De tripartit is dood: leve de tripartit!

De vervroegde verkiezingen van 1 november in Catalonië zijn een prijzige nuloperatie gebleken: de nieuwe regionale regering lijkt verdacht veel op de oude en de plooien zijn weer voor eventjes gladgestreken.

Wie kort vóór de verkiezingen een Spaans dagblad opensloeg – nog steeds een risicosport bezuiden de Pyreneeën – kon makkelijk onderkennen hoeveel er op het spel stond in de autonome regio. De broze coalitie van socialisten (PSC), groene ex-communisten (ICV-EUiA) en links-nationalisten (ERC) had er even tevoren de brui aan gegeven, toen die laatste partij weigerde de coalitiepartners te ruggensteunen bij hun onderhandelingen over het Nou Estatut, het kersverse statuut dat de rijke deelstaat een verregaande autonomie moet verschaffen zonder de andere Spaanse regio’s, en Madrid in het bijzonder, al te veel voor het hoofd te stoten. Dat nieuwe statuut kwam er uiteindelijk toch, dankzij bemiddeling van premier Zapatero en de actieve medewerking van de voornaamste oppositiepartij CiU.

De interne strubbelingen binnen de driepartijencoalitie leidden uiteindelijk tot vervroegde verkiezingen, die op 1 november jl. plaatsvonden en overigens op een bijzonder schaarse opkomst van amper 57% konden rekenen. De aanloop daarvan verliep behoorlijk woelig. Zo werd PSC-boegbeeld Pasqual Maragall, de man die de burgemeestersjerp van Barcelona droeg ten tijde van de legendarische Olympische Spelen van 1992 en sindsdien immens populair is, met duidelijke verschijnselen van politieke burn-out aan de kant gezet en prompt vervangen door de weinig charismatische José Montilla, voormalig minister van Industrie in de regering van Zapatero. Het republikeinse ERC van zijn kant, dat het door de tripartit gelanceerde voorstel tot uitbreiding van de Catalaanse autonomie later afwees wegens te “soft”, was dringend aan bezinning toe en deed verwoede pogingen om in de media niet langer over te komen als een corrosieve groepering van intolerante radicalen. De grootste Catalaanse partij ten slotte, het gematigd nationalistische CiU, aasde op de herovering van de regeringspositie na 3 jaar nagelbijten in de oppositie.

Een vergeefse hoop, zo bleek na die verkiezingswoensdag: zowel PSC als ERC gingen dan wel achteruit, samen met de groene coalitiepartner komen ze toch nog aan 70 zetels, net genoeg om de Govern, de Catalaanse regering, met dezelfde gezichten samen te stellen, met Montilla als nieuwe sterke man, en zowel de CiU als de rechtse Partido Popular te veroordelen tot een verlengd verblijf in de oppositie. Opvallende nieuwkomer in het kleurrijke politieke landschap is Ciutadans, een burgerplatform dat geen heil ziet in een afscheuring van Catalonië en vindt dat het argument van het nationalisme te veel aangewend wordt als verkiezingsexcuus om belangrijker thema’s als werkloosheid, woningtekort en immigratie onder de mat te vegen. De nieuwgeboren partij deed het uitstekend bij de stembusgang en haalde meteen 3 zetels.

Wat ogenschijnlijk een status-quo verkiezing lijkt, heeft wel degelijk gevolgen. Zo wacht de nieuwe tripartit de lastige taak om interne erosie tegen te gaan en “beter te communiceren met de bevolking”, zoals dat heet. De versterking van de fiscale en administratieve prerogatieven, zoals vastgelegd in het nieuwe statuut, dient te worden verwezenlijkt zonder al te veel te kunnen rekenen op de bijstand van linkse en rechtse hardliners. Elke communicatie- of inschattingsfout zal genadeloos afgestraft worden, dat is de les die getrokken kan worden uit de recente gebeurtenissen in Catalonië.

Spaans premier Zapatero (PSOE) ten slotte is nog niet helemaal van de schrik bekomen. Dat de socialisten het niet goed gedaan hebben in de Catalaanse regio zou een voorproefje kunnen zijn van nog meer verkiezingsellende. In mei 2007 vinden in Spanje immers gemeenteraads- en regionale verkiezingen plaats en de kloof tussen zijn socialistische partij, de PSOE, en de voornaamste oppositiepartij Partido Popular (PP) wordt volgens de laatste peilingen almaar kleiner. De partijleider van de PP Mariano Rajoy (immer vergezeld van de lange schaduw van ex-premier Aznar) hanteert hierbij een strategie die even simpel is als efficiënt: “difama, que algo queda” (belaster onophoudelijk, zoiets blijft toch hangen bij de bevolking).

(Uitpers, nr. 81, 8ste jg., december 2006)

Visited 7 Times, 1 Visit today

Tags :