Dodelijk management verandert France Télécom in geldmachine

Sinds de privatisering van France-Télécom in 1998 is de bedrijfscultuur er niet langer die van een openbare dienst, maar die van een genadeloze geldmachine. Om het bedrijf “concurrentieel” te houden en om de aandeelhouders méér winst te bezorgen, worden de werknemers onderworpen aan werkomstandigheden die sinds februari 2008 al 25 van hen tot zelfmoord hebben gedreven.

De reactie van directie en management op de zelfmoorden? Die “mode” moet ophouden, zei France-Télécombaas Didier Lombard. “Niets dramatisch, ik heb al erger gezien”, citeerde Le Canard Enchaîné personeelschef Olivier Barberot. De human resources-managers onderzoeken verder hoe men minder werknemers harder kan doen werken met een slechter statuut. Een legertje psychologen moet de zaak begeleiden.

In het Bretoense dorpje Lannion heeft een 48-jarige ingenieur van France-Télécom zich op 15 oktober verhangen. Twee dagen eerder probeerde een andere werknemer van de communicatiegigant zelfmoord te plegen. Begin oktober was een 51-jarig personeelslid van een 80 meter hoge brug in de Haute Savoie gesprongen. De zelfmoord in Lannion brengt het aantal werknemers van France-Télécom dat zelfmoord pleegde op 25 sinds februari 2008. Ze konden de nieuwe “human resources”-politiek, die de gangbare arbeidsstructuren aantast, niet langer aan.

Die politiek bestond in aanhoudende herstructureringen en kostenvermindering, verplichte functiewisseling om de drie jaar voor kaders, steeds hogere doelstellingen voor elke werknemer, en aanhoudende evaluaties, vaak door minder bekwame en/of jongere chefs. Dat veroorzaakte een stress die in tientallen gevallen fataal is geworden.

In het verhullend jargon van directies en management ging het om een “modernisering”, doorgevoerd door managers die de “menselijke grondstoffen” (human resources) “flexibeler” en “efficiënter” moeten maken om het bedrijf “concurrentieel” te houden in de “globale economie”. De werknemers ondervinden gewoonlijk na enkele jaren dat die ronkende termen (liefst in het Engels) gewoon de verhoogde uitbuiting verhullen: harder en langer werken met minder volk voor minder geld, in de waanzinnige concurrentieslag die door de “globalisering” is versterkt.

Zo worden ouderen zonder vervanging opzij gezet wegens “te duur, niet adaptabel, vastgeroest”; jongeren worden aangenomen met een minderwaardig statuut en lager loon; aanhoudende evaluatiesystemen houden de werknemers in de pas, jagen hun prestaties op, en doden kritiek; een eigen bureau of werkplek wordt als “ouderwets” bestempeld, langer dan vijf jaar in eenzelfde functie werken geldt als “gebrek aan flexibiliteit”. Voor veel werknemers is niets nog zeker: de werkplek niet, de collega’s niet, de functie niet en de baan zelf evenmin. De aanhoudende verplaatsing van personeel (bij France-Télécom vaak naar andere steden) weegt zwaar op het privé- en gezinsleven. Op de werkplek (vandaag hier, morgen daar) wordt vriendschap en solidariteit erg moeilijk. Het resultaat is een groeiende individualisering van de personeelsleden, een resultaat dat ongetwijfeld tot de doelstellingen van de bedrijfsleiding en haar “managers van menselijke grondstoffen” behoort. Werknemers van France-Télécom klagen dat ze onderworpen zijn aan een “terreurmanagement”.

France-Télécom werd in 1998 geprivatiseerd (de merknaam is Orange), de Franse staat is, met 26 procent, de grootste aandeelhouder. Het bedrijf telt 100.000 werknemers in Frankrijk. Tot ergernis van de nieuwe “managers” werkt nog tweederden van het personeel (vooral ouderen) onder het ambtenarenstatuut, ze kunnen nauwelijks worden ontslagen.

Sinds de privatisering heeft het bedrijf zich ver verwijderd van de “openbare dienst” die het vroeger was. “We zijn geëvolueerd van een cultuur van openbare dienst naar die van een genadeloze geldmachine”, zei een woedende werknemer van France-Télécom. Hij werkt nu in een bedrijf dat alles in functie stelt van de opbrengst voor de aandeelhouders. Het is een wending die sinds de jaren 1980, met de restauratie van het oude liberale kapitalisme, in vele landen kan worden vastgesteld. Door aanhoudende “besparingen” en daarmee verbonden privatiseringen worden ziekenhuizen, universiteiten, bejaardenhomes, spoorwegen, post enz… aldoor minder als diensten, en aldoor meer als bedrijven gerund. Ze moeten zoveel mogelijk renderen voor de eigenaars. Met alle gevolgen vandien.

De verontwaardiging over de zelfmoorden breidde zich uit in Frankrijk en de hele wereld (ook al proberen bedrijfsleiders overal gelijkaardige “managementmethoden” uit). France-Télécom-baas Didier Lombard (die door woedend personeel werd uitgescholden voor “moordenaar”) probeerde het personeel te sussen met minimale toegevingen: de functiewisselingen worden tot eind dit jaar opgeschort, de herstructureringen voorlopig bevroren. Ondertussen wordt er met de vakbonden onderhandeld over manieren om de “stress op het werk” aan te pakken.

Luie krent

De patroons zien vooral heil in het aanwerven van psychologen om de werknemers te begeleiden. Het ontgaat hen kennelijk hoe ver het is gekomen als werknemers al psychologen nodig hebben om het te kunnen volhouden op het werk. Lombard ziet in elk geval niet af van zijn globale, weinig menselijke aanpak. Veelzeggend was zijn waarschuwing in januari jl. ter gelegenheid van een interne manifestatie in het bedrijf: de werknemers moeten niet denken “dat ze op hun luie krent kunnen blijven zitten”, zei hij, “dat is afgelopen” (“les salariés qui pensent que la pêche aux moules c’ est merveilleux, éh bien c’est fini”). Het getuigde van een diepe miskenning van de arbeid van het personeel.

Met eenzelfde miskenning van de toestand van de werknemers liet hij zich later uit over de zelfmoorden. “Daar wordt veel over gesproken”, zei hij, “en hoe meer men daar over spreekt, hoe vroeger men mensen met een labiele toestand op ideeën brengt”. Volgens hem werkten de zelfmoorden als “een besmetting”. En in het bijzijn van minister van Arbeid Xavier Darcos sprak hij de hoop uit dat “die mode” ten einde komt. Later verontschuldigde hij zich voor die uitspraak. Hij had met “mode” niet “mode” bedoeld, maar had het Engelse”mood” (gemoedstoestand) in zijn hoofd gehad. Zijn personeelchef Olivier Lombard noemde volgens de Canard Enchaîné de zelfmoorden bij het bedrijf “niet dramatisch, ik heb al erger gezien. Het aantal zelfmoorden neemt niet toe, in 2000 waren het er 28, in 2002 29”. Het is tekenend voor de mentaliteit bij de nieuwlichters-managers van het bedrijf.

Terwijl Lombard wacht op het verstrijken van zijn termijn als CEO in 2011, werd de nummer twee van France-Télécom, Louis-Pierre Wenes, als zondebok de laan uitgestuurd. Dat moest de vakbonden sussen, die hem beschouwden als de belichaming van de genadeloze bedrijfscultuur bij France-Télécom. Maar Wenes werd vervangen door een een geestesverwant, Stéphane Richard, een nauwe vriend van president Nicolas Sarkozy. Die benoeming zat al in de pijplijn in mei. Richard, een multimiljonair die zowel voor de overheid als voor de privé-sector heeft gewerkt, is de gedoodverfde opvolger van Lombard. Zo’n cosmetische veranderingen aan de top, zonder het systeem te veranderen, lijken evenwel geen verlichting te zullen brengen voor de geplaagde werknemers.

(Uitpers, nr. 114, 11de jg., november 2009)

Visited 6 Times, 1 Visit today

Tags :