INTERNATIONALE POLITIEK

Democratie begint op de werkvloer

Image

‘Uit onderzoek blijkt dat werknemers met democratie op het werk vaker gaan stemmen, eerder een petitie ondertekenen, meer geneigd zijn deel te nemen aan een betoging en meer interesse tonen in politiek in het algemeen. Werknemers die worden betrokken bij de besluitvorming binnen bedrijven en waar er sprake is van een zekere mate van democratie, voelen zich niet alleen gelukkiger, meer betrokken en gemotiveerd, maar zijn ook vaker actief in andere maatschappelijke organisaties. Daarnaast is de kans groter dat zij vrijwilligerswerk doen en deelnemen aan politieke activiteiten.’ Dat schrijft Stan De Spiegelaere in zijn boek ‘Mondige burger, stille werker?’ Zijn besluit: democratie begint op de werkvloer.

Stan De Spiegelaere is gastprofessor aan de UGent, directeur beleid en onderzoek bij de Europese vakbondsfederatie UNI Europa en lid van de denktank Minerva. Hij begint zijn boek met de verontrustende vaststelling dat het erop lijkt dat antidemocratische partijen overal terrein winnen. Hij citeert de voormalige Amerikaanse senator Robert Wagner die de existentiële bedreiging voor de democratie in het bedrijfsleven zocht. In 1939 schreef hij: ‘Maak mensen tot slaven in de fabrieken en je breekt de kern van het verzet tegen iedere politieke dictatuur.’ Voor Stan De Spiegelaere betekent dit dat er zonder democratie op het werk geen democratie in de samenleving mogelijk is. Spijtig genoeg maken we ons de dag van vandaag geen zorgen meer over de manier waarop we organisaties en bedrijven vorm geven en besturen. De ideeënstrijd rond bedrijfsvoering is helemaal verdwenen en werd gewonnen door de voorstanders van de huidige hiërarchische en kapitalistische organisatievormen.

Er wordt gezegd dat we kritische burgers moeten zijn, maar eens we onze werkplaats binnenstappen moeten we vooral doen wat ons wordt gezegd en niet te veel tegenspreken. Zo stuiten we op een tegenstelling van formaat: de mondige burger die tegelijk de stille werker moet zijn. Onze bedrijven zijn geen democratieën, schrijft De Spiegelaere. De aandeelhouders en hun managers hebben de touwtjes strak in handen en het personeel volgt en voert uit. Daardoor geloven mensen die in autoritaire bedrijven werken minder in het democratische proces en hangen ze minder democratische waarden aan.

Democratie op het werk betekent voor de auteur dat werknemers actief worden betrokken bij beslissingen; dat ze een mate van controle krijgen over het werk dat ze uitvoeren en dat het management zich moet verantwoorden voor de beslissingen die het neemt. Onderzoek leert dat werknemers die in een hiërarchisch georganiseerd bedrijf werken, waar de leiding alles te zeggen heeft, niet gemotiveerd zijn. Ze werken alleen voor hun loon. Buiten het bedrijf hebben die werknemers geen belangstelling voor politiek en weinig vertrouwen in eigen kunnen. De anderen moeten het maar doen. Bij werknemers die een eigen inbreng hebben in het bedrijf is precies het omgekeerde het geval. Voor De Spiegelaere moet democratie op het werk een collectieve aangelegenheid zijn. Alleen een collectieve aanpak kan het machtsonevenwicht in de bedrijven wegwerken. Hij denkt daarbij aan de vakbond die namens de individuele werknemer kan optreden.

Vakbonden tegenmacht?

De auteur hecht veel belang aan de inspraak van werknemers in het bedrijf. De Duitse vakbondsleider Otto Brenner, die voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog actief was, maakte daar werk van. Dankzij hem kwam het Duitse systeem van medebeheer (Mitbestimmung) tot stand. Voor Brenner moest democratie op het werk een dam opwerpen tegen fascisme en nazisme. Maar hoe is het te verklaren dat in België extreemrechts blijft scoren, hoewel bijna een op twee werknemers lid is van een vakbond? Volgens onderzoek van de KU Leuven komt dat omdat drie op vier Belgen die lid worden van een vakbond dit doen vanwege de dienstverlening door de vakbond. Dat werd jarenlang door de vakbonden zelf in de hand gewerkt. We herinneren ons dat op een congres van het Europees Verbond van Vakverenigingen in 1998 bijna alle sprekers ervoor pleitten om van de vakbonden dienstverlenende organisaties te maken. Ze zouden bijvoorbeeld hun leden moeten leren met de computer te werken. Slechts één deelnemer opperde vanuit de zaal dat vakbonden een tegenmacht moeten blijven en geen doorgeefluik voor de wensen en eisen van het kapitaal mogen worden. De honderden aanwezigen antwoordden met een ijzige stilte.

Stan De Spiegelaere wil daarentegen dat vakbonden hun democratische rol opnieuw opnemen en scholen van democratie worden. Dat gebeurt volgens hem niet alleen door diensten te verlenen, maar door te organiseren. Niet door te redden, maar door collectieve zelfredzaamheid te kweken. Op de achterflap van het boek spreken ACV-voorzitter Ann Vermogen en Bert Engelaar, algemeen secretaris van het ABVV, hun steun uit voor de stellingen van De Spiegelaere.

Vrede vereist sociale rechtvaardigheid

Die herinnert eraan dat in het uitgesproken kapitalistische België af en toe toch verrassende pogingen werden ondernomen om het tij te keren. Zo was er de ‘coup van Loppem’ waarbij koning Albert I na de Eerste Wereldoorlog vier ingrijpende hervormingen doordrukte: algemeen stemrecht, het schrappen van het strafbaar stellen van stakingen, bescherming van het recht op organisatie en het waarborgen van de gelijkheid van de twee landstalen. In 1919 werd de Internationale Arbeidsorganisatie opgericht. In de schoot van die organisatie ondertekenden regeringen, werkgevers- en werknemersorganisaties na de Tweede Wereldoorlog de ‘Verklaring van Philadelphia’. Die bevat als eerste beginsel: ‘Arbeid is geen koopwaar’. Daarmee werd bevestigd dat mensen die arbeiden fundamentele rechten en een waardigheid hebben die moeten worden gerespecteerd. In België werd al tijdens de Tweede Wereldoorlog onderhandeld over een sociaal pact dat de blauwdruk werd voor de latere sociale zekerheid en het sociaal overleg.

Een van de lessen van de twee wereldoorlogen ging dus over democratie op het werk. Dat betekent dat er sociale rechtvaardigheid nodig is om de vrede te bewaren. Om die rechtvaardigheid vorm te geven moeten we zorgen voor democratie op het werk. Maar ondanks al die verklaringen en initiatieven gaf het management zijn macht niet zomaar uit handen. De hoop op vormen van economische democratie strandde op de kliffen van de kapitalistische bedrijfsorganisatie. In 1960 deed de Katholieke Werkliedenbeweging (KWB) een poging om die evolutie te keren. In een ‘Rood Boekje’ pleitte de organisatie (een jaar voor het rode boekje van Mao) voor een nieuwe ondernemingsvorm. Maar in de jaren tachtig doofde het debat over democratie op het werk uit. Op 4 oktober 2022 keurde de Europese ministerraad een richtlijn goed over adequate minimumlonen en het bevorderen van collectieve onderhandelingen. In iedere lidstaat van de Europese Unie zou 80 procent van de werknemers onder een collectieve overeenkomst moeten vallen. Maar dat is nu nog maar voor zes op de tien werknemers het geval en dat aandeel daalt al jaren.

Werknemers in de cockpit

Om democratie op het werk te waarborgen zijn volgens De Spiegelaere inspraak en medezeggenschap van de werknemers vereist. De Belgische ondernemingsraad betekent op dit vlak niet veel. Die raad kan alleen maar adviezen over een beperkt aantal zaken uitbrengen. De werkgever kan die adviezen gewoonweg naast zich neerleggen. Hoewel een Belgische wet van 1948 de arbeiders het ontegensprekelijke recht waarborgt om deel te nemen aan het bestuur van de economie, lees: van de bedrijven, is daar nog altijd niets van in huis gekomen. De auteur pleit ervoor dat werknemersvertegenwoordigers in de Raad van Bestuur van de bedrijven gaan zetelen, naast de aandeelhouders. Behalve voor Groen en de PS is dat voor de andere politieke partijen geen prioriteit. Toch is bijna drie op vier Belgen daar voorstander van.

De Spiegelaere pleit voor een tweekamerstelsel waarin belangrijke beslissingen samen worden genomen door een ‘arbeidskamer’ met vertegenwoordigers van de werknemers en een ‘kapitaalkamer’ waarin de aandeelhouders zetelen. Op Europees vlak bestaat voor de multinationals een Europese Ondernemingsraad, maar die kan door de bedrijven straal genegeerd worden. Daarom moet er volgens de auteur een internationale vakbond komen. Hij klaagt ook aan dat in België een syndicale afvaardiging, een ondernemingsraad of een comité voor preventie en bescherming alleen in bedrijven met een bepaald aantal werknemers mogelijk zijn.

Zwijgen in Leuven

Om de basisrechten van de werknemers te versterken, pleit de auteur voor de vrijheid van meningsuiting. Die bestaat niet in de stad Leuven met een zogenaamd ‘socialistische’ burgemeester. Krachtens een nieuwe gedragscode mogen personeelsleden van de stad op de sociale media geen reacties delen of berichten steunen die tegen het beleid van de stad ingaan. De Spiegelaere schrijft verder dat het recht op informatie en transparantie niet kan worden gewaarborgd als een bedrijf iedere informatie als ‘vertrouwelijk’ bestempelt. Bedrijven zou een soort ‘openbaarheid van bestuur’ moeten worden opgelegd. In verband met de organisatie van het werk zelf moeten werknemers het individuele recht hebben om uitleg te krijgen over het waarom van bepaalde taken en opdrachten, alsook het recht op een zekere mate van autonomie of inspraak over de manier waarop het werk kan en moet worden uitgevoerd.

Op het werk moet ook een soort burgerinitiatief komen dat het mogelijk maakt om bepaalde bedrijfsbeslissingen te herzien, opnieuw te bespreken of te onderhandelen over de uitvoering ervan. Stemrecht waardoor werknemers hun manager kunnen kiezen lijkt nog een verre droom. Maar als een meerderheid van de werkgevers haar wantrouwen in een manager of werkgever uitspreekt, zou die via een motie van wantrouwen verplicht worden zich te verantwoorden.

Tot slot nog een citaat van de voormalige Amerikaanse senator Wagner: ‘Laat mensen de waardigheid van vrijheid en zelfexpressie in hun dagelijks leven kennen en ze zullen nooit buigen voor tirannie in welk deel van hun leven dan ook.’ Stan De Spiegelaere voegt eraan toe: ‘Willen we mondige burgers, dan kunnen we ons geen stille werkers veroorloven. Daarom begint de redding van de democratie op het werk.’

Stan De Spiegelaere

Mondige burger, stille werker?

Waarom de redding van de democratie begint op het werk

Uitgeverij EPO – 2025

152 blz. – 19,90 euro

Laatste bijdrages

Trump’s evangelie

‘Er staat niets nieuws in’, zo wordt gezegd. In zekere zin klopt dat, maar we hadden nog geen document waarin Trump’s visie op de wereld en op de VS…

Nord Stream, het einde is nog niet geschreven

Nord Stream 1 en 2 liggen nu al meer dan drie jaar zwaar beschadigd en uiteraard ongebruikt in de Baltische Zee – sinds een Oekraïens commando ze op 26…

Een discrete speler: het Turkse Gemenebest

Er bestaat al jaren zoiets als een “Turkse Gemenebest”, een groepering van staten met Turkse cultuur. Turkije is er de spil van en zijn autoritaire president Recip Erdogan gebruikt…

Onvoltooid Verleden

You May Also Like