De verdere balkanisering van Joegoslavië

Toen de Joegoslavische Federatie in 1991 uit elkaar ging spatten, ging de “internationale gemeenschap” – de Europese Unie en de VS – er gemakshalve van uit dat dit kon leiden tot de afscheiding van de bestaande zes republieken. Die Federatie erkende immers het recht op afscheiding van de samenstellende republieken. Maar de kaarten lagen helemaal niet zo simpel en dat komt vandaag, met de onderhandelingen over de toekomst van Kosovo en met de spanningen in Bosnië-Herzegovina, zeer sterk naar voor.

De vorming van die Federatie na de Tweede Wereldoorlog beantwoordde aan een politieke logica. Het Servisch ultranationalisme had in de jaren 1930 bij de Kroaten en andere niet-Servische groepen een nationalistische reactie uitgelokt, wat tijdens de nazi-periode tot massamoorden op Serviërs had geleid. Uit die periode trokken Tito en zijn partizanen de les dat Joegoslavië, wou het voortbestaan, op een federale leest moest worden geschoeid en dat de Servische hegemonie moest worden ingetoomd.

Zes republieken, waaronder Servië en het bij Servië aanleunende Montenegro, dat moest volstaan. Later, met de grondwet van 1974, kregen de twee provincies binnen Servië, Vojvodina (overwegend Servische bevolking) en Kosovo (overwegend Albanese bevolking) in talrijke opzichten het statuut van een republiek, maar zonder recht op afscheiding. In ogen van Servische nationalisten was heel die Federatie een anti-Servische samenzwering.

Complex

Na 1991 scheidden vier republieken zich inderdaad af.

Voor Slovenië gebeurde dat zonder al te veel problemen, de grenzen waren niet betwist en er woonden weinig niet-Slovenen in deze republiek. De Slovenen hebben wel problemen, maar dan wel omdat hun rechten als minderheid niet altijd worden erkend in Italië en vooral niet in Oostenrijk – de meesten wonen in Karintië, bestuurd door Jörg Haider.

Voor Kroatië lag het helemaal anders. Daar vormden de Serviërs een minderheid van twaalf procent en de Kroatische nationalisten waren niet bereid hun rechten te erkennen, ook al vormden ze in Krajina het overgrote deel van de bevolking. De Kroatische nationalisten hebben Krajina drastisch gezuiverd: ze verjaagden de Serviërs en vermoordden degenen die niet snel genoeg waren.

In Bosnië-Herzegovina lag het door de ingewikkelde bevolkingsstructuur nog een stuk complexer. De grenzen hielden hier allerminst rekening met de etnische samenstelling en bovendien creëerde Belgrado hier een nieuwe bevolkingsgroep: de Moslims, met hoofdletter, want niet gelijk aan gelovige moslims. Om de verwarring nog groter te maken, werden die ‘Moslims’ vaak ook aangeduid als ‘Bosniërs’, alsof de anderen slechts gasten waren in de republiek Bosnië. Met de onafhankelijkheid van Bosnië groeide binnen en buiten de grenzen van Bosnië de roep voor annexatie van de overwegend Kroatische gebieden bij Kroatië en van de Servische bij Servië.

En tenslotte Macedonië met zijn Slavische meerderheid – de definitie van Macedoniër is op zichzelf al niet eenvoudig – en Albanese minderheid.

Vier republieken werden nieuwe staten, dit jaar gevolgd door twee andere: door de scheiding tussen Servië en Montenegro zijn nu alle zes gewezen republieken onafhankelijke staten. Daar zou het dus in de logica van de gewezen Federatie moeten mee ophouden.

Kosovo, Bosnië

Daar houdt het echter allesbehalve mee op. Onder auspiciën van de Verenigde Naties zijn deze zomer de besprekingen herbegonnen over het toekomstig statuut van Kosovo. Krachtens de logica van de Federatie kan Kosovo geen onafhankelijke staat worden. Daar voeren leiders van de Albanese meerderheid tegen aan dat Kosovo ten onrechte het statuut van republiek werd onthouden, gewoon omdat Belgrado in het geval van Kosovo vreesde dat de Albanese meerderheid gebruik zou maken van het recht op afscheiding, terwijl dat in het geval van de andere republieken – toen toch – onwaarschijnlijk werd geacht. De Albanese leiders hebben natuurlijk een ander argument: de grote meerderheid van de bevolking wil een onafhankelijke staat.

Belgrado voert naast ‘statutaire’ ook historische argumenten aan, Kosovo was in Servische ogen de bakermat van het historische Servië en had een Servische meerderheid die echter onder druk van het Turks-Ottomaans regime deels werd verjaagd, terwijl vanaf de jaren 1980 Albanese nationalisten ook veel Serviërs op de vlucht dreven.

Aarzelingen

De mogelijke gevolgen van de onafhankelijkheid van Kosovo roepen aarzelingen op. In de eerste plaats wat met de Servische en andere minderheden in Kosovo? De gebeurtenissen van de voorbije 25 jaar voorspellen weinig goeds in verband met de rechten van die minderheden. En wat met de grenzen van dat onafhankelijke Kosovo? In het zuiden van Servië is er een gebied met een Albanese bevolking, ook in Montenegro zijn er talrijke Albanese dorpen.


Er is meer. Het Albanese irredentisme, de vorming van een staat van ‘alle Albanezen’, is springlevend. Een onafhankelijk Kosovo kan een belangrijke stap zijn, in Kosovo stond in de 19de eeuw de wieg van een moderne Albanese staat: in 1878 ontstond in Prizren (in Kosovo) de Liga van Prizren die een autonome Albanese staat eiste. Dat irredentisme wekt uiteraard grote onrust in Macedonië waar Slavische leiders vrezen dat het westelijk deel, met zijn overwegend Albanese bevolking, zich zal afscheiden om bij een Groot-Albanië aan te sluiten.

Maar de EU, de Navo en de VS vrezen vooral de weerslag van een onafhankelijk Kosovo op Bosnië. Indien de “internationale gemeenschap” toestaat dat Kosovo onafhankelijk wordt op grond van democratische regels – de meerderheid die dat wil – dan is er geen enkele reden datzelfde recht te weigeren aan de Servische republiek binnen Bosnië. Alle democratische en demografische regels gelden ook hier.

Waarom de wil van de meerderheid wel respecteren in het ene geval en niet in het andere? Een ‘njet’ aan de Bosnische Serviërs zou bij deze bevolkingsgroep het sterke gevoel alleen maar versterken dat voor hen andere regels gelden, dat zij derderangsburgers zijn in Bosnië en dat EU, Navo en VS erg vooringenomen zijn.

Held Oric

Dat gevoel is begin deze zomer nog veel sterker geworden door een uitspraak van het Joegoslavië Tribunaal in Den Haag. Dat veroordeelde Naser Oric, 39 jaar, tot twee jaar cel, waardoor hij, gezien zijn voorhechtenis, onmiddellijk op vrije voeten kwam. Naser Oric is een held onder Bosnische Moslims. Oric stond terecht voor moorden, folteringen, plunderingen en het platbranden van vijftien dorpen in de omgeving van Srebrenica.

Zo was Oric de leider van een aanval op het dorp Kravica en twee gehuchten in de buurt. Dat gebeurde op 7 en 8 januari 1993 tijdens het Servisch-orthodoxe kerstfeest. Tientallen mensen werden vermoord, overlevenden – mannen, vrouwen, kinderen – werden meegenomen naar het politiebureau van Srebrenica waar ze werden gefolterd en velen onder hen afgemaakt. De Serviërs gaven die aanvallen als motief op voor de verovering van Srebrenica in 1995 – waarop duizenden Moslims werden afgemaakt. Oric stond in die tijd bij de VN bekend als “een gangster”.

In een van de dorpen waar Oric toesloeg, Zalazija, werd in de Tweede Wereldoorlog de helft van de bevolking uitgemoord. Toch bestaat Zalazija voor het Joegoslavië Tribunaal niet. De Serviërs zijn ervan overtuigd dat dit is omdat de slachtoffers Serviërs waren.

Carla Del Ponte, hoofdaanklaagster op het Tribunaal in Den Haag, weerhield de massamoorden niet tegen Oric, ze vond dat er niet genoeg bewijzen waren. Del Ponte heeft nochtans grote onderzoeksteams en veel geld ter beschikking, maar blijkbaar hebben ze daar toch niet hard gezocht, het wemelt er nochtans van de getuigen. Maar die werden door het Tribunaal niet opgeroepen.

Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat de Serviërs van Bosnië geen enkel vertrouwen hebben in de Bosnische staat en de zogenaamde “internationale gemeenschap”.

Met de onderhandelingen over Kosovo’s toekomst staat hoe dan ook meer op het spel dan alleen Kosovo. De EU gaat ervan uit dat ze met haar beloften van latere toetreding van de gewezen Joegoslavische delen een vreedzaam perspectief biedt. Maar in ex-Joegoslavië zijn veel problemen alleen bevroren, daarom nog niet opgelost.

(Uitpers, nr. 78, 8ste jg., september 2006)

Visited 10 Times, 1 Visit today

Tags :