De Tunesische Intifadah

Op 17 december 2010 in Sidi Bouzid steekt Muhammad Al Bouazizi, 26 jaar oud, zich in brand nadat zijn fruit en groente in beslag worden genomen door de politie omdat hij geen vergunning heeft voor het verkopen ervan. Nog geen maand later, op 14 januari 2011, vlucht de president uit Tunesië, een tot dan toe als stabiel bekend staand land.

Het belangrijkste signaal dat deze Tunesische intifadah geeft aan vooral de Arabische wereld, is dat het onmogelijke mogelijk is. Het is mogelijk om een dictatoriaal regime dat al decennia bestaat af te zetten door zelf, zonder een georganiseerde oppositie, in actie te komen. De regimes in de Arabische landen zijn kwetsbaar.

De Tunesische intifadah is dan ook een unieke en historische gebeurtenis die verstrekkende gevolgen heeft of misschien beter gezegd, een eerste verschijnsel is van een grote verandering in de Arabische wereld.

Simplificatie van de revolutie in Tunesie

Het Arabische woord en begrip intifadah, een volksopstand, doet denk ik nog het meest recht aan het gebeuren. Het is, zover ik weet, ook hoe de meeste Tunesiërs het noemen. Dit begrip is in het Westen bekend geworden door de Palestijnse intifadah. Er is een aantal duidelijke overeenkomsten tussen Tunesië en de eerste Palestijnse Intifadah. Voor het gemak gebruik ik beide termen zowel intifadah, opstand, als revolutie in dit stuk.

De Tunesische intifadah wordt door verschillende groepen geplaatst binnen een specifieke ontwikkeling. Echter een revolutie heeft niet één kenmerk dat je eruit kunt lichten. Dat zou een simplificatie zijn van wat er werkelijk gebeurt. Een revolutie of intifadah ontstaat door een samenloop van meerdere factoren en ontwikkelingen. De Midden-Oosten deskundige Juan Cole stelt op zijn blog: ‘Revolutions are always multiple revolutions happening simultaneously’.

Er wordt in het Westen geprobeerd de opstand, door deze Jasmijnrevolutie te noemen, te plaatsen in het rijtje van kleurenrevoluties, zoals de Cederrevolutie in Libanon (de naam komt uit de VS), de Rozenrevolutie in Georgië en de Oranjerevolutie in de Oekraïne. Er zijn echter veel verschillen met die door het Westen gesteunde revoluties. Daarnaast is Jasmijnrevolutie de naam die Ben Ali gaf aan zijn coup tegen de vorige en eerste president van Tunesië Bourguiba.

Mensen, vooral actief binnen sociale netwerken, noemen de Tunesische opstand een Facebook of Twitter-revolutie, WikiLeaks adepten hebben het over WikiLeaksrevolutie en wijzen op het belang van TuniLeaks, linkse groepen proberen de opstand te zien als voortkomend uit linkse analyses, wijzen op het revolutionaire karakter en plaatsen de opstand binnen de strijd tegen de liberalisering of nog breder: tegen kapitalisme.

WikiLeaks heeft geen invloed gehad op de Tunesische revolutie. Denkt er nu echt iemand dat Tunesiërs na tientallen jaren corruptie en despotisme via WikiLeaks erachter komen dat de familie van Ben Ali en zijn schoonfamilie Trabelsi zo corrupt als de pest zijn? Onzin.

Facebook, Twitter en Youtube spelen een belangrijke rol maar zijn niet de drijvende kracht. Vergeten wordt wat betreft communicatie vaak de rol van de mobiele telefoon. Tunesië heeft een erg hoge dichtheid (95%) wat betreft gebruik van de mobiele telefoon, veel meer dan van Facebook en Twitter (Internet 35%). Elke telefoon kan tegenwoordig foto’s en filmpjes maken en rondsturen. Het snel doorspelen van informatie over gebeurtenissen, vooral in beeld, mogelijk door moderne communicatiemiddelen, heeft effect op bijvoorbeeld gevoelens van verontwaardiging die kunnen uitmonden in woede en het de straat opgaan. Ook is mobiele telefoon een middel in het oproepen en het organiseren van demonstraties en ander acties.

Naar buiten toe is het niet gelukt met sociale netwerken als Facebook, Twitter of Youtube, westerse media geïnteresseerd te krijgen voor Tunesië. In de Arabische wereld heeft vooral de televisiezender Al Jazeera een grote rol gespeeld. Deze heeft vanaf het begin veel aandacht besteed aan de gebeurtenissen in Tunesië en ook vrij snel goede opinies en analyses op hun websites geplaatst en op TV inhoudelijke discussie gevoerd.

Uiteindelijk is de standvastigheid en vastbeslotenheid van de Tunesiërs, die met gevaar voor eigen leven keer op keer op straat kwamen, doorslaggevend geweest en heeft de revolutie of intifadah succesvol gemaakt.

Een aantal kenmerken van de Tunesische intifadah

Naast bekende oorzaken als hoge werkloosheid, toenemende armoede, corruptie, verrijking van de elite en gebrek aan vrijheid, wil ik hier een aantal andere factoren noemen die bij elkaar genomen de Tunesische intifadah uniek maken.

-Opvallend is de kleine rol van oppositiepartijen en de grote rol van vakbonden, NGO’s, verenigingsleven en sociale netwerken. Traditionele spelers als linkse partijen, islamisten en Arabische nationalisten spelen bijna geen rol. Wat dat betreft zou je de opstand modern kunnen noemen.

Vooral de vakbond ‘Algemene Unie van Tunesische Arbeiders’, de UGTT, heeft een grote rol gespeeld. Nadat in het begin alleen een aantal lokale afdelingen mee organiseerde werd later, toen de opstand oversloeg naar de steden aan de kust, ook landelijk opgeroepen tot stakingen en demonstraties. Tunis kreeg in de internationale media de meeste aandacht, maar er waren al dagen massale demonstraties in bijvoorbeeld Sfax, de tweede stad van Tunesië en het verzet in de stad Kasserine in het binnenland was misschien wel doorslaggevend in de vier weken van opstand. De opstand in het binnenland is enorm geweest, daar steken de demonstraties in de hoofdstad Tunis als miljoenenstad toch wat pover bij af.

-De snelheid van het gebeuren. In korte tijd is een protest tegen jeugdwerkloosheid en armoede verbreed naar een politiek strijd met als eis het vertrek van het zittende regime. Vanuit het niets is het binnen een maand gebeurd.

-Al eerder in dit artikel genoemd is de informatiemaatschappij en haar communicatiemiddelen.

-Tunesië heeft sinds de onafhankelijkheid een uitstekend onderwijssysteem. Er is een bevolkingsopbouw met een groot percentage jongeren, veelal hoger geschoold.

-De Tunesische intifadah heeft geen leiding. Er is geen georganiseerde sterke oppositiebeweging. Er is veel spontanisme en zelforganisatie.

-De rol van de middenklasse, bijvoorbeeld de demonstraties en acties van advocaten, is groot.

De opstand begon in het armere deel van Tunesië, het binnenland. De kuststreek is welvarender en ontwikkelder. Na twee weken zag je steeds grotere demonstraties, ook in de kustgebieden in steden als Sfax, Sousse en Tunis. Hierdoor werd het een echte landelijke volksopstand. De middenklasse in die kustgebieden moet steeds meer inleveren en verarmt. Ook in Tunesië is er al jaren onder druk van westerse landen en instituten als het IMF (Internationaal Muntfonds) sprake van een liberalisering van de economie. Gevolg: het aantal winnaars wordt kleiner en het aantal verliezers groter. De middenklasse, vaak hoger geschoold en gewend aan het hebben van wat financiële ruimte, ontbreekt het al jaren aan een perspectief op een betere en vrijere toekomst. Met name het ook in opstand komen van die middenklasse is van groot belang en heeft het regime snel verzwakt.

Andere opvallende zaken zijn dat de VS, westerse landen op Frankrijk na, of een regionale grootmacht, zich volledig afzijdig hielden. Frankrijk heeft Ben Ali tot het laatste moment gesteund maar dat op een niet te opvallende wijze wegens de angst voor een reactie onder het grote aantal Tunesiërs in Frankrijk, maar ook voor de inwoners van Frankrijk afkomstig uit andere Maghreblanden die sympathiek staan tegenover deze revolutie.

Drie dagen voor de val van Ben Ali en zijn vlucht naar Saoedi-Arabië deed de Franse minister van buitenlandse zaken Michèle Alliot-Marie nog het voorstel Franse veiligheidstroepen naar Tunesië te sturen om het ‘veiligheidsprobleem te beheersen’.

En ook niet onbelangrijk en misschien deels samenhangend met het ontbreken van de VS en de rest van het Westen als spelers, is dat er tot op de laatste dagen na zo goed als geen nieuws of analyses waren in westerse reguliere media over de gebeurtenissen. De Tunesiërs waren geheel aan zich zelf overgeleverd en dat heeft hen uiteindelijk een gevoel van kracht gegeven.

De betekenis voor andere Arabische landen

De bedreiging zit in de onzekerheid, in het onberekenbare. Als juist in Tunesië, een land dat als stabiel bekend staat, in 29 dagen tijd een regime valt door een opstand van de bevolking, en niemand dit zag aankomen, hoe zit het dan in andere landen? Samen met de overeenkomsten als de leeftijdsopbouw van de bevolking, de geschoolde jeugd, de werkloosheid, de roep om vrijheid, etc., zal dit bij veel regimes in de Arabische landen een gevoel van onzekerheid teweeg brengen, terwijl deze regimes juist kunnen blijven bestaan door de zekerheid van de controle die ze denken te hebben. Een controle die in het gedrang komt door de neutraliteit die het Tunesische leger toonde. Het leger heeft zelfs in sommige gevallen de demonstranten tegen de politie beschermt. Het leger heeft uiteindelijk ook geen coup gepleegd.


Zowel de VS, Europa en de Arabische regimes zelf weten nu dat de dagen van de regimes geteld zijn. Het kan niet doorgaan zoals het 20 jaar of langer ging. Verandering zal er moeten komen door revoluties of ingrijpende hervormingen

De Tunesische intifadah geeft een gevoel van vertrouwen en kracht. Hier spelen Twitter, Facebook en YouTube een rol. Geschoolde jongeren uit de middenklasse, zoals studenten, communiceren over landsgrenzen heen, delen ervaringen uit en raken door elkaar geïnspireerd. Je zou kunnen spreken van het ontstaan van een nieuwe vorm van Arabisch nationalisme die niet partijgebonden is maar ook niet anti-westers of socialistisch is. Centraal staan vrijheid van meningsuiting waaronder toegang tot Internet, liberale sociaal-democratische vorm van de samenleving, werk en inkomen.

Maar of dit samen met de overeenkomsten in de economische en sociale factoren tot meer revoluties zal leiden, is nog de vraag. Wel lijkt het onontkoombaar dat er ingrijpende hervormingen komen.

Arabische regimes hebben er dan ook alle belang bij dat de Tunesische revolutie faalt. Zij kunnen trachten de milities te steunen of religieus extremisme aan te wakkeren om verdeeldheid te zaaien en chaos te creëren. Het schrikbeeld voor iedereen is het voorbeeld van Irak. Het betekent dat het succes meer gaat afhangen van in hoeverre de VS en westerse landen verdere veranderingen en democratisering gaan toelaten en steunen. Te verwachten is dat dit gaat gebeuren. Steun zal echter alleen gepaard gaan met de eis van het openstellen en open houden van het land voor bedrijven en financiële instellingen uit westerse landen en verdere liberalisering van de economie. Maar deze liberalisering is nu juist een deel van het probleem. Hoe hier uit te komen?

Invloed VS tanende

De gerichtheid van het Westen op de Arabische wereld bestaat al lange tijd in het bestrijden van terreur en de fundamentalistische stromingen binnen de Islam. Sinds 9/11 is dat nog eens enorm toegenomen. Het lijkt of daardoor het zicht op een andere explosieve ontwikkeling in Arabische landen, zoals die nu in Tunesië tot uitdrukking komt, is ontnomen. De VS en Europa zijn overdonderd door het gebeuren. In de Tunesische revolutie spelen Islamisten geen rol. Ineens is de veronderstelde ‘clash-of-civilizations’ geen bruikbaar concept meer. In andere Magreb-landen en het Midden-Oosten hebben de islamisten hun aantrekkelijkheid deels verloren en door toenemende repressie zijn zij verzwakt. De bedreiging voor de stabiliteit die het Westen en de Arabische regimes nastreven, wordt dan ook niet zozeer meer veroorzaakt door islamitisch fundamentalisme dan wel door de factoren die tot de Tunesische revolutie leidden en die ook in veel andere landen aanwezig zijn.

De VS en in iets mindere mate Europa, hebben steeds in hun beleid in het Midden Oosten de strijd tegen terreur gecombineerd met een verhaal over verspreiding van democratie. Echter, als er sprake is van een van democratische verkiezingen in Palestina wordt het resultaat ervan van tafel geveegd. En nu valt het verschil op: hoe het Westen op de opstand in Iran heeft gereageerd en hoe zij reageert, of beter gezegd niet reageert, op de gebeurtenissen in Tunesië. In Tunesië was er een blokkade van Internet, een rapper, bloggers en oppositieleiders werden opgepakt. Mensen werden met bruut geweld in elkaar geslagen door milities van het regime in burgerkleding. Mensen werden doodgeschoten, zelfs door scherpschutters. Toen soortgelijke taferelen zich in Iran afspeelden was de media-aandacht enorm en waren er, terecht, overal geluiden van afschuw en veroordeling te horen.

Nu, in het geval van Tunesië, is er een volk dat onder andere democratisering en vrije media als speerpunten heeft in haar opstand, blijft het vanuit de VS en andere Westerse landen stil. Er komt geen enkele steun tijdens de opstand.

Vanuit de VS waren pas op het eind, tijdens de laatste dagen van president Ben Ali, geluiden te horen zoals de veroordeling van de internetblokkade en het buitensporige geweld. Ook wist de VS ineens te verklaren dat de Tunesiërs het recht hadden om hun eigen vertegenwoordiging te kiezen. Concrete stappen bleven uit. Crowly van het State Department in de VS zegt in een persbijeenkomst op 12 januari 2011: “We’re concerned about government actions, but we’re also concerned about actions by the demonstrators, those who do not have peaceful intentions.”
 
Het grote verhaal vanuit het Westen, dat zij uit is op de democratisering van andere landen, is ongeloofwaardig. Het wordt duidelijk, dat de VS eigenlijk geen belang zien in een ontwikkeling waarin landen in de Arabische wereld een overheid krijgen, die werkelijk representatief is voor de bevolking. De kans op succes is zelfs groter als het Westen zich er buiten houdt. Doordat westerse landen in de eerste plaats opkomen voor hun eigen economische en politiek-strategische belangen houden ze democratisering tegen. Het Tunesische voorbeeld geeft aan dat een strijd voor democratisering los van westerse steun kan plaats vinden. Het zou goed zijn als de bevolkingen in Arabische landen de woorden van een Tunesische blogger ter harte nemen: “The Tunisian people have given a lesson to the whole world, and to those oppressed in the Arab world in particular: expect nothing from anyone else and everything from yourself, and overcome the fear that paralyses your will and your energy.”

(Uitpers nr. 128, 12de jg., februari 2011)

Ed Hollants
19 januari 2011
D4net, www.d4net.nl

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 70 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook