De trieste zwanenzang van Spaans premier Zapatero

Terwijl men bij de oppositie de kwaliteitschampagne reeds aan het koud zetten is, lijkt niemand in staat het fletsrode schip van premier Zapatero van Spanje van de verzinking te kunnen redden. De ‘tsunami van de crisis’, zoals creatieve journalisten de recessie wel eens noemen, heeft ook in Spanje lelijk huisgehouden.

Het land was eigenlijk al op voorhand gedoemd om het knap lastig te krijgen: de economie steunt op erg conjunctuurgevoelige sectoren (huizenbouw, toerisme…), de arbeidscontracten zijn van lage kwaliteit en er wordt nauwelijks geïnvesteerd in onderzoek en ontwikkeling. Een geluk voor de Spaanse economie is steeds geweest dat de banken er wel redelijk sterk in hun schoenen staan, al heeft de bevolking daar uiteraard erg weinig aan – Zapatero trouwens ook niet, want de financiële wereld kan het uiteraard beter vinden met de rechtse oppositiepartij Partido Popular (PP).

Kunnen de premier en zijn sociaal-democratische PSOE dan helemaal niets verweten worden en is alles gewoon een kwestie van een stevige dosis ‘mala suerte’? Dat zou iets te gemakkelijk zijn. In de eerste plaats heeft Zapatero veel te laat erkend dat er een ernstige crisis lag te broeden. Terwijl andere landen al volop maatregelen zaten te bedenken om een uitweg uit de malaise te zoeken, namen de Spaanse ministers nog nietszeggende eufemismen van het kaliber ‘desacceleratie van de groei’ in de mond en hielden ze amper rekening met de verzuchtingen van de kreunende bevolking.

 

Bovendien waren de besparingsmaatregelen van Zapatero weinig doeltreffend. Zijn plannen om de pensioenleeftijd op te trekken tot 67 jaar zijn niet alleen erg onpopulair, ze hebben ook weinig zin in een land waar een groot deel van de bevolking tussen de 50 en 55 jaar uitgerangeerd wordt en terechtkomt in de limbus van de prepensioenregelingen. Socialistisch zijn de ingrepen al helemaal niet te noemen: wie het hardst getroffen is door de crisis (families waarvan alle leden hun werk verloren hebben, personen met een fysieke of geestelijke handicap…) wordt de meest essentiële subsidies ontzegd of ontnomen, terwijl de allerrijksten blijven genieten van mooie fiscale voordelen om kapitaalvlucht te voorkomen.

 

Naast de economische en financiële depressie kampt het land trouwens ook met een identiteitscrisis. De generatie van voor de dood van dictator Franco in 1975 bestond vooral uit weinig geletterde mensen die op het platteland werkzaam waren. In het democratische Spanje gingen hun zonen en dochters studeren in de zich razendsnel ontwikkelende steden en nestelden ze zich probleemloos op een kantoor of in een overheidsgebouw. De nieuwe generatie vindt echter geen werk en ook studeren levert niets op, nooit stonden zoveel belezen mensen in de wachtrij van het INEM (Spaans nationaal arbeidsbureau). Men spreekt dan ook over de ‘generación nini’ (‘ni estudian, ni trabajan’) of jongeren die niet naar de universiteit of hogeschool gaan noch een job willen of kunnen vinden. In de jaren 80 van de vorige eeuw, tijd van snelle economische groei en ongebreideld optimisme, dacht Spanje het peloton van de Europese economische grootmachten te kunnen bijhalen en zelfs de kop te kunnen trekken, maar nu lijkt het de aansluiting stilaan te verliezen en terecht te komen in het groepje van EU-kneusjes.

 

Dat alles maakt dat de grootste oppositiepartij Partido Popular, behoudens uiterst verrassende wendingen, afstevent op een ruime verkiezingsoverwinning in 2012, en dat terwijl de leider van die partij, Mariano Rajoy, zelfs in eigen rangen niet erg geliefd is. Iedereen weet dat de Aznar-dauphins de touwtjes in handen hebben binnen die partij, van de iron lady van Madrid, Esperanza Aguirre, tot de door allerlei schandalen in opspraak gekomen baronnen van de Spaanse costa’s, zoals Francisco Camps in Valencia.

De burger maalt er echter niet om: ook in Spanje is de rechtse kiezer een trouwe stembusganger die niet wakker ligt van een corruptiezaakje meer of minder, terwijl de linkse burger bekijkt hoe hij het zelf allemaal zou aanpakken, klaagt hoe weinig hij daarvan terugvindt in de linkse partijprogramma’s en op de dag van de verkiezingen dan maar te elfder ure knus thuisblijft.

De Partido Popular krijgt de verkiezingsoverwinning nagenoeg in de schoot geworpen, zoveel is zeker. Het oppositiewerk van de voorbije jaren was wel erg simpel: Zapatero de schuld geven van alles wat misloopt in Spanje, geen woord reppen over eigen voorstellen en intussen de schandalen en interne machtsstrijd binnen de partij binnenskamers houden. Handig is daarbij ook dat vanaf volgend jaar een geleidelijke verbetering van de economische toestand in Spanje voorspeld wordt. Komen de PP-bonzen aan de macht, dan zullen zij zonder veel moeite kunnen bewijzen dat het beter gaat met het land zodra zij aan de macht gekomen zijn. De PP is de partij van de ‘happy few’ en kan daarbij rekenen op de trouwe media en een batterij van vetbetaalde economen, advocaten, juristen en reclamelui. Niet verwonderlijk dus dat ze ook goed scoort in de armste delen van het land en zelfs in traditioneel progressieve regio’s als Catalonië: het verhaal van de kiezer die altijd gelijk heeft of het drama van de marketeersdemocratie?

 

Helaas zou een eventuele verdwijning van de ETA slechts een voetnoot zijn in het verhaal van de ondergang van Zapatero, wat vooral jammer is voor de 858 dodelijke slachtoffers die de terroristische organisatie in de voorbije 50 jaar gemaakt heeft. De recente aankondiging van een permanent staakt-het-vuren werd erg koel onthaald bij zowel bevolking als politiek establishment. Enerzijds zal de Spaanse regering naar eigen zeggen een mededeling van ETA pas ernstig nemen als die de woorden ‘ontwapening’ en ‘ontbinding’ in de mond neemt. Anderzijds ziet men de aankondiging als een strategie met het oog op de regionale verkiezingen in het Baskenland van mei dit jaar: ook nu weer zullen nieuwe partijen opduiken die sympathiseren met de ETA en de grens van de illegaliteit zullen aftasten. Zodra een van die partijen verboden wordt door een ijverige rechter, is het hek weer van de dam en heeft de organisatie een excuus om de wapenstilstand te verbreken. De radicale Baskische nationalisten (abertzales) verwijten overheid en justitie dan weer dat die de genoemde grens naar eigen goeddunken vast- en verleggen, zodat overdreven euforie ook in deze kwestie niet op haar plaats is.

(Uitpers nr. 128, 12de jg., februari 2011)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 31 Times, 2 Visits today

Tags :

zie ook