Dubbele nationaliteit

· 1 mei 2007 Like

De Partij voor de Vrijheid wil verbieden dat rechters, officieren van justitie, politieagenten, ambassadeurs en militairen een dubbele nationaliteit hebben. Daarmee geven Wilders en de zijnen in feite aan geen boodschap te hebben aan een gezegde als ‘gedane zaken nemen geen keer’. Het berufsverbot hoort immers bij de tijd die wij godzijdank in 1945 definitief achter ons hebben gelaten! Tot een politieke vertaling daarvan is het echter nog steeds niet gekomen, zoals het rumoer rond de PVV bewijst. Die broodnodige vertaalslag wordt echter niet tegengehouden door deze vrijheids(!)partij, maar door ons partijpolitieke bestel, dus door alle(!) partijen. Stuk voor stuk houden deze zich namelijk primair bezig met de waan van de dag, waarvan de discussie over de dubbele nationaliteit een sprekend voorbeeld is, ten koste van de werkelijkheid of waarheid.


Wat dat betreft wordt het allengs duidelijker dat wij ons, als mensheid, in een onomkeerbaar (want evolutionair!) proces van mondialisering bevinden. Daardoor groeien wij langzaam maar zeker toe naar mondiale eenheid in mondiale verscheidenheid. Dus naar een ware family of men, ofwel de democratie in optima forma, waar de Verenigde Naties sinds 1945 symbool voor staan. Via ons partijpolitiek bestel zal dit alom onderschreven democratisch eenheidsideaal echter nooit van de grond kunnen komen, omdat partijen nu eenmaal op stemmenwinst en macht in plaats van op eenheid gericht zijn. Het wordt dan ook tijd dat de media hun democratische waakhondfunctie waarmaken, door met elkaar een publieke discussie te starten over een stelling als: “Ons partijpolitiek bestel is niet meer van deze tijd, omdat het geen afspiegeling is van de tijdgeest, die gericht is op wereldomvattende eenheid en daardoor boven de partijpolitiek met zijn potsierlijke mannetjesmakerij staat”.

Kortom, om de bijdetijdse mondiale eenheid (onder VN-vlag) in het vizier te krijgen, zullen we onze hoop niet moeten vestigen op de politiek (die bovenstaande stelling nooit zal lanceren), maar op de media als waakhonden van het evolutionaire democratiseringsproces. In het bijzonder denk ik daarbij aan de publieke omroep. Programma’s als NOVA-politiek lenen zich door hun toegankelijkheid en grote bereik bij uitstek voor die waakhondfunctie. Er daarbij van uitgaande dat dit soort programma’s niet zijn bedoeld als propaganda of spreekbuis voor de tijd- en plaatsgebonden parlementaire democratie, dus als verlengstuk van het perspectiefloze (want achterhaalde!) bevoegde gezag, maar als goedaardige luizen in de pels.

Wouter ter Heide

(Uitpers, nr 86, 8ste jg., mei 2007)

Wouter ter Heide informatie