Democratie in de Europese Unie<br>Interview met Tony Bunyan, coördinator van Statewatch

Statewatch is een non-profit groep die enerzijds onderzoeksjournalistiek wil promoten, en anderzijds ook kritisch onderzoek op het vlak van het functioneren van de overheid, van burgerlijke vrijheden en transparantie wil ondersteunen. Ze houdt zich vooral bezig met de doorzichtigheid van besluitvorming bij nationale overheden en de Europese Instellingen in Brussel. Ook de concrete gevolgen van het beleid en praktijk van de overheden in de Unie wordt van nabij gevolgd. De vzw Vrede (waarvoor Ludo De Brabander werkt, nvdr) is met Statewatch, en haar coördinator Tony Bunyan, in contact gekomen toen we de campagne aan het voorbereiden waren tegen de maatregelen van Javier Solana over de geheimhouding van documenten die over de Europese veiligheidspolitiek handelden.

 

Statewatch volgt al jarenlang het reilen en zeilen in de Europese Unie. Wat denkt u van de democratie op Europees niveau?

Tony Bunyan: Er is geen democratie op Europees niveau als we dat vergelijken met de democratie op nationaal vlak, hoe imperfect die zelf ook moge wezen. Waarom zeg ik dat? Democratie is een politiek systeem dat gedeeltelijk een uiting vindt via verkozen parlementen, gedeeltelijk via een systeem waarbij regeringen en overheidsinstellingen rekenschap moeten afleggen, en gedeeltelijk door de mogelijkheid van het sociale middenveld, de civiele maatschappij, en de burgers om deel te nemen aan een open, democratisch debat over nieuwe maatregelen.

Het Europees Parlement is echter geen parlement als dusdanig. Het beschikt duidelijk niet over de nodige bevoegdheden. Een hele reeks instellingen die werden gecreëerd op Europees niveau – voornamelijk die onder justitie en binnenlandse zaken – zijn helemaal geen rekenschap van enige betekenis verschuldigd. Burgers kunnen alleen maar participeren in het beleid als ze op de hoogte zijn van wat er wordt voorgesteld, en dat is dikwijls niet het geval. Bovendien zijn de relevante documenten zelden beschikbaar.

Moet de macht van het Europees Parlement dan versterkt worden?

Tony Bunyan: Het is geen kwestie van het "versterken" van het Europees Parlement, maar een kwestie van er een echt parlement van te maken. Een parlement dat de macht heeft om wetten voor te stellen en het soevereine recht om voorstellen te amenderen of te verwerpen indien nodig. Kort gezegd betekent het dat de Europese Commissie voorstellen klaar maakt (een proces waarin de regeringen van de EU-lidstaten, de Raad dus, hun zeg hebben, zoals dat vandaag het geval is) en dat het Europees Parlement het laatste woord heeft.

Dit houdt meteen in dat het medebeslissingsrecht van de Raad wordt tenietgedaan, want dit geeft haar nu een onterechte grote invloed.

Wat is uw mening over die fameuze Solana-beslissing, die Statewatch een NAVO-beslissing noemde?

Tony Bunyan: Toen de code van de Raad voor toegang tot documenten werd gewijzigd, zonder enige consultatie met het Europees of met de nationale parlementen, was het inderdaad een "coup" om aan de eisen van de NAVO tegemoet te komen.

Waarom heeft Nederland eigenlijk haar juridische actie tegen deze ‘Solana-beslissing’ stop gezet?

Tony Bunyan: Ik moet zeggen dat ik de beweegredenen van de Nederlandse regering eigenlijk niet ken. Misschien zal ze redeneren dat de oorspronkelijke ‘Solana-beslissing’ nu vervangen is geworden door een nieuwe Verordening, en dat hele categorieën documenten – over militair en buitenlands beleid – niet langer automatisch ‘geheim’ verklaard worden. Daartegen kan echter ingebracht worden dat het inderdaad wel zo is dat de formulering gewijzigd is, en dat documenten nu niet langer automatisch ontoegankelijk zijn, maar dat de nieuwe werkwijze echter dezelfde gevolgen zal hebben. ‘Derden’ (die gek genoeg ook de EU-lidstaten omvatten) hebben met name het recht de toegang tot de documenten die zij inbrengen te vetoën. Tenslotte wordt het nieuwe concept van ‘gevoelige documenten’ uitgebreid naar alle domeinen van de EU-activiteiten, en niet alleen militaire of buitenlandse zaken zoals voorheen.

Wat doen Zweden en Finland nu in deze zaak?

Tony Bunyan: Zweden en Finland hadden zich achter de zaak van Nederland geschaard. Nu Den Haag zich terugtrekt zullen ook hun rechtszaken worden ingetrokken.

En de verschillende politieke fracties in het Europees Parlement?

Tony Bunyan: Het Europees Parlement is voor het ogenblik een ‘deal’ aan het onderhandelen met de Raad. Het wil een ‘select comité’ van parlementsleden creëren dat toegang zou hebben tot de ‘gevoelige documenten’. Mocht dit doorgang vinden dan is het hoogstwaarschijnlijk dat het Parlement haar gerechtszaak zal laten vallen. Dezelfde ‘onheilige alliantie’ van de ESD (de socialistische groep) en de EVP (de conservatieve groep) lijkt vastberaden dit erdoor te krijgen.

U verwees er al naar: er werd in de schoot van de EU-instanties een nieuwe gemeenschappelijke tekst aanvaard, over een nieuwe code voor toegang tot de documenten. Kan u ons in kort de bedoeling ervan schetsen, en ook waar het precies om gaat?

Tony Bunyan: De bedoeling is de bestaande code voor toegang tot documenten die in december 1993 was aangenomen, te vervangen door een Verordening, dat wil zeggen ze om te zetten in een EU-wet. Die verordening heeft tot doel het recht van toegang van het publiek tot documenten te waarborgen zoals dat is voorzien in artikel 255 van het EG-verdrag.

Maakt dit de toegang tot documenten moeilijker?

Tony Bunyan: Hier is het antwoord ja en nee. De nieuwe tekst stelt enerzijds het principe dat de burger recht heeft op toegang tot de documenten in de wetgeving, maar anderzijds neemt het bepaalde rechten weg die de burgers hadden onder de oude code.

De Commissie en het Europees Parlement worden verplicht om openbare documentregisters op het internet te zetten – hoewel er heel wat gaten zijn in de voorwaarden. De Raad heeft al een register op het web.

Verder stipuleert men dat de EU-lidstaten (die de Raad van de Europese Unie vormen) ‘derden’ zijn, tezamen met niet-EU-instellingen als bijvoorbeeld de NAVO, die het recht hebben om de burgers de toegang te ontzeggen.

De ‘Solana-beslissing’ wordt mede ingeschreven. Deze dekt nu alle activiteitsdomeinen van de EU en is dus niet meer beperkt tot enkel het militair en buitenlands beleid. Documenten met vermelding ‘Top Secret’, ‘Secret’ en ‘Confidentieel’ noemt men ‘gevoelige documenten’. De toegankelijkheid ervan wordt beslist door aangewezen EU-functionarissen. Dezelfde functionarissen zullen ook beslissen over het al dan niet vrijgeven van documenten met de stempel ‘Limite’ (dat wil zeggen niet geregistreerde documenten).

Een van de problemen is dat van contaminatie, besmetting. Als een bundel documenten over een bepaald thema nog maar een geregistreerd document bevat (zelfs als het de laagste graad van registratie is, met name ‘restricted’ – beperkt) dan kan de ganse bundel worden geweigerd.

Is dat dan een stap voorwaarts?

Tony Bunyan: De ware test voor de nieuwe Regeling, die gebaseerd is op het engagement dat was opgenomen in Artikel 255 van het Verdrag van Amsterdam, is of het verder bouwt op de bestaande toegangscode (die reeds werd bijgeschaafd door klachten en rechtszaken bij de Rechtbank van Eerste Aanleg en bij de Europese Ombudsman) door nieuwe rechten te verlenen en minder restricties. Wel, zo bekeken is het geen stap voorwaarts.

Wat denkt u van de zogenaamde nood om algemeen en persoonlijk belang te beschermen? Statewatch en andere organisaties schreven hierover een open brief. Is een beperking van de toegang tot documenten in bepaalde gevallen niet te verantwoorden?

Tony Bunyan: Bepaalde persoonlijke belangen moeten zeker worden beschermd. Algemeen belang is verschillend. We komen hier op het terrein waar regeringen of de Europese Unie zeggen dat burgers documenten niet mogen inkijken in naam van het ‘algemeen belang’. Er bestaat geen scheidsrechter om te zien of het wel klopt dat de vermeende nood voor geheimhouding wel opweegt tegen het recht van de bevolking om te weten wat er allemaal in haar naam gedaan wordt.

Op welke manier kan de Europese Unie democratischer worden?

Tony Bunyan: Het is meer een kwestie van het creëren van een democratische cultuur. Democratie kan niet omschreven worden als alleen maar gaan stemmen voor het Europees of gelijk wel parlement.

Democratie houdt ook een geïnformeerde civiele maatschappij in die in staat is om bij te dragen tot het openbaar debat over bepaalde onderwerpen. Dat gaat dus over meer en andere groepen dan alleen maar enkele niet-gouvernementele organisaties vanuit verschillende landen, maar die in Brussel hun zetel hebben.

En ik herhaal, democratie betekent ook instellingen en functionarissen die rekenschap moeten afleggen (ik denk bijvoorbeeld aan Europol, het Schengen Informatie Systeem, Sirene e.a.), en onderworpen kunnen worden aan parlementair onderzoek, verplicht zijn tot openbare verslaggeving, en gebonden zijn aan de wet op de meest betekenisvolle wijze.

Welke rol is er precies voor de niet-gouvernementele organisaties?

Tony Bunyan: De NGO’s moeten zichzelf eerst en vooral informeren over de verschillende onderwerpen op hun terrein. Hun rol is daar analyses over te maken en documentatie aan te leggen. Ze moeten alarm slaan als bepaalde zaken zorgwekkend worden. Ze moeten over de formele middelen beschikken om hun standpunten op de agenda van de beleidsmakers te krijgen. Ik geef bij dit laatste een concreet voorbeeld. Zo zou er een publieke tijdslimiet moeten worden ingesteld om elk verslag van het Europees Parlement aan de gezichtspunten van de civiele maatschappij te onderwerpen.

 

(Uitpers, juli-augustus 2001)

De tekst van de verordening (nr. 1049/2001) is op 31 mei 2001 gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen (L145/43)

(Visited 2 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 59 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is redactielid en medeoprichter van Uitpers. Hij is tevens woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van zijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Hij is medeauteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).

zie ook