Duitsland wil “meer vooruitgang wagen”

In Duitsland hebben de sociaaldemocratische, de groene en de liberale partij een regeerakkoord bereikt. De eerste driepartjenregering in het na-oorlogse Duitsland, hoor je vaak. Dat klopt niet. Maar deze ‘verkeerslicht-coalitie’ is op federaal niveau volstrekt nieuw, en belooft de ‘andere aanpak’ waarop volgens haar het land zat te wachten. Laaiend enthousiasme valt echter nauwelijks te bespeuren. Onder meer omdat nogal wat vragen rijzen, maar niemand twijfelt eraan dat de respectieve partijkaders of -leden het akkoord (desnoods met wat gemor) zullen goedkeuren. Of én hoe de vele goede voornemens die in 177 bladzijden werden vastgelegd ook betaald kunnen worden is één vraag. De andere is: hoe snel allerlei sociale en ecologische kwesties die niét zijn uitgeklaard deze nieuwe formule tot een kibbelkabinet zullen herleiden.

Nu, zó nieuw is de driepartijenregering ook weer niet. In de voorbije jaren bleek bijvoorbeeld uit het touwtrekken rond de opvang van vluchtelingen of rond de kanselierskandidatuur bij de christendemocraten – nog maar eens – dat CDU en CSU slechts als één partij naar buiten treden wanneer hen dat zo uitkomt of wanneer ze geen andere keuze hebben. Zo gezien kan je stellen dat Angela Merkel (én al haar christendemocatische voorgangers) al die jaren reeds met drie partijen regeerde. En zelfs wie CDU en CSU als één partij beschouwt, moet erkennen dat de christendemocratische kanselier Konrad Adenauer in de allereerste jaren van de bondsrepubliek naast de liberalen ook een (en eventjes zelfs twee) dwergpartij(en) nodig had om aan een meerderheid te geraken.

Later stabiliseerde zich het partijenlandschap rond de drie ‘klassiekers’ zoals die ook hier bestonden. Groenen dienden eerst op deelstaatniveau salonfähig te worden vooraleer ‘straatvechter’ Joschka Fischer het tot federaal minister van Buitenlandse Zaken kon schoppen. En de voorbije verkiezingscampagne heeft overduidelijk getoond dat nog veel water door Rijn en Elbe zal moeten vloeien eer ‘die Linke’ vanuit het deelstaat- naar het federale regeringsniveau kunnen doorstoten – mochten ze dat al willen.

Maar kom, de Ampel ofte ‘verkeerslicht-coalitie’ (zo genoemd omdat in Duitsland ‘geel’ de kleur is van de liberalen) maakt wel duidelijk dat ook in de Duitse politiek werkelijkheid kan worden wat voordien ondenkbaar werd geacht.

Het regeerakkoord draagt als titel “Mehr Fortschritt wagen”, en die zin heeft een duidelijke bijklank voor wie enigszins vertrouwd is met de na-oorlogse Duitse geschiedenis. “Mehr Demokratie wagen” was het motto bij uitstek van de sociaal-liberale coalitie die Willy Brandt in 1969 tot stand bracht, en waarmee hij voor het eerst sinds 1949 de christendemocraten uit de federale regering wipte.

Het motto van de nieuwe ‘tripartite’ mag dus als een symbolische geste vanwege FDP-voorzitter Christian Lindner naar de sociaaldemocraten worden beschouwd, net als zijn verwijzing naar Brandts top-adviseur Egon Bahr, in de persconferentie ter voorstelling van het regeerakkoord. Veel verrassender is echter dat FDP en Groenen samen in zee gaan. Na de vorige bondsdagverkiezingen (2017) had Lindner immers nog in extremis een coalitie van christendemocraten met liberalen én groenen gekelderd, omdat hij het akkoord dat in de maak was veel te ‘groen’ vond. Dat betekende voor de FDP nog eens vier jaar oppositie, en Lindner heeft uit het interne gerommel in 2017 kennelijk zijn lesje geleerd. Hij heeft nu in elk geval allerlei ‘linkse plannen’ verhinderd en voor zichzelf een cruciale positie in het nieuwe kabinet bedongen. Als minister van Financiën (en dus als opvolger van SPD’er Olaf Scholz, die nu kanselier wordt) heeft hij bovendien de macht om de knip op de beurs te houden wanneer een of andere sociale of ecologische maatregel de FDP niet zint.

Tegen die achtergrond verwondert het niet echt dat zowel bij de groene basis als bij de Juso’s (de sociaaldemocratische jongeren) het enthousiasme over het regeerakkoord bijzonder lauw uitvalt. Want, o ja, démocratie oblige: het akkoord moet nog door de ‘basis’ van de drie partijen worden goedgekeurd. Bij sociaaldemocraten en liberalen beslist een ‘klein’ partijcongres in het weekeinde van 4 en 5 december; bij de Groenen mogen de leden zich virtueel uitspreken gedurende tien dagen vanaf donderdag 24 november. Hoe dan ook twijfelt geen mens eraan dat die goedkeuring er ook komt, met hooguit wat kritische tonen voor de tribune. Theoretisch zou Scholz dus al op maandag 6 december de eed als bondskanselier kunnen afleggen bij bondspresident (en partijgenoot) Frank-Walter Steinmeier. Veel later zal het in geen geval worden, want op 9 december vindt – vanwege de opflakkerende covid-ellende – een belangrijke conferentie plaats met de minister-presidenten van de zestien deelstaten. En daags nadien staat een video-topconferentie met VS-president Joe Biden over democratie op het programma.

In het voorbije weekeind zorgde een congres van de Juso’s alvast voor wat sfeer.
Voormalig Juso-voorzitter Kevin Kûhnert liet zich in de voorbije jaren al vaak opmerken door zijn halsstarrige ‘kritisch-maar-loyale’ opstelling tegenover de partijtop, behoort sinds kort als vicevoorzitter zelf tot die top, en heeft er bij de recente bondsdagverkiezingen voor gezorgd dat nu een kwart van de SPD-fractie uit ‘zijn’ Juso’s komt. Hij beklemtoonde dat de meningsverschillen die in de coalitie onvermijdelijk zullen opduiken niet mogen ‘toegedekt’ worden, maar toonde zich – niet verrassend – “welwillend kritisch” tegenover het nieuwe kabinet.

Bondskanselier-in-spe Scholz had ettelijke uren uitgetrokken om het congres bij te wonen, liet de kritiek rustig over zich heen dwarrelen, en maande – met zijn typische ironische grijns – de Juso’s aan om zich niet van vijand te vergissen en hun pijlen liever tegen de CDU-CSU te richten dan tegen de coalitiepartners. Allicht verging het grijnzen hem wel even toen een Frankfurter kopstuk van de Juso’s uitpakte met de waarschuwing dat “de Juso’s zowel binnen de partij als naar buiten moeten optreden als fundamentele socialistische oppositie tegen de rechts-sociaaldemocratische politiek van openlijk pro-kapitalistische crisismanagers”. Die krasse uitspraak kwam namelijk in de jaren ‘tachtig van vorige eeuw uit de mond van … toenmalig Juso-vice-voorzitter Olaf Scholz.

Bij de Groenen blijkt het aloude wantrouwen van de principiële basis tegenover de partij-kopstukken weer aan kracht te winnen nu zowel het regeerakkoord als de verdeling van ministerportefeuilles zo flagrant door de Realo’s is bepaald. Maar er zijn ongetwijfeld voldoende oude en nieuwe groenen die vinden dat mee-regeren vruchtbaarder is dan oppositie.
Bij de liberalen lijkt de taakverdeling tussen voorzitter Lindner en secretaris-generaal Volker Wissing afgesproken als die tussen de ‘goeie’ en de ‘kwaaie’ politieman: de eerste toont zich standvastig maar verzoenend, de tweede (die nu minister van Verkeer wordt) aarzelt niet om zelfs nog voor de beëdiging van het nieuwe kabinet al interpretaties van het regeerakkoord ten beste te geven die de Groenen fors provoceren, maar vooral bedoeld zijn om auto-verslaafde FDP-kiezers gerust te stellen.

Zoveel is duidelijk: deze coalitie moet aardig wat tegengestelde visies én belangen ‘pacificeren’ indien al niet verzoenen. Hoe doe je dat? Ofwel door zo weinig mogelijk te doen, en aldus zo weinig mogelijk mensen (én lobbies) voor het hoofd te stoten. Dat was het recept van de ‘grote’ coalities onder Merkel, dat eerst de SPD- en uiteindelijk zelfs de CDU-kiezers op de zenuwen begon te werken. Ofwel door elke regeringspartij wat lekkers toe te stoppen, ethische dossiers te deblokkeren die toch niets kosten, geld uit te geven dat er niet is, en vooral … veel te beloven. Dat was destijds bijvoorbeeld ook het recept van de paars-groene regering onder Verhofstadt (de Belgische Ampel dus). Met dit hemelsbrede verschil dat Scholz géén beunhaas is …

Vanzefsprekend gaan de christendemocraten heftig tekeer tegen de ‘linkse’ koers van de nieuwe regering, die volgens hen niet alleen de volksgezondheid in gevaar brengt door cannabis (onder voorwaarden) te legaliseren, of – erger nog – door te knagen aan de 500 miljoen euro die de kerken jaarlijks krijgen uit de staatskassen. Vanzelfsprekend wordt in de drie regeringspartijen gemord omdat de onderhandelaars – gedreven door ‘regeergeilheid’ – teveel van het eigen programma hebben prijsgegeven. Even vanzelfsprekend beklemtonen die onderhandelaars (en ministers-in-spe) dat zij – met name inzake digitalisering én klimaatbeleid – grootse hervormingen zullen realiseren die àl te lang werden uitgesteld. Scholz kondigde zelfs een “decennium van modernisering” aan, kennelijk in de overtuiging dat hij ook na de volgende bondsdagverkiezingen aan het bewind kan blijven.

Maar hoewel de christendemocraten er geen deel van uitmaken, zit in deze regering toch behoorlijk veel ‘enerzijds-anderzijds’ … voor élk van de drie partners.
Het meest opvallende contrast met wat in de verkiezingscampagne werd beloofd vindt men bij de FDP. Hoewel voorzitter Lindner toen keer op keer dure eden zwoer dat met liberalen in de regering geen sprake zou zijn van verhoogde of nieuwe belastingen – o wat klinkt dat bekend – erkent hij nu met een even stalen gezicht dat het regeerakkoord die hoegenaamd niet uitsluit “mocht het nodig zijn”. Maar kom, traditiegetrouw laten de liberalen deelname aan het bewind zwaarder wegen dan trouw aan principes of beloften. Lindner toonde zich overigens al even creatief als de Groene of SPD-onderhandelaars in het verzinnen van diverse truukjes om de grondwetsartikels te omzeilen die de overheid verbieden nieuwe schulden te maken.

De SPD – die in de voorbije jaren een hoge electorale prijs betaalde voor haar regeringsdeelname in ‘grote coalities’ waarin de christendemocraten steevast sociale maatregelen afremden – kan er nu prat op gaan dat een wettelijk minimumloon van 12 euro per uur zal worden ingevoerd. Alleen staat daar tegenover dat voor de talloze ‘mini-jobs’ (die veel minder sociale rechten opleveren) voortaan langere werkdagen mogelijk worden, en dat de loongrens wordt verhoogd vooraleeer een mini-job in een echte baan moet worden omgezet.

Dat vierhonderd duizend woningen per jaar zullen worden gebouwd om de druk op de woningmarkt – en dus de huurprijzen – weg te nemen is een fraaie belofte; maar of het vereenvoudigen van allerlei bureaucratische voorschriften daarvoor zal volstaan indien de privé-ondernemers niet meewillen, blijft een open vraag.

En het ‘burgergeld’ (een soort leefloon) is, aldus critici, boerenbedrog: het blijkt niet of nauwelijks meer op te leveren dan het inmiddels beruchte ‘Hartz IV’-inkomen dat in het rijke Duitsland de armoede eerder heeft vergroot dan verkleind. En betekenisvolle sociale correcties aan erfenisfiscaliteit of vermogensbelasting zijn in de 177 bladzijden regeerakkoord niet te vinden.

Voor de Groenen, aldus een sarcastische commentator in ‘Der Spiegel’, is 30 blijkbaar een magisch getal. Tegen 2030 moet 30 procent van de landbouwproductie uit ecologische landbouw komen, in plaats van de hooguit tien procent momenteel. Of voor die productie ook voldoende kopers zullen te vinden zijn indien ze niet wordt gesubsidieerd (wat allicht niet zou mogen van de EU) blijft voorlopig een raadsel.

Ook tegen 2030 moet 30 Gigawatt voortkomen uit windenergie; met betrekking tot de productie van steenkool en (vooral) bruinkool wordt gefaseerd afgebouwd (zoals trouwens eerder al door de afscheidsnemende grote coalitie was aangekondigd) én gecompenseerd met omvangrijke sociale maatregelen. Die afbouw zal trouwens luidens het regeerakkoord ten dele afhangen van de handel in emissierechten.

Daarnaast worden maatregelen voorzien die toch al deel uitmaken van de ‘green deal op EU-niveau, of ook al werden afgekondigd door ander ‘rijke’ EU-lidstaten. Voorbeelden? Gedwongen (maar natuurlijk gesubsidieerde) renovatie en isolatie van gebouwen, of: nieuw ingeschreven auto’s mogen uitsluitend nog elektrisch aangedreven zijn. Of hybrid. En niet zo onmiddellijk. In België is sprake van 2030, in Duitsland is 2035 ook denkbaar. Helaas ook naar EU-model is de blijkbare onaantastbaarheid van het luchtvaartverkeer.

Toch wil de kleine maar uitstekende linkse ‘Tageszeitung’ (taz) niet louter negatief oordelen: de milieumaatregelen die het regeerakkoord voorziet zijn weliswaar ‘te weinig en te laat’ maar nu is er tenmnste een regering die het probleem au sérieux neemt. En: waar vroeger het departement Milieu vaak botste met dat van Economie of Landbouw, zitten beide eerste nu in één ‘super-ministerie’ (onder leiding van Groen-boegbeeld Robert Habeck, die ook de enige vice-kanselier wordt) en leiden de Groenen voortaan ook Landbouw.

Over het beleid tegenover ‘nieuwkomers’ (migranten en vluchtelingen) is men daarentegen sceptischer: wie in Duitsland is geraakt, kan voortaan vlotter ‘geduld’ worden en integreren (wat ook de soms krappe arbeidsmarkt ten goede komt); maar de horden om hier te geraken worden allesbehalve verlaagd.

Al bij al een beeld dat niet tot laaiend enthousiasme stemt, en in elk geval veel dure beloften inhoudt. Waarnemers voorzien dan ook dat de eerste zware spanningen in de coalitie zullen opduiken bij de financiering van een en ander. Omdat de grondwet verbiedt nieuwe schulden te maken hebben de coalitiepartners dus nogal wat creativiteit aan de dag gelegd. In België een bekend scenario, in Duitsland eerder ongebruikelijk.

Zelfs hier duikt het getal 30 op: de omvangrijke nieuwe schulden die werden opgenomen in de strijd tegen het corona-virus zullen op 30 in plaats van 20 jaar worden terugbetaald; wat de Europese Centrale Bank daarover te zeggen heeft wordt in het ongewisse gelaten. Kennelijk gaan de anders zo weinig rekkelijke Duitsers er van uit dat alle andere euro-lidstaten met evenveel plezier die betalingstermijn zullen verlengen… De corona-ellende biedt zelfs nog meer perspectieven: kredieten die nu niet werden uitgegeven zullen worden versast naar een speciaal ‘Klimaat- en transormatiefonds’ om diverse nieuwe maatregelen te financieren. Om alvast te voorkomen dat het Grondwettelijk Hof dat truukje ongeldig zou verklaren, wordt eraan herinnerd dat ‘het economisch herstel steunen’ evengoed met de strijd tegen het virus te maken heeft.
Daarnaast worden tal van ‘hervormings’-uitgaven in handen gelegd van zogenaamd zelfstandige agentschappen (of privé-ondernemingen) die dan over (geleende) budgetten beschikken die buiten de gewone begroting blijven. Pienter? Misschien. Maar doorzichtig zeker. En – nog maar eens – komt dit neer op het doorschuiven van onaangename verantwoordelijkheden naar de volgende generaties. In die zin heeft de nieuwe coalitie zich duidelijk laten inspireren door Marx (Groucho, niet Karl!): wat hebben de komende generaties ooit voor óns gedaan?

Edi Clijsters

PS. Tot slot een ontnuchtende vaststelling: terwijl het politieke wereldje nu verlekkerd bezig is met programma’s, portefeuilles en partij-intriges, interesseert de openbare opinie zich slechts voor één ding: de catastrofale ontwikkelingen op het corona-front.

Print Friendly, PDF & Email

Visited 357 Times, 2 Visits today