De zaak van Vijf Cubanen in de VS<br>Een ontmaskering van het discours rond de “war on terror”

Terrorisme tegen Cuba

Vijf Cubanen, Gerardo Hernández, René González, Fernando González, Ramon Labañino en Antonio Guerrero, intussen internationaal gekend als de “Cuban Five”, trokken midden de jaren ’90 under cover naar Miami. Ze infiltreerden er in anti-Cubaanse terroristische organisaties met het doel aanslagen tegen hun land te voorkomen.

Dat dit geen lichtvaardige zaak is bewijzen de volgende gegevens(2). Vrijgegeven VS-documenten bewijzen dat de CIA tussen oktober 1960 en april 1961 75 ton springstoffen naar Cuba bracht via 30 clandestiene vluchten en nog eens 45 ton wapens en explosieven via de kust. In dezelfde periode realiseerde de CIA in Cuba 110 aanslagen met dynamiet, plaatste 200 bommen, liet zes treinen ontsporen, brandde 150 fabrieken plat en nog eens 800 aanplantingen van gewassen. Tussen 1959 en 1997 pleegden de VS 5780 terroristische aanslagen tegen Cuba. Dat geweld eiste het leven aan 3478 Cubanen. Nog eens 2099 bleven voor het leven gehandicapt. Tussen 1959 en 2003 werden 61 vliegtuigen en boten gegijzeld en afgeleid. Tussen 1961 en 1996 gebeurden 58 aanvallen vanaf vaartuigen tegen economische doelwitten en tegen de bevolking. Het gros van deze agressies werden gerealiseerd via de extreem-rechtse maffia van Cubaanse afkomst in Florida, dankzij logistieke steun en financiering van de CIA.

De meest spectaculaire aanslag was wellicht die op een Cubaanse burgervliegtuig op Barbados in 1976, waarbij alle 73 inzittenden het leven verloren. De laatste woorden die de piloot de co-piloot toeschreeuwde “Stort je in de zee, Felo, stort je in de zee!” klinken bloedstollend.(3) De piloten slaagden er op dat laatste moment in om een nog grotere ramp te voorkomen, door niet op de stad neer te storten.

De aanslag was het werk van twee internationale terroristen van Cubaanse afkomst in dienst van de CIA, Orlando Bosch en Luis Posada Carriles.

 

Het FBI in actie

Eind de jaren ’90 gebeurde iets opmerkelijks. Toenmalig VS-vertegenwoordiger op Cuba, Michael Kozak, bezorgde de Cubaanse overheid op verschillende tijdstippen belangwekkende informatie in verband met nieuwe geplande aanslagen tegen Cubaanse doelwitten. Op basis van de betrouwbaarheid van deze informatie en het uitdrukkelijke aanbod van de VS om samen te werken besloten de Cubanen in te gaan op het aanbod.

Nobelprijswinnaar Gabriel Garcia Marquez fungeerde als boodschapper(4). Op 7 mei 1998 bracht hij toenmalig VS-president Clinton een nota van zijn Cubaanse homoloog Fidel Castro. In die nota gaf Fidel een door de Cubaanse veiligheidsdiensten ontdekt plan vrij, waarin Posada Carriles en de Fundación Nacional Cubano Americana een sleutelrol speelden. Het plan bestond erin een reeks aanslagen te plegen op burgervliegtuigen en zo de Cubaanse economie, die zich dankzij het toerisme terug aan het herstellen was, een finale klap toe te brengen.

De brief zette een intense interactie tussen de veiligheidsdiensten van de VS en Cuba in gang.

Op 16 en 17 juli 1998 bracht een delegatie van het FBI een bezoek aan Cuba. Ze kregen uitgebreide en zeer gedetailleerde informatie, bestaande uit dossiers, foto’s en geluidsbanden(5). Deze informatie was fundamenteel bijeengebracht door de vijf Cubanen die undercover werken in de terroristische organisaties in Miami. Het materiaal was van die aard dat het toeliet om onmiddellijk in te grijpen en 40 terroristische netwerken op te rollen, waaronder die van Orlando Bosch en Luis Posada Carriles. De Amerikanen waren overdonderd en beloofden een snel antwoord op basis van de analyse van het bewijsmateriaal.

Daarna werd het merkwaardig stil. Het FBI gaf geen teken van leven. Drie maand later op 12 september werden in Miami vijf Cubanen hardhandig gearresteerd en vanaf dan aan een onmenselijk regime onderworpen. Wat was er gebeurd? Hector Pesquera, hoofd van het FBI in Miami en nauw verbonden met de Anti-Cubaanse maffia, had lucht gekregen van de informatie uitwisselingen tussen Havana en Washington. Werk maken van het opsporen en aanhouden van de terroristen, met wiens bazen hij de meest uitstekende relaties onderhield, deed hij niet. In plaats daarvan ging hij koortsachtig op zoek naar diegenen die de informatie doorgaven. Na de arrestatie van de vijf bracht hij als eersten de extreem-rechtse congresleden Ileana Ros-Lehtinen en Lincoln Diaz-Balart op de hoogte, beiden vooraanstaande leden van de anti-Cubaanse maffia. Tragisch detail: terwijl Pesquera alles op alles zette om de vijf te ontdekken, te arresteren en veroordeeld te krijgen, verbleven in Miami 14 van de 19 kapers van 11 september, niet in het minst gehinderd door het FBI. Ze leerden er vliegtuigen besturen en organiseerden de aanslagen die duizenden VS-burgers het leven zouden kosten.

 

Een politiek proces

Na de arrestatie van de vijf volgden 17 maanden van eenzame opsluiting, zonder enig contact met hun familie en met zeer beperkte contacten met de pro deo advocaten, die aangewezen waren voor hun verdediging. Het proces volgde eind 2000. Het bulkte van onregelmatigheden en schendingen van de VS-grondwet. De belangrijkste daarvan was wellicht de overtreding van het 6de amendement van de grondwet die de beklaagde het recht geeft op een onpartijdige jury (6).

De Vijf werden beschuldigd van intentie tot spionage en één van hen ook nog van intentie tot moord. Dit soort aanklacht is typerend voor een politiek proces. Op die manier moeten geen feiten bewezen worden, enkel de “intentie tot”. De aanklacht in verband met intentie tot moord ging terug op het neerhalen door de Cubaanse luchtmacht van twee vliegtuigjes van de organisatie ‘Brothers to the Rescue’ boven Cubaanse territoriale wateren. Dat gebeurde na uitgebreide waarschuwingen aan de piloten door zowel de VS als de Cubaanse overheden.

Zelfs hoge Amerikaanse legerofficieren getuigden in het voordeel van de Vijf (7). De openbare aanklager van zijn kant trachtte zonder succes de hoofdaanklacht – intentie tot moord – terug uit het dossier te krijgen omdat hij er absoluut geen bewijslast kon voor aandragen.

Toch verklaarde de jury in juni 2001 de Vijf schuldig voor alle aanklachten na slechts enkele uren beraad. De anti-Cubaanse maffia van Miami kraaide victorie. De Vijf kregen extreem zware straffen tussen 15 jaar en tweemaal levenslang + 15 jaar. Ze werden overgeplaatst naar vijf verschillende hoge veiligheidsgevangenissen, duizenden kilometers van mekaar verwijderd.

De Vijf werden nogmaals in isolatie geplaatst in 2003 en worden moreel onder druk gezet door hun familiebezoek extreem te bemoeilijken. Twee van hen hebben hun echtgenote reeds 7 jaar niet meer gezien omdat de VS hen een inreisvisum weigert. Daardoor kon het zevenjarig dochtertje van één van hen haar vader nooit ontmoeten.

De pro deo advocaten besloten om hun cliënten niet in de steek te laten en in beroep te gaan tegen de uitspraak van de rechtbank van Miami. Op 7 april 2003 legden ze de aanvraag voor aan het Hof van beroep van Atlanta. Op 10 maart 2004 ging de hoorzitting door. Pas 17 maand later op 8 augustus 2005 kwam de uitspraak.

Onverhoopt volgden de drie rechters van het Hof van Atlanta unaniem de vraag van de verdediging. De uitspraak van het hof annuleerde het vorig proces én de veroordelingen over heel de lijn. In een 93 blz. tellend dossier argumenteren de rechters hun beslissing (8). De essentie: in Miami is geen eerlijk proces mogelijk in een zaak waar Cuba bij betrokken is. Deze uitspraak bevestigt wat de vijf zelf, hun advocaten en al wie solidair is met hun zaak reeds jaren stellen.

Een gelijkaardig standpunt was trouwens eind mei 2005 al ingenomen door de Werkgroep voor Willekeurige aanhoudingen van de VN-Mensenrechtencommissie(9). Ondanks dit positief verdict komen de vijf niet vrij. Ze blijven opgesloten onder de strenge regimes van hoge veiligheidsgevangenissen.

 

Gerechtigheid voor wie?

Voor het eerst in 7 jaar was er dus een opening in de zaak van de Vijf. Maar de zaak is nog niet gewonnen. De Bush-clan heeft heel nauwe relaties met de anti-Cubaanse maffia van Miami. Hun project voor een regime-wissel in Cuba sluit naadloos aan op de ultra-rechtse imperialistische ideologie van de huidige machthebbers in de VS. De VS-overheid tekende dan ook beroep aan tegen de uitspraak van het Hof van Atlanta. Er is in de Amerikaanse rechtspraak geen enkel precedent van een openbare aanklager die in beroep gaat tegen een unanieme beslissing van een federaal hof van beroep. Maar blijkbaar is de politieke druk vanuit de anti-Castristische netwerken groot.

De hoorzitting van dit beroep ging door op 14 februari 2006 in aanwezigheid van een aantal internationale waarnemers. Onder hen bevond zich de Vlaamse advocate Edith Flamand van Progress Lawyers Network, die eerder al de hoorzitting in Miami bijwoonde, en Vlaams Volksvertegenwoordiger Kurt De Loor. De heer De Loor had overigens in de dagen voor de hoorzitting een verklaring ondertekend door 32 Vlaamse, Belgische en Europese parlementairen, waarin de schending van de mensenrechten van de Vijf aangeklaagd wordt, voorgelegd aan de VS ambassadeur in België.(10) De advocaten van de verdediging, waaronder de gekende mensenrechtenadvocaat Leonard Weinglass, zijn tevreden over het verloop van deze hoorzitting, die voorgezeten werd door het volledige college van 12 rechters van het Hof van Beroep te Altanta. De vraag is of gerechtigheid het gaat halen van politieke druk.

 

War on terror?

De zaak van de Vijf contrasteert enorm met een andere zaak die dezer dagen in Texas loopt. De hoger vermelde Luis Posada Carriles staat er terecht voor… illegale aanwezigheid in de VS. Posada Carriles, Cubaan met Venezolaanse nationaliteit, is niet de eerste de beste. Vader Bush engageerde hem in de CIA begin de jaren ’60. Hij werkte voor de CIA en in opdracht van de extreem-rechtse Fundación Nacional Cubano Americana in Miami en Venezuela. In ’76 organiseerde hij mee de moord op Orlando Letellier, Chileens buitenlandminister onder Allende, in Washington. Een maand later ontplofte – even na het opstijgen in Barbados – het lijnvliegtuig van Cubana de Aviacion. Posada Carriles werd voor dat laatste feit gearresteerd in Venezuela. Na 8 jaar wist hij daar uit de gevangenis te ontsnappen, door de voordeur weliswaar…en dook onder in Midden-Amerika. Daar bezorgde de CIA hem de schuilidentiteit Ramón Medina. Vanuit de VS-legerbasis van Ilopango in El Salvador leidde hij in ’85 en ‘86 de wapenleveringen aan de contra’s die vanuit Honduras en het Noorden van Nicaragua de Sandinistische regering probeerden omver te werpen door terreur en massamoorden onder de bevolking. Die operatie kreeg later de naam Iran-contragate. Midden de jaren ’90 organiseerde hij in opdracht van de CIA een nieuwe terreurcampagne tegen Cuba: een reeks aanslagen op toeristische doelwitten. Daarbij verloor de jonge Italiaanse toerist Fabio di Celmo het leven. In een interview in de New York Times pochte Carriles openlijk over deze exploten. Toen president Castro in 2000 Panama bezocht in het kader van een bijeenkomst van de Ibero-Amerikaanse top beraamde Posada Carriles een mislukte moordaanslag, werd opgepakt en veroordeeld. In 2004 verleende de uittredende Panamese presidente – enkele dagen voor het einde van haar mandaat – hem echter amnestie!(11) Hij werd nadien gesignaleerd in Costa-Rica, El Salvador en Honduras, van waar uit hij via de Maagdeneilanden de VS binnen kwam, ergens in maart 2005.

Pas in mei gaf de VS toe aan de internationale druk en besloot ze Posada Carriles de arresteren. De aanklacht zwijgt in alle talen over zijn moorddadig verleden. Op dit ogenblik ziet het er naar uit dat Posada Carriles heel binnenkort op vrije voeten komt.

De vijf hadden de gevaarlijke opdracht om terroristische organisaties te infiltreren in Miami. Eigenlijk deden ze er de job die het FBI zelf had horen te doen. Zij werden de gevangenis in gegooid onder de mom van “samenzwering met het oog op spionage”. Het contrast met de zaak van internationaal terrorist Posada Carriles kan moeilijk groter zijn. Een ontmaskering van het discours rond de strijd tegen de terreur en de politiek van twee maten en twee gewichten van de VS dringt zich op. De druk van de internationale publieke opinie is hierbij van doorslaggevend belang.

(Uitpers, nr. 73, 7de jg., maart 2006)

Meer info: www.cubanismo.net, www.freethefive.org, www.antiterroristas.cu

Wil je meewerken? Contacteer het Belgisch Free the Five-comité op

Haachtsesteenweg 53, 1210 Brussel, 02/209 23 50 of free-the-five@cubanismo.net

Voetnoten:

(1) De auteur is coördinator voor Europa van de Free-the-five -campagne
(2) El verdadero responsable del terrorismo internacional. Medio siglo de terrorismo estadounidense contra Cuba por Salim Lamrani. http://www.voltairenet.org/article131916.html
(3) De geluidsband is te horen in de documentaire “Mission against Terror” van Roberto Ruiz Rebo en Berny Dwyer, info www.cubanismo.net.
(4) http://www.cuba.cu/gobierno/discursos/2005/ing/f200505i.html
(5) http://www.globalexchange.org/countries/americas/cuba/uscuba/536.html
(6) het gaat om amendementen om dat in de originele “Bill of Rights” van 1787 geen verklaringen rond fundamentele burgerlijke en politieke rechten opgenomen werden. De eerste 10 werden toegevoegd op 15 december 1791.
(7) http://www.geocities.com/lospobresdelatierra/nuestramerica/lamrani261203.html
(8) Dit dossier vind je op http://www.progresslaw.net/eng/text/origineel%20arrest%20Atlanta.pdf. Een vertaling van het beschikkend gedeelte op http://www.progresslaw.net/NL/tekst/vertaling%20beschikkend%20gedeelteEF.doc
(9) http://www.cubanismo.net/teksten_nl/framesetnl.htm
(10) http://www.cubanismo.net/teksten_nl/vijf/verklaring_cuban_five_deloor.pdf
(11) http://www.prensa-latina.cu/article.asp?ID=%7B4A0BD90B-6A28-4A75-98AE-D811552122A8%7D

(Visited 4 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 67 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook