De zaak-??calan. Turkije, het Westen en de Koerden.

De zaak ??calan – zijn ontvoering, zijn proces met een op voorhand reeds beslist doodvonnis – zal wellicht binnen enkele jaren de geschiedenisboeken halen. Ze zal dan een perfecte illustratie zijn van de manier waarop ????n man de inzet werd van een potje geostrategische blufpoker, waarbij de spelregels werden bepaald door de Verenigde Staten en hun bondgenoot Turkije.In zijn hoedanigheid van leider van een gewapende verzetsbeweging, die een guerrilla ontketende om het zelfbeschikkingsrecht van het Koerdische volk op de politieke agenda te krijgen, werd Abdullah ??calan in het Westen verketterd als een meedogenloze terrorist. Voor zijn ontvoering – men kan dit bezwaarlijk een arrestatie noemen – werden nationale en internationale rechtsregels naar de oudpapiercontainer verwezen.

Bij de uitgeverij EPO publiceerden drie auteurs, Paul Vanden Bavi??re, Ludo de Brabander en Chris den Hond, zopas het boek “De zaak ??calan – Turkije, het Westen en de Koerden”(*).

De auteurs plaatsen de zaak ??calan en het Koerdische vraagstuk in hun juiste context : de Koerden wonen in een gebied dat zo nodig manu militari wordt onderworpen aan de Westerse wereldorde, want de regio is niet toevallig de belangrijkste olieleverancier van onze geglobaliseerde wereld. De Verenigde Staten vestigden hun dominantie over dit gebied op twee onverslijtbare bondgenoten : Isra??l en Turkije.

E??n en ander verklaart dan ook waarom het Westen buitengewoon veel geduld opbrengt voor de Isra??lische kolonisten en generaals en voor de Turkse militairen, die al decennialang de politiek in hun land commanderen, op grote schaal de mensen- en volkenrechten schenden en zowat met al hun buren op voet van oorlog leven (de bezetting van een deel van Cyprus, sinds 1974, is hier slechts ????n illustratie van).

De ontvoering van ??calan

Op 15 februari 1999 wordt PKK-leider, Abdullah ??calan, in de Keniaanse hoofdstad Nairobi ontvoerd en naar Turkije overgevlogen. De operatie is er eentje om in te lijsten : perfect georganiseerd en voor kenners van de geheime diensten een staaltje van nauwkeurige samenwerking tussen de Amerikaanse CIA, de Isra??lische Mossad en de inlichtingendiensten van de Turkse staat.

De zaak-??calan lijkt wel een politieke thriller. In het najaar van1998 spelen de Turkse generaals grof spel. Ze bedreigen buurland Syri??, waar de PKK-leider al vele jaren een onderkomen heeft gevonden, openlijk met een militaire invasie. Geen enkele van de Westerse NAVO-bondgenoten van Turkije maakt zich zorgen over dit wapengekletter, ook al is Damascus sinds de Golfoorlog van 1991 tegen Irak, een bondgenoot van de VS en de NAVO. Syri?? zwicht uiteindelijk voor de Turkse dreigementen. Voor Abdullah ??calan wordt de toegeeflijkheid van de Syrische president Hafez el-Assad het begin van een lange en uitzichtloze zwerftocht.

Ook de Belgische regering gaat niet vrijuit in de zaak ??calan. Co-auteur, Paul Vanden Bavi??re, toont zich in een gesprek niet mals voor de voormalige Belgische minister van Buitenlandse Zaken, Erik Derycke. Op 4 februari 1999 kreeg die van de Amerikaanse inlichtingendienst CIA de tip dat ??calan zich vermoedelijk aan boord bevond van een vliegtuigje dat van Nederland op weg was naar Belgi??. De minister liet enkele F-16 gevechtsvliegtuigen uitrukken om het toestel te onderscheppen en een eventuele landing van de PKK-leider op Belgisch grondgebied te beletten.

“Hulp aan mensen in nood stond toen niet op de agenda van onze minister van Buitenlandse Zaken,” zegt een veronwaardigde Paul Vanden Bavi??re, “Derycke heeft ??calan de woestijn ingestuurd en was zich daar volledig van bewust. Het bondgenootschap met Turkije is immers heilig. Derycke heeft ons land ook in de Balkanoorlog gestort, die nooit officieel werd verklaard. Onze politici hadden geen enkele controle op de oorlogvoering tegen Servi??, op het gebruik van verboden wapens, zoals fragmentatiebommen en munitie met verarmd uranium, dat in de toekomst nog aan duizenden Servi??rs en Kosovaren het leven kan kosten. Geen enkele minister maakte zich hier zorgen over, ook de Duitse groene minister van Buitenlandse Zaken, Joschka Fischer, niet. De militairen van de NAVO hadden carte blanche en de twee haviken, de VS en Groot-Brittanni??, bepaalden de doelwitten in deze oorlog. Binnen de NAVO is er geen sprake meer van bondgenoten, het gaat om lakeien, die alle bevelen klakkeloos volgen, zonder enige kritische vraag te stellen. De oorlog om Kosovo, de zaak ??calan en de Koerdische kwestie in het algemeen, zijn daar slechts voorbeelden van.

Iemand als ??calan wordt zonder meer de dood ingejaagd. Hij heeft inmiddels de doodstraf gekregen en de kans is re??el dat hij daadwerkelijk wordt terechtgesteld. Volgens de Belgische wet hebben mensen in nood recht op bijstand. Onze regering heeft deze wet geschonden. Dat is onaanvaardbaar.”

Om de PKK-leider uiteindelijk achter de tralies te krijgen zijn kosten noch moeite gespaard. En het is dan ook de vraag of deze spectaculaire ontvoering niet op de eerste plaats een waarschuwing was aan het adres van al diegenen in de derde wereld, die er in de toekomst ooit zouden durven aan denken de wapens op te nemen om hun zelfbeschikkingsrecht op te eisen?

Voor Paul Vanden Bavi??re is het een uitgemaakte zaak dat de ontvoering en het proces van Abdullah ??calan op de eerste plaats een duidelijk politiek signaal zijn. “Het Westen gebruikt naar believen zijn labels : een gewapende verzetsbeweging wordt nu eens terroristisch genoemd, dan eens een ‘echt bevrijdingsleger’. De PKK behoort tot de eerste categorie. Het Kosovaarse U??K tot de tweede. Sommige volkeren mogen in opstand komen, andere niet. Sommige volkeren zijn belangrijk, andere niet. Als het Westen er ooit voordeel mocht bij hebben om de Koerden te steunen, zal het Turkije demoniseren. Zo veel is zeker…”

Kemalistische mythologie

De Turkse militaire machthebbers hebben steeds op Westerse steun kunnen rekenen. Een van de argmenten hiervoor luidt : beschaving. De Turkse militairen zijn namelijk ‘modernisten’, de erfgenamen van Mustafa Kemal ‘Atat??rk’, de grondlegger van de moderne Turkse staat, die religie en politiek, naar Westers model, strikt gescheiden hield. De generaals vormen met andere woorden een dam tegen het ‘groene gevaar’ : het oprukkende islamitische fundamentalisme, dat ook Turkije in zijn greep dreigt te krijgen. In “De zaak ??calan” laat Paul Vanden Bavi??re geen spaander heel van de kemalistische aanspraken van de Turkse militairen.

De militairen hebben zelf voortdurend het kemalisme ondermijnd, betoogt hij. “Neem bijvoorbeeld de economische doctrine. Het kemalisme staat voor staatseconomie en staatsdirigisme. De militairen hebben dat resoluut overboord gegooid en hebben gekozen voor ultraliberalisme. Zij danken een niet onbelangrijk deel van hun macht aan de vrije markteconomie. Op religieus vlak zijn ze allesbehalve de erfgenamen van Atat??rk. In hun strijd tegen het communisme hebben de Turkse militairen voortdurend op hun bondgenootschap met de islam gerekend. Na elke staatsgreep in Turkije kwam er een grootschalige zuivering, waarbij de linkse republikeinen het moesten ontgelden. Ze werden met duizenden tegelijk ontslagen en vervangen door islamisten. De militairen hebben altijd hun soennitische eenheidsgodsdienst aan heel Turkije opgelegd. Wat eveneens haaks staat op het kemalisme. Daarbij hebben zij systematisch de religieuze minderheden bestreden. Bij het begin van deze eeuw vertegenwoordigden de christenen in Turkije nog 30% van de bevolking. Vandaag blijft er nog geen 1% over. Er was de genocide tegen de Armeni??rs in 1915, waarbij honderdduizenden doden zijn gevallen. De Griekse gemeenschap in Turkije werd hard aangepakt.

Atat??rk vond dat de Turkse staat zich niet moest inmengen in de binnenlandse aangelegenheden van zijn buurlanden. De Turkse militairen leven vandaag in ruzie met zowat al hun buren. Ze bezetten een deel van Cyprus en ze zijn de onvoorwaardelijke bondgenoten van de Verenigde Staten, aan wie ze militaire bases hebben verleend. Sinds 1996 hebben de Turkse militairen een militaire samenwerkingsakkoord met Isra??l. Hun aanspraken op het kemalistische erfgoed en hun bewering dat ze de strijd aanbinden tegen de fundamentalisten zijn niet meer dan een voorwendsel om hun macht te behouden.”

Niet alleen de Koerden, maar eigenlijk alle inwoners van de Turkse staat betalen de rekening voor deze dominante positie van het Turkse leger. Ondanks regelmatige verkiezingen, is er in Turkije nog steeds geen sprake van democratie. De mensenrechten worden nog steeds op grote schaal geschonden, er wordt oorlog gevoerd tegen een belangrijk deel van de bevolking, de Koerden, er is geen echte persvrijheid, politieke partijen worden er nog steeds verboden. De militairen moeien zich openlijk met de politiek. Eigenlijk maken zij de politiek – en niet de politici. Hun machtspositie is absoluut, ook op economisch vlak : de Turkse officieren behoren tot de belangrijkste aandeelhouders van het Turkse bedrijfsleven.

Product van de Koude Oorlog

“In wezen dankt Turkije zijn bestaan aan de Koude Oorlog, die na de oktoberrevolutie van 1917 in Rusland begon, en niet pas na de Tweede Wereldoorlog”, schrijft Paul Vanden Bavi??re. In zijn strijd tegen het opkomende communisme had het Westen een sterke bufferstaat nodig. De uitroeping van de Turkse republiek in 1923 door Mustafa Kemal ‘Atat??rk’ kwam er niet toevallig nadat de directe Westerse interventie tegen de nieuwe Sovjetunie en de steun aan de witte legers op een mislukking waren uitgedraaid. “Tijdens de hele Koude Oorlog heeft Turkije deze rol als anti-Sovjet bruggenhoofd gespeeld”, zegt Paul Vanden Bavi??re, “en zelfs na de ineenstorting van het communistisch systeem blijft het deze geprivilegieerde rol als bufferstaat vervullen. Rusland blijft ondanks alles een grootmacht. Het Westen bedelft Moskou onder een zware schuldenlast. Ook al weet men hier pertinent dat het geld van de internationale financi??le instellingen naar de maffia vloeit, toch gaat men hier mee door, omdat het een uitstekend pressiemiddel is. Bij de Westerse omsingeling van Rusland blijft Turkije ook vandaag al zijn belang behouden. Tegelijk is het de springplank naar de olierijke Kaukasus en andere gebieden met een een Turkse bevolking, zoals Turkmenistan of Kazachstan. Ankara blijft een levensbelangrijke bondgenoot voor de anti-Iraanse politiek van Washington.”

“Voor de grove schendingen van de mensenrechten door het Turkse regime knijpt men in het Westen graag een oogje dicht. Trouwens mensenrechten zijn nooit de echte drijfveer voor de Westerse politiek. In het recente verleden werd Turkije beschuldigd van het gebruik van gifgas tegen de Koerden. Duitsland bouwde zelfs de fabriek waar deze chemische wapens worden aangemaakt. In de internationale politiek spelen mensenrechten nooit een rol, ze worden integendeel gebruikt tegen de mensen. Neem de kwestie-Kosovo, waar de landen van de NAVO de etnische zuiveringen en de slachtingen van de Servische troepen schromelijk overdreven blijken te hebben en het cynisme zo ver dreven om Turkse militairen, die zich in Koerdistan aan puur etnisch geweld te buiten gaan, uit te nodigen om in Kosovo de Albanezen tegen eenzelfde soort etnisch geweld te beschermen. “

Het verzet : het geweer, de pen, de televisiecamera

In zijn bijdrage tot het boek “De zaak ??calan” schetst Chris den Hond een boeiend en beknopt portret van de Koerden, als onderdrukte minderheid in Turkije. Hij herinnert aan de cynische speling van het Koerdische lot : “De twee grote rivaliserende moslimrijken, het sjiitische Perzi?? en het soennitische Ottomaanse rijk, vochten hun twisten uit op het grondgebied van Koerdistan, dat in 1639 tussen de twee werd opgedeeld.” “De Koerden konden binnen het Ottomaanse Rijk tot in de 19de eeuw hun eigenheid behouden dank zij de autonomie van hun prinsdommen. Die gunst verkregen ze doordat ze op het oostelijke front militaire en logistieke steun verleenden aan het Ottomaanse rijk. Tijdens de antichristelijke operaties van het Ottomanse rijk in de 19de eeuw werden de Koerdische landheren (aga’s) medeplichtig, want ze namen het land en de goederen in bezit van de verjaagde Armeni??rs, Assyri??rs en Aramee??rs. Tijdens de nationale bevrijdingsoorlog van de kemalisten tegen de Westerse mogendheden in de periode 1919-1922 waren de Koerden nog steeds de enige bondgenoten van de Turken op het oostelijke front.

Aan die alliantie kwam in 1923 een bruusk einde toen het Verdrag van Lausanne ondertekend werd De Koerden voelden zich verraden Er kwam niets terecht van de beloften van autonomie. In plaats daarvan voerde het Turkse regime een genadeloze assimilatiepolitiek. Terwijl het Ottomaanse rijk in naam van de islam de minderheden onderdrukte, voert de kersverse Turkse republiek de repressie op tegen alle niet-Turken, onder de vlag van het nationalisme. Volgens de offici??le Turkse geschiedschrijvers en ideologen zijn de Koerden ‘Bergturken’. De slogan van Kemal Atat??rk “Gelukkig is diegene die zegt : ik ben een Turk” wordt nog elke dag in alle Turkse scholen gescandeerd.”

In de jaren ’70 komt er een Koerdische ‘revival’ in Turkije. In Diyarbakir – zeg maar de hoofdstad van Turks Koerdistan – voert Mehdi Zana, kleermaker, Koerdisch nationalist en overtuigd socialist, een opmerkelijke verkiezingscampagne en wordt glansrijk verkozen tot nieuwe burgemeester. Voor het eerst in de geschiedenis van de Turkse republiek wordt een Koerd, die openlijk opkomt voor zijn identiteit, burgemeester van een grote stad. De vreugde zal niet lang duren. Het keerpunt wordt de militaire staatsgreep van 1980, met een nooit geziene repressie tegen al wat links, republikeins of vooruitstrevend is. Politieke partijen en vakbonden worden verboden. Duizenden mensen worden gearresterd. Zelfs de leiders van de traditionele politieke partijen worden niet gespaard Er komt een nieuwe grondwet. De militairen worden alleen baas in Turkije en voor de Koerden hebben ze een wet op de verboden talen in petto. Het gebruik van de Koerdische taal wordt verboden, want het is “een aanslag op de eenheid van de staat”.

In die context van algemene terreur en grove schendingen van de mensenrechten ontstaat de guerrilla van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK), die vanaf 1984 – onder leiding van Abdullah ??calan – de gewapende strijd voert tegen de Turkse staat. Er komen jaren van hardnekkige Koerdische strijd – niet alleen van de guerrilla, overal in Koerdistan wordt ook het politiek verzet georganiseerd – en van de politiek van de verschroeide aarde van het Turkse leger. Honderden Koerdische dorpen worden vernietigd. Tienduizenden Koerden worden op de vlucht gedreven. Eenzijdige wapenstilstanden van de PKK en talloze voorstellen om in Koerdistan tot een politieke oplossing te komen worden door de Turkse militairen van tafel geveegd. Zij weten zich gesterkt door hun Westerse bondgenoten van de NAVO, die hen geen stobreed in de weg leggen.

Chris den Hond – zelf medewerker van de Koerdische televisiemaatschappijen MED-TV en nu van MEDYA-TV – geeft een boeiend overzicht van de pers in Koerdistan, die een belangrijke rol speelt in het verzet. Hij beschrijft het hero??sche gevecht van Koerdische journalisten en doet het verhaal van de Koerdische televisiezender MED-TV, die ook in ons land met de lange arm van de Turkse militairen af te rekenen krijgt. Na jarenlange lastercampagnes in de Turkse pers en enige hand- en spandiensten van de Belgische rijkswacht en de ministers Vande Lanotte en Van den Bossche, wordt MED-TV (die onder Britse licentie vanuit Belgi?? uitzond) uiteindelijk definitief het zwijgen opgelegd. Het bondgenootschap met Turkije blijkt meer waard dan de persvrijheid.

Het zwarte en witte goud

“De zaak-??calan” is zonder meer een boeiend boek. In het laatste deel ontrafelen Ludo de Brabander en Chris den Hond de mechanismen waadoor Turkije voor de Verenigde Staten en de NAVO een onmisbare bondgenoot is geworden, die op enorme Westerse wapenleveringen kan blijven steunen en inmiddels zelfs kandidaat-lidstaat van de Europese Unie is geworden.

Turkije neemt een strategische plaats in op de internationale petroleumroute. De Turkse militairen zijn voor het Westen – samen met de Isra??lische kolonisten en de Saoedische fundamentalisten van de wahabitische monarchie – de bewakers van het ‘zwarte goud’.

Maar Turkije – waar het leger niet alleen de politieke, maar ook een groot deel van de economische macht in handen heeft – is inmiddels ook klaar voor de oorlog van de eenentwintigste eeuw : een oorlog om water, het witte goud. Ambitieuze stuwdamprojecten op de grote Koerdische rivieren en een stevige militaire alliantie met Isra??l (dat eveneens op de (schaarse) waterrijkdom van het Midden-Oosten aast) zijn de basis waarop de Turkse militairen hun toekomstige successen willen bouwen…

(*) Paul Vanden Bavi??re, Chris den Hond, Ludo de Brabander, “De zaak ??calan. Turkije, het Westen en de Koerden”, uitgeverij EPO, Berchem-Antwerpen, 208 blz., 598 frank (32,5 gulden).

Visited 4 Times, 1 Visit today

Tags :
Over