De verjoodsing van Jerusalem, het verhaal van de familie Al Kurd

Op zaterdag 22 november stierf Mohammed Al Kurd oftewel Abu kamel (de vader van Kamel). Abu kamel stierf als een man zonder huis, zonder dak boven zijn hoofd. Drie dagen voor zijn dood is de tent waar hij in woonde samen met zijn vrouw Fawzya, Um Kamel en zijn 5 kinderen, omvergehaald door een buldozer, en alle bezittingen in de tent, zoals matrassen en dekens zijn meegenomen door het Israëlische leger.

Dit is het trieste verhaal van een familie die geen rechten heeft in de “enige democratie” in het Midden Oosten, omdat het een Palestijnse familie is.

De Palestijnse familie Al Kurd werd voor het eerst vluchteling in 1948 toen ze in Jaffa woonden. Toen de Israëlische staat uitgeroepen werd zijn ze hier uit verdreven, en kwamen ze terecht in West Jerusalem.

In 1956 werd de familie uit West-Jerusalem verdreven en kwamen ze terecht in Oost-Jerusalem in de nieuwgebouwde wijk Sheikh Jarrah. In deze wijk waren 28 appartementencomplexen gebouwd door de UNWRA (de verenigde naties, het departement verantwoordelijk voor de Palestijnse vluchtelingen)en de grond was aan hen gegeven door de Jordaanse regering (het ministerie van ontwikkeling en constructie) om vluchtelingen van de oorlog van 1948 te huisvesten. In ruil hiervoor moesten de bewoners hun rechten op voedselassistentie van UNRWA opgeven.

Een gedeelte van de overeenkomst tussen de Verenigde naties en de Jordaanse regering was dat 3 jaar na de bouw van de appartementencomplexen (15 november 1959) de huizen eigendom zouden worden van de families die er in wonen.

Na de Israëlische bezetting van Oost-Jerusalem in 1967, eisten Joodse kolonisten het land waar de huizen op waren gebouwd, op omdat volgens eigen zeggen zij het land in de 19de eeuw hadden gekocht van de Ottomaanse eigenaar. Deze claim werd in 1972 geregistreerd door de kolonisten bij de Israëlische landregistratie. Ook eisten deze kolonisten de uitzetting van de 28 Palestijnse families.

De 28 families huurden een advocaat in, genaamd Tusia Cohen. Deze advocaat kwam tot een compromis met de advocaat van de Joodse kolonisten, zonder medeweten van de 28 families, wat inhield dat de bewoners een “beschermde bevolkingsgroep” waren en geen bewoners, en dat zij met terugwerkende kracht huur moesten gaan betalen aan de kolonistenorganisaties.

Toen de bewoners achter dit compromis kwamen hebben zij deze meneer Cohen gelijk ontslagen en een nieuwe advocaat in de hand genomen, Husni Abu Hussein. De heer Hussein kon bewijzen, met de nodige documenten, dat het land bezit was van een Palestijn, genaamd Suleiman Darweesh, en deze was de enige die huur zou kunnen eisen van de bewoners voor het land en niet de kolonistenorganisaties.

Maar deze eis werd in 2008 door de Israëlische rechtbank verworpen.

In 1999 heeft de familie Al Kurd een kamer van 78 vierkante meter aan het huis gebouwd. De familie heeft 5 kinderen, dus ze hadden een groter huis nodig. Ook was Abu Kamel ziek geworden en in een rolstoel terechtgekomen vanwege hartfalen, suikerziekte en men had meer ruimte nodig. Deze kamer werd tot illegaal bouwsel verklaard en de familie heeft daar flinke boetes voor gekregen.

In hetzelfde jaar ging de familie Al Kurd naar Jordanië, waar Abu Kamel behandeld werd in een ziekenhuis in Amman. Toen de familie terugkwam vonden ze hun nieuw aangebouwde kamer opengebroken en bezet door Joodse kolonisten. Deze hadden de sleutel voor deze aangebouwde kamer gekregen van de gemeente van Jerusalem, die deze in bezit had genomen nadat de aangebouwde kamer illegaal was verklaard. De kolonisten beweerden dat ze deze kamer huurden van de familie Al Kurd die dat ten stelligste ontkende.

Sindsdien hebben deze kolonisten de familie Al Kurd meermalen hoge sommen geld geboden voor hun huis, maar de familie heeft dit altijd geweigerd.

De Al Kurd familie heeft de kolonisten toen aangeklaagd bij het Hoger gerechtshof die op 25 februari 2007 bepaalde dat de kolonisten eruit gezet moesten worden.

Deze beslissing van het Hooggerechtshof moest uitgevoerd worden door de politie, maar die hebben dat niet gedaan, de kolonisten konden blijven zitten.

De claim van Suleiman Darweesh op bezit van het land werd op 20 Juni 2008 afgewezen door ditzelfde Hooggerechtshof. Dit opende de weg voor de kolonisten om weer het bezit van het land op te eisen. De advocaat van de familie ging weer naar de rechter toe om de uitvoering te vragen van de vroegere order om de kolonisten uit het huis te laten zetten. Maar de politie bleef dit weigeren.

De kolonisten gingen weer naar de rechter. Deze bepaalde dat de familie Al Kurd uit hun huis gezet moest worden. Deze beslissing was weer gebaseerd op de overeenkomst tussen de eerste advocaat, de heer Cohen die ontslagen was door de families, en de advocaat van de kolonisten. Ofschoon de eis op het land van de kolonisten twee jaar daarvoor ongeldig was verklaard, en het Hooggerechtshof zelfs een order tot uitzetting van de kolonisten had gegeven, was het nu de familie Al Kurd die eruit gezet moest worden.

Um Kamel, de weduwe van Abu Kamel (foto Trees Kosterman)

Deze uitzetting gebeurde in de nacht van de 9de november. De hele wijk werd afgezet door honderden militairen en politie, buren onder schot en in de huizen gehouden.

Um Kamel vertelde me dat zij vastgehouden werd door drie vrouwelijke politieagenten. Haar handen werden op haar rug geboeid, en Abu Kamel werd van zijn bed gelicht. Hij was verlamd. Hij werd opgepakt en voor de deur van de buren gezet, die zich, toen het rustiger werd en de hele operatie achter de rug was, zich over hem konden ontfermen.

De rest van de familie werd letterlijk, met een paar bezittingen, op straat gezet.

Vier dagen later werd Abu Kamel in het ziekenhuis opgenomen nadat hij een zware hartaanval had gekregen.

De rest van de familie met behulp van buurtbewoners en internationale sympathisanten heeft een tent opgezet op een braakliggend stuk land voor het huis.

Toen ik daar vorige week woensdag na de middag kwam, vertelde men mij dat de tent net door een bulldozer afgebroken was, en dat er acht buitenlandse sympathisanten gearresteerd waren. Weer waren er tientallen politieagenten en militairen gekomen, de wijk afgezet, en de tent platgewalst en alle bezittingen zoals matrassen en dekens, meegenomen.

Men heeft toen 2 kleine tentjes opgezet.

De dag daarna, donderdag, was een van de 2 kleine tentjes weer platgewalst en de omheining om het braakliggende stuk land was helemaal neergehaald.

Abu Kamel heeft dit niet meer overleefd, op zaterdag is hij gestorven op de leeftijd van 61 jaar, als een dakloze vluchteling.

Zijn vrouw Fawzya, Um Kamel, heeft geen dak boven haar hoofd meer, en geen echtgenoot meer. Ze moet het nu alleen opnemen tegen de kolonisten en hun wreedheid en tegen de politie en militairen die haar constant het leven lastig maken.

Huisraad bij de tent van Um Kamel (foto: Trees Kosterman)

De bedoeling van de kolonisten is duidelijk.

Begin 2008 hebben ze hun zogenaamde bezit, het land waar de 28 appartementen opgebouwd zijn, verkocht aan een investeringsbedrijf genaamd Nahalat Shamo’an. Dit bedrijf heeft plannen om bovenop de toekomstige ruines van de 28 appartementen van de Palestijnse families die er nu nog in wonen, 200 huizen voor de kolonisten te bouwen.

De familie Al Kurd is de eerste familie die eruit gezet is, de andere 27 families staan op de lijst om binnen de komende maanden op straat gezet te worden.

(Uitpers, nr 104, 10de jg., december 2008)

Trees Zbidat Kosterman – Sakhnin/Jerusalem.

(Visited 3 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 62 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook