De Verenigde Staten: leermeesters van Bin Laden en Co

John K. Cooley. Unholy Wars. Afghanistan, America and International Terrorism. Pluto Press, Londen, Sterling-Virigina, 1999. 276 blz.

In februari 1993 vielen er zes doden en een duizendtal gewonden bij een aanslag op het World Trade Centre in New York door islamitische fundamentalisten. Het was hun bedoeling de ene toren tegen de andere te doen vallen, wat duizenden mensen het leven had kunnen kosten. Wat zo stil mogelijk werd gehouden was dat enkele van de daders door de CIA werden opgeleid – een FBI-man die op televisie zijn mond voorbij praatte werd snel ,,verplaatst”. Evenmin werd gezegd dat de gebruikte springstof – een mengeling van meststoffen en olie – een recept was afkomstig uit een handboek van de CIA, dat onder meer werd gebruikt bij de opleiding van islamitische strijders voor de heilige oorlog in Afghanistan (1979-1989) tegen de ,,goddeloze” Sovjet-Unie.


Dit is één van de zaken die te lezen staat in het boek dat de Amerikaanse journalist John K. Cooley, een veteraan wat betreft verslaggeving over het Midden Oosten en Noord-Afrika, heeft gewijd aan de desastreuze gevolgen van het aanmoedigen en opleiden van islamitische fundamentalisten voor de oorlog tegen het Sovjet-leger in Afghanistan. Een uiterst kortzichtige, om niet te zeggen onvoorzichtige politiek van Washington. Mensen als sjeik Omar Abdul Rahman, de blinde Egyptische predikant die levenslang kreeg voor zijn rol in de WTC-aanslag, en Amerika’s huidige vijand nummer één, de Saoediër Osama bin Laden, waren ooit de beste vrienden van de Verenigde Staten. Ze behoorden tot een reeks islamisten die in de hele islamitische wereld vrijwilligers rekruteerden en financierden voor de oorlog in Afghanistan, die Washington daar aanwakkerde toen de Sovjet-Unie de enorme flater beging er in 1979 troepen naartoe te sturen om zich te mengen in de strijd om de macht tussen de verschillende fracties en clans.


Niet alleen Moskou hield aan het hele avontuur een fikse kater over. De hele wereld zit nog geplaagd met de gevolgen van de westerse steun – naast de VS, droegen onder meer Groot-Brittannië als trouwe vazal van Washington en Frankrijk hun steentje bij – aan de modjaheddin. Denken we maar aan de aanslagen op de Amerikaanse ambassades in Nairobi en Dar-es-Salaam. En de ,,Afghanen”, zoals de islamitische vrijwilligers worden genoemd, droegen de strijd uit naar hun landen van herkomst (Egypte, Algerije, Turkije, Sinkiang in China…) of gingen hun diensten aanbieden in conflictzones met moslims (Bosnië, Kosovo, Kashmir, de zuidelijke Filippijnen…). Maar de Amerikanen zijn hardleers: ze droegen ertoe bij dat, toen er in Afghanistan burgeroorlog uitbrak na het vertrek van de Russen, een uiterst conservatieve en onverdraagzame groep, de Taliban, aan de macht kwam. Pas de voorbije paar jaar is Washington er afstand gaan van nemen.


John K. Cooley heeft in zijn boek een schat aan gegevens verzameld over hoe het allemaal in zijn werk is gegaan en heeft het daarbij ook uitvoerig over de rol van Pakistan en zijn geheime dienst, de ISI. Als actualiteitsjournalist die voor ABC-News van de ene plaats naar de andere holt, valt hij soms door de mand als het om diepere analyse gaat. Wie zou er niet de wenkbrouwen fronsen bij zijn bewering dat (wijlen) koning Hassan II van Marokko ,,het economisch en sociaal welzijn van zijn volk naar beste vermogen bevorderde”, als men weet dat de sociaal-economische toestand er onder Hassan II er bijna van dag op dag op verslechterde. Hij wijst er wel op dat Marokko, samen met Frankrijk, Egypte, Iran (tijdens het regime van de sjah) en Saoedi-Arabië, behoorde tot de zgn. ,,Safari-club” die o.m. in Afrika en Azië de westerse belangen verdedigde. Dit verklaart waarom Marokko, ondanks zijn nog voortdurende bezetting van de westelijke Sahara en zijn uiterst slecht staat van dienst wat betreft de mensenrechten erg in de gratie staat van het Westen (België inbegrepen).


Maar hij geeft soms ook blijk van verrassend inzicht. Zo heeft hij het uitvoerig over de drugshandel, waarvoor de Amerikanen een oogje sloten als het om hun bondgenoten ging, en over een Frans-Amerikaans plan om drugs aan spotprijzen te leveren aan Sovjet-soldaten om hun moreel te ondermijnen. Cooley vraagt zich af of er echt een door de Amerikanen gesteund plan is geweest of nog is om ,,drugsverslaving te bevorderen in het Sovjet-leger, en van daaruit naat de Sovjet- en naar de post-Sovjet-maatschappij”. Dit is geen academische vraag als men weet hoe Washington via het Internationaal Muntfonds Moskou in een schuldengreep heeft genomen en ervoor gezorgd heeft dat Rusland werd en wordt ontwricht door een groot deel van de financiële ,,hulp” in handen te spelen van de maffia en van maffieuze clans tot in de hoogste regionen van de macht in Rusland. (PVB)

Visited 2 Times, 1 Visit today

Tags :
Over