe leningen om oude af te betalen. Die politiek is onvoorzichtig omdat ze geen rekening houdt met de gevaren die ze inhoudt voor Ecuador en de meeste ontwikkelingslanden: een stijging van de rentevoeten en een daling van de prijzen voor olie en andere grondstoffen. Zal Ecuador schulden blijven afbetalen met het voorwendsel dat men spanningen wil vermijden met de internationale schuldeisers en met de grote privé-groepen die een goed deel van ‘s lands economie controleren? Dit fundamentele debat zal in 2008 in het hele Andesland weerklinken.

(Uitpers, nr 95, 9de jg., maart 2008)

Bron: Comité pour l’Annulation de la Dette du Tiers Monde (CADTM – http://www.cadtm.org), janvier 2008.

Via: RISAL – Réseau d’information et de solidarité avec l’Amérique latine
http://risal.collectifs.net/

(Vertaald en bewerkt door Francis Vanden Berghe)

Deel dit artikel

Visited 145 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook