Dromen uit het verleden, nachtmerrie van vandaag

Margaret Randall: ‘De recente golf van arrestaties in Nicaragua van vijf presidentskandidaten van de oppositie, verschillende voormalige sandinistische leiders op hoog niveau, feministen, journalisten en anderen, verraadt elke droom die wij, die in de jaren tachtig in Sandinistisch Nicaragua woonden en werkten, hadden. Ik had toen nooit gedacht dat ik ooit een open brief zou ondertekenen waarin de autoritaire wending van de regering van president Daniel Ortega en zijn vrouw, vicepresident Rosario Murillo, werd veroordeeld. Maar de toenemende repressie heeft me ertoe aangezet om me aan te sluiten bij de meer dan 500 in de VS gevestigde activisten (waaronder een handvol prominenten zoals romanschrijfster Alice Walker, klokkenluider Daniel Ellsberg en professor Noam Chomsky) die naar Nicaragua reisden. Wat we allemaal gemeen hebben, is dat we vrijwillig als gezondheidswerkers, leraren, kunstenaars en vakbondsmensen naar Nicaragua zijn gegaan om er deel te nemen aan wat aanvoelde als een uniek moment in de geschiedenis. Wij aarzelden ook niet om tegelijkertijd luid te protesteren tegen het optreden van de contra’s die gesteund werden door de VS.

Ik trok in 1979 naar Nicaragua, na acht jaar in Mexico en elf jaar in Cuba te hebben doorgebracht, om me mee in te zetten voor meer rechtvaardigheid en democratie en om me te verzetten tegen mijn eigen regering die een volksrevolutie omver wilde werpen. Ik, en zovele anderen van over de hele wereld, hebben ons steentje bijgedragen om de droom te helpen realiseren waarvoor zoveel Nicaraguanen stierven. Gedurende vier jaar bracht ik via verschillende boeken verslag uit boeken van de creativiteit, maar ook van de chaos en van de geweldige hoop die de revolutie had teweeg gebracht.

Vandaag de dag is het duo Ortega-Murillo zo machtsgeil en wreed dat wij – als onderdeel van een Amerikaanse gemeenschap die ooit de Sandinistische regering actief steunde –  via deze open brief onze stem willen laten horen. Er is voldoende bericht over hoe zij de macht hebben overgenomen en hoe zij alle verzet tegen hun beleid via ontvoering en marteling de kop wisten in te drukken. Ze beweren te spreken in naam van de armen, maar in werkelijkheid hebben zij voor zichzelf en hun kinderen miljoenen buitenlandse hulp, voornamelijk uit Venezuela, toegeëigend. Ze hebben deals gesloten met ultrarechtse leiders en zakenlieden, terwijl ze kameraden uit de tijd van de revolutie gevangen namen, zoals voormalig minister van Volksgezondheid Dora Maria Tellez, voormalig viceminister van Buitenlandse Zaken Victor Hugo Tinoco en zelfs Hugo Torrez, een voormalig guerrillaleider die Daniel Ortega veertig jaar geleden uit een Somoza-gevangenis wist te bevrijden. Zoals we in de loop der jaren hebben ontdekt, zijn de perversiteit en wreedheid van het heersende paar geen nieuw fenomeen. Daniel Ortega misbruikte zijn stiefdochter Zoilamérica 19 jaar lang, al vanaf haar elf jaar. Hij maakte haar wijs dat het haar ‘revolutionaire plicht’ was om zich aan zijn wil te onderwerpen. Toen zijn stiefdochter hem uiteindelijk aanklaagde, koos Murillo de kant van haar man en liet haar dochter in de steek. Murillo’s jaloerse houding ten aanzien van dichter en toenmalige minister van Cultuur Ernesto Cardenal is bekend bij degenen, zoals ik, die met haar werkten. De quasi juridische aanval van het duo op Cardenal in de jaren voor de dood van de dichter was duidelijk het resultaat van haar vendetta. Er zijn mensen die niet graag ‘interne kwesties’ van persoonlijke aard vermengen met het politieke in de ruimere betekenis. Ik beweer echter dat je dat niet kunt scheiden. Er zijn mensen die in de jaren ’80 ook deel uitmaakten van de Amerikaanse solidariteitsbeweging die het nog steeds verafschuwen om het Ortega-Murillo-regime als een dictatuur te bestempelen, argumenterend dat ze toch goede sociale maatregelen hebben getroffen tijdens hun regeringsperiode en dat het regime nog steeds steun verdient tegen het gestook van de VS.

Deze Open Brief van VS-prominenten is slechts een van de vele reacties.  Academici, feministen en activisten uit Europa, Canada, Latijns-Amerika en overal spreken zich uit tegen deze laatste golf van onderdrukking in Nicaragua. De protesten van 2018 tonen aan dat een grote groep van Nicaraguanen hun regering niet langer steunt, vooral de jongeren in het land. Dit was geen door de VS geïnspireerd complot. Nicaraguanen dachten en blijven zelf denken. De kleinkinderen van de Sandinistische generatie hebben geen herinneringen uit de eerste hand aan de revolutie, maar ervaren in de nasleep wel het verraad ervan. Ze maken deel uit van een wereldwijde generatie die wordt geconfronteerd met autoritarisme, politiegeweld, huiselijk geweld en de verwoestende gevolgen van de klimaatverandering. Het is tijd om plaats te maken voor deze nieuwe generatie van Nicaraguanen die de toekomst van het land zullen gaan bepalen. Nicaraguanen zijn taai – ze hebben dictaturen, revoluties, contrarevoluties, Amerikaanse zee-invasies, aardbevingen, vulkanen, orkanen en veel meer doorstaan. Niemand weet beter dan Daniel Ortega en Rosario Murillo dat repressie niet eeuwig ongestraft zal blijven.’

 

*Margaret Randall is een Amerikaanse activiste en auteur. Ze woonde en werkte tussen 1979 en 1984 in Nicaragua om het Sandinisme te ondersteunen In die periode schreef ze Sandino’s Daughters” and “Sandino’s Daughters Revisited”. Dit artikel verscheen eerder op Havana Time (vertaling Walter Lotens). Hieronder de Open Brief  waarnaar zij verwijst. 

 

Open brief aan de Nicaraguaanse regering van Amerikaanse solidariteitswerkers 1979-1990 

Wij, ondergetekenden, zijn progressieve activisten die deel hebben uitgemaakt van de Amerikaanse anti-interventie- en solidariteitsbewegingen die de Sandinistische revolutie vanaf de jaren zeventig steunden. Velen van ons woonden en werkten in Nicaragua of bezochten het land tussen 1979 en 1990 als leden van internationale solidariteitsdelegaties en werkbrigades. Wij geloofden toen, en wij blijven ook nu geloven, in het recht van het Nicaraguaanse volk op zelfbeschikking. De omverwerping van de Somoza-dictatuur en de opbouw van een nieuwe samenleving waren daden van een soeverein volk dat zijn eigen lot bepaalt. We zijn naar Nicaragua gegaan om de heldhaftige en nobele inspanningen van het Nicaraguaanse volk te steunen en mee te helpen bouwen aan een maatschappij, gebaseerd op rechtvaardigheid en gelijkheid. We zijn ook getuigen geweest – en hebben ons verzet – tegen de illegale en immorele acties van onze eigen regering die het recht van het Nicaraguaanse volk op zelfbeschikking heeft geschonden. De VS-overheid heeft een contraleger gefinancierd en geleid dat duizenden burgers doodde, dat scholen, gezondheidsklinieken en boerderijen in brand stak en dat niet terugdeinsde voor moorden op leraren, artsen en agronomen. Een van de slachtoffers van de door de VS gesteunde contra’s was onze collega, ingenieur Benjamin Linder, die in april 1987 samen met zijn Nicaraguaanse collega’s Sergio Hernandez en Pablo Rosales werd vermoord tijdens de bouw van een waterkrachtcentrale in het noorden van Nicaragua.

We zijn ons terdege bewust van de lange, beschamende geschiedenis van de VS-overheidsinterventie in Nicaragua en van nog vele andere landen in Latijns-Amerika. De misdaden van de VS – vroeger en nu – zijn echter niet de oorzaak van, noch rechtvaardigen of verontschuldigen ze de misdaden tegen de menselijkheid begaan door het huidige regime van Daniel Ortega en Rosario Murillo. In de afgelopen anderhalf jaar hebben we gezien hoe Daniel Ortega en Rosario Murillo een autocratische familiedynastie hebben geconsolideerd die met alle middelen aan de macht wil blijven. We zijn geschokt door de manier waarop vrouwenorganisaties, onafhankelijke journalisten, milieuactivisten en inheemse gemeenschappen die zich verzetten tegen de aanleg van het voorgestelde kanaal geviseerd werden. We hebben gezien hoe het regime de openbare instellingen volledig heeft gepolitiseerd en de rechtsstaat heeft ondermijnd. In 2018 keken we naar de massale sociale protesten die uitbraken. We zagen honderdduizenden Nicaraguanen de straat op gaan. Deze massale mobilisatie was niet het resultaat van een VS- interventie en kon dat ook niet zijn. Het was een demonstratie van zelfbeschikking, van Nicaraguanen die voor zichzelf dachten en voor zichzelf actie ondernamen. We waren geschokt door de dodelijke reactie van het regime van Ortega-Murillo op die protesten, en op de steeds escalerende politieke onderdrukking van het maatschappelijk middenveld en de schending van de fundamentele mensenrechten en grondwettelijke rechten van het Nicaraguaanse volk.

En nu, in de afgelopen weken en dagen zijn we verontwaardigd over de laatste manoeuvres van de overheid om alle protesten het zwijgen op te leggen. We zijn verontwaardigd over de arrestatie en detentie van vijf prominente potentiële oppositiekandidaten bij de geplande verkiezingen van november 2021, ook al zijn we het niet eens met hun politieke standpunten. Wij zijn verontwaardigd over de arrestatie en detentie van activisten en leiders van het maatschappelijk middenveld en van de oppositie. En we zijn verontwaardigd over de arrestatie en detentie van historische revolutionairen zoals Dora María Téllez, Hugo Torres en Victor Hugo Tinoco. Zelfs op het hoogtepunt van de door de VS geleide contra-oorlog tegen Nicaragua respecteerde en beschermde de revolutionaire regering het recht van oppositiekandidaten om zich kandidaat te stellen voor vrije en eerlijke verkiezingen. In 1990 waren we verrast en bedroefd door de verkiezingsnederlaag van de Sandinisten, maar we waren toch ook onder de indruk van de vreedzame machtsovergang, een teken van democratie in actie. De regering-Ortega-Murillo vertegenwoordigt op geen enkele manier de waarden, beginselen en doelstellingen van de Sandinistische revolutie die we ooit bewonderden. Ze verraadt de herinnering aan tienduizenden Nicaraguanen die stierven voor een democratisch Nicaragua, waarin het volk vrij en eerlijk kiest wie hen moet leiden. Om deze redenen en als progressieve solidariteitswerkers die tegen interventie van de VS zijn, roepen wij het regime van Ortega-Murillo op om:

  • de meer dan 130 politieke gevangenen vrij te laten die momenteel worden vastgehouden, waaronder de presidentskandidaten, de leden van de oppositie en de historische leiders van de Sandinistische revolutie;
  • De draconische nationale veiligheidswetgeving waaronder deze personen werden gearresteerd, in te trekken en nietig te verklaren; 
  • Te onderhandelen over hervormingen die vrije en eerlijke verkiezingen garanderen die internationaal worden nageleefd en die de momenteel vastgehouden presidentskandidaten in staat stellen om deel te nemen aan de verkiezingen.
(Visited 160 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 530 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).

zie ook