Doorlichting van de Surinaamse pers

Archie Sumter, e.a. (red), K’ranti!, De Surinaamse pers 1774-2008, KIT Publishers, Amsterdam, 2008, 299 blz. ISBN 9789068325355

Suriname is pas 34 jaar onafhankelijk, maar al tweehonderd jaar eerder verscheen de Weeklyksche Woensdaagsche Surinaamse Courant. Veertien Surinaamse (en enkele Nederlandse) auteurs schetsen in K’ranti een beeld van de Surinaamse pers tussen 1774 en 2008, met een zwaar en terecht accent op de periode van 1975 tot nu.

K’ranti is een overzichtswerk van de gedrukte media in Suriname, met nadruk op nieuws- en opiniebladen, die vanaf 1774 van Surinaamse persen zijn gerold. De Surinaamse journalist Archie Sumter, intussen overleden, lag mee aan de basis van dit merkwaardige boek, dat uiteindelijk in goede banen werd geleid door de Nederlandse journalisten en Surinamekenners Marc De Koninck en Ellen De Vries. Veertien auteurs bundelden hun krachten om in tien hoofdstukken een geschiedenis van de Surinaamse geschreven pers te schetsen.

Hoewel dit Zuid-Amerikaanse land dat deel uitmaakt van de Nederlandse Taalunie nog geen half miljoen inwoners telt, verschijnen onafhankelijk van elkaar vier Nederlandstalige betaalde dagbladen: de Ware Tijd, De West, Times of Suriname en Dagblad Suriname. Ze zijn geen van allen noodlijdend. Dat is niet slecht in vergelijking met bijvoorbeeld Nederland dat op een bevolking van zestien miljoen slechts 31 kranten telt. In Nederlandstalig België verschijnen er elf titels voor ongeveer zes miljoen Vlamingen. In Suriname zijn er dus per inwoner vier maal zoveel kranten.

In een eerste bijdrage schetst Angelie Sens, directeur van het Persmuseum in Amsterdam, de vroege Surinaamse pers tussen 1774 en 1816. Neerlandicus Francien Petiet behandelt de periode van 1816 tot de afschaffing van de slavernij in 1863. In haar bijdrage die bijna honderd jaar overspant (1863-1937) beschrijft de Surinaamse neerlandica Lila Gobardhan-Rambocus de rol die de Surinaamse pers heeft gespeeld in het beïnvloeden van opinies en van maatschappelijke en politieke ontwikkelingen. Ook de Surinaamse historicus Jerry Egger gaat uit van het grote belang van de pers als spiegel en als motor. Hij beschrijft die rol voor de jaren tussen 1937 en 1954, een periode die gekenmerkt wordt door een toenemend politiek bewustzijn en waarin ook de belangrijkste huidige politieke partijen ontstaan zijn. De Surinaamse politicoloog Hans Breeveld behandelt de belangrijke periode van 1954 tot 1975 met het opkomend nationalisme dat in 1975 zal resulteren in de onafhankelijkheid van het land.

Tot zover het eerste deel van dit boek dat een eerder afgesloten historische dimensie heeft. Het tweede en naar mijn smaak belangrijkste gedeelte gaat over de recente en rumoerige periode in de Surinaamse geschiedenis zoal die zich reflecteerde in de geschreven pers van toen. Uit de overigens uitstekende bijdrage van de Surinaamse journalist Stuart Menckeberg (“De tijdschriftpers in de roerige jaren zeventig”) blijkt dat voor en na de onafhankelijkheid nieuwe bladen, die opgericht werden door idealistische linkse intellectuelen die in Nederland gestudeerd hadden, als paddenstoelen uit de grond schoten.

Henri E. Cameron, nestor onder de Surinaamse journalisten, heeft het in zijn bijdrage over de rumoerige jaren tussen 1975 tot 1980 waarin de achtergronden van de staatkundige onafhankelijkheid en de gebeurtenissen rond de militaire coup van 1980 uitvoerig aan bod komen. De militaire periode van de jaren tachtig wordt deskundig en uitvoerig uit de doeken gedaan door de journalisten Nita Ramcharan en Chandra van Binnendijk. Om de valkuil van de persoonlijke betrokkenheid te vermijden schrijven ze allebei vanuit hun visie over die periode. Chandra van Binnendijk was persoonlijk actief bij de ‘progressieve mediawerkers’ die in de militaire periode een nieuwe derdewereldjournalistiek wilden lanceren.

Haar collega Nita Ramcharan schetst de andere, minder fraaie kant van die periode onder de titel “Het donkerste tijdperk voor de persvrijheid”. Afsluitend beschrijft de Surinaamse socioloog Deryck Ferrier onder de hoopvolle titel “De pers wederom op zonnige wegen” de ontwikkelingen tussen 1987 en vandaag. Dat die ontwikkelingen niet anders zijn dan in de rest van de wereld wordt in de epiloog door Ellen de Vries en Marc De Koninck benadrukt: “In rijke en hoog ontwikkelde landen als Nederland hebben betaalde papieren kranten het moeilijk om te overleven en zijn de dagbladen dan ook naarstig op zoek naar nieuwe journalistieke formules om aantrekkelijk te blijven voor een groot publiek met een snel veranderend leesgedrag. Ook de Surinaamse pers zoekt op vergelijkbare wijze naar antwoorden op de ontlezing en de moordende concurrentie van radio en televisie.” (p. 250)

K’ranti is zeker een boeiend boek voor wie ingewerkt is in de Surinaamse geschiedenis. Wie dat niet is krijgt via de geschiedenis van de geschreven pers toch ook een partieel beeld mee van wat zich tussen 1774 en 2008 (met nadruk op de laatste periode!) in dit boeiende landje heeft afgespeeld. Uitgever KIT publishers heeft zich met K’ranti andermaal ingespannen om een stukje surinamistiek voor een breder publiek open te stellen.

(Uitpers, nr. 112, 11de jg., september 2009)

U kunt dit boek via de link hieronder rechtstreeks bestellen bij:

en wie via Uitpers bestelt, helpt Uitpers!

De link:

http://www.groenewaterman.be/anne/index.dll?webpage=index.htm&inpartcode=715069&refsource=uitpersKohonen

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel
Over Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).