Je kan het stilaan een alarmkreet noemen. Mario Draghi twijfelt aan de toekomst van de Europese Unie en wil die Unie redden. De oud-voorzitter van de Europese Centrale Bank zette vorige week op een bijeenkomst van het katholieke ‘Communione e Liberazione’ in Rimini nog eens zijn ideeën uiteen.
Hoe we er ook over oordelen, zijn argumenten zijn relevant en vooral: het is erg dringend.
Ook Draghi stelt vast dat het met Ursula von der Leyen en de nagenoeg onzichtbare Antonio Costa niet de goede kant uit gaat.
Men kan zich verheugen over de ‘eenheid’ die voor Trump werd ten toon gespreid vorige week, tegelijk was het een eenheid van ondergeschiktheid. Europa telt niet langer mee op wereldvlak, noch politiek, noch economisch. Voor Draghi moet de Europese constructie daarom grondig worden herdacht.
Vroeger dacht men dat het vanzelf zou gaan. Een markt van 450 miljoen consumenten, een sterke interne markt, geopolitiek kon het gewoon niet fout gaan.
Vandaag zien we echter dat we de speelbal worden van Trump’s tarieven, dat onze defensie afhankelijk wordt gemaakt van de Verenigde Staten, en dat zelfs in het conflict in Oekraïne, waarvoor de EU de hoogste bijdragen heeft betaald, de EU gewoon aan de kant wordt gezet. De EU speelt geen enkele rol, ook niet in Gaza of in de oorlog van Israël tegen Iran.
De EU is gebouwd op een aantal waarden, die Draghi als volgt samenvat: democratie, vrede, vrijheid, onafhankelijkheid, soevereiniteit, welvaart en rechtvaardigheid. Daar is vooral niets mis mee, maar er is twijfel ontstaan over het vermogen van de EU om die waarden te verdedigen.
In dit continent met een ‘rijke’ geschiedenis aan oorlogen en conflicten werd besloten voor een collectieve verdediging van die waarden te gaan, en dat lukt minder en minder goed.
We hebben een interne markt en een gemeenschappelijke munt. Helaas is de wereld veranderd en daarom moeten we op zoek naar nieuwe mechanismen om datgene wat werd bereikt ook verder te behouden.
Als we toegeven aan de huidige trends om terug te grijpen naar meer en meer nationale soevereiniteit is de EU een vogel voor de kat en staan we als een keizer zonder kleren voor de andere grootmachten. ‘Business as usual’ zonder ingrijpen kan dus niet langer.
De Europese Unie moet zich aanpassen aan de nieuwe wereld. Ze kan dat, want deed het al in het verleden, denk aan de invoering van het neoliberalisme. Dat was echter een makkie in vergelijking met wat nu op ons af komt.
De politieke toekomst van de Europese Unie
Nadenken over de politieke toekomst van Europa moet volgens Draghi in twee richtingen gaan.
De eerste weg is die van de interne markt die verre van af is. Volgens Draghi en het IMF komen de huidige nationale beschermingsregels in de defensiesector neer op een ‘tarief’ van 64 %! Indien we accepteren om meer te besteden aan die defensie, is dit het eerste wat zou moeten verdwijnen.
De tweede weg is die van de technologie: geen enkel Europees land, hoe groot en sterk ook, kan dit alleen aan. Tot nog toe werken de Lidstaten én de Europese Commissie veel te kleinschalig. Er moet dus op meer worden gemikt.
Draghi stelt daarom voor om na te denken over nieuwe vormen van integratie. Hij denkt aan een ‘28ste regime’, dit is een juridisch stelsel dat boven en naast de Lidstaten zou staan en autonoom zou kunnen handelen. Het netelige probleem van de ‘harmonisatie’ van nationale regels zou zo kunnen vermeden worden.
Hij denkt ook aan meer Europese leningen, want een schuldenlast om te investeren en de productiviteit op te drijven is een positieve schuldenlast.
Vandaag wordt té veel overgelaten aan de privé-sector, terwijl het de overheid is die meer moet investeren en een degelijk industriebeleid moet uitwerken.
Rechten
Het is vanuit de linkerzijde bekeken beslist onaanvaardbaar om de toekomst te laten afhangen van zuiver economische concurrentiekracht. Draghi heeft natuurlijk wel een punt als hij zegt dat in het versnipperde Europa geen enkel land de nodige transformatie alleen aankan. Waar staan zelfs grote landen als Frankrijk en Duitsland tegenover de VS en China? Laat staan België? Niet handelen betekent daarom gegarandeerd verlies.
Een tweede punt is dat de klimaatcrisis volledig over het hoofd wordt gezien. Europa kán het verschil maken als het tegelijk werkt aan een rechtvaardige transitie en blijft inzetten op alternatieve energiebronnen in plaats van op gas uit fracking.
Dé grootste troef die de Europese Unie overigens heeft is haar sociaal model. Alle West-Europese landen hebben, de een al wat beter dan de ander, een model van sociale bescherming dat de rest van de wereld ons benijdt. Het gaat vooral niet op te stellen dat we enkel kunnen concurreren met de rest van de wereld als we ons arbeidsrecht en onze sociale zekerheid laten vallen. Nu al sluit het systeem té veel mensen uit en veroordeelt ze tot slecht opgevangen armoede. Van dat sociaal model een sterkte maken is perfect mogelijk met een rechtvaardig belastingstelsel en toekomstgerichte milieuwetgeving.
Eén klein jaar geleden schreef ik dit in een artikel over de rapporten van Mario Draghi en Enrico Letta: ‘Er is een nieuwe wereldorde in de maak en het zou tragisch zijn mocht de Europese linkerzijde zich niet actief inzetten om er een progressieve draai aan te geven. Steun aan het globale Zuiden, beslist, maar ook steun aan Europese beleidsmakers die begrijpen wat er aan de hand is en de ‘trage agonie’ van de desindustrialisering willen stoppen. Durft er iemand aan denken wat er kan gebeuren als er in Duitsland een grote en uitzichtloze werkloosheid ontstaat? Als ook in Frankrijk uiterst rechts aan de macht komt? Als de armoede blijft stijgen?’ (Europa’s moeilijke keuze | Uitpers % ).
De linkerzijde heeft altijd een moeilijke relatie gehad met de Europese Unie, maar nooit echt aan alternatieven gewerkt, tenzij dan een terugkeer naar nationale soevereiniteit. Die tijd is op. Progressieven hebben er alle belang bij een Europese strategie uit te werken die rekening houdt met de nieuwe wereld én met de behoeften van mensen, samenlevingen en de natuur. De tijd van aarzelen is op.
