Dehaene, Derycke en Poncelet alsnog voor Joegoslavië-tribunaal?

Op 24 maart 1999 begon de NAVO een luchtoorlog tegen Servië omwille van Kosovo. Daarbij werden massa’s burgerdoelen bestookt in Servië. Vooral burgerdoelen zou men denken, want toen de oorlog 78 dagen later, op 11 juni 1999 eindigde verliet het Joegoslavische leger vrijwel intact de provincie Kosovo, zoals overduidelijk uit de tv-beelden van de terugtocht bleek.

Toestemming voor het bestoken van elk doelwit werd door de NAVO gevraagd aan de regeringsleiders en aan de ministers van Buitenlandse Zaken en van Defensie van elke lidstaat. Worden tien jaar na de feiten de toenmalige Belgische premier Jean-Luc Dehaene, Erik Derycke en Jean-Pol Poncelet alsnog voor oorlogsmisdaden voor het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag gebracht?

Men zou “ja” kunnen denken na het lezen van een opiniestuk in De Standaard, waarin o.m. een professor internationaal recht en negen parlementsleden (een senator, drie kamerleden, en vijf Vlaamse volksvertegenwoordigers) er – ter verdediging van Israëls wandaden in de Gazastrook – er hun verbazing over uitspreken dat “geen enkele betrokken militair of regeringsleider ooit werd vervolgd” voor wat in 1999 tijdens de NAVO-oorlog gebeurde(1).

Reken echter maar niet op vervolging. De voorbije negen jaren hebben de ondertekenaars, die zich nochtans in een uitstekende positie bevinden om iets te ondernemen, nooit om vervolging van het Belgische trio, noch van enige Belgische militair, gevraagd. Sedert ze het opiniestuk ondertekenden hebben ze dat nog altijd niet gedaan. Er werden geen persconferenties over die zaak gegeven, geen stukken naar kranten gestuurd en evenmin werden er in de diverse wetgevende vergaderingen vragen gesteld, die justitie tot enige actie zou kunnen aansporen.

Dat ze dat nooit zullen doen is overduidelijk. Wie een racistische staat steunt, die zich schuldig maakt aan oorlogsmisdaden, aan misdaden tegen de menselijkheid en het internationaal recht, ook het humanitaire, bewust aan zijn laars lapt, is niet geïnteresseerd in recht, laat staan in rechtvaardigheid. Steun aan Israël is een te verdedigen keuze indien die ten minste gepaard gaat met de eis voor respect voor de mensenrechten en het internationaal recht en voor afschaffing van elke rassendiscriminatie. Wat niet het geval is.

Van het Joegoslavië-tribunaal moet ook niets worden verwacht. Het is in de eerste plaats een anti-Servisch strafhof, gefinancierd door de Verenigde Staten. In Amerika bestempelt men zo’n hof een “kangaroo court” of een schertsrechtbank. Dat blijkt duidelijk uit het vervolgings- en bestraffingsbeleid. Van de drie tenoren van de Balkanoorlogen – president Franjo Tudjman van Kroatië, Alija Izetbegovic van Bosnië en Slobodan Milosevic van Joegoslavië/Servië werd alleen deze laatste vervolgd. Zoals de Zwitsers Carla Del Ponte, hoofdaanklaagster van het Joegoslavië-tribunaal van1999 tot 2007, het zei: “eerst oppakken, dan bewijzen zoeken” tegen Milosevic. Van de andere twee, die nochtans ook een en ander op hun kerfstok hadden, zoals de verdrijving van de Serviërs uit de Krajina wat Tudjman betreft, repte ze met geen woord. Het hof gaf Milosevic geen eerlijke kans om zijn verdediging voor te bereiden (terwijl het hof met tientallen onderzoekers werkte) en weigerde hem de medische verzorging, wat hem uiteindelijk het leven kostte. Tudjman en Izetbegovic waren al eerder overleden.

Na de NAVO-oorlog van 1999 tegen Servië, antwoordde Del Ponte op de vraag hoe het zat met de NAVO-oorlogsmisdaden, dat haar Amerikaanse adviseurs haar hadden gezegd dat ze geen zaak had! Ze volgde dus zonder meer haar broodheren. Hier niet “eerst oppakken, dan bewijzen zoeken”. De onschuld stond zonder meer vast.

Frappante voorbeelden van wanjustitie door het strafhof waren bv. ook de zaken tegen Naser Oric en Ramush Haradinaj. Naser Oric is een Bosnische moslim en militieleider, die vanuit Srebrenica dorpen ging plunderen en platbranden en de bevolking verjagen of vermoorden. Hij was verantwoordelijk voor de aanval op de “veilige VN-enclave” Srebrenica, door de Serviërs die een einde wilden maken aan zijn raids. Maar toen de aanval in zicht kwam, liet Oric de inwoners van de stad in de steek. Hij vluchtte met zijn manschappen. Het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag sprak hem uiteindelijk vrij. Hij werd niet verantwoordelijk geacht voor wat zijn manschappen uitrichtten bij hun raids tegen 50 Servische dorpen. Milosevic daarentegen werd verantwoordelijk geacht voor alles wat zich op de Balkan afspeelde.

Ook Ramush Haradinaj, eerste minister van Kosovo, en prominent lid van het Kosovaars Bevrijdingsleger (UCK), dat zich schuldig maakte aan slachtpartijen op Serviërs, Roma, op Turken en zelfs op Albanese volksgenoten die echter niet de islam aanhingen, en dat doelgerichte etnische zuiveringen doorvoerde, ook toen Kosovo onder het bestuur stond van Bernard Kouchner, werd vorig jaar vrijgesproken. Andere topleden van het UCK werden nooit vervolgd.

In 2007 volgde de Belg Serge Brammertz Carla Del Ponte op als hoofdaanklager van het hof. Totnogtoe is er geen enkele aanwijzing dat hij het roer gaat omgooien en ook de oorlogsmisdaden van de NAVO en van de verantwoordelijken van de NAVO-lidstaten zou willen vervolgen. Dehaene, Derycke (nu lid van het Grondwettelijk Hof!) of Poncelet kunnen op beide oren slapen. Vóór zijn benoeming in Den Haag werkte Brammertz, in opdracht van de Verenigde Naties, aan een andere dubieuze zaak. Die naar de moord op de Libanese oud-premier Rafiq Hariri en de moorden op andere Libanese prominenten. Het was van meet af aan duidelijk dat dit VN-tribunaal (dat zijn onderzoek nog niet rond heeft) de opdracht had Syrië in verlegenheid te brengen. Zo werden, middels miljoenen dollars “getuigen” gekocht om belastende verklaringen af te leggen tegen Damascus. Sommigen van hen gaven dit nadien toe. Natuurlijk werd er geen enkel onderzoek richting Israël gedaan, alhoewel Israël er alle belang bij had en heeft om Libanon te destabiliseren. Voor Syrië, dat jaren lang zeer goed bevriend was met Hariri en er voor zorgde dat hij premier kon worden, en aldus nog honderden miljoenen dollar bij zijn miljardenfortuin kon voegen, was er geen duidelijk motief om de miljardair te liquideren, ook al waren de relaties in de maanden voor zijn dood flink bekoeld. Damascus kon integendeel verwachten dat zo’n moord de tegenstellingen in Libanon weer op de spits zouden drijven en een nieuwe burgeroorlog zou kunnen uitlokken, waarbij het alles behalve baat zou hebben.

(Uitpers, nr. 107, 10de jg., maart 2009)

(1) Selectieve verontwaardiging dient vredesproces niet, De Standaard 30.01.2009. De ondertenaars zijn: Michael Freilich, hoofdredacteur van Joods Actueel; Marc Cogen, professor internationaal recht aan de Ugent; Paul Wille (Open VLD), senator en ondervoorzitter Raad van Europa: Mia De Schampelaere (CD&V), federaal volksvertegenwoordiger; Ludo Van Campenhout (Open VLD), federaal volksvertegenwoordiger; Hans Schoofs (Open VLD) en Annick De Ridder (Open VLD), Vlaamse volksvertegenwoordigers; Ludwig en Carl Decaluwé (CD&V), Vlaamse volksvertegenwoordigers; Jurgen Verstrepen (LDD), Vlaams volksvertegenwoordiger; Dirk Verhofstadt, kern Libeales; Benno Barnard, auteur.

Deel dit artikel

Visited 136 Times, 1 Visit today

Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).