De verleidster van Florence

Salman Rushdie, De verleidster van Florence, Uitg. Contact, Amsterdam, 2008, 382 blz., ISBN 978-90-254-7003-6

 

De verleidster van Florence is een typisch Rushdie-werk: het is de schelmenroman van een literaire universalist en geschiedschrijver met veel verbeelding en vooral veel eruditie die Oost en West met elkaar probeert te verbinden en waarin de mannelijke figuren niet kunnen weerstaan aan de creatieve maar ook vernietigende schoonheid van Qara Köz uit de roman die misschien in het dagelijkse leven Padma Lakshmi heet.

Ayatollah Khomeini sprak de fatwa mét Rushdies doodvonnis uit op 13 februari 1988 wegens de belediging van de islam in De Duivelsverzen. Pas in 1998 trok Iran officieus het doodsbevel in, en de miljoenen dollars die op zijn hoofd waren gezet, maar de fatwa zelf is nooit ingetrokken. Zijn literaire (Haroen en de zee van verhalen, De laatste zucht van de Moor, de grond onder haar voeten en Woede) en essayistische (Vaderland in de verbeelding en De grens over) productie heeft in die undercover periode nooit stilgelegen. Met Shalimar de clown uit 2005 keerde Rushdie terug naar zijn roots die in Kashmir liggen, waar ook zijn Middernachtskinderen, die hem in 1981 wereldberoemd maakte, zich situeert.

In Middernachtskinderen werd de pijnlijke geboorte van India en Pakistan beschreven. Shalimar de clown kan gelezen worden als een vervolg daarop omdat het de geschiedenis vertelt van Kashmir waarvoor India en Pakistan in de voorbije halve eeuw al talloze oorlogen hebben uitgevochten.

In dit boek zijn vertegenwoordigers aanwezig van de ‘oude’ en de ‘nieuwe’ wereld. Max Ophuls is iemand die de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt, die mee aan de basis lag van de Bretton Woods-besprekingen waaruit het IMF en de Wereldbank zijn voortgekomen, terwijl zijn dochter India een nieuwe generatie vertegenwoordigt, die opgegroeid is met de val van de Muur en de ineenstorting van de Twin Towers. Bovendien zijn Max Ophuls- en zeker zijn dochter India- evenals Salman Rushdie tussenfiguren die opgegroeid zijn in twee werelden die daardoor over de grenzen kunnen kijken van oost en west, noord en zuid. Dat is een geliefkoosd thema van Salman Rushdie.

Universalist

In zijn recent verschenen De verleidster van Florence trekt Rushdie die lijn zeer consequent door: meer dan ooit ontpopt hij zich tot een literaire universalist en geschiedschrijver. De verleidster van Florence speelt zich af in het vroeg 16de-eeuws Florence én

laat-16de-eeuws India. De roman gaat over een jonge Italiaanse reiziger die aan het hof van de Mongoolse keizer Akbar belandt en zijn gastheer overrompelt met verhalen over Qara Köz, een legendarische schoonheid die machtige mannen in vervoering brengt. De verbeeldingrijke jongeman die zich nu eens Uccello di Firenze en dan weer Mogor dell’Amore laat noemen, slaagt erin het vertrouwen van Akbar te winnen.

Via dat avonturenverhaal over een westerse vreemdeling, die zich aan het Indiase hof presenteert als een familielid van de keizer, laat Rushdie zien dat er ook in de vroegmoderne tijd nogal wat contacten waren tussen de culturen aan weerszijden van de Middellandse Zee. Dat is het thema waarin de literaire historicus Rushdie zich kan uitleven. Hij neemt die rol van geschiedkundige ernstig, want op het einde van de roman volgt er een behoorlijk aantal pagina’s met bibliografische verwijzingen. Rushdie gebruikt de figuur van de keizer om hem, als oosterling, te laten reflecteren op maatschappelijke ontwikkelingen in het Westen die hij verneemt via Mogor: “Wat waren ze verward,” denkt hij over de vechtende hertogen van Italië. “En wat waren ze ook klein, zoals ze over een enkele stad in Toscane heersten, met een rooms bisdom erbij, en wat hadden ze een hoge dunk van zichzelf.” Op een andere plaatst laat Rushdie Qara Köz zeggen tegen een westerling: “Er is geen uitzonderlijke wijsheid in het Oosten. Alle mensen zijn even dwaas.” En wat te denken van de uitspraak die hij in de mond van Mogor legt: “De vloek van het menselijk ras is niet dat we zoveel van elkaar verschillen, maar dat we zo gelijk zijn”?

Rushdie is nooit een aanhanger van het cultureel relativisme geweest, maar hij werd er zeker na de fatwa tegen hem een tegenstander van. In een interview met Andrew Anthony zegt de auteur: “De manier waarop mensen zich gedragen, is gewoon typisch voor mensen, het maakt niet uit in welk tijdperk we leven, welke technologieën we toepassen of welke politieke verhoudingen we op dat moment kennen. Met andere woorden: we worden gedefinieerd door onze gelijkenissen en niet zozeer door onze verschillen.”

Een schelm met verbeelding

Rushdie kijkt niet alleen over de culturele grenzen heen, maar sloopt in deze roman ook de grenzen tussen werkelijkheid en fictie. Rushdie maakt van historische en

semi-historische figuren romanpersonages gebruik, maar laat ook die personages

fantastische figuren tot leven wekken. Akbar leefde echt en was de vader van Salim, die de Taj Mahal liet bouwen. De ‘vrienden uit Florence’ die doorheen heel de roman opduiken heten Antonio Argalia, Niccoló ‘Il Machia’ en Ago Vespucci. Ago is de neef van Amerigo die Amerika zijn naam gaf en ‘Il Machia (Machiavelli) is de auteur van Il Principe. En Antonio Argalia? Dat is een Florentijnse jongen die bevelhebber wordt van het Ottomaanse rijk, vervolgens de Iraanse sjah verslaat en daarmee ook Qara Köz verovert (‘een feestmaal voor de zintuigen’), die op haar beurt weer heel Florence weet te verleiden, Lorenzo II de Medici incluis.

De verleidster van Florence kan ook gelezen worden als een schelmenroman. De jongeman uit Firenze, gekleed in een veelkleurig narrenpak, is een verstekeling op het Schots schip dat op weg is naar het Verre Oosten. Hij weet Lord Hauksbank, de kapitein, door zijn creatieve welsprekendheid voor zich in te nemen. De Italiaanse schelm dient hem een overdosis laudanum toe en verdwijnt met zijn schatten naar het Oosten, naar het hof van de keizer van India. Hij meldt zich bij Akbar de Grote aan en toont hem de gestolen brief in het handschrift van Elisabeth Tudor met haar persoonlijke zegel. Ook Akbar laat zich wat graag door die jonge fantast die zich Mogor noemt in de luren leggen want, in de woorden van Rushdie, “Taal op een zilveren tong verschaft voldoende betovering”. De keizer betreurt het dat we niet allemaal meesters zijn in “de charmante leugen, deze voortdurende verfraaiing

van de werkelijkheid, deze pommade die op de waarheid wordt aangebracht.” Mogor is een

soort Sheherazade, die verhalen vertelt om in leven te blijven. Veel van zijn

uitweidingen hebben een sprookjesachtige oosterse sfeer, maar dan met een westerse inkleuring. Hij vertelt zeer letterlijk sterke verhalen. het meest krasse voorbeeld daarvan waarmee hij de nieuwsgierigheid van Abkar wint, is dat hij, jonge snaak, niemand minder dan de oom zou zijn van de keizer. Om het ongeloofwaardige nog wat extra in de verf te zetten, roept Rushdie de hulp in van Gabriel Márquez door Mogor koudweg te laten beweren dat zijn moeder Qara Köz, de zuster van Akbars grootvader was, die leerde de tijd stil te zetten. Wablief?

Qara Köz en Padma Lakshmi

Naast dat alles is De verleidster van Florence in de eerste plaats een eloge op de vrouwelijke schoonheid waarin niet alleen een creatieve maar ook een vernietigende kracht aanwezig is. Op verschillende plaatsen duiken passages op met beschouwingen over man-vrouwrelaties die doordat ze zo universeel zijn ook best particularistisch kunnen begrepen worden als verwijzingen naar de doodgebloede relatie tussen Salman Rushdie en het fotomodel Padma Lakshmi. Wanneer de Perzische sjah Ismail ‘verdrinkt’ in de ogen van de zeventienjarige prinses Qara Köz schrijft Rushdie: “Op zo’n moment zijn alle mannen lafaards, zijn hun gedachten vervuld van niets dan omhelzingen van vrouwen, niets dan de helende woorden die alleen vrouwen kunnen fluisteren, niets dan de vreugde zich te verliezen in de fatale labyrinten van de liefde.” En op een andere plaats lees je: “Dat zo’n mooie vrouw niet teerhartig zou zijn, dat had ik niet verwacht. Ik had niet verwacht dat ze zich zo achteloos van me zou afkeren, alsof ze andere schoenen aantrok. Ik verwachtte de geliefde te zijn.” Dat die uitspraak best van Rushdie zelf had kunnen zijn, geeft hij grif toe in het interview met Andrew Anthony: “Om het cru te stellen, ik heb het boek ondanks haar moeten schrijven, want toen ik er vorig jaar aan begon is me een reusachtige ramp overkomen (de echtscheiding). Ik was zo ondersteboven dat ik niet kon werken. Ik heb nooit zoveel wilskracht nodig gehad om alles weer op een rij te krijgen als toen, ook niet na de fatwa.”

Boeiend, niet verleidelijk

De verleidster van Florence is een typisch Rushdie-boek. Je kunt er niet omheen. Het is alweer een literair hoogstandje dat bol staat van prachtige zinnen, scrabeuze kwinkslagen, fantastische elementen, filosofische beschouwingen en erudiete uitweidingen van cultuur-historische aard. Dit boek is af, maar leeft niet als roman. Genieten van een Rushdie doe ik niet echt. Alleen Middernachtskinderen vond ik persoonlijk een geweldige leeservaring. Andere boeken van hem heb ik gelezen met een glimlach om de mond. Ook De verleidster van Florence is geen roman om met rode oortjes in weg te kruipen. Als lezer word je niet meegesleept door wat er in het boek gebeurt. Het zijn niet de handelingen die belangrijk zijn maar de gedachteassociaties die daar rond bij Rushdie ontstaan. Wanneer Il Machia gefolterd wordt, beschrijft Rushdie niet zozeer de strappado, een van de pijnlijkste martelingen die men een mens kan aandoen, maar eerder wat de gefolterde denkt om zijn aandacht af te leiden. Rushdie weigert particuliere pijn, angst en verdriet te beschrijven. Ook hier is de universalist aanwezig die misschien op een te algemeen niveau over les choses de la vie schrijft om echt emoties te kunnen raken. Het cerebrale voert de boventoon, zoals ook in de meeste romans van Umberto Ecco. Het epische karakter wordt al snel verdrongen door het beschouwende. Naar mijn smaak zou Rushdie wat spaarzamer moeten omspringen met zijn eruditie, want sommige pagina’s bulken van de instructieve uiteenzettingen die de roman meer in een cultuurhistorische dan wel literaire richting duwen. De verleidster van Florence heeft mij geboeid, zoals elke Rushdie op zijn manier boeiend is door zijn dubbele bodems en eruditie waaraan ik heel wat binnenpretjes overhoud, maar toch werd ik niet verleid, zoals met Middernachtskinderen, om een etmaal te verdwijnen uit het dagelijkse leven en met een stukgelezen boek terug te komen. Rushdie is toch nog niet over alle grenzen heen geraakt: het emotionele en het cerebrale zijn nog steeds strikt gescheiden terreinen voor die semi Britse auteur die me van op de flap monkelend aankijkt. Hij heeft duidelijk binnenpretjes, maar houdt toch zijn ziel zorgvuldig verborgen.

(Uitpers, nr 100, 9de jg., juli-augustus 2008)

U kunt dit boek via de link hieronder rechtstreeks bestellen bij:

en wie via Uitpers bestelt, helpt Uitpers!

De link:

http://www.groenewaterman.be/anne/index.dll?webpage=index.htm&inpartcode=779346&refsource=uitpers

(Visited 2 times, 1 visits today)
Deel dit artikel
Over Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).