De vele gezichten van uiterst-rechts

Bij uiterst-rechts in Frankrijk is er nu een open botsing tussen Marine Le Pen, voorzitster van het Rassemblement National (RN) en haar nicht Marion Marcéchal (ex-Le Pen). Bij het Duitse AfD staan twee stromingen lijnrecht tegen elkaar. En in Italië is er een felle competitie tussen de uiterst-rechtse Lega van Salvini en de neofascistische Fratelli d’Italia van Meloni.

Nuances in zwart

Uiterst-rechts heeft vele gezichten. Vandaar ook soms de noodzaak diverse termen te gebruiken, zoals radicaal rechts voor de Hongaarse regerende Fidesz, of reactionair rechts voor de Poolse PiS. Uiterst-rechtse partijen teren bovendien op ultranationalisme, wat hen ook met elkaar in botsing brengt. De Oostenrijkse FPÖ bekijkt Zuid-Tirol (in 1918 ingepakt door Italië) anders dan de Italiaanse zusterpartij. Kroatische fascisten en Servisch extreem-rechts lusten elkaar rauw. Enz.

Binnen de uiterst-rechtse bewegingen zijn er daarnaast nuances die vaak tot barsten en scheuringen leiden. Het uiterst-rechtse Front National kende verscheidene afscheuringen. Momenteel lopen de spanningen tussen Marine Le Pen, voorzitster van het Rassemblement National (RN) en haar nicht Marion Maréchal (ex-Le Pen) zeer hoog op.

Marion is het al langer oneens met de strategie van haar tante, ze trok zich drie jaar geleden terug uit de partij, dit jaar nam ze zelfs geen lidkaart meer. Maar ze bleef wel erg actief; ze richtte een ‘school’ in om kaders op te leiden, ze bouwde stevige relaties uit in de beweging Manif pour tous ‘ (tegen het homohuwelijk), iets waar Marine Le Pen zich van afzijdig hield.

De tegenstelling is ook geografisch. Voorzitster Le Pen is meer het gezicht van uiterst-rechts dat in het noorden en oosten goed scoort in oude industriegebieden met zware sociale problemen; dit deel van RN mikt op de verliezers van de mondialisering. Terwijl haar nicht veel sterker staat in het zuidoosten, een gebied waar uiterst-rechts al in de jaren 1960 een basis had onder de ‘pied noirs’, de uit Algerije verdreven kolonisten, en onder hoge bourgeoisie.

Maréchal legt veel meer dan tante de nadruk op economisch liberalisme en de christelijke wortels. Volgens haar moet uiterst-rechts mikken op het binnenhalen van klassiek rechts, moet het hameren op respect voor orde en gezag. Klassiek rechts verkeert momenteel immers in crisis, zodat zowel uiterst-rechts als Macron hopen om de resten van rechts binnen te halen. Het is een analyse waarvan ook kopstukken van het rechtse Les Républicains (LR) vrezen dat het inderdaad die weg opgaat.

De zopas bekendgemaakte resultaten van een uitgebreid onderzoek naar de visie van de Fransen op de samenleving tonen aan dat Marion Maréchal en haar geestesgenoten de wind in de zeilen hebben. De achterban van de rechtse LR zijn erg gesteld op ‘recht en orde’, op de vrijheid van de patron-ondernemers en zijn op ethisch vlak even reactionair als Marion Maréchal. Dat de rijken rijker worden vinden ze een goede zaak voor het land. Wat vroeger “la droite modérée” (gematigd rechts) werd genoemd, herkent zich eerder in president Macron. Sommige van hun kopstukken pleiten voor samenwerking met de president, ook electoraal.

Meloni en Salvini

In Italië hebben de twee uiterst-rechtse partijen, die electoraal samenwerken, een zeer diverse origine. De Lega van Matteo Salvini is ontstaan als de Lega Nord, een noordelijke separatistische beweging
(zie Uitpers: Lega zonder Nord) die oorspronkelijk vooral xenofoob was tegenover de “terroni” (de Italianen uit het zuiden), maar meer en meer de anti-migrantentoer opging.

Daarin vond ze een bondgenoot bij de erfgenamen van de neofascistische MSI. Aanvankelijk was dat de ‘postfascistische’ Nationale Alliantie die regeerde met Forza Italia van Berlusconi en met de Lega Nord. Die strekking ging op in Berlusconi’s ‘Popolo della Libertà’, maar ze trok zich daar in 2012 uit terug om dan in 2014 Fratelli d’Italia te worden, sindsdien geleid door Giorgia Meloni.

De Lega is nu de Lega van Salvini, maar diens gezag wordt binnenin betwist, terwijl volgens peilingen de Lega van 37 naar 25 % zakt, grotendeels ten voordele van de Fratelli die nu rond 15 % zou zitten, meer dan een verdubbeling. Grote ideologische verschillen zijn er niet, het is vooral hun diverse geschiedenis die hen een diverse identiteit geeft.

‘Alternatief Duitsland’

Bij ‘Alternative für Deutschland’ (AfD) is het volop ruzie tussen twee vleugels, grosso modo tussen de ‘eerbiedwaardigen’ en de ‘extremisten’. Deze laatste staan vooral sterk in de oostelijke staten. Zoals in Brandenburg waar ze vorig jaar 23,5 % van de stemmen haalden, aangevoerd door de radicale Andreas Kalbitz, gewezen para van de Bundeswehr. Kalbitz is begin augustus ‘tijdelijk afgetreden’ als fractieleider in het regionaal parlement nadat de nationale leiding van AfD hem eerder uit de partij had gezet. Reden: hij had verzwegen dat hij ooit lid was van een neonazi groep.

Kalbitz, gesteund door een groot deel van de AfD in het oosten, vecht zijn uitsluiting aan voor een rechtbank. De ‘radicalen ‘ van ‘der Flügel’ vinden het eigenaardig dat co-partijleider Jörg Meuthen blijkbaar een duw in de rug kreeg van de “Dienst voor bescherming van de grondwet”die ‘der Flügel’ onder toezicht plaatste als een bedreiging voor de democratie en de rechtstaat. “Wij zijn een traditionele conservatieve partij”, zei Meuthen, een standpunt waar Kalbitz en co niet achter staan.

In Polen krijgt de regerende reactionaire PiS (Recht en Rechtvaardigheid) concurrentie ter rechterzijde. Vooral van de Konfederacia, een partij met vooral steun bij ondernemers die opkomt voor de grootst mogelijke economische vrijheid, terwijl de PiS haar electoraal succes voor een groot deel te danken heeft aan haar sociaal programma. Dat slaat vooral aan bij jonge mannelijke kiezers die zich vinden in het erg vrouwonvriendelijke programma.

Visited 74 Times, 1 Visit today