De Verlichting vandaag

Ludo Abicht, De Verlichting vandaag, Houtekiet Antwerpen/Amsterdam, 2007, 199 blz.

ISBN 978-90-5240-927-6

De Europese Verlichtingsideeën (1650-1800) liggen onder vuur. Zowel ter linker als ter rechterzijde. Extreemrechtse kringen mobiliseren op grond van een krampachtig etnisch nationalisme of/en religieus integrisme en fundamentalisme, maar ook vanuit extreem progressieve hoek worden de grote waarden van de Verlichting dan weer aangevallen door de zogenaamde cultuurrelativisten die elke confrontatie met andere culturen als onzinnig beschouwen. De spanning tussen het universalistische denken van de verlichting en het particularisme van Het Eigen Geloof en Cultuur (Blijf eraf!) is groter dan ooit.

Het is daarom verheugend dat er de laatste tijd, ook in het Nederlands taalgebied, heel wat publicaties verschijnen die zich buigen over de soms wel vergiftigde erfenis van de Verlichting. Een opmerkelijk boek ter zake is zeker Een veelzijdige verstandhouding – Religie en Verlichting Nederland 1650-1850, samengesteld door Ernestine van der Wall en Leo Wessels (red) dat verscheen naar aanleiding van het tienjarig bestaan van het Leidse Centrum voor de Studie van Religie en Verlichting. De Verlichting Vandaag van Ludo Abicht, dat vrijwel gelijktijdig met De strepen van de zebra van Rik Pinxten verschijnt, is er ook één uit die reeks van kritische Verlichtingspublicaties.

Zoals ook Pinxten pleit de filosoof en publicist Abicht voor een kritische voortzetting én vernieuwing van de centrale ideeën van de Verlichting. Abicht draagt zijn boek op aan ‘de nieuwe generatie’ die voor hem in de privésfeer concreet Edina, Ella, Amaryllis en Lucie heten. Voor hen is de mei ’68-vraag “Is het persoonlijke politiek of het politieke persoonlijk?” allicht weinigzeggend. Dit dilemma van ongeveer veertig jaar geleden verwoordt de pre-mei 68’er Abicht (°1936) als volgt: “Moesten we er eerst voor zorgen de mensen individueel te bevrijden en hun kansen op persoonlijke ontplooiing te vergroten, zodat ze vanzelf de behoefte aan meer democratische structuren zouden voelen, of moesten we al onze energie wijden aan de revolutionaire verandering van de maatschappij, waarna de rest zou volgen?” (p. 13) We weten nu, zegt Abicht, dat deze tweedeling een verkeerde voorstelling van zaken is: veel revoluties hebben weinig tot de bevrijding van de meeste mensen bijgedragen en hebben vaak nieuwe vormen van onderdrukking geïntroduceerd. En ook de strategie van de persoonlijke ontplooiing verzandde in een consumptieve welnesscultuur die moeiteloos kan samengaan met onrechtvaardigheid en ongelijkheid in de wereld.

Moeten we dan met de vinger wijzen naar de Verlichting die ook aan de basis lag van een belangrijk stuk van het mei ’68-gedachtegoed? Ja en nee, zegt Abicht. “Het universalisme van de oorspronkelijke Verlichting om samen een nieuwe wereld van Rede, Redelijkheid en Rechtvaardigheid op te bouwen was optimistisch en te weinig genuanceerd.” (p.16) Maar toch weigert hij het kind met het badwater weg te gooien.

Radicaal en gematigd

“De Verlichting vandaag” bestaat uit drie grote delen. In “De Verlichting” worden de oorsprong, de ontwikkeling en een aantal wezenlijke aspecten van de Verlichting voorgesteld. In dit deel klinkt vooral de stem door van de docent geschiedenis van de filosofie die met zevenmijlslaarzen door de ongeveer 150 jaar van het Verlichtingsdenken loopt en daarin een onderscheid maakt tussen de zogenaamde radicale aanhangers van de Verlichting (waaronder van Nederlandse huize vooral Baruch Spinoza en in mindere mate Adriaan en Johannes Koerbagh, Hendrik Smeets en Balthasar Bekker) en hun gematigde vaak meer bekende tegenstanders (Hume, Voltaire, Rousseau, Montesquieu, Lessing en Kant), die de meerderheid uitmaakten. Volgens Abicht die zich voor deze indeling vooral baseert op het werk van de Amerikaanse Princeton specialist op het gebied van de Verlichting Jonathan Israël wilden de verlichtingsdenkers, ook de meest gematigden en gezaggetrouwen onder hen, de wereld niet alleen beschrijven en verklaren, maar ook ten goede veranderen.

Kritiek

In deel twee verlaat Abicht het historische spoor en buigt hij zich over de dubbele kritiek die toen en later op de Verlichting werd gegeven: zowel van conservatieve denkers en machthebbers als van progressieve critici. Hij verwijst onder meer naar het militante protestantse fundamentalisme, dat vooral in Noord-Amerika de nog steeds actuele strijd tegen de Verlichting domineert. Deze tegenstanders van het emancipatorisch gedachtegoed zijn volgens Abicht vaak hoog opgeleid en kennen de argumenten van hun vijanden goed. “Denken we maar aan de bijzondere handige manier waarop de nieuwe voorstanders van het creationisme erin slagen via ogenschijnlijk streng wetenschappelijke discussie over het intelligente plan (ID, Intelligent Design) alle referenties naar God, de godsdienst of zelf de bijbel uit hun betoog te houden.” (p. 73). Zoals Ook Rik Pinxten breekt hij een lans voor de twijfelende mens. “Tegenover de twijfel die een wezenlijk kenmerk is van elke authentieke vorm van filosofie stelen zij de zekerheid van hun geloof. ” (p. 73) Via Babeuf, Feuerbach, Marx en de Franfurter Schule die een linkse kritiek op de verlichting hebben geformuleerd, belandt hij dan bij Jurgen Habermas. In tegenstelling tot de vertegenwoordigers van de Frankfurter Schule van de eerste generatie (Adorno, Horkheimer, Marcuse) geeft Habermas het onafgewerkte emancipatieproject van de Verlichting niet op.

En nu?

Het langste en meest interessante deel heet “De Verlichting vandaag” waar Abicht de link met nu maakt. Het is opgedeeld in vier thema’s: waarheid, kennis en mythe; vrijheid; gelijkheid en solidariteit. Zijn uitgangsvraag luidt: in hoever kan het actieve pluralisme het maatschappelijke project van de radicale Verlichting voortzetten? Abicht verwijst met instemming naar de Amerikaanse politicoloog Stephen Eric Bronner en naar de Franse cultuurfilosoof Tzvetan Todorov die stellen dat we alleen trouw kunnen blijven aan de ideeën van de Verlichting door haar te bekritiseren. Zo benadrukt Abicht dat de verworvenheden van de Verlichting veeleer voor een beperkte groep opgaan, met name de blanke, hoogopgeleide, welgestelde en mannelijke minderheid. Er is dus nog werk aan de winkel om het plaatje breder, en minder Westers, open te trekken. Een plaatje dat bovendien al te antropocentrisch is ingekleurd: de mens is de maat van alle dingen en de niet-menselijke natuur staat in dienst van de mens. Dat ideaal is lang achterhaald en in de plaats ervan moet een ecocentrisch bewustzijn groeien, waar onder andere Jaap Kruithof ook al veel eerder op gewezen heeft. Abicht is voorstander van een Handvest van de Aarde dat de volgende rubrieken bevat: respect en zorg voor alle levensvormen, ecologische integriteit, sociale en economische rechtvaardigheid, democratie, geweldloosheid en vrede. Abicht weigert ook, in het voetspoor van de radicale denkers, de Verlichting als een exclusieve ‘vondst’ van de westerse beschaving te beschouwen. In Mo van november 2007 schrijft hij dat de Verlichting van en voor iedereen is. “Niet alleen waren de inderdaad Europese én burgerlijke ideeën van de Verlichting uitdrukkelijk geïnspireerd door niet-westerse culturen, onder meer door de bijdragen van de filosofen en wetenschappers van de middeleeuwse islam en van de grote religieuze vernieuwers en wijzen uit Oost-Azië die tegen de feodale bekrompenheid van het dogmatische christendom en het adellijke absolutisme uitgespeeld werden, maar ze waren in hun streven naar een betere wereld ook universeel georiënteerd.

Solidariteit

Veel aandacht besteedt Abicht aan solidariteit of broederlijkheid, de derde pijler van de Franse revolutie. Wie het Verlichtingsproject wil voortzetten, kan niet zich niet beperken tot één of meerdere aspecten ervan (vooral gelijkheid of vooral vrijheid) want dat is altijd in het nadeel van de meerderheid van de mensen, van het milieu en meestal van de komende generaties. Zoals de Franse filosoof Jaques Attali het zegt: “De broederlijkheid maakt de vrijheid verenigbaar met de gelijkheid, de vrijheid maakt de gelijkheid verenigbaar met de broederlijkheid. De gelijkheid maakt de broederlijkheid verenigbaar met de vrijheid.” (p. 156) Zonder gelijkwaardigheid wordt de broederlijkheid immers gereduceerd tot liefdadigheid en kan de vrijheid ontaarden.

Wederzijdsheid

Abicht meent dat ‘broederlijkheid’ een dergelijk hoog gegrepen ideaal blijkt dat het raadzamer is zich op ‘solidariteit’ onder de mensen te focussen. In dat verband vermeldt hij de gouden regel van de wederzijdsheid (“Behandel de anderen zoals je zelf door de anderen behandeld wenst te worden”). In tegenstelling tot de godsdienstige of seculiere liefdadigheid, die in de meeste gevallen van één kant kwam, bijvoorbeeld van de rijke naar de arme of van de gezonde naar de zieke, verwijst solidariteit altijd naar een of andere vorm van wederzijdsheid. In de geest van de Verlichting is de solidariteit universeel en dus grensoverschrijdend. Deze wereldwijde solidariteit moet tevens worden aangevuld door de solidariteit met de komende generaties. En ook met de vorige generaties. Abicht: “Een band met de vorige generaties leidt als vanzelf naar de verantwoording tegenover onze tijdgenoten en nazaten.” (p. 183)

Een grensoverschrijdende mentaliteit en samenwerking zijn volgens Abicht aanwezig in het internationalisme en kosmopolitisme. Dit laatste begrip is al zeer oud. “Voor de stoïcijnse filosofen was een kosmopoliet een bewoners van de ideale wereldstaat Kosmopolis, waarvan in principe alle redelijke mensen burger moesten worden. De naam komt terug bij Augustinus voor de burger van de universele Staat Gods, bij Dante en vooral bij Kant, die zijn droom van de eeuwige vrede op dit kosmopolitische bewustzijn bouwde.” (p. 174) ?

Actief pluralisme

Abicht eindigt zijn boek met een pleidooi voor een actief pluralisme dat voor hem de enige legitieme, want consequente, erfgenaam van de radicale Verlichting is. Volgens hem is het mogelijk een open samenleving te realiseren waarin mensen niet alleen het recht hebben volgens hun eigen religieuze en culturele overtuiging te leven, maar zich tegelijkertijd intens, dat wil zeggen inter-actief, voor de overtuigingen en motiveringen van hun medeburgers te interesseren. Dat betekent dat het niet meer voldoende is de verschilpunten tussen de culturen vast te stellen en vriendelijk en vredevol te institutionaliseren. Hij benadrukt dat we verplicht worden onze eigen overtuigingen in vraag te stellen en eventueel aan te passen. Voor Abicht is een actief pluralistische maatschappij alleen mogelijk als alle partners bereid zijn hun starre houding op te geven. “In zo’n maatschappij kunnen bijvoorbeeld voor- en tegenstanders van euthanasie slechts samenleven wanneer ze na moeizame maar eerlijke onderhandelingen tot het wederzijdse inzicht gekomen zijn dat ze elkaars standpunt natuurlijk niet kunnen delen, maar dat hun eigen ethisch standpunt niet noodzakelijk het enig juiste is.” (p.193) Abicht waarschuwt in zijn slotzinnen dat het actief pluralisme dat hij verdedigt zeker geen vrijbrief is voor een libertijns laisser faire waarin zowat alles toegelaten of vergoelijkt wordt. “Het is een project dat, gebaseerd op de oorspronkelijke inspiratie van alle grote levensbeschouwingen en religies, tendeert naar een samenleving waarvan de breuklijn niet langer loopt tussen gelovigen en vrijzinnigen, of tussen de aanhangers van de verschillende godsdiensten, maar tussen de humanisten en de fundamentalisten van alle levenbeschouwingen.” (p. 194)

Met “De Verlichting Vandaag” voegt de ijverige publicist Ludo Abicht een zoveelste boek toe aan een stilaan indrukwekkend wordende reeks. Een aantal ervan heb ik op mijn rekken staan. Ze bestrijken heel diverse onderwerpen. Opvallend is dat in vrijwel al de publicaties van Abicht niet alleen een filosoof aan het woord is maar ook iemand die vanuit zijn grote betrokkenheid de maatschappelijke discussie over hete hangijzers niet schuwt. Ik hoop dat zijn goed onderbouwd pleidooi voor een actief pluralisme de lezers zal krijgen die dit essay zeker verdient.

(Uitpers, nr. 92, 9de jg., december 2007)

U kunt dit boek via de link hieronder rechtstreeks bestellen bij:

en wie via Uitpers bestelt, helpt Uitpers!

De link:

http://www.groenewaterman.be/anne/index.dll?webpage=index.htm&inpartcode=484542&refsource=uitpers

(Visited 5 times, 1 visits today)
Deel dit artikel
Over Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).