De Verenigde Naties zijn tachtig jaar oud. Het is wellicht de meest symbolische organisatie van de naoorlogse periode die als één van haar eerste opdrachten een Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens opstelde. Het duurde weliswaar een volle twintig jaar voor die tekst in twee bindende internationale conventies werd vertaald en door nagenoeg de hele wereldgemeenschap van staten werd geratificeerd.
Voor een mensenleven is 80 een gezegende leeftijd. Voor een belangrijke internationale organisatie die zorgt voor vrede en ontwikkeling, zou het niet meer dan een bevestiging en een versterking van haar mandaat mogen zijn. Met de veranderende geopolitieke relaties is de VN meer dan ooit hard nodig. Het is de enige organisatie waar nationale staten met elkaar in gesprek gaan en waar mondiale afspraken kunnen gemaakt worden. Denk ook aan de VN-Mensenrechtenraad en haar speciale rapporteurs, zoals Francesca Albanese. Deze mensen werken autonoom en onbetaald en kunnen met hun deskundigheid verslag uitbrengen over situaties waar de media weinig aandacht voor hebben.
Toch ziet de situatie er niet zo goed uit voor de V.N., vooral door de grote financiële problemen.
De hoofdoorzaak is uiteraard het beleid van VS-president Trump. Hij sloot USAID, het agentschap voor buitenlandse hulp en zette het mes in de bijdragen aan de V.N. In de steun voor de verschillende activiteiten van de VN zou niet minder dan 87 % wegvallen! Onder president Biden waren de vrijwillige bijdragen trouwens ook al met 7 % gedaald. Financiering voor de opvang van vluchtelingen met zelfs 17 %.
Ook andere westerse landen hebben flink gekort op hun zogenaamde ‘ontwikkelingssamenwerking’, denk aan Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en België. Veel landen verschuiven de uitgaven voor ontwikkeling naar defensie.
De VS hebben verder besloten de Wereldgezondheidsorganisatie te verlaten, Unesco zou volgen, UNRWA werd lam gelegd. Unicef en UNDP moeten het met een miljard US$ minder doen.
Veel bijdragen worden bovendien niet op tijd betaald. De achterstand voor de VS bedroeg in 2024 668 miljoen US$, voor China 281 miljoen US$. Met deze twee grote landen is het meer dan een kwart van de totale begroting van de V.N. dat achterblijft.
Andere landen, waaronder Bolivië en Venezuela, hebben dermate grote achterstand in hun betalingen dat ze hun stemrecht al verloren zijn.
Besparingen
Het antwoord ligt voor de hand: er moet bespaard worden. En veel.
Er wordt al jaren bespaard op de airco en het stroomverbruik in de gebouwen zodat nachtelijke vergaderingen zeldzaam zijn geworden.
Secretaris-generaal Guterres wil nu zo’n 20 % van het personeel van het secretariaat in New York kwijt. Bij de organisaties die met vrijwillige bijdragen werken zoals de Organisatie voor Migratie, het Wereldvoedselprogramma of het Hoog Commissariaat voor de vluchtelingen zullen eveneens duizenden ambtenaren moeten verdwijnen.
Er wordt voorts aan gedacht om de mensen die nu werken in New York en Genève naar een goedkopere stad over te brengen. De V.S. wil bovendien dat hun ‘genereuze vergoedingen’ worden aangepakt. Waarbij er wel moet op gewezen worden dat de mensen bij de V.N. pakken minder verdienen dan hun collega’s bij de Wereldbank of het IMF.
De plannen van Guterres zijn nog lang niet goedgekeurd. Hij kan trouwens zelf niet over de hele begroting beslissen. Veel Lidstaten hebben al hun ongenoegen bekend gemaakt, vooral omdat dit wel besparingen zijn maar er nog steeds geen hervorming is gebeurd. Wie denkt aan de manier waarop de Veiligheidsraad momenteel functioneert, met enkel de overwinnaars van de tweede wereldoorlog met een vast zitje én vetorecht, weet hoe broodnodig dit is. Een aantal artikelen van het Handvest zijn trouwens nooit uitgevoerd.
Het is bijna een jaar geleden dat het ‘Pakt voor de toekomst’ werd goedgekeurd op een bijzondere wereldconferentie. Het is een mooie tekst waarin wordt gesproken over het einde van de honger in de wereld, over het probleem van de klimaatverandering, over gendergelijkheid, over de hervorming van het internationaal financieel systeem én over de versterking van de Verenigde Naties.
In november vindt nog een V.N.-top over sociale ontwikkeling plaats, het ondergeschoven kindje van de wereldpolitiek. Er zullen ongetwijfeld weer plechtige beloften worden gemaakt, de V.N. heeft echter geen bevoegdheid om wat dan ook af te dwingen en wordt meer en meer de speelbal van de grootmachten.
Het wordt een verjaardag in mineur.
