De toekomst van ons verleden

Jules Sedney, De toekomst van ons verleden, Democratie, etniciteit en politieke machtsvorming in Suriname, Vaco, Paramaribo, 297 blz. ,Tweede volledig herziene druk 2010, ISBN 978-9991400860

In 1997 verscheen de eerste druk van “De toekomst van ons verleden”. De auteur ervan was niet de eerste de beste Surinamer. Jules Sedney (Paramaribo, 1922) heeft een indrukwekkende staat van dienst. Deze doctor in de economie was onder meer lid der Staten van Suriname, minister van financiën, minister-president, president van de Centrale Bank en voorzitter van het Onderhandelingsorgaan van de Overheid. In die zin is de biografie van die man een onderdeel van ’s lands politiek en vice versa. Als belever en beschouwer van een tijd is hij een stukje levende geschiedenis waarbij hij op een doordachte manier kritische voetnoten blijft schrijven voor de toekomst.

Toen de eerste druk van “De toekomst van ons verleden” verscheen, was Jules Sedney als vijfenzeventigjarige in een fase van zijn leven gekomen waarin hij, ontdaan van persoonlijke ambities, op een meer afstandelijke, contemplatieve wijze naar de politieke arena van Suriname keek. Vanuit die positie kon hij zich beschouwingen permitteren die alle traditionele politieke scheidingslijnen overstegen. Dat was naar mijn gevoel een grote verdienste van “De toekomst van ons verleden”.

Zijn beschouwingen rond democratie, etniciteit en politieke machtsvorming ontwikkelde hij in zeven hoofdstukken, die deels chronologisch en deels thematisch zijn opgebouwd. De hoofdstukken zijn overwegend beschrijvend, maar door de analyses en beschouwingen die Sedney eraan toevoegt, krijgt het boek ook een zeer eigen toonzetting. ‘Bespiegelingen vooraf’ is een inleiding op het boek. In ‘Etniciteit in de Surinaamse politiek’ beschrijft Sedney de sterke etnische verwantschap die vanaf de oprichting van de eerste politieke partijen in 1946 heeft bestaan. In dit hoofdstuk gaat hij ook uitvoerig in op de verbroederingspolitiek onder Pengel en Lachmon. Het hoofdstuk ‘Democratie en het parlementaire stelsel’ omvat de periode van 1949 tot 1980. In ‘onafhankelijkheid en etnische stellingname’ beschrijft de auteur de overgang van creools naar Surinaams nationalisme vanaf de jaren vijftig tot de onafhankelijkheid. ‘Ondergang en wedergeboorte van een democratie’ gaat over de militaire periode tussen 1980 en 1987. In ‘Van personendemocratie naar partijendemocratie’ schetst Sedney de veranderingen in het kiesstelsel sinds 1948 en in een laatste hoofdstuk ‘Tot besluit en ter overdenking’ geeft hij de Surinaamse lezer nog wat stof tot nadenken mee.

Jules Sedney ontpopte zich in dit boek niet alleen tot een scherpzinnige politieke analist, hij nam ook de ambitieuze taak op zich van de zorgvuldige archivaris die voor het nageslacht politieke informatie wilde vastleggen. Er waren, zeker op dat ogenblik, zeer goede redenen voor: de brand van het gebouw van De Nationale Assemblee in 1996 en de slordige manier waarop met ’s land archieven werd opgesprongen hadden heel wat waardevolle documenten doen verdwijnen. Het boek bevat een serie bijlagen met gedetailleerde overzichten van personen en organisaties die tussen 1946 en 1997 politiek-bestuurlijke macht hebben uitgeoefend.

Dertien jaar later, en even zovele jaren ouder, maakt Jules Sedney een update van “De toekomst van het verleden”. Het is een lijvige uitgave van 300 bladzijden geworden waarvan de bijlagen bijna de helft van het boek omvatten. Dat betekent dus dat “De toekomst van ons verleden” nu een volledig en systematisch overzicht is geworden van de politieke machtsverhoudingen tijdens de periode 1946 tot 2009. In een aantal bijlagen besteedt Sedney aandacht aan het opschorten van het parlementair mandaat van Desi Bouterse. ‘Gelet op het spraakmakende karakter ervan en gelet ook op de mogelijke precedentwerking wordt in deze tweede druk gepaste aandacht besteed aan deze politieke episode,’ verantwoordt de auteur zich in de nieuwe inleiding bij de tweede druk.

Naast enkele correcties, waaronder het jaar van oprichting van de Moederbond, heeft Sedney van deze nieuwe druk vooral gebruik gemaakt om in de tekst aanvullingen aan te brengen. In ‘Ondergang en wedergeboorte van een democratie’ werden op bladzijden 124, 125 en 126 enkele nieuwe passages ingelast die betrekking hebben op het Junglecommando en de massaslachting te Moiwana. Helemaal nieuw is het hoofdstuk ‘ De overgang naar gekozen burgerbestuur’ waarin Sedney de rol beschrijft die het maatschappelijke middenveld heeft gespeeld in de zoektocht naar waarheid en gerechtigheid. Hij belicht daarin voornamelijk het werk van mensenrechtenorganisaties als de Organisatie voor Gerechtigheid en Vrede (OGV) en Moiwana ’86. Dit hoofdstuk is bijzonder interessant zeker op een ogenblik dat Bouterse zich opwerpt als presidentskandidaat en tevens op een ogenblik dat het proces in verband met de decembermoorden nog steeds loopt. Deze tweede druk verscheen immers enkele dagen voor de verkiezingen van 25 mei 2010.

Jules Sedney plaatst de Surinaamse zoektocht naar waarheid en gerechtigheid in een internationaal kader: hij verwijst in dit hoofdstuk uitvoerig naar andere landen in Zuid-Amerika, maar ook naar Spanje en het Rwanda- en Joegoslaviëtribunaal. Zeer uitvoerig gaat hij in op de waarheids- en verzoeningscommissie die in Zuid-Afrika onder leiding van bisschop Desmond Tutu plaats vond. Met instemming citeert hij ook het werk van de Belgische socioloog Luc Huyse die in zijn boek ‘Alles gaat voorbij, behalve het verleden’ benadrukt dat het slechtste wat er kan gebeuren het probleem negeren is.

Hoe moet volgens Sedney Suriname omspringen met zijn onverwerkt verleden? In Suriname heeft men niet gekozen voor een waarheidscommissie (waarheidszieking) of voor amnestie (vergeving), maar voor strafvervolging (gerechtigheid). Wat kunnen we daarvan verwachten volgens Sedney? ‘De kans dat de strafprocessen die nu aan de gang zijn de waarheid aan het licht brengen lijkt uiterst klein. Wie zal, in naam van de waarheid, zichzelf de gevangenis inpraten? De kans is zelfs levensgroot dat personen die schuldig zijn hun straf ontlopen, terwijl de samenleving met lege handen achterblijft. Als het om de waarheid gaat, is berechting alleen niet voldoende. Het strafproces is dadergericht en daarin overheerst de tunnelvisie: niet wat waar is, maar wie is schuldig.’ (p. 152) Sedney schreef deze woorden voor hij de uitslag van de verkiezingen van 2010 kende. Intussen is de situatie er niet eenvoudiger op geworden. Stel dat Bouterse president wordt, hoe moet het dan verder met een democratisch verkozen president die als hoofdbeklaagde in het proces over de decembermoorden voor de rechter moet verschijnen?

De nieuwe versie van “De toekomst van het verleden” is zeker een verrijking vooral dan door de toevoeging van het hoofdstuk “De overgang naar gekozen burgerbestuur” waarin Sedney de belangrijke rol van de civil society beschrijft. Sedney schrijft: “Zij vervult een belangrijke intermediaire rol op het kruispunt van verschillende relaties: tussen de staat en de burgers, tussen de lokale gemeenschappen en de nationale ontwikkeling. Dat nieuwe middenveld bezit een stootkracht en een optimisme die bergen kunnen verzetten.” (p. 142) Die ‘stootkracht’ heeft in de afgelopen resultaten opgeleverd, maar eigenaardig genoeg verwijst Jules Sedney daar niet naar. Zijn verhaal eindigt ergens in 2001 op het terras van hotel Torarica. De mensenrechtenorganisatie Moiwana ’86 heeft zich jarenlang ingezet voor gerechtigheid en op 15 augustus 2005 werd bekend dat het Inter-Amerikaanse Hof voor de Mensenrechten Suriname heeft veroordeeld voor de massamoord. De regering moet nabestaanden van de slachtoffers een vergoeding uitkeren. Ze moet smartengeld en schadevergoeding uitkeren aan de overlevenden, de daders vervolgen en fondsen ter beschikking stellen voor de ontwikkeling van het dorp. De regering van Suriname werd ook veroordeeld in de kosten van het proces. Op 15 juli 2006 bood president Venetiaan namens de Surinaamse staat zijn excuses aan voor het gebeurde. De nabestaanden willen echter meer dan excuses, zij willen dat de schuldigen vervolgd worden. Ook de Saramakanen vechten al decennialang voor het recht op de grond waar zij wonen. In 2007 werden zij door het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens in het gelijk gesteld in de zaak ‘Landenrechten van de Saramaka Marrons tegen de staat Suriname’. Ook daarvan maakt Sedney geen melding en dat is zeker een manco. De auteur maakt in de tekst gebruik van verduidelijkende voetnoten die soms ook een bronvermelding bevatten. Een systematische opsomming van alle geraadpleegde bronnen is echter niet te vinden. Ook dat is jammer.

Ondanks deze schoonheidsfoutjes is de nieuwe versie van “De toekomst van het verleden”, ook anno 2010, om verscheidene redenen een belangrijke publicatie. Dit boek is in de eerste plaats een op en top Surinaams product: niet alleen de auteur maar ook de uitgever – Vaco – bewijzen dat zij, zonder hulp van Nederland, dit werk aankunnen. “De toekomst van het verleden” kan op verschillende manieren gebruikt worden. Het kan gelezen worden als essay van een gelouterde politicus die over de partijgrenzen heen historische en politiek-bestuurlijke excursies maakt naar een periode die hij zelf zeer intens heeft beleefd. Daarnaast is deze tweede druk die een periode van 63 jaar bestrijkt – van 1946 tot 2009 – een waardevol naslagwerk geworden dat binnen handbereik van iedereen die met Suriname bezig is, zou moeten staan.

(Uitpers nr. 126, 12de jg., december 2010)

Print Friendly, PDF & Email
Over Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).