Democratie made in Europe

"Onze burgers zijn niet gelukkig met de gang
van zaken op Europees niveau.
Zij eisen terecht veel meer zeggenschap
in het proces van vormgeving aan het nieuwe Europa."

Romano Prodi, Voorzitter van de Europese Commissie2

Democratie staat hoog in het vaandel van de Europese Unie. Er wordt graag aan herinnerd dat het oude continent aan de wieg stond van de democratie en ook vandaag wordt Europa gezien als het toonbeeld van democratie. Politici zien het uitdragen van de democratische waarden in de wereld, als één van de belangrijkste taken van de Unie als nieuwe grootmacht. Guy Verhofstadt: "We moeten geloven dat de waarden die wij koesteren, meer in het bijzonder democratie, mensenrechten, rechtsstaat, intermenselijke solidariteit, waarden zijn die overal ter wereld kunnen toegepast worden. In andere woorden, we willen een Europa dat in staat is om, samen met andere supermachten, in de wereld controle uit te oefenen en de weg te banen, zowel moreel als economisch”. 3

Dat is de retoriek, maar wat is de werkelijkheid? Democratie betekent volgens Van Dale "een staatsvorm waarbij het volk wordt geregeerd door gekozen vertegenwoordigers uit eigen gelederen". Anders gezegd, het orgaan van deze verkozenen, het parlement, vormt het hoogste staatsorgaan. Dat orgaan is bevoegd voor het wetgevend werk en controleert de uitvoerende macht. Dat is de normale gang van zaken bij elke parlementaire democratie. In de Unie ligt dat helemaal anders. Een blik op de belangrijkste politieke instellingen maakt dat direct duidelijk.4

 

Alles went, zelfs het Europarlement5

"Het parlement heeft altijd de kruimels gekregen
die van tafel vielen.
Zoals een goede hond,
zeer blij met alles wat hem gegeven wordt."

Europarlementslid Michael Hindley6

 

  • Het hoogste orgaan is niet het parlement maar de Europese Raad: bestaande uit de regeringsleiders en de ministers van Buitenlandse Zaken. Om de zes maand zit een ander land deze raad voor. Deze raad komt vier maal per jaar samen in de zogenaamde Eurotops. Daar worden de grote politieke oriëntaties vastgelegd, zowel op binnenlands als op buitenlands vlak. Deze oriëntaties worden dan door de Raad van Ministers in wetten omgezet.
  • De wetgevende macht wordt waargenomen door de Raad van Ministers, of kortweg Raad. Hier worden de wetten geschreven. Deze raad is opgedeeld in verschillende raden: de Raad van Landbouwministers (bevoegd voor de gemeenschappelijke landbouwpolitiek), de Raad van de ministers van economie en financiën (ecofin), de Raad van ministers van Buitenlandse Zaken, enz. De beslissingen worden genomen bij unanimiteit (vetorecht) of met gekwalificeerde meerderheid. Naargelang de grootte hebben de lidstaten minder of meer stemmen. Naast de ministers hebben de lidstaten ook permanente vertegenwoordigers in de Raad, Coreper genaamd. Het zijn relatief onbekende technocraten die dagelijks in verschillende werkgroepen samenkomen. Naar schatting 80 tot 90% van de beslissingen worden genomen zonder inbreng van de bevoegde ministers.7 De beslissingen worden ook in het geheim genomen. Volgens de Economist is de Raad "het enig wetgevend orgaan van de democratische wereld dat beslissingen achter gesloten deuren neemt." 8
  • De uitvoerende macht ligt bij de Europese Commissie. Deze telt twintig leden. De vijf grootste landen hebben twee commissarissen, de kleinere elk één. Deze worden niet verkozen door de EU-burgers, maar voorgesteld door de respectievelijke lidstaten. De Commissie bereidt de grote oriëntaties van de Europese Raad voor en doet voorstellen voor nieuwe wetten. Ze werkt richtlijnen uit voor de lidstaten en ziet toe op de uitvoering van de verdragen. Bij conflicten tussen lidstaten treedt de Commissie op als bemiddelaar. Tenslotte vertegenwoordigt ze de buitenlandse belangen van de Unie. Zo bijvoorbeeld worden de onderhandelingen in de Wereld Handelsorganisatie door de Commissie gevoerd en niet door de individuele lidstaten.
  • Je zou het haast vergeten, maar er is ook nog een Europarlement. Na de opsomming hierboven blijven niet veel bevoegdheden meer over. Het parlement kan zelf geen wetten schrijven, enkel in bepaalde gevallen zaken tegenhouden of corrigeren. En dat geldt slechts voor een beperkt aantal terreinen, bijvoorbeeld niet op het vlak van sociale en fiscale zaken. Het is voornamelijk een adviserend orgaan. De ministers en de Commissie moeten naar de mening van het parlement wel luisteren, maar zijn zelden verplicht om er rekening mee te houden. Formeel gesproken ziet het parlement toe op de werking van de Commissie. Maar dat is zeer beperkt. Het kan de leden ervan niet zelf kiezen en kan enkel de Commissie in haar geheel naar huis sturen. Het parlement heeft tenslotte budgettaire bevoegdheden: elk jaar moet de begroting worden goedgekeurd door het parlement. Er zijn 626 parlementsleden, gegroepeerd in een achttal groepen. Ze vergaderen eenmaal per jaar gedurende een twaalftal weken.

Het Europarlement is het enige parlement ter wereld waar geen wetten worden geschreven. De enige serieuze bevoegdheid betreft de goedkeuring van het budget. Men moet dan wel beseffen dat de jaarlijkse begroting niet meer is dan 1% van het BNP… Dit verkozen orgaan heeft m.a.w. vooral symbolische en cosmetische betekenis. Men kan dat moeilijk nog bestempelen als ‘democratisch deficit’.9 Het gaat hier om niet veel meer dan een rookgordijn, een farce. In wezen wordt de Unie geleid door een beperkt aantal niet verkozen technocraten en gebeuren de belangrijke beslissingen achter gesloten deuren. Zo bijvoorbeeld werd in de zomer van 2000 in alle stilte het recht op publieke toegang op EU-documenten in te perken, door Coreper goedgekeurd.10

 

Naar een Nieuwe Orde?11

"Het model van representatieve democratie
verschaft geen voldoende inspiratiebron meer."

Conclusie Seminarie van de Europese Commissie

Alsof dat allemaal nog niet genoeg is gaan er nu stemmen op om het democratisch functioneren nog verder uit te hollen. Op een Seminarie van 1999, georganiseerd door de Europese Commissie luidt de conclusie: "De complexiteit van de problemen en de diversiteit van de civiele maatschappij zijn van nu af aan van die aard dat het model van representatieve democratie geen voldoende inspiratiebron meer verschaft."12 Hiermee wordt de kern van de democratie geraakt. Dat de parlementsleden hun legitimiteit en macht precies verlenen aan het feit dat ze verkozen zijn, wordt bijkomstig. Romano Prodi, huidig voorzitter van de Commissie verwoordt het als volgt: "Doeltreffend optreden door de Europese instellingen is de belangrijkste bron van hun legitimiteit".13 Het is niet de eerste keer in de geschiedenis dat gebrek aan efficiëntie wordt ingeroepen om de macht van het parlement uit te hollen. In de jaren twintig en dertig gebruikten Mussolini en Hitler dit argument al om het parlement naar huis te sturen. In de jaren vijftig gebruikte Franco de term "organische democratie" toen hij het parlement uitschakelde en een fascistisch regime installeerde.

Merkwaardig genoeg duikt eenzelfde terminologie vandaag weer op. Tom Burns in een paper bestemd voor het Europarlement: "Tegenover de toename van de complexiteit en het dynamisme – gezien de beperkingen en tekorten van de parlementaire vormen – duiken nieuwe vormen van reguleringen en bestuur op. Op sectorieel niveau bevinden wij ons tegenover verschillende stabiele netwerken of gemeenschappen. Zij komen tussen in het beleid, het bestuur op lagere niveaus en het bestuur op vlak van privé-belangen. Tot deze groepen behoren belangengroepen die begaan zijn met specifiek politieke of sectoriële kwesties en problemen. Ik heb dit geheel organisch bestuur genoemd". 14 De boodschap is duidelijk. De privé-belangengroepen (lobby’s) zijn efficiënter dan de verkozen vertegenwoordiging van de bevolking, om de patronale belangen te verdedigen. Daarom moeten deze belanggroepen ook een volwaardige plaats krijgen in de beslissingsorganen. Uiteraard zijn die belangengroepen niet verkozen en is hun macht evenredig met het kapitaal dat ze vertegenwoordigen. Deze denkpiste brengt ons in zekere zin terug naar het cijnskiesrecht van de negentiende eeuw, waarin enkel diegenen met een hoog inkomen stemrecht hadden.15 En dan te bedenken dat Romano Prodi vindt dat "Europa zijn maatschappijmodel naar de buitenwereld moet uitdragen".16

Het loopt (voorlopig) nog zo geen vaart, maar in elk geval gaat de trend in de richting van niet meer maar (nog) minder democratie. Voortdurend wordt er gepleit voor een sterk en slagvaardig Europa op het vlak van de besluitvorming. Verhofstadt: "Het moet een politiek sterk Europa zijn … We hebben een sterke Commissie nodig".17 De uitbreiding naar het Oosten zal de Unie daartoe overigens verplichten. Commissievoorzitter Prodi: "Het uitgebreide Europa zal ongetwijfeld sterke instellingen nodig hebben".18 (onze onderstreping, n.v.d.a.) Bondskanselier Schröder pleit er voor om de Europese Commissie te promoveren tot een echte Europese regering. De Raad van ministers wordt dan een soort Tweede Kamer.19 Het Europarlement zal dan verworden tot een schaduw van zichzelf en de stem van de gewone Europese burger zal helemaal niet meer gehoord worden.

Niet dat wij nu zo hoog oplopen met de nationale parlementen. De manier waarop de politieke besluitvorming verloopt is meestal de uitdrukking van de reële krachtsverhoudingen in de samenleving. En ook op nationaal vlak liggen die duidelijk in het voordeel van de kapitaalgroepen. Op nationaal vlak zijn een aantal filters ingebouwd om te verhinderen dat de belangen van de overgrote meerderheid van de bevolking zich kunnen doorzetten ten koste van die van het kapitaal.20 Het is in dat verband veelbetekenend dat in de nationale parlementen geen of weinig arbeiders vertegenwoordigd zijn. In de parlementen is voor nevenkwesties wel enige marge om zaken te beslissen, maar de essentiële kwesties worden elders en in beperkte kring beslist. En in deze kring geven de belangen van het grootkapitaal de doorslag. De nationale parlementen zijn dan ook niet veel meer dan praatbarakken die de schijn hoog houden dat de stem van de gewone burger meetelt. Johan Van Hecke, toenmalig voorzitter van de CVP, op dat moment de grootste partij: "In het parlement had ik doorlopend het gevoel van: het enige wat ik hier kan doen is op mijn knopje drukken, en zelfs dat is in de meeste gevallen voorgeprogrammeerd." 21

Dit gezegd zijnde zijn de nationale parlementen wel nog steeds een belangrijk forum waar belangrijke politieke en maatschappelijke kwesties worden besproken en waar onder druk van de straat zaken kunnen bijgestuurd worden. Op het Europese niveau vervalt dit zelfs helemaal. Bij de gewone burger heeft bijna niemand er enig idee van wat er beslist of besproken wordt in het Europarlement, laat staan in de Europese Commissie of in de Raad van Ministers. We moeten daarbij goed voor ogen houden dat het merendeel van de beslissingen nu al op het Europese niveau plaatsvindt: "60% van de nieuwe wetten worden uitgevaardigd op het niveau van de Europese Unie en 70% van de maatregelen (reglementeringen, richtlijnen, besluiten en aanbevelingen) betreffen de economische wereld." 22 In de toekomst zal dat alleen maar toenemen.

 

De democratie van het grootkapitaal

"De teksten die door de Commissie worden voorgesteld
zijn doorgaans het product van een voorafgaandelijk overleg
met de vertegenwoordigers van de grote multinationals.
Dat is werkelijk een semi-occulte en in elk geval onwettige samenwerking."

Francis Wurtz, europarlementslid 23

 

Het voorgaande maakt duidelijk dat de Unie op het vlak van de democratie een serieuze stap achteruit is. Dat hoeft niet te verwonderen. Zowel het initiatief, de doelstellingen als de vorm van de huidige Europese constructie zijn niet ontsproten uit de wil van de meerderheid van de bevolking, maar zijn afkomstig van de grote kapitaalgroepen. Zo was het de Ronde Tafel van Europese Industriëlen (ERT) die in de jaren tachtig de huidige Unie op de sporen zette. Hun belangrijkste agendapunten werden één voor één uitgevoerd of zijn in voorbereiding: een eengemaakte markt, verregaande dereguleringen en privatiseringen, de versterking van de concurrentiepositie, de uitbouw van een Europese infrastructuur, de creatie van één munt, de versterking van de Europese Commissie en de uitbreiding van de Unie Oostwaarts.24 De constructie van Europa is een project van het kapitaal en is nooit bedoeld geweest om aan de inwoners serieuze inspraak te geven. Integendeel, vanaf het prille begin werd alles gedaan om de gewone burger zo ver mogelijk te houden van de besluitvorming.

De kapitaalgroepen sturen in verregaande mate het besluitvormingsproces via machtige lobby’s. Er zijn ongeveer 10.000 lobbyisten actief, gegroepeerd in 500 lobbygroepen. Zo’n 3.000 lobbyisten bewerken het parlement, dat zijn 5 lobbyisten voor elke parlementair.25 Dat zegt als iets over de krachtsverhoudingen, maar ook over het relatieve belang dat het kapitaal aan het parlement hecht (slechts 3 op 10). De rest houdt zich bezig met de Europese Commissie, de Raad van Ministers en de Europese Raad. De lobbyisten hebben als taak de Unie te vormen op maat van het kapitaal. Ze slagen daar ook grotendeels in. Niet alleen bepalen ze de hoofdoriëntaties en de agenda van de Unie, ook op de deelterreinen wordt zorgvuldig gecoacht, meestal met succes.

De voorbeelden zijn legio. Als de ERT besluit dat het onderwijs in functie moet staan van het concurrentievermogen, dan neemt de Commissie dat even later bijna letterlijk over.26 Als er voorstellen circuleren voor een energietaks om het broeikaseffect tegen te gaan, dan bekogelen de lobby’s de politici met allerhande zogenaamde wetenschappelijke studies en met zware druk om dat te verhinderen. En dan is iedereen verwonderd dat het Europarlement een voorstel tot energietaks alsnog verwerpt.27 Wanneer Oscar Lafontaine, de Duitse Minister van Financies een progressieve belastingshervorming aankondigt, brengen de lobby’s hun zwaar geschut in stelling. Het gevolg is dat hij zijn ontslag aanbiedt, dat de hervormingen worden ingetrokken en dat zijn opvolger een topman van Bayer benoemt als zijn staatssecretaris…28

Er zijn verschillende redenen waarom de multinationals zoveel macht en invloed hebben. Om te beginnen hebben de MNO’s een sterk chantagemiddel: hun kapitaal. Zo bijvoorbeeld is de omzet van de 45 bedrijven van de ERT groter dan het BNP van de Benelux. Indien de politici niet voldoende naar hun pijpen dansen dreigen ze met financiële en economische tegenmaatregelen. Dat gebeurde bijvoorbeeld in Frankrijk na de linkse machtsovername in het begin van de jaren tachtig. Ten tweede is er bij de elite een grote consensus over de te volgen politiek-economische koers: alle grote of traditionele partijen, de commissarissen, de ministers, tot zelfs de Europees Vakverbond (ETUC) omarmen het neoliberale denken.29 In zo’n ideologisch krachtenveld is het voor de MNO’s niet moeilijk om hun agenda door te drukken. De vorige twee redenen maken dat de top van de Unie en de top van het bedrijfsleven vaak onder één hoedje spelen. Dat wordt nog versterkt door het zogenaamde ‘revolving door’: bedrijfsleiders die politici worden en omgekeerd. De opsomming hieronder maakt duidelijk dat het niet om toevalligheden gaat. 30 Praktisch alle grote kopstukken van de Europese Unie hebben vóór of na hun carrière een stek in het bedrijfsleven.

  • Peter Sutherland was Europees commissaris in de jaren tachtig. Daarna werd hij voorzitter van een kleine Ierse bank, alvorens in 1984 algemeen directeur te worden van de GATT en later van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Na zijn vertrek daar wordt hij voorzitter van BP Amoco en van Goldman Sachs International.
  • Edith Cresson was minister onder Mitterand en werkte daarna voor de grote glasmultinational Saint-Gobain. Daarna werd ze eerste minister van Frankrijk en vervolgens Commissaris van wetenschappelijk onderzoek.
  • Romano Prodi, huidig Commissievoorzitter werkte bij de publieke energieholding IRI.
  • Jacques Santer was de vorig Commissievoorzitter. Hij werkte voordien bij de Luxemburgse teledistributiemaatschappij die o.a. RTL uitzendt.
  • Frits Bolkenstein, huidig Commissaris voor de binnenlandse markt, werkte gedurende 15 jaar voor Shell.
  • Pascal Lamy, socialist en huidig Commissaris voor de handel, was tot 1993 de nummer twee van Crédit Lyonnais.
  • Etienne Davignon, Commissaris tussen 1977 en 1984, werd in 1989 voorzitter van de Generale Maatschappij en is lid van heel wat grote lobbygroepen, waaronder de ERT.
  • Karel Van Miert, nog een socialist, was Commissaris voor het concurrentiebeleid en is nu bestuurder bij Philips, Agfa-Gevaert en Swissair.
  • Jean-Luc Dehaene was tot 1999 premier van België, werd eventjes voorgedragen als de nieuwe Commisievoorzitter, en is nu bestuurder van Lernout & Hauspie, Union Minière, Telindus.
  • François-Xavier Ortoli, Commissaris in de jaren zeventig, is voorzitter geworden van Total en is ook lid van ERT.
  • Martin Bangemann was Commissaris van industrie en is nu bestuurder van Telefonica.

 

Door dit systeem van ‘revolving door’ krijgen de multinationals een geprivilegieerde toegang tot de hoogste beslissingsorganen. In de Unie worden de belangrijkste besluiten genomen in de Commissie, achter gesloten deuren. Maar die deuren staan wel open voor de prestigieuze leiders van de grote lobby’s. Daarnaast krijgen de grote lobbygroepen een zetel in officiële adviesorganen en zijn er regelmatige informele contacten met de toppolitici. Op die manier kunnen zij zwaar doorwegen op het politieke werk.

Ten vierde is de besluitvorming in Europa een heel ingewikkeld kluwen: naast de Europese instellingen doen ook nationale politici vaak hun zeg en dat maakt het geheel soms onoverzichtelijk; het betreft meestal zeer technische materies; sommige zaken zijn nationale materie, andere weer niet en dat veronderstelt de kennis van al die verschillende wetten; enz. Om dat allemaal te kunnen volgen is heel wat expertise nodig en daarvoor moet je de middelen hebben. De lobby’s hebben dat, en die overtreffen vaak die van de parlementsleden. Andere drukkingsgroepen daarentegen, zoals Niet Gouvernementele Organisaties (NGO’s), moeten hun beïnvloedingswerk doen met heel bescheiden middelen. Tenslotte is er nog de grote desinteresse en onwetendheid bij het publiek. Dat maakt het voor de lobbyisten in Brussel gemakkelijker om hun invloed te laten gelden.

Zeer zeker, de besluitvorming is geen eenduidig proces. Heel wat actoren hebben hun zeg: nationale politici, eurobureaucraten, vakbonden, allerhande drukkingsgroepen, enz. Niemand kan het alleenrecht voor zich opeisen. Maar het overwicht van de grote kapitaalgroepen is zo manifest, evenals het gebrek aan controle en inspraak van de overgrote meerderheid van de bevolking, dat het niet overdreven is te stellen dat de Unie de facto geregeerd wordt door de multinationals, door het kapitaal m.a.w. Eén van de grootste lobbygroepen stelt zelf dat ongeveer 80% van wat zij voorstellen, door de Europese overheden wordt aangenomen.31 Dit is zeker niet opgeklopt of aanstellerij. Maar dat betekent wel dat er van democratie eigenlijk geen sprake meer is. Chomsky verwoordt het heel scherp: "Het gaat hier om privé-instellingen die aan niemand verantwoording verschuldigd zijn. Hun intern functioneren heeft een totalitair karakter. De multinationals proberen zich meester te maken van de wereldeconomie." 32 We kunnen alleen maar vaststellen dat ze daar in Europa al aardig in geslaagd zijn.

 

Annex: De belangrijkste lobby’s33

  • De Europese Ronde Tafel van Industriëlen (ERT)
    Werd in 1983 speciaal opgericht om het eenwordingsproces van Europa nieuw leven in te blazen. Dat werd gedaan met de bedoeling om beter gewapend te zijn in de concurrentiestrijd tegen de multinationals van de VS en Japan en om de gedaalde winstvoeten van de Europese multinationals, als gevolg van de crisis, opnieuw te verhogen. De ERT groepeert 45 grote bedrijven, met een gezamenlijke omzet van meer dan 800 miljard $, dat is goed voor 10% van het BNP van de Unie. ERT vertegenwoordigt dus het grootkapitaal, de monopolies. Deze bedrijven stellen 4 miljoen mensen te werk. ERT houdt zich vooral bezig met de hoofdlijnen van de Unie en tracht de wetgeving vooral vooraf te beïnvloeden.
  • UNICE is zowat de patroonsorganisatie op Europees niveau. Ze overkoepelt 33 organisaties uit 25 landen en zegt te spreken namens miljoenen grote, kleine en middelgrote ondernemingen. Ze vertegenwoordigt het productieve kapitaal en is sinds 1958 de officiële spreekbuis van de industrie. De Unice houdt zich meer bezig met de details van de wetgeving en probeert die vooral te beïnvloeden terwijl ze tot stand komt. Ze is daarin bijzonder efficiënt.
  • AmCham is het EU-comité van de Amerikaanse Kamer van Koophandel. Deze lobbygroep vertegenwoordigt de VS-multinationals in Europa. Deze multis hebben een gezamenlijke omzet van ongeveer 385 miljard $, dat is ongeveer zoveel als het BNP van Nederland. Deze bedrijven hebben 3 miljoen mensen in dienst.
  • De Transatlantic Business Dialogue (TABD) vertegenwoordigt de grootste multinationals met basis in Europa en de VS. Deze lobbygroep werd in 1995 opgericht. De ERT was een drijvende kracht achter deze machtige lobby. TABD heeft als doelstelling de realisatie van een transatlantische economische ruimte met volledige vrijmaking van de handel en de investeringen. Naar eigen zeggen wordt 80% van hun aanbevelingen omgezet in wetten in de VS en de Europese Unie.

(Uitpers, september 2001)

 

Voetnoten

1 Dit artikel is een hoofdstuk uit een boek over de Europese Unie dat binnenkort zal verschijnen.
2 R. Prodi, 2000-2005: De vorm van het nieuwe Europa. Speech voor het Europees Parlement, 15 februari 2000,
www.europa.eu.int/comm/commissioners/prodi/speeches/index_nl.htm.
3 G. Verhofstadt, A Vision for Europe. 21/9/2000,
www.theepc.be.
4 Zie G. Carchedi, For Another Europe. A Class Analysis of European Economic Integration. London 2001, p. 20-35; Corporate Europe Observatory, Europe Inc. Regional and Global Restructuring and the Rise of Corporate Power. Londen 2000, p. 187-190; C. Archer, The European Union. Structure and Process. Londen 2000, p. 39-67;
www.europe-discute.org; B. Kerremans, Besluitvorming en democratisch deficit in de Europese Gemeenschap. in R. Boehm e.a., De gordijnen van Maastricht. 16 beschouwingen over de Europese Unie. Dubbelnummer van Vlaams Marxistisch Tijdschrift 1993, nr. 3/4, 1-14.
5 Naar de titel van een aflevering van Piazza, Radio 1.
6 Corporate Europe Observatory, op. cit. p. 189.
7 The Economist 8 maart 1997; F. Hayes-Renshaw & H. Wallace, The Council of Ministers. Basingstoke 1996, p. 562.
8 The Economist 8 maart 1997.
9 Cfr. G. de Selys, Europa zoals het is. Berchem 1993, p. 16.
10 Cfr.
www.euobserver.com.
11 De Niewe Orde verwijst naar een autoritaire bestuursvorm, waarbij het parlement buiten spel werd gezet. Het deed zich vooral voor in landen die door Duitsland en Japan werden onderworpen tijdens de Tweede Wereldoorlog.
12 N. Lebessis & J. Paterson, Accroître l’efficacité et la légitimité de la gouvernance de l’Union européenne. Commission européenne, Cellule de prospective, CdP 99-750, Brussel 1999. Geciteerd in J. Brown, De la gouvernance ou la constitution politique du néo-liberalisme. Pro manuscripto, 2001.
13 R. Prodi, art. cit.
14 T. Burns, The future of parleamentary democracy: transition and challenge in European Governance. Paper ter voorbereiding voor de Conferentie van Sprekes van het Europarlement. Rome, 22-24 september 2000, geciteerd in J. Brown, art. cit.
15 Dat waren in België 1 op 95 inwoners. Dat systeem was van kracht van 1831 tot 1893 en werd dan afgezwakt tot het meervoudig stemrecht, dat pas in 1919 werd vervangen door het algemeen enkelvoudig stemrecht (voor mannen). P. Vandepitte, De opgang van liberalisme, nationalisme en socialisme. Chrono 5. Antwerpen 1984, p. 88 en 192. – Cfr. J. Brown, art. cit.
16 R. Prodi, art. cit.
17 G. Verhofstadt, art. cit.
18 R. Prodi, art. cit.
19 SPD, Leitantrag: Verantwortung für Europa. art. cit.; Der Spiegel 30/4/2001. In zijn speech aan de Humboldt Universiteit (12/5/2000) had J. Fischer daarover reeds een ballonnetje opgelaten. De christendemocraten formuleerden die voorstellen zelfs al in 1994: Rapport du groupe parlementaire CDU/CSU du Bundestag sur l’avenir de l’unification européenne. Europe Documents, nr. 1895/96, 7/9/1994.
20 Zie G. Derooye, Naar een nieuwe Zwarte Zondag? Kering april 1999, 7-10.
21 Humo 9 september 1997.
22 D. Malherbe, Unice,
www.ebsummit.org.
23 Geciteerd in Corporate Europe Observatory, op. cit. p. 22.
24 Corporate Europe Observatory, op. cit. p. 6.
25 Corporate Europe Observatory, op. cit. p. 3-5.
26 N. Hirtt, A. Mels & H. Van Droogenbroeck, School onder schot. De democratisering van het onderwijs niet bestand tegen de crisis. Berchem 1996, p. 82-3.
27 Corporate Europe Observatory, op. cit. p. 163.
28 Corporate Europe Observatory, op. cit. p. 8.
29 Cfr. G. Carchedi, op. cit. p. 34.
30 N. Rosa-Rosso, Gooi het kapitalisme met zijn globalisering in de vuilnisbak. Marxistische Studies April-juni 2001, 29-43, p. 34-35; Corporate Europe Observatory, op. cit. p. 6.
31 Hetzelfde geldt overigens voor de overheden van de VS. Het betreft hier de Transatlantic business Dialogue (TABD). Corporate Europe Observatory, op. cit. p. 104.
32 N. Chomsky, Radio Havana, maart 2000, geciteerd in Internationale Solidariteit mei 2001, p. 10.
33 Corporate Europe Observatory, op. cit. 20-6, 37-40, 45-48, 103-4.

(Visited 5 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 95 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook