De Veiligheidsraad als "Internationale gemeenschap"?

Geen oorlog tegen Irak. Maar wat als die oorlog gebeurt met de zegen van de Veiligheidsraad van de VN, vaak voorgesteld als de stem van de "internationale gemeenschap"? Blijkbaar tilt een deel van de publieke opinie daar zwaar aan. Die Veiligheidsraad wordt immers opgevoerd als het orgaan dat de wereldbevolking vertegenwoordigt en dat dus in naam van de wereld kan spreken.

"We zitten op de lijn van de VN", antwoordde een commentator van De Standaard op een lezersbrief met de vraag wat nu de houding van de krant was. Op de lijn van de VN? Wat is dat dan? In de eerste plaats betekent het: geen eigen mening hebben of er niet durven voor uitkomen. Want was is de lijn van de V N wetende hoe een beslissing van de Raad tot stand komt. Niet in de openbare discussies, wel achter de schermen. Laten we even kijken hoe dat verliep in de crisis rond Irak.

Vijf van de vijftien leden zitten permanent in die V-Raad en beschikken over een vetostem. Dat vetorecht is op zichzelf al een zeer eigenaardig verschijnsel in een internationaal recht dat theoretisch gestoeld is op de gelijkheid van soevereine staten.

Wie die vijf zijn is vastgelegd na de Tweede Wereldoorlog en weerspiegelt dan ook de krachtsverhoudingen na die oorlog. Er zijn wel twee belangrijke wijzigingen gekomen: tot 1972 bekleedde het regime van Tsjang Kai-tsjek op Taiwan, een annex van de VS, de aan China toegewezen zetel; die kwam in dat jaar eindelijk aan de Volksrepubliek. Na de implosie van de Sovjet-Unie kreeg de Russische Federatie de door die Sovjet-Unie bezette zetel toegewezen.

Die samenstelling van de permanenten met hun vetorecht weerspiegelt uiteraard niet meer de wereld van de 21ste eeuw. India, één miljard inwoners en een kernwapenmogendheid, zit daar bij voorbeeld niet bij. Afrika en Midden- en Zuid-Amerika evenmin. De economische grootmachten Duitsland en Japan evenmin. En ga zo maar door. Geen wonder dat de samenstelling van die Raad, vooral dan van het permanente deel ervan, al decennia lang tot felle controverses en allerlei hervormingsplannen leidt.

Het blijft evenwel bij plannen. Naast de vijf permanente leden zitten er nog tien andere tijdelijke leden, verdeeld over de grote regio’s. Hun stemmen wegen minder door, want ze hebben geen vetorecht bij het stemmen over een resolutie. Voor de goedkeuring van een dergelijke resolutie zijn negen stemmen nodig, op voorwaarde dat er dus geen veto is.

Maar zelfs als een resolutie is goedgekeurd, betekent het nog niet dat ze wordt uitgevoerd. Dikwijls is het tegendeel waar. Het gezag van de Veiligheidsraad is de voorbije 35 jaar sterk ondermijnd geworden door de reeks resoluties tegen Israël. Israël treedt die resoluties stelselmatig met de voeten, maar van ultimatums of internationale controles horen we niets. Erger zelfs, na het beestachtig optreden van de Israëlische troepen in Jenin, werd elk ernstig onderzoek gesaboteerd. De Verenigde Staten hebben al decennia lang de Israëlische bezetters de hand boven het hoofd gehouden door gebruik te maken van hun vetorecht. Het is goed daar nu nog even aan te herinneren.

Olie voor stemmen

Hoe zat dat nu in de aanloop tot de oorlog tegen Irak?

Amerikanen en Britten moesten voor de instemming van de "internationale gemeenschap" ervoor zorgen dat 1) geen enkel van de drie andere permanente leden (China, Rusland, Frankrijk) zijn veto gebruikte en 2) dat er voldoende voorstemmers waren.

Voor de ogen van de wereld hebben ze getracht dat te doen met argumenten, maar de overgrote meerderheid van de echte internationale gemeenschap, de miljarden bewoners van de aarde, liep daar niet in.

Er zijn echter andere, zeer beproefde, middelen. Daaronder chantage, beloften, omkoperij.

Laten we in dat verband eerst de houding bekijken van de permanente leden.

  • De VS. Die houding hoeft geen verder betoog. Er moest en zou oorlog komen. De massavernietigingswapens zijn altijd een voorwendsel geweest. Ook zonder bewijzen dat Irak die heeft: want dan betekent dat alleen dat Saddam die goed heeft weggestoken.
  • Het Verenigd Koninkrijk. Zeer kort: idem.
  • Frankrijk. President Chirac nam een zeer principiële houding aan, maar liet achterpoortjes open. De Franse diplomatie benadrukte af en toe dat het voor het ogenblik niet gerechtvaardigd was militaire vijandelijkheden te beginnen. Maar achter de schermen werd maandenlang onderhandeld over Irak na Saddam, vooral dan over de verdeling van de exploitatie van de Iraakse olievelden. Parijs wil de belangen van de Franse oliemaatschappij ElfTotalFina veilig stellen. De Amerikanen hadden openlijk gewaarschuwd dat wie aan de kant blijft staan bij de oorlog, buiten de prijzen zou vallen.
  • China. De Chinese diplomatie houdt vooral rekening met de belangen van China als regionale grootmacht. Daarbuiten wil Peking de Amerikanen niet voor het hoofd stoten om zijn commerciële belangen, zeker na de toetreding tot de WTO, veilig te stellen. Maar er is ook nog een andere belangrijke factor in de Chinese diplomatie: olie. Om zijn sterke economische groei vol te houden, zal China meer en meer olie moeten invoeren. Een deel daarvan hoopt het te betrekken uit Centraal-Azië, onder meer via lange pijpleidingen. De VS hebben met de oorlog in Afghanistan hun posities in Centraal-Azië danig versterkt, Peking moet daar rekening mee houden. Maar China kijkt verder, onder meer ook in Irak, het wil daar al evenmin uit de boot vallen en liet daarom de Fransen een tijdlang de kastanjes uit het vuur halen zonder zichzelf in de ogen van de Amerikanen te verbranden.
  • Rusland. President Poetin laat er geen twijfel meer aan bestaan: als er oorlog komt, en die komt er, is het de schuld van Irak zelf. Sinds 11 september 2001 heeft hij bij elke gelegenheid al duidelijk gemaakt dat Washington op hem kan rekenen in de strijd tegen het "internationaal terrorisme". Hij zegt die strijd zelf te leveren tegen de terroristen in Tsjetsjenië. Ook voor Moskou is olie het belangrijkste motief. De Russische oliebaronnen dringen al langer aan op samenwerking met Washington om tot een globaal akkoord over de verdeling van de oliebelangen te komen. Vooral oliereus Loekoil dat een mislukte deal met Bagdad verteert, wil zijn deel van de oliekoek in Irak. Georgy Mirski, een invloedrijke "denker" van de Russische diplomatie, zegt onomwonden dat Moskou moet kunnen deelnemen aan het Iraaks bestuur na de val van Saddam. Russische en Amerikaanse gezanten onderhandelen al maanden over de verdeling van de Iraakse oliebronnen, ook op ministerniveau.

Dollars voor stemmen

Bij de tien tijdelijke leden van de Veiligheidsraad vinden we de EU-lidstaten Spanje en Duitsland. De Spaanse regering kiest de kant van de haviken om onder meer ideologische redenen. De zeer rechtse premier Aznar heeft geen problemen met de fundamentalisten in Washington. De Duitse kanselier Schröder ziet in de Amerikaanse houding een rechtstreekse bedreiging voor de Duitse positie in de uitbreidende EU. De pro-Amerikaanse posities van enkele regeringen in Centraal- en Oost-Europa kwamen zijn vrees natuurlijk versterken. Duitsland had altijd zelf sterk aangedrongen op de vooral oostwaartse uitbreiding van de EU omdat die het Duitse gewicht in Europa zou versterken. Nu is er grote reden om daaraan te twijfelen.

Een van die landen van het "nieuwe Europa" is Bulgarije dat nu in de V-Raad zetelt. Bulgarije stelde zich erg pro-Amerikaans op omdat Washington onomwonden had laten weten dat het Bulgaars lidmaatschap van de Nato op het spel stond. Toen Frankrijk en Duitsland echter zegden dat het Bulgaarse lidmaatschap van de EU, voorzien voor 2007, ook nog niet vast staat, ging Sofia lichthes twijfelen. Een ding is zeker: de Bulgaarse houding had niets te zien met de dreiging die zou kunnen uitgaan van Iraakse massavernietigingswapens.

Pakistan: De Pakistaanse dictator Musharraf zit in een lastig parket. Zijn publieke opinie, en zelfs het gros van zijn leger, zijn radicaal tegen steun aan de oorlog tegen Irak gekant. Maar Musharraf heeft zijn lot verbonden aan de alliantie met de VS in de "strijd tegen het terrorisme" waarmee voor hem veel geld gemoeid is. Er is meer dan dat: de Pakistaanse economie en schatkist kunnen slechts overleven bij de gratie van het IMF. Washington heeft goed laten verstaan dat het bij het IMF de kraan kan dichtdraaien.

Syrië: Op Syrië kon Washington niet teveel rekenen. Er is wel de oude rivaliteit tussen de Syrische en Iraakse Baath-partijen, maar Washington kan door zijn navelstrengpolitiek tegenover Israël Syrië weinig bieden.

Kameroen en Guinee hebben nauwe relaties met Frankrijk, zodat de benadering van deze Afrikaans landen ook via Parijs verloopt. Met een soepeler Franse houding vielen ze te overtuigen. Maar Kameroen en Guinee werden er ook aan herinnerd dat het VS-ministerie van Handel kan beslissen welke landen in Afrika gunsttarieven genieten onder de ‘Africa Growth and Opportunity Act’ (Agoa). De voorwaarde voor die ‘gunst’ is steeds dat de betrokken landen "geen activiteiten mogen ondernemen die de nationale belangen van de VS ondermijnen." Guinee kreeg ook de belofte voor een militair trainingsprogramma.

Angola heeft dan weer zeer stevige relaties met Amerikaanse oliemaatschappijen die in Angola werkzaam zijn. Daar hebben de Amerikanen nog een andere troef uitgespeeld, namelijk het opvoeren van de druk op de gewapende oppositiebeweging (in veel opzichten te bestempelen als een terreurorganisatie) Unita.

Chili mag in Amerikaanse ogen zeker niet vergeten dat het van alle landen in Zuid-Amerika het gunstigste handelsakkoord met de VS heeft en dat het op het punt staat een verregaand vrijhandelsverdrag met de VS te sluiten waardoor Chileense producten ruimer toegang krijgen tot de Amerikaanse markt.

Mexico kreeg allerlei beloften inzake handel en een soepeler aanpak van de illegale migratie vanuit Mexico naar de VS.

De conclusie ligt voor de hand: het zijn niet argumenten alleen die de houding van de V-Raad bepalen, maar ook allerlei drukkingmiddelen waaronder klinkende munt. De dreiging uitgaande van massavernietigingswapens is hierin bijzaak. De eigen houding afstemmen op die van de VN is dan ook in het beste geval naïef.

De Amerikaanse druk geldt trouwens niet alleen de leden van de Veiligheidsraad. Het Amerikaanse ‘Institute for Policy Studies’ gaf een rapport uit waarin 34 landen worden aangehaald die door Washington sterk onder druk zijn gezet om het Amerikaans standpunt inzake Irak bij te treden. (www.ips-dc.org/coalition.htm)

(Uitpers, nr. 39, 4de jg., maart 2003)

(Visited 2 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 64 Times, 2 Visits today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook