Maandag, 25 mei, was het Memorial Day in de VS, de dag waarop alle militairen worden herdacht die zijn omgekomen in dienst van het leger. Ter gelegenheid daarvan deze bedenkingen.
Welke oorlog is de menselijke, economische en ecologische kost waard geweest? VS-leiders blijven geld uitgeven aan oorlogen waarvan ze denken dat ze de onbetwiste wereldmacht zullen verzekeren. Het zijn oorlogen die in plaats daarvan miljoenen dodelijke slachtoffers maken in het buitenland, VS-troepen in gevaar brengen, en het leven moeilijker maken in eigen land.
Peilingen tonen dat bijna tweerderde van de VS-burgers gekant is tegen de oorlog in Iran. Ze hebben gelijk. Na decennia van oorlog sinds de aanslagen van 9 september 2001, zijn de Amerikanen het er nu grotendeels over eens: oorlog is het niet waard.
De oorlog in Iran heeft duizenden Iraniërs en Libanezen het leven gekost en nog eens honderdduizenden mensen ontheemd. Mensen in arme landen over de hele wereld kampen met brandstoftekorten, stroomuitval en voedselonzekerheid, en het ergste moet nog komen.
In de Verenigde Staten heeft de oorlog al meer dan 50 miljard dollar gekost, en de kosten gaan alleen maar de hoogte in – aan de gaspomp, maar ook in termen van gemiste kansen. Voor die 50 miljard dollar had de VS-regering volgens een studie van het ‘Institute for Policy Studies National Priorities Project’ de gezondheidszorg voor 3 miljoen mensen kunnen betalen en ongeveer 1,5 miljoen kinderen naar ‘Head Start’ kunnen sturen (een federaal programma dat onderwijs, voeding en gezinsondersteuning biedt aan jonge kinderen uit gezinnen met lage inkomens).
Wat maakt ons veiliger?
President Donald Trump wil ons graag doen geloven dat geen prijs te hoog is om de “nucleaire dreiging” van Iran een halt toe te roepen. Maar Iran vormt geen nucleaire dreiging. Jaar na jaar, ook in 2026, waren de VS-inlichtingendiensten het erover eens dat Iran geen kernwapens bouwde.
In een deal, bereikt in 2015, stemde Iran ermee in om zijn voorraad verrijkt uranium af te bouwen, het aantal reactoren te verminderen en zich te onderwerpen aan ongekend indringende inspecties door de Verenigde Naties. In ruil daarvoor zou de VS een einde maken aan veel van de sancties die de Iraanse economie lam legden. Het werkte. Inlichtingendiensten over de hele wereld, ook in de VS, constateerden dat Iran zich aan de afspraken hield. VN-inspecteurs hielden de Iraanse reactoren nauwlettend in de gaten, het verkeer door de Straat van Hormuz verliep vrijelijk, en met het argument dat een nucleaire bom in strijd zou zijn met de islamitische wet, verklaarde Iran nog steeds niet van plan te zijn kernwapens te bouwen.
Maar in 2018 ontmantelde Trump het nucleair akkoord. Hij pretendeerde niet dat Iran het schond, maar beweerde dat hij “een betere deal” kon krijgen. Dat kon hij niet.
In plaats daarvan sloot Trump zich aan bij de Israëlische premier Benjamin Netanyahu en voerde hij de dreigementen tegen Iran op. Uiteindelijk werden die dreigementen werkelijkheid – eerst in de vorm van een korte bombardementencampagne in juni 2025 en dit jaar in de vorm van een grootschalige Amerikaans-Israëlische oorlog.
Ondanks herhaaldelijke beweringen van het Witte Huis dat er een staakt-het-vuren was en dat “we hebben gewonnen”, duurt de oorlog maanden later nog steeds voort. Duizenden mensen zijn gedood, de benzineprijzen zijn schrikbarend hoog en de Straat van Hormuz (die prima functioneerde voordat Trump de nucleaire overeenkomst opblies) blijft grotendeels gesloten.
Het is een logische conclusie dat diplomatie werkt en oorlog niet. Dat is niet alleen een principiële uitspraak – het is de waarheid. Diplomatie is de enige strategie die ooit heeft gewerkt om Iran te beïnvloeden. Het ging niet om vriendelijk vragen. Het ging om ernstig onderhandelen, waarbij de VS zijn eigen agressieve gedrag aanpaste en ophield met het inzetten van zijn economische, politieke en strategische macht als oorlogsdaden tegen Iran.
Is deze oorlog de menselijke, economische of ecologische kosten waard? Duidelijk niet. Hetzelfde kan gezegd worden van Trumps andere conflicten tijdens zijn tweede ambtstermijn – waaronder zijn steun voor de genocide van Israël in Gaza en zijn aanvallen op Somalië, Jemen, Venezuela en Nigeria.
In feite zouden de meeste VS-burgers het er vandaag over eens zijn dat geen van de grote oorlogen uit het recente verleden de moeite waard is geweest – noch in Vietnam, noch in Midden-Amerika, noch in Irak, noch in Afghanistan, noch opnieuw in Irak. Met de 16 biljoen dollar die de VS na 9/11 en vóór de oorlog met Iran heeft uitgegeven aan het leger, hadden baanbrekende investeringen kunnen worden gedaan in de gezondheidszorg, het onderwijs en hernieuwbare energie. De studieschulden hadden kwijtgescholden kunnen worden en kinderarmoede in eigen land en wereldwijd had vrijwel volledig uitgebannen.
VS-leiders blijven in plaats daarvan geld uitgeven aan oorlogen waarvan ze denken dat ze de onbetwiste wereldmacht zullen verzekeren. Het zijn oorlogen die in werkelijkheid miljoenen dodelijke slachtoffers maken in het buitenland, VS-troepen in gevaar brengen, en het leven moeilijker maken in eigen land.
Veteranen weten dit maar al te best. “De VS is al sinds mijn ontplooiing naar de Perzische Golf 36 jaar geleden in één of andere vorm in oorlog”, stelt Michael McPhearson, uitvoerend directeur van de vredesorganisatie ‘Veterans for Peace’. “Er zijn biljoenen belastingdollars uitgegeven. Terwijl oorlogsstokers en degenen die ons naar de oorlog sturen, rijker worden, zijn duizenden VS-militairen omgekomen en tienduizenden gewond geraakt. De tol voor de rest van de wereld is nog schokkender”, voegt hij eraan toe. “Het is tijd om te investeren in mensen en in leven, en te stoppen met het uitgeven van geld aan dood en vernietiging”, aldus McPhearson. Ik ben het daarmee eens – en de meeste VS-burgers ook.
Dit vertaalde artikel is ook te vinden op Vrede; het verscheen eerder in ‘DC Journal‘.

