De Turkmenen in Irak: een bewogen geschiedenis

Noord-Irak mag dan voorlopig grotendeels gespaard blijven van het grootschalige sektarische geweld dat elders in het land woedt, ook het multi-etnische noorden [1] van Irak heeft de overgang naar het post-Saddam-tijdperk nog lang niet verteerd. Vooral in en rond de olierijke stad Kirkoek lopen de spanningen tussen de gemeenschappen hoog op.

De Koerden willen dat de voormalige provincie Kirkoek [2] deel wordt van de Koerdische Autonome Regio, maar dat is niet naar de wens van Turkmenen. Net als bepaalde Assyriërs en Arabieren in de regio vrezen zij een grotere Koerdische dominantie, al lijken niet alle Turkmenen daar even bang voor.

Centraal-Aziatische roots

De Turkmenen zijn na de Arabieren en de Koerden de derde grootste etnische bevolkingsgroep van Irak. Doordat de laatste betrouwbare volkstelling in Irak meer dan vijftig jaar geleden werd gehouden, weet niemand precies hoe groot de Iraaks-Turkmeense bevolking is. Hun aantal varieert – al naargelang de bron – van zo’n 220.000 tot 3 miljoen. Volgens officiële bronnen van de Koerdische Regionale Regering leven er in heel Irak zo’n miljoen Turkmenen en in Noord-Irak zo’n 200.000 à 300.000. De Turkmenen in Irak zijn voor het grootste deel moslim, met een min of meer gelijke verdeling tussen sjiieten en soennieten. Als afstammelingen van de Oghuz-Turkmenen spreken de Turkmenen Oghuz, een van de vele Turkse talen. De Turkmenen leven in Irak verspreid over de noordelijke provincies Ninive, Ta’min, Arbil en Salahaddin en in de centrale provincie Diyala, en in de hoofdstad Bagdad [3].

Hun geschiedenis in Irak gaat terug tot de zevende eeuw, toen de eerste Turkmenen zich vanuit Centraal-Azië in Irak vestigden. Die migratiegolf kaderde binnen de expansiedrang van de Seldsjoeken, die rechtstreeks afstamden van de Turkmeense Oghuz-stam in Centraal-Azië. In de elfde en twaalfde eeuw veroverden de Seldsjoeken grote delen van Turkije, Irak en Perzië, een imperium dat enkele eeuwen later verder uitgebouwd zou worden door de Ottomanen. Ook zij stamden af van de Oghuz-Turkmenen. Onder hun bewind kwam in de zestiende eeuw een tweede Turkmeense migratiegolf richting Irak op gang. Tot het einde van het Ottomaanse tijdperk zouden de Turkmenen een invloedrijke rol spelen in Irak.

Toen het Iraakse koninkrijk na de Eerste Wereldoorlog gesticht werd op het puin van het Ottomaanse rijk en de Britten de grenzen van het Iraakse mandaatgebied trokken, werd onder meer de voormalige Ottomaanse provincie Mosoel ingelijfd, waartoe ook de olierijke stad Kirkoek behoorde. Terwijl de Turkmenen onder de Iraakse monarchie verschillende rechten genoten, veranderde hun toestand drastisch met de stichting van de Iraakse republiek. Het nieuwe regime in Bagdad begon al gauw de niet-Arabische gemeenschappen te onderdrukken. Om hun greep op de olierijke regio [4] van Kirkoek te verstevigen voerden de nieuwe Iraakse machtshebbers bovendien een araberiseringspolitiek [5] door. Die strategie werd verder geïntensiveerd na de staatsgreep in 1963 door de Ba’ath-partij, die vanaf 1968 35 jaar lang onafgebroken aan de macht zou blijven. De arabisering had als hoofddoel de etnische samenstelling in Kirkoek te veranderen ten voordele van de Arabische bevolking. Van 1975 tot vlak voor de inval van het Amerikaanse leger in 2003 werden vele duizenden Koerdische [6], Assyrische en Turkmeense families effectief uit de streek weggevoerd en vervangen door Arabische families afkomstig uit Midden- en Zuid-Irak. Vele Turkmenen hadden de arabiseringsstrategie aanvankelijk gesteund, maar in de jaren tachtig zagen ze geleidelijk in dat het beleid zich tegen henzelf keerde. Heel wat Turkmenen waren in het verleden trouwe bondgenoten van de Ba’ath-partij geweest en hebben het arabiseringsbeleid lange tijd beschouwd als een “noodzakelijke dam tegen een Koerdische overheersing”[7]. Sommige Turkmenen bekleedden zelfs hoge posities binnen de Ba’ath-partij of het Iraakse leger.

 

Politieke en culturele onderdrukking

Tezelfdertijd bemoeilijkte het Ba’ath-regime de pogingen van de Turkmenen om zich sociaal en politiek te verenigen, met als dieptepunt de arrestatie en executie in 1980 van enkele leiders van het Turkmeense Broederverbond [8]. De Golfoorlog van 1991 zorgde voor een keerpunt met de oprichting van de Koerdische Autonome Regio en bood de Turkmenen – onder Koerdisch bestuur – meer mogelijkheden voor culturele en politieke expressie. De Iraakse Nationale Turkmeense Partij (INTP) richtte een radiozender op, even als een Turkmeense pers, een aantal scholen en een kleine troepenmacht. Er werden nieuwe partijen opgericht, die in 1995 onder impuls van Ankara het Iraaks Turkmeens Front (ITF) vormden. Turkmeense politici kregen een ministerpost binnen de Koerdische regionale regering. Maar de rechten van de Iraakse Turkmenen bleven beperkt en ze kregen niet de politieke inspraak waar het ITF hard op hoopte. Via de INTP werden de Turkmeense Irakezen lid van de Unrepresented Nations and People’s Organisation (UNPO), een internationale organisatie voor naties en volkeren die niet vertegenwoordigd zijn in de grote internationale instellingen zoals de Verenigde Naties [9].

Voor de Turkmenen buiten de Koerdische Autonome Regio kwam er na de Golfoorlog weinig of geen verbetering. Cornillie & Declercq merken op dat Saddam na 1995 de gedwongen arabisering van de Turkmenen zelfs opdreef, grotendeels als gevolg van de toenemende Turkse bemoeienis [10]. De aanwezigheid van de Arbeiderspartij van Koerdistan (PKK) in IraaksKoerdistan was Ankara een doorn in het oog. 1995, het jaar dat het ITF werd opgericht, was ook het jaar dat Turkije voor het eerst de Iraakse grens overstak voor een grootschalige militaire operatie tegen de PKK, die vanuit het grensgebied aanvallen pleegde op Turkse doelwitten. Bagdad was er allerminst mee gediend dat tienduizenden Turkse troepen het Iraaks grondgebied binnenvielen. Ankara wierp zich intussen steeds meer op als hoeder van zijn Turkmeense ‘broedervolk’ in Irak, ook al hadden veel Turkmenen liever geen Turkse pottenkijkers [11].

 

Rust verstoord

Als het in de jaren negentig relatief rustig was in de multi-etnische provincies van Noord-Irak, dan heeft de val van Saddam Hoessein de rust grondig verstoord. Nog geen maand na de inval van het Britse-Amerikaanse leger in Irak, werden de eerste schermutselingen waargenomen tussen Koerden en Turkmenen [12]. Vooral de voormalige provincie Kirkoek blijkt een twistappel te zijn. Volgens de nieuwe Iraakse grondwet moet voor eind december via een referendum beslist worden of Kirkoek al dan niet deel wordt van de Koerdisch Autonome Regio. Zowel het ITF als de Turkse regering hebben al meer dan eens opgeroepen om het referendum uit te stellen tot de situatie in de regio ‘genormaliseerd’ is. De normalisatie van Kirkoek staat synoniem met het zoveel mogelijk terugdraaien van de gevolgen van de jarenlange arabisering. De Grondwet verwijst in die context onder meer naar de terugkeer van de oorspronkelijke bevolking. Maar dat die vooral uit Koerden bestaat, zorgde reeds voor opschudding onder de Turkmenen en Arabieren die vrezen dat het lot van Kirkoek zo beslist wordt ten voordele van de Koerden, die duidelijk in de meerderheid zijn op het platteland van de provincie Kirkoek.

De hevige politieke discussies in Kirkoek draaien ook rond de oorsprong van de stad en de verdeling van de olieopbrengsten. De Koerden beweren dat Kirkoek historisch gezien een Koerdische stad is, een stelling die Turkmeense nationalisten maar al te graag weerleggen. Zij beweren dat de stad van oudsher in Turkmeense handen is geweest. Etnische spanningen tussen de Koerden en de Turkmenen werden aangescherpt door de aanwezigheid van de omvangrijke olievoorraden in de streek. Als de Koerden straks de politieke controle over Kirkoek zouden verwerven, dan zouden ze ruimschoots kunnen profiteren van de olieopbrengsten, ook al wordt mogelijk een omstreden oliewet door het Iraakse parlement aangenomen, die de gelijke verdeling van de olie-inkomsten moet garanderen. Die vaststelling zorgt voor extra spanningen onder de Turkmenen en verhoogt de druk op de Koerdische en Iraakse regeringen om via onderhandelingen met alle betrokken partijen een compromisoplossing te zoeken in plaats van een referendum te houden.

 

Onderlinge verdeeldheid

Vreemd genoeg zijn niet alle Turkmenen gekant tegen de toevoeging van Kirkoek bij de Koerdische Autonome Regio. De grootste onvrede met de Koerdische positie leeft zonder twijfel onder de aanhangers van het ITF, de meest radicale Iraaks-Turkmeense beweging. Maar het Front geniet lang niet alle steun van de Turkmeense bevolking [13]. Velen zien het [ITF] als een spreekbuis van Ankara. Vast staat dat de beweging nog steeds gesteund wordt door het Turkse leger en de extreem-nationalistische Turkse partij MHP, die via financiële en logistiek steun aan het ITF hun eigen belangen willen veilig stellen. Het Turkse regime ziet Kirkoek liever niet in Koerdische handen, grotendeels omdat het vreest voor de impact die een Koerdische machtsuitbreiding mogelijk zou hebben op de Koerdische bevolking in Turkije. Bovendien zit Ankara nog steeds verveeld met de PKK-strijders die vanuit het Iraaks grensgebied opereren. Door zich achter het Turkmeense volk te scharen hoopt Turkije meer internationale legitimiteit te verwerven voor zijn politieke en militaire interventies in Noord-Irak.

Dat de Turkse ‘verbondenheid’ met de Iraakse Turkmenen op zijn zachtst gezegd dubieus is, blijkt duidelijk uit het feit dat Ankara zich enkel schaart achter die Turkmeense – in het bijzonder soennitische – partijen die zich openlijk verzetten tegen een federaal Irak. Dus geen Turkse steun aan de sjiitische partij van de Turkmeense Islamitische Unie (TIU), die voorstander is van een federale structuur. De TIU heeft nauwe banden met de Iraakse regering en zit politiek op dezelfde lijn als de sjiitische geestelijke en politicus Moqtada al-Sadr, die zich opwerpt als Iraaks nationalist en tegenstander van het uiteenvallen van het land. Al-Sadr lanceerde eerder al een charmeoffensief om de sjiitische bevolking in Kirkoek – zowel de Arabieren als de Turkmenen – voor zich te winnen. Maar Sadrs voorliefde voor geweld zint de sjiieten in de regio niet. De meeste sjiitische Turkmenen lijken de Koerdische plannen liever met vreedzaam verzet te bestrijden [14]. De Koerdische Regionale Regering, die steeds meer inziet dat de impasse rond Kirkoek enkel doorbroken kan worden door onderhandelingen met alle betrokken partijen [15], klaagt evenwel dat de onderlinge verdeeldheid tussen de Turkmeense partijen en het gebrek aan een duidelijk politieke leider concrete onderhandelingen met de Iraakse Turkmenen moeilijk maken.

Intussentijd lijkt de voortdurende oorlog in Midden- en Zuid-Irak steeds meer zijn tol te eisen op de Turkmeense bevolking. Hoewel Noord-Irak grotendeels relatief veilig is, lijkt het geweld zich geleidelijk meer noordwaarts te spreiden. Naast de eerder lukrake bomaanslagen in Kirkoek, bevestigen verschillende berichten dat soennitische opstandelingen het steeds meer gemunt hebben op de Turkmeense sjiieten in het noorden [16].

 

(Uitpers, nr 89, 9de jg., september 2007)

*Met dank aan Robert Soeterik en Bert Cornillie voor hun bijdrage en commentaar.

Dit artikel werd geschreven vlak voor de viervoudige bomaanslag van 14 augustus in Ninive in het noordwesten van Irak. De slachtpartij was gericht tegen de religieuze minderheidsgroepering van de jezidi’s en is de zwaarste aanslag sinds het begin van Amerikaanse invasie in Irak in maart 2003.

Bron: De Koerden, nummer 38, september-oktober 2007

Voetnoten:

[1] Noord-Irak staat hier zowel voor de noordelijke provincies Duhok, Arbil en Sulaimaniya, die deel uit maken van de Koerdische Autonome Regio, als voor de noordelijke provincies Ninive, Ta’min en Salahaddin.

[2] Kirkoek is nu de hoofdstad van de provincie Ta’min, maar was tot midden jaren zeventig onderdeel van de provincie Kirkoek. Het was ook in die periode dat de Koerden een autonoom gebied kregen toegewezen in Irak. Binnen het kader van een administratieve hervorming van de Iraakse provincies besliste Saddam Hoessein toen de provincie Kirkoek in twee te splitsen en de grenzen van het gebied te hertekenen zodat er meer Arabieren in het district rond de stad Kirkoek zouden wonen.

Cornillie en Declercq (2003) merken op dat volgens de volkstelling van 1957 in de stad Kirkoek meer Turkmenen dan Koerden woonden maar dat er rond Kirkoek vier keer meer Koerden woonden dan Turkmenen. Door de etnische zuivering die het Ba’ath-regime doorvoerde in de streek is het aantal Koerden nadien sterk gedaald (Zie In de schaduw van Saddam. Het Koerdische Experiment in Irak, Bert Cornillie & Hans Declercq (Red.), Amsterdam-Leuven: Bulaaq & Van Halewyck, 2003, p.77).

Hun aantal is wel flink toegenomen met de recente terugkeer van gedeporteerde Kirkuki’s. Een geplande volkstelling, die oorspronkelijk voorzien was voor eind juli, moet het juiste aantal van elke gemeenschap in Kirkoek aangeven.

[3] Bron: Turkmen People’s Party

[4] De olievelden rond Kirkoek werden eind jaren twintig ontdekt en behoorden toen tot de grootste ter wereld, met een resterende omvang van ca. 16 miljard vaten.

[5] Deze strategie werd enkel doorgevoerd in die gebieden in Noord-Irak die niet behoorden tot het autonome Koerdistan. In 1970 had de Iraakse regering in een autonomieverdrag met de Koerden groen licht gegeven tot de oprichting van een semi-autonome Koerdische regio in het noorden van Irak. De historische Koerdische stad Arbil werd opgenomen in het gebied, in tegenstelling tot het olierijke Kirkoek, dat de Iraakse regering bewust onder haar controle hield.

[6] Door hun grote aantal in de regio waren vooral de Koerden het doelwit van het arabiseringbeleid. In november 1995 erkende een Iraakse functionaris dat zo’n vijftigduizend Koerden waren gedeporteerd naar de zuidelijke districten ‘Nasiriya’ en ‘Diwaniya’. Maar Human Rights Watch (HRW) schat het werkelijke aantal gedeporteerde Koerden nog veel hoger. Zie Ba’athis and Kurds. Genocide in Iraq, HRW, http://hrw.org/reports/1993/iraqanfal/ANFAL1.htm, juli 1993, New York.
[7] Zie Cornillie & Declercq, p.78.

[8] Het Turkmeense Broederverbond werd opgericht in 1960 en diende vooral als een soort ‘club’ voor de Iraakse Turkmenen.

[9] Zie website UNPO: http://www.unpo.org/

[10] Zie Cornillie & Declercq, 2003, p.78

[11] De Turkse ‘verbondenheid’ met het Turkmeense ‘broedervolk’ in Irak beperkt zich evenwel tot de Turkmeense soennieten in Irak. Ankara biedt geen steun aan de Turkmeense sjiieten.

[12] Zie “Tensions between Kurds and Turkomans in Iraq Escalate”, People’s Daily, 15 april 2003, http://english.peopledaily.com.cn/200304/15/eng20030415_115232.shtml

Eind jaren vijftig bouwden zich voor het eerst spanningen op tussen de Turkmenen en de groep Koerden die in de decennia ervoor naar overwegend Turkmeense gebieden in het noorden waren getrokken. In maart 1959 was er in Mosoel een bloedig treffen tussen Koerdische communisten en Turkmeense (anti-communistische) conservatieven.

[13] Turkmeense politieke rivalen van het ITF zeggen dat de radicale beweging onder de Turkmenen in Iraaks Koerdistan slechts een aanhang van 5 procent heeft, terwijl de andere 95 procent zou willen samenwerken met Koerden en Arabieren.

Zie onder meer “Turkmen fears of Iraqi conflict”, BBC NEWS, 10 maart 2003, door Jim Muir, http://news.bbc.co.uk/go/pr/fr/-/2/hi/middle_east/2835683.stm

[14] Zie ‘Kirkuk’s Referendum Revives Fears of Ethnic Violence’, door James Brandon, Jamestown Foundation, Terrorism Focus, volume 4, N° 1, 14 februari 2007, Washington, http://jamestown.org/terrorism/news/article.php?articleid=2370248

[15] Zie Iraq and the Kurds: Resolving the Kirkuk Crisis, International Crisis Group, Middle East Report, N°64, 19 april 2007.

[16] Zie onder meer “115 are killed in north Iraq as blast hits Shi’ite village”, The Washington Post, 8 juli 2007.

Visited 8 Times, 1 Visit today

Tags :