De systematische afbraak van Irak

Volgens een rapport van Amerikaanse en Iraakse epidemiologen, dat door het Britse medische vaktijdschrift The Lancet werd gepubliceerd, zijn meer dan 665.000 mensen omgekomen in Irak sedert de Amerikaanse invasie van maart 2003. Wat nog maar eens bewijst dat direct ingrijpen efficiënter is dan wurgmaatregelen zoals een embargo. Dat heeft van augustus 1990 tot maart 2003 “slechts” anderhalf Irakezen het leven gekost.

Het zal natuurlijk niet verbazen dat Washington die cijfers afwijst. Maar het spreekt niet in het voordeel van de Amerikanen dat zij, in strijd met de Geneefse Conventies, altijd geweigerd hebben cijfers bij te houden over het aantal burgerslachtoffers in Irak. Het zijn ten slotte maar Irakezen, Arabieren dus.

Tijdens de periode van het embargo was het Unicef, de kinderorganisatie van de Verenigde Naties, die geregeld alarm sloeg. Ze sprak van 4.000 tot 5.000 kinderen tussen 0 en 5 jaar, die elke maand om het leven kwamen door de gevolgen van het absolute embargo waaraan Irak werd onderworpen. Het werd Unicef niet in dank afgenomen. De organisatie werd onder zware druk gezet om geen onderzoek meer te verrichten en geen cijfers meer te publiceren. Wat ze uiteindelijk ook deed.

Het is zeer de vraag of die genocide, zoals de joodse onder Hitler tijdens de Tweede Wereldoorlog en de Armeense in de Eerste Wereldoorlog, ooit zal worden erkend. In het Londense genocidemuseum staat ze in elk geval niet op de lijst. We zijn benieuwd of ze er in Belgische museum in de maak te Mechelen wel zal op staan. Of het “wetenschappelijk comité” de moed zal hebben dat te doen. De grote Congo-tentoonstelling in Tervuren was alvast geen bemoedigend precedent. Daar werden de misdaden van Leopold II zoveel als mogelijk geminimaliseerd en onder het tapijt geveegd. Ja, als men baron of barones wil worden of hier en daar een prebende (job die veel opbrengt zonder er veel te moeten voor doen) wil krijgen of een lucratieve benoeming in de wacht wil slepen, dan weet men wel wat te doen.

De vraag is of die nieuwe holocaust niet bewust gebeurt. Vele waarnemers denken van wel. Het is geen geheim dat Israël al sedert Irak zich in de jaren 1970, na de nationalisatie van de olie, begon te ontwikkelen en uit te bouwen tot een regionale mogendheid, de vernietiging van dat land heeft nagestreefd. En er in geslaagd is de Verenigde Staten en Europa achter die doelstelling te krijgen. Dat was het doel van het in augustus 1990 ingestelde embargo na de bezetting van Koeweit door Irak en van de Golfoorlog van 1991 tegen Irak. De toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken James Baker vertelde toen zijn Iraakse collega Tarik Aziz dat de VS Irak terug tot het stenen tijdperk zouden bombarderen. Voor een onderhandelde oplossing, zoals die wel tussen Israël en de Palestijnen, en zonder enige sanctie tegen de bezetter, wordt bepleit, was geen plaats.

De systematisch afbraak verliep blijkbaar niet snel genoeg. Vandaar de invasie van maart 2003. Sedertdien gaat het veel sneller bergaf dan voorheen. Onder Saddam Hoessein hadden de Irakezen ten minste nog spotgoedkope benzine en elektriciteit. Dat toen slechts de helft van de bevolking drinkbaar water had, was een de “succesverhalen” van het embargo, waaronder de invoer van zuiveringsproducten als chloor jaren lang werd verboden omdat daar chemische wapens zouden mee kunnen worden gemaakt. En nieuwe waterleidingsbuizen invoeren was eveneens niet toegelaten, want die zouden kunnen worden gebruikt in het vermeende kernwapenprogramma. Ruim drieëneenhalf jaar na de invasie hebben de Irakezen praktisch geen benzine mee, bijna geen elektriciteit en is de watervoorziening en de medische verzorging slechter dan voorheen. Dit ondanks de zgn. “heropbouwprogramma’s”, waarvan de tientallen miljarden dollar blijkbaar in rook zijn opgegaan.

De laatste chef van de wapeninspecteurs van de Verenigde Naties, Hans Blix, zegt openlijk dat Irak er nu slechter aan toe is dan onder Saddam Hoessein. De man, oud-voorzitter van het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (IAEA), zou beter zijn mond houden. Hij heeft, evenals zijn opvolger aan het hoofd van het IAEA, de Egyptenaar Mohammed el-Baradei, niets gedaan om een invasie van Irak te voorkomen. Beiden praatten de Amerikanen naar de mond terwijl ze maar al te goed wisten dat Irak, na twaalf jaar van grondige inspecties, over geen enkel massavernietigingswapen beschikte. Maar ze volgden de Amerikaanse en Europese stelling dat Irak moest bewijzen dat het niet had wat het niet had… Ook de vraag naar de individuele verantwoordelijkheid van de inspecteurs, onder wie een aantal uit België, mag worden gesteld. Die inspecteurs verkozen blijkbaar een enorm goed betaalde baan, ten koste van de Iraakse bevolking, boven eerlijkheid.

De ellende en onveiligheid heeft al meer dan een miljoen Irakezen het land uitgedreven. Het gaat hier in de eerste plaats om de elite: wetenschappers en professoren. En om ze “aan te moedigen” te vertrekken, zijn er een hele reeks van de blijvers vermoord. Ook hier wordt gezegd dat de Amerikanen, samen met de Israëli’s, achter die campagne zitten. Het werd jaren geleden al gezegd, dat als Irak volledig zou zijn ontwapend, de kennis om massavernietigingswapens te maken nog zou aanwezig zijn. Ook zijn er nog altijd plannen om ervoor te zorgen dat Irak een arme staat blijft. Ofwel door te zorgen dat de olieopbrengsten in de zakken van multinationals terecht komen, ofwel door het oliegeld direct te verdelen onder alle Irakezen.

Ook het sektarische en etnische geweld lijkt zeker op bepaalde ogenblikken gestimuleerd door de Amerikaanse bezettingstroepen. Ook dit keer in samenwerking met de Israëli’s. Het idee van verdeling van Irak, dat al dateert van 1990, duikt weer op. Het Iraakse parlement heeft alvast de federalisering van het land, tegen de zin van de soennitische Arabieren in, goedgekeurd. Zij het dat daar heel wat praktische problemen mee gepaard gaan. Er zijn immers geen mooi afgelijnde etnische of religieuze gebieden in Irak. Om nog niet te spreken over de problemen met de buurlanden. Een onafhankelijk Iraaks Koerdistan zou onmiddellijk worden doodgeknepen door Syrië, Turkije, Iran en de rest van Irak. Een sjiitische staat zou een vazalstaat van Iran kunnen worden. Terwijl de soennitische staat een alliantie met Syrië zou kunnen aangaan.

Uit al die ideeën, plannen en feiten blijkt alvast de wil te voorkomen dat Irak opnieuw een rijke en machtige staat wordt. Een Amerikaanse stroman, naar het voorbeeld van de stroman van de Britten tot 1954, Noeri Said, of zelfs van Saddam Hoessein, zou het ideaal zijn. Maar de opeenvolgende eerste ministers zijn daar niet sterk genoeg voor geweest en ook Noeri al-Maliki kan die taak niet aan, tot grote woede van Washington. Een echt sterke eerste minister daarentegen valt ook te duchten. Die zou zijn eigen weg kunnen gaan, zonder de bevelen van de Amerikaanse ambassade in de “groene zone” in Bagdad te volgen.

President Bush jr. zit langs alle kanten vast. Onlangs maakte hij zelfs de vergelijking met het Vietnamese moeras, maar desondanks blijft hij formeel optimistisch. Hij moet wel, want begin november wordt de helft van het Amerikaanse Congres vernieuwd. Zijn Republikeinen dreigen daarbij, althans volgens de opiniepeilingen, zware klappen te zullen incasseren. Vandaar de lekken vanuit het Witte Huis dat er grote veranderingen in het Irak-beleid kunnen worden verwacht. Wat wil zeggen dat de Amerikanen niet Democratisch hoeven te stemmen voor een koerswending. Oud-minister van Buitenlandse Zaken James Baker is alvast belast met het uitwerken van een aantal opties. Zoals terugtrekking uit Irak, maar met behoud van basissen in andere landen, van waaruit aanvallen zouden kunnen worden uitgevoerd. Zoals directe onderhandelingen met de soennitische opstandelingen.

Steeds meer militairen en diplomaten laten zich sceptisch uit over de oorlog en onderstrepen de fouten die zijn gemaakt. Bij de bondgenoten, van wie het grootste deel al afgedropen zijn, daalt het enthousiasme steeds sterker. De Britse eerste minister Tony Blair kreeg alvast nog een zware klap toen de nieuw benoemde stafchef van het Britse leger, generaal Richard Dannatt, meteen pleitte voor een vertrek van alle Britse soldaten. Hij gaf ook toe dat de aanwezigheid in Irak”de problemen verscherpt” in plaats van ze dichter bij een oplossing te brengen.

(Uitpers, nr. 80, 8ste jg., november 2006)

(Visited 3 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 78 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).

zie ook