De Veiligheidsconferentie van Munchen 2010

De jaarlijkse hoogmis in München brengt het westers militair establishment en toppolitici uit de hele wereld samen. Het gaat om een goed geregisseerde veiligheidsconferentie die ons een mooi overzicht biedt van de verschillende veiligheidsvisies van belangrijke wereldspelers. Belangrijke punten op de agenda waren Iran, Afghanistan en de toekomst van de NAVO.

Van 5 tot 7 februari laatstleden verzamelden de Westerse oorlogselite en enkele internationale gasten voor de jaarlijkse veiligheidsbijeenkomst om er toekomstige militaire initiatieven te bespreken. Drie thema’s domineerden deze keer de agenda: Iran, Afghanistan, de NAVO. De dreigingen aan het adres van Teheran rond de uraniumverrijking werden nogmaals verscherpt; de opgedreven oorlogsinspanningen in Afghanistan werden als een nieuw “begin” verkocht en in het debat over de toekomst van de NAVO ging het om het nieuw strategisch concept dat de Westerse militaire alliantie de mogelijkheid moet bieden soepeler ondemocratische oorlogen te voeren.

Ook interessant om vast te stellen was dat er praktisch geen enkele aandacht werd gegeven aan het Russische voorstel voor een “Europees veiligheidsverdrag”, dat als tegenontwerp en alternatief voor de NAVO en de westerse overmacht vlug en opzettelijk uit het debat werd geweerd.

Ten slotte werd met Catherine Ashton de nieuwe EU-superminister en met Miguel Moratinos, de Spaanse minister van Buitenlandse zaken, die het huidige voorzitterschap van de EU waarneemt, de militarisering van de Europese Unie de passende aandacht gegeven. De hoogmis werd afgerond met het verlenen van de Ewald-von-Kleistprijs ( vroegere vredesmedaille) aan de gewezen Hoge Vertegenwoordiger voor het Europese Buitenlands Beleid  Javier Solana, die zich tijdens zijn ambtstermijn bij de NAVO en de EU als een van de protagonisten van de militarisering van Europa heeft laten kennen.

EU – Het militaire crisismanagement

Als vertegenwoordiger van het Spaanse EU-voorzitterschap bracht Moratinos een analyse van de bedreigingen, waartegen het Brusselse hoofdkwartier zich zou moeten beschermen. Enerzijds beklemtoonde hij dat de machtsverschuivingen in het internationale systeem – weg van het Westen en naar potentiële rivalen toe zoals China en in mindere mate naar Rusland – een toename van conflicten zal veroorzaken: de geopolitiek staat opnieuw hoog op de agenda. Door het opkomen van nieuwe machten die naar internationale erkenning streven, ontstaat een nieuwe multipolaire wereld. Een multipolaire wereld leidt tot grotere concurrentie, vooral wanneer het om de zoektocht naar schaarser wordende grondstoffen gaat, in de eerste plaats energie en water. In deze context wil de elitaire westerse club zich niet de kaas van de boterham laten nemen. Dat de westerse staten vasthouden aan hun hegemonie werd overduidelijk tijdens het debat over de toekomst van de NAVO en de relaties met Rusland.

Anderzijds presenteerde de Spaanse minister van Buitenlandse zaken een hele crisissenbundel die van de EU een vastberaden reactie vraagt: van Jemen tot de huidige situatie in Haïti. Van de strijd tegen de honger en de extreme armoede, van de klimaatverandering, de energiecrisis, de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit, terrorisme en piraterij tot traditionele staatsagressie. Met deze handige verpakking werden het spectrum en de contouren van het EU-werkterrein omschreven.

Maar de jongste financiële en economische crisis heeft ons duidelijk gemaakt hoe krakkemikkig het westers dominerende neoliberale systeem is. Verzet en armoedeconflicten nemen op een dusdanige wijze toe dat er bij de EU elite eensgezindheid is gegroeid om het militair crisismanagement een belangrijker component te maken voor de beveiliging van het neoliberale globaliseringproces. Zo stelde de “European Council on foreign relations” onlangs dat uit de jongste onderzoeken blijkt dat het aantal burgeroorlogen opnieuw toeneemt en dat de Europese Unie ervan uit moet gaan dat ze meer en meer gevraagd zal worden om soldaten in deze landen en regio’s te stationeren. In een dergelijk kader is de uitlating van Moratinos beter te begrijpen, wanneer hij ervoor pleit dat de EU haar capaciteit zou moeten verbeteren om de instabiliteit te managen.

Om dit te kunnen bereiken moeten alle machtsinstrumenten van de Unie gebundeld worden, heet het. Dat wordt mogelijk dank zij het Lissabon Verdrag, dat op 1 december 2009 in voege getreden is, en het aanstellen van Catherine Ashton als Hoge Vertegenwoordiger voor het Buitenlands en Veiligheidsbeleid. Institutioneel is deze bundeling van de machtscompetentie ondergebracht in de EEAS (Dienst voor Europese Buitenlandse Actie – European External Action Service), die vanaf april 2010 als een superministerie zal fungeren.

Op de conferentie in Munchen gaf Catherine Ashton een markante toelichting over zin en doelstellingen van haar diensten: “Een eensgezinde politieke strategie heeft de ondersteuning nodig van alle invloedssferen: politieke, economische, en zowel civiele als militaire instrumenten van crisismanagement. Het instellen van de buitenlandse dienst is doorslaggevend om het juiste denken en handelen te bevorderen. Dat is wat we nodig hebben. Hierbij gaat het niet om een bureaucratische oefening maar om de creatie van iets nieuws.(…) De dagen dat het Europees buitenlands beleid als geklets zonder handelingen kon afgedaan worden, zijn voorbij ” zei Lady Ashton ‘dreigend’.

Dreigementen aan het adres van Iran nemen toe

Men moet niet per se een vriend zijn van het huidige Iraanse regime om erop te wijzen dat de westerse dreigementen tegen Teheran contraproductief werken. Hoofdprobleem in deze kwestie is het dictaat van de zogenaamde internationale gemeenschap die Iran verbiedt om zelf zijn uranium van 3,5% naar 20 % te verrijken. Weliswaar moeten we hier opmerken dat het non-proliferatieverdrag dit maar expliciet toelaat in zover de verrijking dient voor civiel gebruik en open staat voor internationale controle. Zelf wanneer steeds het tegendeel gesuggereerd wordt, ontbreekt het tot nog toe aan een werkelijk bewijs dat Iran aan een kernwapenprogramma werkt. Voor het Westen is een Iraans nucleair programma met eigen uraniumverrijking onaanvaardbaar.
Dezelfde onbeantwoorde vragen stellen zich echter voor andere landen waar het Westen liever de ogen voor sluit. Het Iraanse regime wordt principieel en zonder sluitende bewijzen onder verdenking gesteld. Voor westerse diplomatieke kringen betekent de combinatie van Ahmadinejad en het Iraanse nucleair programma een nachtmerrie.

Het kan natuurlijk goed zijn dat Iran op een geleidelijke manier en zonder een openlijke schending van het NPT verdrag meer technisch-nucleaire puzzelstukken tracht samen te krijgen, om zo de tijd voor het (eventueel) bouwen van een bom in te korten. Zo kunnen de Iraanse onderhandelingsvoorstellen inderdaad beschouwd worden als demarches om tijd te winnen, zoals het Westen herhaaldelijk verkondigt. Maar bewijzen zijn er niet. Wanneer men ernstig naar een oplossing streeft moet de vraag naar de motivatie centraal staan. Sinds jaren dreigen alle westerse vertegenwoordigers met een militaire aanval tegen Iran. Bepaalde kringen van het regime in Teheran zien dan weer een dergelijk wapen als de enige bescherming om een militaire interventie te verhinderen.

In de plaats van de Iraanse voorstellen ernstig te nemen om zo het conflict proberen op te lossen, stuurt het Westen aan op een escalatie. Hierdoor wordt Iran in zijn perceptie bevestigd dat een aanval dreigt en reageert het op zijn beurt met veel spiervertoon.

Deze gevaarlijke dynamiek is het wezenlijke kenmerk van het dossier uraniumverrijking. Hier argumenteert Iran, dat de verrijkingsreactoren voor medische doelstellingen nodig zijn. Echter, het Westen ziet hier een weg die leidt naar de kernbom. Technologisch is het zo dat de Iraanse bom zeker niet voor morgen is, want om een kernbom te bouwen moet het uranium tot meer dan 85-90% verrijkt worden. In dat verband heeft het atoomagentschap IAEA in oktober 2009 het voorstel gedaan om het Iraans uranium te verrijken in Frankrijk of Rusland, zodanig dat het uiteindelijk de nodige brandstof voor zijn kernreactoren kan krijgen, maar niet zelf moet aanmaken. De argwaan van Iran hieromtrent heeft wel een historische verantwoording. Iran (toen nog Perzië) was aandeelhouder in de Franse atoomindustrie maar kreeg nooit het gekochte uranium geleverd. Zo was in 1973 Perzië, naast Frankrijk, België, Italië en Spanje medeoprichter van Eurodif (fabriek voor uraniumverrijking). In 1974 leende de Sjah Reza Pahlavi 1 miljard dollar voor de bouw van de fabriek, in ruil voor de aankoop van 10% van de productie. In 1977 stortte hij nog 180 miljoen dollar. Het nieuwe regime van de islamitische revolutie stopte de betalingen, en vroeg de terugbetaling van de leningen. Als in 1979 de Eurodif fabriek wordt ingehuldigd bezit Iran nog altijd 10% van de aandelen. Teheran eist z’n 10% van de productie verrijkt uranium op, maar Frankrijk weigert dat. Er wordt gezegd dat terroristische aanslagen tegen Frankrijk in het kader van dit geschil kunnen gezien worden. In elk geval, op 17 september 1986, na verschillende moorddadige aanslagen in Parijs en ontvoeringen in Libanon, betaalt Frankrijk 330 miljoen dollar terug, maar weigert elke levering van verrijkt uranium. In 1991 betaalt Frankrijk meer dan 1,6 miljard dollar terug, maar Iran blijft via Sofidif aandeelhouder van Eurodif.

Nadat Ahmadinedjad enkele dagen voor veiligheidsconferentie van München februari 2010 liet verstaan dat een akkoord denkbaar is, verklaarde de Iraanse minister van buitenlandse zaken Mottaki op 5 februari: “We naderen een definitief akkoord dat door alle partijen kan aanvaard worden.”

Maar na het dubbelgesprek Mottaki – Bildt (Zweden) in de aanloop tot de Veiligheidsconferentie kwam er aan westerse zijde een storm van verontwaardiging, verbonden met onverholen dreigingen richting Teheran. Westerse politici schilderen zijn houding af als bijzonder brutaal. Los van het feit hoe je persoonlijk kan denken over nucleaire energie, heeft elk land juridisch het recht om deze te ontwikkelen in het kader van het NPT verdrag. Westerse landen doen dat, waarom zou Iran dat niet mogen? De belangrijkste reden waarom in München zo scherp werd gereageerd is dat Iran het gewaagd heeft om in ruil voor de toegeving de verrijking in het buitenland te laten gebeuren, te eisen om zelf te beslissen qua tijdsplan, plaats en hoeveelheid uranium in ruil voor de hoogverrijkte kernbrandstof.

Nadat Iran klaarblijkelijk op de veiligheidsconferentie niet van deze gekende voorwaarden wilde afstappen, volgde een hysterische reactie van de conferentiedeelnemers. Het duidelijkst was de Amerikaanse senator Joseph Lieberman: “We moeten beslissen, ofwel leggen we hardere economische sancties op om onze diplomatie te laten functioneren ofwel gaan we over tot een militair ingrijpen.” Ook ex-presidentskandidaat John McCain nam in München geen blad voor de mond: “Het optreden van de Iraanse minister Mottaki noopt ons de nodige consequenties te trekken.” De Duitse minister van defensie Karl Theodor zu Guttenberg, kloeg dat de uitgestoken hand van het Westen niet door Iran aanvaard werd: “Nu moeten de VN hierop reageren, we hebben de mogelijkheid om de sanctieschroef aan te draaien.” De Duitse minister van Buitenlandse zaken, Guido Westerwelle, pleitte voor een hardere aanpak, zelfs wanneer Duitsland hierdoor economische schade zou oplopen (de Duitse handel met Teheran verschaft de BRD een handelsoverschot van 3,3 miljard euro voor 2008).

Vrij snel reageerde de Iraanse president op de dreigementen door een nieuwe stap te zetten in het nucleaire programma en de IAEA te melden dat hij de opdracht heeft gegeven de uraniumverrijking tot 20% te starten.

Wanneer het Westen de hele problematiek niet uit de sfeer van dreigende oorlog haalt is de kans groot dat het dispuut in een gewapend conflict uitmondt. Dat de nationale veiligheidsadviseur van Obama, James Jones, met geen woord repte over een mogelijke militaire actie en alleen sprak alleen over hardere sancties, heeft te maken met het feit dat de VS niet nog een oorlog kunnen beginnen. Door de aanhoudende oorlogen in Irak, Afghanistan en het Amerikaans militair optreden op andere plaatsen, is Washington daar niet langer toe in staat. De strategie lijkt dan ook meer gericht te zijn op samenwerking met andere bondgenoten en opties open te houden voor een militair ingrijpen wanneer nodig.

Een niet-aanvalsgarantie zou deze strategie in de weg staan, zoals anderzijds natuurlijk ook het mogelijke Iraans afschrikkingpotentieel. De hele discussie verheelt de kern van het probleem, namelijk dat het Westen de controle wil houden over het olierijke Midden-Oosten en bereid is om dat desnoods met militaire middelen af te dwingen.

Afghanistan – oorlog in een nieuwe verpakking

Op de conferentie werd nog eens de nieuwe Afghanistan-strategie, die op de bijeenkomst in London van 28 januari werd bepaald, in de schijnwerpers geplaatst. De sprekers herhaalden dat nu de goede keuzes zijn gemaakt.

In München sprak de Afghaanse president zijn dankbaarheid uit voor het continue engagement van Washington en zijn bondgenoten. Verder onderstreepte hij de verworvenheden die sinds de oorlog tot stand zijn gebracht. Wat bedoelde hij? Misschien dat het aantal gewapende militaire incidenten in 2009 drastisch is toegenomen en dat het aantal burgerslachtoffers een nieuwe record heeft bereikt? Dat de VS alleen in 2010 meer dan 100 miljard hebben uitgeven om de oorlogsmachine draaiende te houden? Dat maar een klein deel van dat geld besteed werd voor de verbetering van de sociale toestand? Of de zeer bedenkelijke herverkiezing van zijn ‘democratische’ regering, die een corrupte club is en samengesteld is uit oorlogsmisdadigers, die volgens het United Nations Office on Drugs and Crime ongeveer 75 % van de drugshandel opstrijken?

In München werden in essentie alleen de besluiten van de NAVO marsroute bevestigd: de voortzetting van de in maart 2009 afgekondigde VS-strategie. Van een keerpunt is hier geen sprake. Kernelementen zij de massieve geplande troepenversterking verbonden met de poging om zo vlug mogelijk het Afghaanse leger en de politie uit te bouwen, tot die over de capaciteit beschikken om een groter deel van de gewapende strijd zelfstandig te kunnen uitvoeren. Dit is de directe weg naar de oprichting van een militaire staat Afghanistan – in het Belgische kamerdebat merkte oppositielid Vander Maelen op dat het legerbudget dan meer dan de helft van het totale budget zou omvatten. Een repressieapparaat dat efficiënter de weerstand wil onderdrukken leidt bijna onvermijdelijk naar een nieuwe burgeroorlog. Deze doelstelling werd door de NAVO secretaris Rasmussen bevestigd: Afghanistan is een zelfstandig land dat zichzelf moet verdedigen en op eigen benen moet staan.

Verder werd er in München de nadruk op gelegd dat men de civiele en militaire samenwerking, CIMIC – civil and military cooperation -, moet verbeteren en intensiveren. Door het betrekken van de civiele acteurs hoopt men het militair optreden effectiever te maken. Gelet op het voorbehoud van NGO’s ter plaatse om zich niet voor de kar van de westerse oorlogspolitiek te laten spannen, werd hen door NAVO-secretaris-generaal Rasmussen de levieten gelezen. Hij betreurde dat in Afghanistan waar de CIMIC voor de eerste maal op grote schaal wordt getest, de NGO’s weinig bereidheid tonen om met de militairen samen te werken. Ze plannen niet samen, ze werken niet samen, ze vermijden de militairen, ze beklemtonen hun zelfstandigheid.

Een einde stellen aan de zelfstandigheid van de NGO’s zou een werkelijke cultuurrevolutie zijn in het oorspronkelijk denkpatroon. Het zou voor de NAVO en de Amerikanen goed uitkomen om de humanitaire hulp voor militaire doelstellingen in te palmen, het zou het militair optreden een humaner gezicht geven en de kritiek dat door de grote internationale NGO’s ter sprake werd gebracht verminderen. Het inpalmen van de ontwikkelingshulp door de internationale militaire machthebbers veroorzaakt een vermenging van doelstellingen die schadelijk is voor de ontwikkelingsbehoeften.

Dan nog wordt met een ijzeren hand ten allen prijze vastgehouden aan de escalatiestrategie, wat het ook moge kosten aan geld en mensenlevens. Ten slotte is oorlog de grootste toets voor het verder bestaan van de NAVO. Op deze wijze kan de Amerikaanse hardliner John McCain met zijn prognose op de conferentie spijtig genoeg gelijk krijgen: “dat dit jaar een zeer moeilijk en hard jaar voor Afghanistan zal zijn”.

De NAVO-doctrine ter discussie

Ondertussen ligt het routeplan voor de actualisering van het strategisch concept van de NAVO op tafel waar opdracht toe gegeven werd door de regeringsleiders tijdens de bijeenkomst van april 2009 . Een catalogus van voorstellen moet door een groep van vooraanstaande experts uitgewerkt worden tegen april 2010 voor de geplande NAVO top. Het voorzitterschap van deze groep ligt in handen van de gewezen Amerikaanse staatssecretaris Madeleine Albright, de ondervoorzitter is Jeroen van der Veen, de vroegere CEO van Royal Dutch Shell. Rasmussen wil op de NAVO herfsttop in Lissabon het definitief concept ter goedkeuring voorleggen.

De Duitse defensieminister kreeg het voorrecht om de belangrijkste voorstellen voor de institutionele hervormingen van het NAVO bondgenootschap op de conferentie te mogen inleiden. Een deficit dat in beleidskringen al sinds lang wordt aangestipt is het feit dat belangrijke beslissingen van de alliantie in consensus moet getroffen worden. Dit is een doorn in het oog van de NAVO hardliners. Daarom zijn ze voorstander om het consensusprincipe af te schaffen. Zo worden de kleinere NAVO lidstaten gekortwiekt in hun mogelijkheid om invloed uit te oefenen en krijgen de grote NAVO spelers vrije hand. Ze willen hun voornemen staven met de bewering: “We praten te veel en bereiken te weinig”. Voor hen is de eensgezindheid op alle echelons van de NAVO een absurditeit. Hoe de besluitvorming in de toekomst zal verlopen blijft voorlopig onduidelijk. Gaat het om een tweederde meerderheid, of volstaat de helft van de stemmen, of blijft het bij het principe van een staat een stem, of gaan we naar een dubbele meerderheid (staten en inwonersaantal) dat al in de EU sinds het Verdrag van Lissabon toegepast wordt ? Wat uiteraard een dramatische machtsverschuiving met zich meebrengt in het voordeel van de grote lidstaten. We zullen met veel belangstelling kijken hoe de kleine lidstaten hierop zullen reageren op deze overwegingen om hun macht en invloed te laten beknotten.

Rusland en het rakettenschaakspel

Met veel praal en luid trompetgeschal heeft de VS president Obama het thema nucleaire ontwapening naar zich toe getrokken, een van de reden waarvoor hij de Nobelprijs voor de vrede kreeg.
Opmerkelijk is dat op de conferentie niet veel over het thema nucleaire ontwapening werd gesproken. Nochtans – zou je denken – dit is een geschikte plaats om initiatieven af te toetsen, want men kan dit thema niet effectief aanpakken zonder Moskou er bij te betrekken. Al in de aanloop naar de conferentie deed Rusland voorstellen voor een Europees veiligheidsverdrag.

Het in september getroffen besluit om delen van het Amerikaanse antirakettensysteem in Polen en Tsjechië niet te plaatsen, was volgens president Obama een grote toegeving aan Moskou en hij verlangde van Rusland een tegenprestatie. De waarheid is dat de Amerikaanse plannen voor de plaatsing alleen maar om technische reden werden afgevoerd tot 2015. Bovendien werd een alternatief plan ontplooid voor het plaatsen van SM-3 afweerraketten in andere landen, wat voor Rusland een bedreiging betekent voor zijn nucleair afschrikkingpotentieel.

De VS-Defensieminister, Robert Gates, beklemtoonde dat het hier gaat om een groot aantal SM-3 raketten in tegenstelling tot het oude plan dat maar voorzag in het plaatsen van 10 afweerprojectielen in Polen. Kort voor het begin van de conferentie in München werd bekend dat Roemenië zijn instemming gaf voor het opstellen van SM-3 raketten op zijn grondgebied. Natuurlijk argumenteert Washington dat het hier alleen gaat om een mogelijke dreiging van Iran te kunnen counteren.

In Rusland gelooft geen enkel mens deze uitleg. De Russische ambassadeur bij de NAVO, Dimitri Rogosin, stelt het zo: “Misschien is de stationering tegen Iran gericht. Maar het zelfde wapensysteem kan ook tegen iedere andere staat ingezet worden, inclusief tegen het Russische nucleair afschrikkingsysteem. De VS misbruiken het veronderstelde gevaar dat uitgaat van Iran, om hun rakettenafweersysteem te globaliseren. Waardoor Rusland verplicht wordt om tegen deze omsingeling te reageren omdat er aan zijn landsgrenzen een militair apparaat wordt uitgebouwd”. Voor Moskou is het Amerikaanse antirakettensysteem geen defensief wapen, maar een bestanddeel van het Amerikaanse First Strike potentieel, waarmede ze het grootste deel van het Russisch wapenarsenaal kunnen uitschakelen, de overblijvende Russische reactiecapaciteit kan dan door het rakettenschild aan de landsgrenzen geneutraliseerd worden. Eveneens werd bekend dat Washington tegen maart 2010 Patriot-raketten zal opstellen in Polen, aan de grens met Rusland en in de nabijheid van Kaliningrad. Door deze opstelling zal Moskou nog minder bereid zijn om ontwapeningsgesprekken aan te gaan. Voor Rusland zijn kernwapens dan een bolwerk tegen de vrijpostigheid van de westerse agressieve politiek, dat moet toch duidelijk zijn voor de NAVO strategen.

Maar ook voor leken en politici legde de Russische president Medvedev in niet mis te verstane woorden uit dat men zich op een gevaarlijke conflictkoers bevindt. Hij hield een pleidooi voor het afschrikkingbeleid van Rusland. Voor Moskou is het belangrijkste gevaar vooral de NAVO uitbreidingsdoctrine en het opstellen van een rakettenafweersysteem in de nabijheid van de landsgrenzen. De Noord-Atlantische Alliantie streeft er naar, in strijd met het volkenrecht, om een mondiale functie op te nemen en om zijn militair apparaat aan de Russische landsgrenzen te installeren.

Op deze veiligheidsconferentie in München spaarde de Russische minister van Buitenlandse zaken, Sergei Lavrov zijn kritiek niet. “De NAVO heeft haar beloften gebroken om de Alliantie niet oostwaarts uit te breiden tot aan onze landgrenzen, ze organiseert haar veronderstelde veiligheid ten koste van de Russische veiligheid.” Op deze kritiek reageerde men zoals naar gewoonte, door Moskou min of meer een paranoïde houding te verwijten. Mochten de westerse landen zo positief ingesteld zijn als ze herhaaldelijk beweren, dan zouden ze de plannen voor een alternatieve Euro-Atlantische veiligheidsarchitectuur niet zo vlug van tafel vegen, zoals we nu moeten vaststellen.

Rusland: voorstel voor een Euro- Atlantische veiligheidsstructuur

In juni 2008 maakte de Russische president Medvedev bekend dat hij streeft naar een Euro–Atlantisch veiligheidsconcept. Een paar hoofdpunten daarvan zijn al langer bekend. De uitvoerige beschrijving van het Russische voorstel werd in november 2009 gepubliceerd. Hierbij moeten de verdragspartijen van dit legaal bindend document alle landen van Vancouver tot Vladivostok en de voorhanden zijnde structuren zoals NAVO, OVSE en GOS omvatten. De kern van het verdrag moet de ondeelbare veiligheid waarborgen, waardoor geen enkel verdragspartij handelingen kan ondernemen die negatief zijn voor de veiligheid van andere staten. Wanneer één partij zou vaststellen dat haar veiligheid bedreigd zou kunnen worden, kan die een – tot op heden nog onduidelijk bepaald – proces van consultatie op gang brengen. Echter, zonder een juiste omschrijving van het principe van de ondeelbare veiligheid zou Rusland in de praktijk een vetorecht hebben tegen de oostwaarts NAVO uitbreiding en het stationeren en inzetten van NAVO en Amerikaanse troepen in de Europese ruimte. Dit is voor Washington en de NAVO onaanvaardbaar, de westerse militaire strategen willen ten alle prijze vermijden dat Moskou inspraak krijgt in de door hen uitgetekende Europese veiligheidsarchitectuur. Volgens Madeleine Albright moet het bondgenootschap gevrijwaard blijven van moralisering door Moskou. Volgens haar kan Moskou niet het ei zijn dat de kip de les spelt (RIA Novosti 28 januari 2010).

Ook wat het Euro–Atlantisch veiligheidsverdrag betreft, gaf Madeleine Albright de dag voor de opening van de conferentie de richting aan: “We geloven dat de uitbreiding van de NAVO en de Europese Unie meer stabiliteit en vooruitgang heeft gebracht, ook voor Rusland. Voor ons is de beste oplossing om de bestaande instellingen zoals de OVSE en de NAVO-Rusland raad te versterken in de plaats van nieuwe verdragen te sluiten zoals Moskou voorstelt.” (Süddeutsche Zeitung 05 februari 2010)

Duidelijker konden de NAVO staten hun hegemoniale aanspraak over het dubbelcontinent Eurazië op deze conferentie niet demonstreren en onderbouwen.

(Uitpers nr. 119, 11de jg., april 2010)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 59 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook