INTERNATIONALE POLITIEK

De Vlaams-Bourgondische bijdrage aan de Portugese ontdekkingsreizen in de 14de en 15de eeuw

Image

We weten allemaal dat toen Christopher Columbus in 1492 in ‘Amerika’ landde, hij dacht dat het India was. Veel minder is geweten dat het de Portugees Vasco Da Gama was die in 1498 als eerste het echte Indië bereikte.

Deze ‘ontdekking’ was te danken aan de gesponsorde expedities door de Portugese Prins Henrique/Henry (1394-1460), de derde zoon van Jan/Joao I, de koning van Portugal, en Philippa van Lancaster, de dochter van Jan van Gent van Engeland.

Zijn zus, Isabella, was de derde vrouw van Filips de Goede, hertog van Bourgondië en graaf van Vlaanderen, waardoor de Portugese belangen in de Lage Landen werden geconsolideerd. Hun zoon was Karel de Stoute, de laatste Valois-hertog van Bourgondië. Isabella’s familiebanden met het Engelse koningshuis kwamen ook van pas bij de beëindiging van de Vlaams-Engelse handelsoorlog (1436-1439). In 1439 trad de hertogin op als hoofd van de Bourgondische delegatie die onderhandelde over de lakenhandel, en ook de kolonisatie van de Azoren door een groep Vlamingen was een uitvloeisel van haar bemoeienissen.

Henrique was de eerste Europeaan die reeds in het midden van de jaren 1420 op een methodische wijze Afrika en de oceanische route naar Indië begon te verkennen. Vanuit zijn woonplaats in de Algarve in het zuiden van Portugal zocht hij naar mogelijkheden om deel te nemen aan de West-Afrikaanse handel, met name de handel in goud en van tot slaaf gemaakte personen, en om potentieel winstgevende kolonies te stichten op onderbenutte eilanden, waarvan hij de meest succesvolle hielp vestigen op Madeira.

Bijgenaamd de Zeevaarder, heeft Henry dus de weg vrijgemaakt voor de moderne wereld. Zelf waagde hij zich niet aan zeereizen, maar hij financierde en plande deze expedities om het grondgebied en de rijkdom van Portugal uit te breiden en het christendom te verspreiden. Zijn acties leidden tot het Europese tijdperk van ontdekkingen, en brachten ook het proces van Europese kolonisatie, kapitalisme en uiteindelijk de trans-Atlantische slavenhandel op gang.

Dit is ten dele mogelijk geweest dankzij de samenwerking met Vlaamse timmerlui en maritiem vakmanschap, die zijn zus Isabella bij hem introduceerde. Zij hielpen de Portugezen bij het ontwikkelen van betere zeewaardige schepen voor het omzeilen van Kaap Bojador en Kaap de Goede Hoop.

Dat is de essentie in de monografie van João Paulo Oliveira e Costa, geschiedenisprofessor aan de Universidade Nova de Lisboa, die ik tijdens een recente reis door Portugal ontdekte. Zoals de titel van deze monografie aangeeft, was Henry “de voorloper van de globalisering”.

De analyse ligt in dezelfde lijn als het boek van Howard French dat reeds hier besproken is.

João I

Tot 1249 waren delen van Portugal, en het grootste deel van wat nu Spanje is, een kalifaat dat bekend stond als Al-Andalus. Islamitische Berbers (Moren) uit Noord-Afrika vielen in het begin van de achtste eeuw een groot deel van het Iberisch schiereiland binnen en veroverden het op de christelijke Visigoten, een Germaans volk.

Het islamitisch bewind was niet het enige obstakel voor de onafhankelijkheid van Portugal. In 1095 scheidde Portugal zich af van het Koninkrijk Galicië. Alfonso Henriques, zoon van graaf Henry van Bourgondië, riep zichzelf in 1139 uit tot koning van Portugal. De Algarve werd in 1249 veroverd op de Moren en in 1255 werd Lissabon de hoofdstad. De landsgrenzen van Portugal zijn sindsdien vrijwel ongewijzigd gebleven.

Tijdens het bewind van koning João I, de vader van Henry, versloegen de Portugezen de Castilianen in een oorlog om de troon (1385) en sloten ze een politieke alliantie met Engeland (door het Verdrag van Windsor in 1386). Tot vandaag blijft Portugal cultureel meer op Engeland gericht dan buurland Spanje.

Jans lange strijd met Castilië en de noodzaak om een nieuwe aristocratie te vormen veroorzaakten ernstige financiële problemen, maar hij verzamelde zijn volk rond zijn troon en verwierf een reputatie als een voorzichtig leider en een scherpzinnig staatsman. Mede dankzij koningin Philippa, beïnvloed door Engelse tradities, raakte het hof van John ook bekend als een centrum van cultuur.

Ceuta 1415

In 1415 viel Portugal Ceuta, een versterkte stad in Marokko, binnen. Als rechtvaardiging voor de invasie, die gezien werd als een militaire en religieuze kruistocht, werd gesteld dat de havenstad een toevluchtsoord voor piraten was. João I stelde zijn drie zonen aan het hoofd van de expeditie, als uitdaging om hun ridderschap te verdienen.

Naast piraten was Ceuta ook de plek met een bruisende handel. Henry hoorde van de handel tussen Noord-Afrikaanse moslims en West-Afrikanen en Indiërs. Deze nieuwe kennis over Afrika en Azië wekte zijn interesse.

Als vrome christen wilde hij moslims verslaan en het christendom verspreiden in een permanente heilige oorlog. Maar zijn geplande expedities vereisten een grote investering voor een relatief arm land. De bloeiende koopmansklasse van het land, waartoe ook een prominente Joodse gemeenschap behoorde, werd de financieringskracht voor Henry’s kostbare projecten. Ook de katholieke kerk bood steun.

Henry bracht zeelieden, scheepsontwerpers, astronomen, wiskundigen, navigators en cartografen samen in Sagres, zijn uitvalsbasis aan de zuidkust van Portugal. Daartoe behoorden ook joden, moslims en Vlamingen. Een groot deel van hun geografische kennis was gebaseerd op het werk van de oude geograaf Ptolemaeus en de Arabische geleerden die zijn werk voortzetten.

Veel van de instrumenten die essentieel werden voor navigatie op open zee waren aanpassingen van instrumenten die, soms door mensen uit verschillende culturen, voor andere taken werden gebruikt, zoals het kompas, de zandloper, het kwadrant en het astrolabium.

De karveel, een klein manoeuvreerbaar schip, dat tegen de wind in kon varen, werd op die wijze geperfectioneerd dankzij Vlaams vakmanschap.

Voorbij Kaap Bojador

Een van de grote problemen waarmee Henry geconfronteerd werd, in zijn concurrentie met de Spanjaarden om een geschikte zeeroute naar Indië te vinden, waren immers de woeste wateren bij Kaap Bojador. Gelegen in wat nu de Westelijke Sahara is (een betwist gebied dat sinds 1979 in handen is van Marokko) beweegt de stroming in dit deel van de kust zich in zuidelijke richting, waardoor zeilen naar Europa moeilijk werd. Het grotere obstakel was misschien bijgeloof, want de oorspronkelijke naam van de kaap in het Arabisch is Abu Khaṭar (ابو خطر), wat ‘vader van het gevaar’ betekent.

Onder de expedities die Henry sponsorde, koloniseerde Portugal eilanden voor de kust van West-Afrika, waaronder de grotendeels bewoonde Canarische Eilanden, evenals de onbewoonde eilanden van de Azoren en Madeira.

In 1434 werd door de Portugese zeeman Gil Eanes een bevaarbare route rond Kaap Bojador gevonden. Dit werd beschouwd als een belangrijke doorbraak voor Europese ontdekkingsreizigers en handelaars op weg naar Afrika en later naar India. Een eerste poging van Eanes in 1433 resulteerde in een mislukking. Maar op bevel van Prins Henry de Zeevaarder probeerde Eanes het een tweede keer en die bleek succesvol.

Maar Henry had geld nodig om zijn expedities gaande te houden. De prins wilde toegang tot West-Afrikaans goud. West-Afrikanen behielden echter de controle over de lokale goudvoorraden, waarbij ze tijdens Henry’s leven enkel bereid waren om voornamelijk goudstof te verhandelen met de Portugezen.

Slavernij

Daarom verschoof de economische impuls naar een andere hulpbron: tot slaaf gemaakte mensen. De Portugezen begonnen systematisch nederzettingen op het eiland Arguin te overvallen om lokale inwoners te ontvoeren. Deze Afrikanen werden tot slaaf gemaakt en naar Lissabon gebracht. In 1448 bouwden de Portugezen een fort, pakhuis en een handelsstation op het eiland, gelegen voor de kust van wat nu Mauritanië is.

In het begin van de jaren vijftig van de zestiende eeuw werden tot slaaf gemaakte Afrikanen gedwongen suikerplantages op Madeira te bouwen en te bewerken. Plantage-economieën concentreerden zich op één enkel marktgewas om winst te maken. Dit plantagesysteem werd herhaald in andere Portugese koloniën. Afrikaanse gevangenen werden van het vasteland en de Kaapverdische eilanden, voor de kust van Senegal, gehaald, waar ze werden gedwongen te werken.

Wereldwijde kolonisatie

Tegen de tijd van Henry’s dood, in 1460, hadden de Portugezen bereikt wat nu Sierra Leone is. Veel van Henry’s ambities werden echter ook door zijn opvolgers gedeeld. De Portugezen stichtten koloniën langs de west- en oostkust van Afrika.

In de jaren die volgden creëerden de Portugezen handelshavens tot in Japan. Portugese zeevaarders begaven zich ook naar India, Malakka, Thailand en koninkrijken langs de Indische Oceaan.

Vanaf de 16e eeuw richtten de Portugezen suikerplantages op in Brazilië, waarbij ze tot slaaf gemaakte arbeiders gebruikten, die vanaf de westkust van Afrika over de Atlantische Oceaan werden verscheept. Met zijn grootschalige gedwongen transport van gevangengenomen Afrikanen naar Amerika creëerde Portugal, samen met concurrent Spanje, wat de trans-Atlantische slavenhandel zou worden. Daarbij waren alle Europese kolonisten betrokken, inclusief de Britten, Belgen, Nederlanders, Fransen en Spanjaarden. Het uitgangspunt, zowel historisch als geografisch, was echter Portugal.

Terwijl Henry de handel opende en verschillende volkeren en culturen met elkaar verbond, leidden zijn kolonisatie-inspanningen immers tot enkele van de grootste wreedheden van de mensheid. Historisch gezien heeft kolonisatie geleid tot een verlies van hulpbronnen, land, leven, religie, cultuur en autonomie voor de inheemse bevolking die werd gekoloniseerd.

Deze houding werd duidelijk met de ondertekening van het Verdrag van Tordesillas in 1495, dat de kolonisatieclaims op het westelijk halfrond tussen Spanje en Portugal verdeelde zonder rekening te houden met of overleg met de inheemse naties en bevolkingsgroepen die er leefden.

De blinde vlek

“De moderne wereld zou niet bestaan zonder slavernij”, stelde Howard French reeds in zijn ‘Born in Blackness‘.

Toch valt op hoe afwezig deze geschiedenis blijft in het hedendaagse Portugal. Het nationale schoolcurriculum, de musea en de toeristische infrastructuur komen voornamelijk neer op een grandioze weergave van de 15e tot 17e-eeuwse ‘ontdekkingen’ van het land in Afrika, Azië en Amerika, en een selectieve herinnering aan de 20e-eeuwse koloniale exploits in Angola, Mozambique, Guinee-Bissau, Kaapverdië, São Tomé en Principe, Goa, Macau en Oost-Timor.

In Lagos, de haven waar de eerste tot slaaf gemaakte Afrikanen in 1444 van Portugese schepen stapten, is de enige erkenning van deze geschiedenis in het populaire, toeristische centrum van de stad een moeilijk vindbaar klein museum genaamd de ‘Slavenmarkt’, dat in 2016 werd geopend in samenwerking met UNESCO.

Al Jazeera, dat bij deze problematiek uitgebreid stilstaat, biedt een goed overzicht van de problemen waar Portugal ook vandaag nog mee worstelt op het vlak van cultuur en racisme.

Het verzamelen van gegevens over ras en etniciteit is nog steeds illegaal volgens de huidige Portugese grondwet. Deze clausule in de grondwet, bedoeld om het expliciete racisme van de Portugese koloniale dictatuur die in 1974 werd omvergeworpen, goed te maken, is een belangrijk knelpunt geworden voor antiracismebewegingen in Portugal. Het betekent dat er geen officiële informatie is over de bevolkingsaantallen van etnische minderheden. Het ontbreken van deze gegevens maakt het voor activisten moeilijk om te pleiten voor meer investeringen in openbare diensten voor Afro-afstammelingen en andere raciale gemeenschappen, of om het bestaan van raciale vooroordelen en structurele ongelijkheid te bewijzen.

De steeds assertiever en politiek geëngageerde zwarte bevolking van Portugal, nu de tweede of zelfs derde generatie, loopt vandaag voorop in een Portugese samenleving die aandringt op een meer genuanceerde en gecompliceerde versie van de geschiedenis die eindelijk verteld moet worden. Deze Movimento Negro vestigt ook meer aandacht op de voortdurende erfenis van structureel racisme – in termen van politiegeweld, gelijke toegang tot huisvesting en onderwijs, en politieke vertegenwoordiging.

Maar, zegt sociologe Cristina Roldão: “Van mensen met gezag en van de man in de straat hoor je nog steeds het idee dat het Portugese kolonialisme anders, welwillend en zachtaardig was. Dat idee is nog steeds gebruikelijk, maar het is verre van de realiteit.”

Print Friendly, PDF & Email

Relevant

25 April 1974 in Portugal, de lange zomer van de revolutie.

In de vroege morgen van 25 april 1974 maakte een militaire staatsgreep op de tonen van een verboden liedje Grandola Vila Morena een einde aan de bijna vijftig jaar…

Print Friendly, PDF & Email

Nu iets totaal nieuws, in Portugal.

De opkomst van een extreem rechtse partij. Sinds de befaamde “Anjerrevolutie” van 25 april 1974 een einde maakte aan het oeroude fascistische regime van de “Nieuwe Staat” van Antonio…

Print Friendly, PDF & Email

De troef van de sociaal-democratie?

Portugal, dat is het land waar meer en meer mensen met pensioen gaan of gewoon een tweede verblijf hebben. Het is ook het land met een linkse regering, eerst…

Print Friendly, PDF & Email

Laatste bijdrages

Lithiummijnen in Europa, niet in mijn buurt

Neveneffecten van de transitie In het Franse departement Allier loopt een openbaar onderzoek naar de ontginning van een grote lithiummijn. De weerstand is groot. Die was zeker even groot…

Print Friendly, PDF & Email

Israëlisch parlement verwerpt toekomstige Palestijnse staat

De Knesset, het Israëlische parlement, heeft met een overweldigende meerderheid een resolutie aangenomen die de oprichting van een Palestijnse staat afwijst. “De vestiging van een Palestijnse staat in het…

Print Friendly, PDF & Email

Macronie zet links een neus

De vier partijen van het Nouveau Frot populaire (NFP) waren het dan toch eens geraakt over een gezamenlijke kandidaat voor het voorzitterschap van de Nationale Assemblée. Als grootste blok…

Print Friendly, PDF & Email
India. De Onzichtbare Gigant

You May Also Like

×