Dyab Abou Jahjah en Ahmed Azzuz in beroep

De feiten zijn genoegzaam gekend: De Antwerpse Rechtbank van Eerste Aanleg veroordeelde op 21 december 2007 Dyab Abou Jahjah en Ahmed Azzuz, de voormannen van de Arabisch-Europese Liga (AEL), tot een jaar effectieve opsluiting en het betalen van een schadevergoeding van meer dan 5.000 euro voor hun zogenaamde opruiende rol in de straatrellen die op 26 november 2002 uitbraken na de moord op Mohammed Achrak.

De rechtbank haalde zwaar juridisch geschut uit de vorige eeuw boven om Barbertje te laten hangen. Abou Jahjah en Azzuz werden veroordeeld op grond van artikel 66,5 dat in 1891 in het strafwetboek werd ingeschreven na de grote arbeidersstakingen van 1886. Dat artikel straft iedereen die rechtstreeks een misdrijf heeft uitgelokt met dezelfde straffen als die van het misdrijf, zelfs als die aanzetting geen enkel gevolg had. De twee AEL-voormannen komen dus terecht in het goede historische gezelschap van ‘vervelende’ leiders als priester Daens en Emile Van der Velde, die door hun optreden de belangen van het establishment konden schaden.

Moedig politieman

Abou Jahjah en Azzuz tekenden beroep aan. De eerste procesdag vond plaats in Antwerpen op 26 mei onder voorzitterschap van rechter Luc Van Leuven. De pers was zeer talrijk aanwezig. De verdediging had drie getuigen klaar die een nieuw licht op de feiten konden werpen: de toenmalige korpschef van de Antwerpse politie Luc Lamine, radiojournalist en buurtbewoner Jef Lambrecht en socioloog Ludo de Witte.

Na het bekijken van de VRT-beelden van die dag legde Luc Lamine zijn getuigenis af. Er hing al dadelijk elektriciteit in het kleine rechtzaaltje, want vanaf zijn eerste antwoord benadrukte Lamine dat zijn oorspronkelijke verklaring, gebruikt voor de veroordeling, maar een deel van de feiten weergaf. Hij benadrukte bijvoorbeeld dat de tv-beelden niet toonden dat, mede dank zij Abou Jahjah, de betoging werd afgeleid naar de moskee aan de Van Montfortstraat. Uit de genuanceerde en moedige toelichting van Lamine ontstond een ander beeld van het optreden van Abou Jahjah – en in mindere mate van Ahmed Azzuz omdat hij duidelijk niet de hoofdrol toebedeeld kreeg. Zij kwamen niet over als brandstichters of oproerkraaiers, maar eerder als brandblussers en rustbrengers.

De voorzitter van de rechtbank peilde dan naar die andere aanklacht: smaad aan Lamine en aan de politie in het algemeen die voor ‘klootzakken’ en ‘racisten’ werden uitgemaakt. Ook nu weer was het antwoord van Lamine zeer relativerend. “Ik denk niet dat Abou Jahjah mij wilde beledigen. Ik heb me ook niet gesmaad gevoeld. Ik denk dat we wederzijds respect hadden voor elkaars functies.” Voorzitter Van Leuven viel bij de ondervraging van dit aspect zwaar uit zijn rol als objectieve vragensteller, want hij wilde Lamine dingen laten zeggen die niet over de man zijn lippen kwamen, met name dat hij zich misschien niet persoonlijk, maar dan toch als korpschef beledigd had moeten voelen door al die beledigingen.

Valse getuigenis

Tijdens de namiddagsessie werden respectievelijk Jef Lambrecht en Ludo De Witte als getuige verhoord. Ook de genuanceerde getuigenis van de VRT-journalist bevestigt eerder het beeld dat Lamine had geschetst van Abou Jahjahs optreden die bewuste avond van de feiten. Pas laat in de namiddag – de printer van de griffier was uitgevallen – werd Ludo de Witte gehoord. Deze geëngageerde publicist bracht in dat de politieagent van Marokkaanse afkomst, Adil Akhandaf, die Abou Jahjah in het Arabisch zou hebben horen oproepen tot verzet een valse getuigenis heeft afgelegd. Daarvoor baseert hij zich op de verklaring van een anonieme politieagent, die dag van dienst op de Turnhoutsebaan, die onder meer aangeeft dat Adil Akhandaf niet in de buurt van Abou Jahjah is geweest. Deze verklaring is anoniem en werd afgelegd in aanwezigheid van Jaap Kruithof (professor emeritus), Paul Pataer (ere-senator en oud-voorzitter Liga voor Mensenrechten) en hemzelf. De Witte benadrukt dat deze persoon, gedegouteerd door de uitspraak in eerste aanleg, deze verklaring alleen anoniem wilde afleggen uit angst voor gevolgen vanuit het Antwerpse politiekorps, maar dat hij/zij hierover voor de rechtbank wil getuigen als zijn/haar anonimiteit wordt gewaarborgd. Welke onfrisse praktijken worden met het uniform van het Antwerpse politiekorps toegedekt?

Geklungel

De pleidooien van de verdediging en het openbaar ministerie worden uitgesteld tot 8 september en – later nog – volgt de uitspraak. Op basis van de getuigenissen op deze eerste procesdag ziet het er voor Abou Jahjah en Ahmed Azzuz goed uit. Het wordt nu wachten op het najaar. Hopelijk verloopt de zitting dan wat professioneler, want als toeschouwer kon je je alleen maar ergeren aan het trage verloop, het geklungel van de griffier, het onnauwkeurig notuleren van de getuigenissen en de bij momenten vreemde houding van de voorzitter, die een aantal uitspraken compleet verkeerd begreep. Van een ‘bitsig’ maakte hij een rustig gesprek en de politie sloeg de jongeren niet terug in cordon maar met een karton. Zat die man met zijn gedachten op de Sinksenfoor naast het rechtsgebouw?

Gaat de pers vrijuit?

Beiden AEL-voormannen verlieten strijdvaardig de rechtzaal. Als zij worden vrijgesproken overwegen zij klacht in te dienen tegen onder andere ex-premier Guy Verhofstadt die zich in die periode politiek zwaar vergaloppeerd heeft. “Iedereen die ons heeft gedemoniseerd en ons voor de rechtbank heeft gesleept, mag hetzelfde verwachten,” zei Abou Jahjah tegen de verzamelde pers. En de persvertegenwoordigers noteerden ijverig, even ijverig als zij in 2002 deden, maar toen was het om mee te werken aan die demonisering tegen de AEL en de figuur van Abou Jahjah. Einzelgänger en klokkenluider Ludo De Witte vroeg zich in zijn Wie is er bang voor moslims? terecht af: “Waarom zouden moslims hun gerechtvaardigde strijd voor basisrechten tussen haakjes moeten zetten om de electorale strijd tussen de traditionele partijen en het Vlaams Blok niet te verstoren?”

Het tij is echter intussen gekeerd. Dat merk je ook in al de commentaren en opiniestukken van de Vlaamse kranten. Yves Desmet, de politieke hoofdredacteur van de krant die duchtig mee deed aan die demonisering, schrijft op 26 mei: “Een grote bek hebben en je politieke burgerrechten uitoefenen zijn nog altijd geen misdaad in een rechtsstaat.” Dat is zeer juist, maar Yves Desmet en andere journalisten hadden beter hun grote bek gebruikt om op het ogenblik van de feiten een genuanceerde versie van de feiten weer te geven in plaats van de heksenjacht in de hand te werken. De Vlaamse pers heeft een weinig kritische rol gespeeld in heel deze onverkwikkelijke affaire. Zij heeft de Barbertje-moet-hangen-sfeer mee in de hand gewerkt. Niet alleen politici zijn zwaar in de fout gegaan, ook de pers heeft heel veel boter op het hoofd, maar in plaats van dat toe te geven werpt ze zich nu ineens op als grote verdedigers van de democratie. Te laat jongens, véél te laat om nog geloofwaardig te klinken.

(Uitpers, nr 99, 9de jg., juni 2008)

Visited 155 Times, 1 Visit today

Tags :
Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).

zie ook