Dood op verzoek, wat is daar mis mee?

Dood op verzoek. Voor de enen iets wat zou moeten mogelijk zijn, maar voor de anderen iets totaal verwerpelijks. Tot die laatste categorie behoort Abe Geldhof, auteur van een boek waarvan de titel precies ‘Dood op verzoek’ luidt. Geldhof is gastprofessor in de klinische psychologie (UGent en Arteveldehogeschool) en psychoanalyticus in Gent. Van euthanasie en zeker van euthanasie wegens psychisch lijden wil hij niet weten. Volgens hem kan de psychiatrie alles oplossen. Gelukkig zijn er artsen en psychiaters die er anders over denken en die uitgaan van het respect voor de concrete mens. Maar die artsen krijgen het de jongste tijd steeds moeilijker, klachten wegens ‘moord’ inbegrepen.

 Door zijn taalgebruik laat Geldhof al in zijn kaarten kijken. Wie openstaat voor euthanasie noemt hij ‘promotoren’ en ‘lobbyisten’ ten gunste van euthanasie. Artsen die instemmen met euthanasie of die toepassen ‘doden’ en ‘vermoorden’. Door de euthanasie wordt het doden in Geldhofs ogen een ‘onderdeel van de mentale zorg’. Het bestaan van een euthanasiewet doet volgens hem euthanasie veel te gemakkelijk aanvaarden. Dat iemand na een weigering van euthanasie door een arts een andere arts kan opzoeken, leidt volgens Geldhof tot ‘shoppen’. Uitvoerende of adviserende artsen zouden vanuit een ‘obscuur verlangen’ handelen. Ze zouden een soort vampiers zijn die mensen laten vallen. Ze zouden niet alles proberen om mensen te helpen. Dat de praktijk het tegendeel bewijst is voor Geldhof geen punt. Adviserende en uitvoerende artsen zouden bevooroordeeld zijn door hun mensbeeld. Wie zijn boek leest kan alleen maar vaststellen hoe bevooroordeeld Geldhof is. Wie euthanasie mogelijk maakt ‘faciliteert’ volgens hem de dood. De praktijk leert dat artsen die euthanasie mogelijk maken zeer voorzichtig te werk gaan en veel tijd nemen alvorens tot euthanasie over te gaan. Zij respecteren wel de mens die om euthanasie vraagt. Over respect voor de mens en zijn wens om zijn leven te beëindigen is in het hele boek geen sprake. Daarin wordt zonder meer gesteld dat mensen door het ‘euthanasiediscours’ naar de dood worden ‘gedreven’. Mensen die om euthanasie vragen ‘beroven’ zich volgens de auteur van het leven. Over de wens om een leven dat op een bepaald ogenblik onleefbaar is zo waardig en menselijk mogelijk te beëindigen, geen woord.

Wat zegt psychiater Lieve Thienpont over dit ‘doden’? In haar boek ‘Beschuldigd van gifmoord’ (1) schrijft ze: ‘En welke geesten bedenken nu dat – zelfs de psychogenocide indachtig – een toegewijde arts erop uit is in de eerste plaats zijn patiënten de dood in de jagen? (…) Van het label ‘moord’ moeten we zien af te komen wanneer we mensen helpen ‘een goede dood’ te sterven.’ Lieve Thienpont is verbonden aan Vonkel, het Gentse Centrum LevensEinde Vragen. Zij was een van de drie artsen die in het proces Tine Nys terecht moest staan op beschuldiging van gifmoord. De drie artsen werden vrijgesproken.

Al te dikwijls wordt gedacht dat euthanasie in België zonder meer mogelijk is. Dat is geenszins het geval. De euthanasiewet legt strikte beperkingen op. Zo moet een euthanasieverzoek vrijwillig en overwogen, zonder enige externe druk tot stand komen en worden herhaald. De patiënt moet zich in een medisch uitzichtloze toestand bevinden van aanhoudend en ondraaglijk fysiek of psychisch lijden dat niet kan worden gelenigd. Het is dus duidelijk dat de patiënt om euthanasie moet vragen. Zijn hele boek door gaat Geldhof er evenwel van uit dat het de artsen/psychiaters zijn die euthanasie opdringen, wat toch een zware ontkenning van de werkelijkheid is. Lieve Thienpont zou drie woorden aan de meest omstreden zin uit de euthanasiewet willen toevoegen: ‘De patiënt moet zich in een – VOOR DE PATIENT – medisch uitzichtloze toestand bevinden.’

De dokter weet het beter

Volgens Geldhof mag de vraag of een patiënt ‘uitbehandeld’ is en of een leven nog ‘waardig’ is om te worden geleefd niet worden gesteld. Zijn argument: ‘Die vraag bestond voorheen niet.’ Is hier nog een wetenschapper aan het woord? Als ‘voorheen’ de norm voor ons handelen wordt, moeten we opnieuw mensen op de brandstapel zetten, aan de galg opknopen, radbraken, vierendelen en ga zo maar door. Zover denkt Geldhof niet. Integendeel, hij herhaalt het nog eens: ‘de kwestie van levensbeëindiging vormde voorheen geen vraag’ in de wereld van de psychische hulpverlening. De medische hulpverlening moet dus blijven staan waar ze ‘voorheen’ stond.

 Het wordt een beetje pijnlijk om op de krankzinnige redeneringen van Geldhof te wijzen. In zijn ogen is euthanasie verdacht omdat de kwestie in Nederlandstalig België veel meer leeft dan in Franstalig België; omdat er in Vlaanderen veel actievere ‘lobbygroepen’ zijn dan in Wallonië ‘aan wie de media bijzonder en vrij eenzijdig aandacht schenken’ (Geldhofs boek is nota bene een pareltje van eenzijdigheid) en ook omdat ‘voornamelijk vrouwen gebruik maken van de wet omwille van psychisch lijden’. Ach, die vrouwen toch met hun ‘stemmingsstoornissen’ (sic).

Natuurlijk brengt Geldhof de ethiek ter sprake. Maar in zijn ogen betekent ethiek in deze durven erkennen hoe de euthanasiewet ‘de praktijk van de psychische hulpverlening dooreenschudt’. Wie dacht dat ethiek in de eerste plaats te maken heeft met respect voor de mens, ook voor de mens die zijn leven wil beëindigen, zit er dus naast. Voor Geldhof komt het erop aan dat de almacht van ‘mijnheer doktoor’ niet wordt aangetast. Maar respect voor de mens is het laatste waaraan Geldhof en gelijkgezinden denken. Zo durft Geert Hoornaert , klinisch psycholoog en psychoanalyticus, in een nawoord beweren dat ‘een empathisch begrip voor een doodswens bij de patiënt slechts een karikatuur is van wat we het in acht nemen van de persoon noemen’.

Psychotherapie lost alle op

Geldhof stoort er zich uitermate aan dat de euthanasiewet geen onderscheid maakt tussen fysiek en psychisch lijden. Want dat die wet euthanasie bij psychisch lijden toelaat, betekent voor hem de uitschakeling van de psychische hulpverlening. Alweer gaat het statuut van de hulpverlening boven het welzijn, de wens van de betrokken persoon. Volgens psychiater Lieve Thienpont is het ‘absurd’ mentale en fysieke gezondheid van elkaar te scheiden. Volgens haar moeten psychiatrische ziektebeelden naast andere ziektebeelden zoals hartziekten of neurologische aandoeningen worden geplaatst en niet in een apart kastje terechtkomen. Liefst zou ze daar ‘existentieel’ lijden aan toevoegen: mensen die lijden aan het leven omdat het ‘volbracht’ is, die geen verdere aftakeling willen. Maar de discussie over euthanasie bij voltooid leven woedt nog volop. Abe Geldhof wil er niet van weten. Een ‘bij de bij de patiënt levende doodswens’ mag zijns inziens zelfs niet worden besproken, zeker niet met de patiënt. Voor hem gaat het om een ‘in te dijken tendens’. Uitdrukkingen als ‘onwaardig leven’ en ‘goede dood’ noemt hij ‘gruwelijk’. Geldhof heeft blijkbaar nog niet ontdekt dat sterven een normaal, natuurlijk verschijnsel is en geen ziekte. Lieve Thienpont hierover: ‘Sterven is een deel van het leven en wel een belangrijk.’

Bovendien is ondraaglijk psychisch lijden volgens Geldhof alleen maar een ‘tijdelijke ontreddering’. De psychotherapie zorgt er wel voor dat die voorbijgaat, tenminste als men ze voldoende tijd gunt. Als therapeuten moeten ingaan op een verzoek van de patiënt om het leven te beëindigen, vraagt men de therapeuten volgens Geldhof ‘om hun patiënten op te geven’. Volgens Geldhof zijn er situaties waarin de therapeut alles behalve empathisch mag worden om zijn patiënt ‘niet naar het ergst denkbare te drijven’. Euthanasie als therapeutische optie zien getuigt volgens de auteur van ‘gemakzucht’. Hij wil niet inzien dat euthanasie die door de patiënt wordt gevraagd een laatste mogelijkheid kan zijn om waardig sterven mogelijk te maken. In tegenstelling tot fysiek lijden mag men bij psychisch lijden volgens Geldhof de therapie nooit stopzetten. Want, zo luidt zijn redenering, dat het psychisch lijden nu eindeloos lijkt, betekent niet dat het voor altijd eindeloos is. De therapeut moet blijven luisteren, anders verwordt hij ‘tot een instrument waarmee de patiënt zijn dood realiseert’. Het geloof in het eeuwige leven valt hier samen met het geloof in het eeuwige gesprek.

Hulpverleners die met euthanasie instemmen willen er volgens Geldhof ‘niet meer zijn voor de lijdende mens’. Hij durft zelfs beweren dat hulpverleners met euthanasie instemmen als ‘de patiënt niet zo goed ligt bij het team’. Het zou om een ‘verlichting van de werkagenda’ gaan. En nog: ‘het doden wordt nu een onderdeel van de mentale zorg’. Kan het schandaliger? Bij euthanasie gaat het niet om doden, maar om op verzoek van de patiënt op een waardige wijze een einde te maken aan een uitzichtloze en ondraaglijke toestand. Euthanasie zou volgens Geldhof geen optie mogen zijn, want eens die optie bestaat is het mogelijk dat de arts of psychiater erop ingaat. Wie dat doet biedt volgens Geldhof geenszins humane zorg, maar tracht alleen maar ‘de vuile kant van de mens, zijn psychisch lijden, zo steriel mogelijk op te ruimen’. Is het nodig deze professor nog verder te citeren?

Psychiater Lieve Thienpont zegt over een en ander dat de arts geen redelijke kans op verbetering van de toestand van de patiënt mag missen en daartoe de nodige behandelingen moet voorstellen. Maar als de patiënt bewust om euthanasie vraagt en zelfs zegt blij te zijn te mogen gaan, kunnen artsen zoals de patiënt oordelen dat ‘toegevoegd lijden onnodig is’. Professor dokter Wim Distelmans, covoorzitter van de Federale Controle- en Evaluatiecommissie Euthanasie schrijft hierover in zijn boek ‘Voor zij die lijden’ (2) : ‘Artsen krijgen nog vaak niet de reflex mee zich af te vragen of verder behandelen nog zin heeft. Ze worden als het ware getraind in therapeutische hardnekkigheid, in het koste wat kost in leven houden van mensen (…) Je kan patiënten die nochtans ondraaglijk lijden, jaar in jaar uit nieuwe behandelingen (psychotherapie, medicijnen…) blijven aanbieden en altijd kan men, als blijkt dat deze niet helpen, andere behandelingen opstarten. Waar stopt dat?’

Leve het lijden

Bij gebrek aan argumenten neemt Geldhof zijn toevlucht tot de truc van de ‘nabestaanden’. Euthanasie zou niet mogen omdat de nabestaanden hierdoor zoveel leed wordt aangedaan. Als men die krankzinnige redenering doortrekt, betekent dit dat niemand nog mag sterven, want er zijn altijd nabestaanden. En er zijn echter ook nabestaanden die begrip opbrengen voor de uitzichtloze toestand en de wens van hun geliefde. Dat euthanasie een gewelddadige zelfdoding kan voorkomen maakt op Geldhof geen enkele indruk. Hij maakt geen onderscheid tussen beide, want zowel in het ene als in het andere geval wordt de nabestaanden verdriet aangedaan! En is uitzichtloos lijden zo erg? Helemaal niet, aldus Geldhof, want ‘bronnen van lijden zijn inherent aan het menselijke leven’. Sterker nog: ‘Ze maken ons tot mens’. En uitzichtloos lijden? Geen probleem, want de uitzichtloosheid ‘is de kern van elk lijden’. Dat is helemaal in overeenstemming met de christelijke leer: naar het voorbeeld van de lijdende Christus kunnen we niet genoeg lijden, want door te lijden verdienen we onze hemel.

Het gebrek aan respect voor de mens en diens zelfbeschikkingsrecht is de rode draad die doorheen Geldhofs boek loopt. Alles zou van het ‘subjectieve oordeel van de arts’ afhangen. De wil van de betrokkenen is van geen belang. De valse redeneringen waaraan de auteur zich in dit opzicht bezondigt zijn niet te tellen. Zo betekent euthanasie in zijn ogen dat ‘dit recht om over de eigen dood te beschikken aan een ander moet worden uitbesteed’. Door voor euthanasie te kiezen laat de mens zich herleiden tot ‘het object van een procedure’. Omdat een burger binnen het raam van de Belgische wetgeving niet over de middelen beschikt om zelf zijn leven op een waardige wijze te beëindigen, moet hij wel zijn toevlucht nemen tot een arts. Lieve Thienpont waarschuwt in dit verband voor een ‘anti-euthanasie lobby die voorbijgaat aan het zelfbeschikkingsrecht van mensen met een weloverwogen, herhaalde vraag naar euthanasie bij ondraaglijk lijden van psychische aard’. Zelfbeschikkingsrecht is voor haar een mensenrecht.

In een zijn documentaire ‘Choosing Death’ heeft Louis Theroux het over de mogelijkheid om door het innemen van een cocktail van medicijnen zijn leven te beëindigen. Die mogelijkheid bestaat in zeven Amerikaanse staten en wordt in 23 andere overwogen. Iemand die zijn leven wil beëindigen zegt in de documentaire: ‘Ik wil niet lijden voor ik sterf.’ Hij wil ook niemand tot last zijn. Misschien kan Abe Geldhof eens naar de film ‘Tout s’est bien passé’ van François Ozon kan kijken, maar dan bij voorkeur als onbevooroordeeld en empathisch mens en niet als verkrampt psychoanalyticus. Dat euthanasie een zelfmoord(poging) kan voorkomen, wil Geldhof niet weten. Wim Distelmans schrijft hierover: ‘Zolang er nog mensen voor de trein gaan liggen of van een appartement springen, is euthanasie nog niet bespreekbaar genoeg.’ (3)

Bovendien kan zelfmoord volgens Geldhof vermeden worden als de hulpverlener maar zijn best doet. Zijns inziens kunnen psychische problemen altijd worden opgelost. Lieve Thienpont getuigt hoe mensen gerustgesteld worden als ze weten dat euthanasie mogelijk is als de toestand werkelijk onhoudbaar wordt: ‘De zekerheid dat zij niet onder een trein moeten springen, niet zelf moeten knoeien met medicatie, niet gevonden moeten worden in onterende omstandigheden, hun omgeving niet moeten traumatiseren. Dat zij op een menswaardige manier en liefdevol omringd, sereen afscheid kunnen nemen wanneer zij er klaar voor zijn. Dat zij zelf de controle mogen hebben over dit deel van hun leven, hun stervensproces.’

 Seneca en More

 Omdat alles wat ‘voorheen’ geschiedde voor Abe Geldhof de norm is voor zowat ieder handelen, citeren we twee auteurs die eeuwen geleden (‘voorheen’ dus) al over het beëindigen van het leven schreven. De Romeinse schrijver en stoïcijnse filosoof Lucius Annaeus Seneca schreef tweeduizend jaar geleden in zijn Essays (4) het volgende: ‘Maar als het lichaam geen nuttige dienst meer verricht, waarom zou je de lijdende ziel dan niet laten vertrekken? En misschien moet dat iets eerder dan nodig, om te voorkomen dat je het niet meer kunt als het echt nodig is. Het gevaar van lage levenskwaliteit is groter dan dat van een ontijdige dood, dus je zou wel dom zijn als je niet tegen een kleine prijs in tijd een kans op een grotere tegenslag afkoopt (…) Wat is dus erger: een stukje van je leven verliezen of het recht verliezen het te beëindigen? (…) Ik zal niet door de dood vluchten voor een ziekte, mits die geneeslijk is en de ziel niet belemmert (…) Maar als ik te weten kom dat ik die pijn voorgoed moet dragen, dan zal ik weggaan, niet vanwege die pijn op zich, maar omdat die mij in de weg zal staan bij alles waarvoor ik leef. Wie vanwege de pijn de dood zoekt is zwak en laf, maar wie leeft ter wille van de pijn is dom.’

Tomas More schreef in 1515-1516 in zijn Utopia (5): ‘Wanneer de ziekte niet alleen ongeneeslijk is maar ook uitzichtloos en ondraaglijk lijden veroorzaakt, dan komt er een delegatie van priesters en andere gezagsdragers bij de patiënt op bezoek om hem voor te houden dat hij, nu hij het leven niet meer aankan en een last is geworden voor zichzelf en voor anderen, misschien wel zijn eigen dood overleefd heeft. Hij zou voor zichzelf moeten vaststellen of hij die ziekte nog langer wil laten voortwoekeren en of hij niet liever wil sterven nu het leven voor hem zo’n kwelling is geworden. Zou hij niet, in de hoop op iets beters, zelf uit de pijnlijke gevangenis van dit leven moeten ontsnappen of accepteren dat anderen hem daaruit bevrijden? Omdat hij met zijn dood niet een voortijdig einde zou maken aan een productief leven maar aan een vreselijke doodstrijd, zou hij dus zelfs iets verstandigs doen (…) Wanneer iemand aan hun oproep gehoor geeft beëindigt hijzelf zijn leven door te stoppen met eten of er worden voorzieningen getroffen waardoor hij ongemerkt in zijn slaap overlijdt.’

Piet Lambrechts

Voetnoten:

  • (1) Lieve Thienpont – Beschuldigd van Gifmoord – Euthanasie voor Assisen – een persoonlijk verhaal – Houtekiet – 250 blz. – 21,99 euro
  • ( 2) Wim Distelmans – Voor zij die lijden – Borgerhoff & Lamberigts
  • ( 3) Wim Distelmans – ‘Euthanasie is nog steeds niet bespreekbaar genoeg’ – De Morgen, 20 juni 2015
  • (4) Seneca – Levenskunst – Filosofische essays over leven en dood – Athenaeum -Polak & Van Gennep
  • (5) Thomas More – Utopia – Athenaeum – Polak & Van Gennep
Dood op verzoek – Bestaat de psychiatrie nog als ze euthanasie bij psychisch lijden toelaat?
Abe Geldhof
Mammoet, imprint van Uitgeverij EPO
2021
132, € 20
(Visited 131 times, 1 visits today)
Deel dit artikel