De structuur van de waanzin

Ruddy Doom (red.). "De structuur van de waanzin. Conflicten in de periferie".Vakgroep Studie van de Derde Wereld. Universiteit Gent. Gent. Academia Press, 2001, 484p

Wie het wereldgebeuren maar oppervlakkig volgt – daarbij niet gehinderd door degelijke berichtgeving in onze nationale media – , en weigert zijn eurocentrische bril af te zetten, komt soms in de verleiding om het geweld op het Afrikaanse continent te definiëren in termen als "irrationeel", "ongestructureerd", "chaotisch", "waanzinnig"…Op het eerste gezicht schuilt er geen enkele "logica" achter. De motieven van de strijdende partijen zijn niet meteen duidelijk; coalities wisselen om de haverklap.

Het geweld neemt duidelijk andere vormen aan dan diegene die men terug vindt in de conventionele polemologische definities van oorlog, zoals bij Von Clausewitz, die oorlog definieert al het voortzetten van de politiek met andere middelen, waarbij echter steeds het hoger staatsbelang voorop staat.

Waar men vroeger sprak over een geregeld leger, heeft men het nu over "krijgsheren". De grens tussen politiek geweld en sociaal banditisme is soms flinterdun; gaat soms naadloos in elkaar over.

De Vakgroep Studie van de Derde Wereld van de Universiteit Gent gaat in dit boek op zoek naar de structuur achter de (ogenschijnlijke) waanzin. Als sociale wetenschap kampt de conflictpoliticologie natuurlijk met het probleem dat sociale verschijnselen niet exact voorspelbaar zijn en niet omzetbaar in wetmatigheden of formules.

De auteurs van dit boek vragen zich af of "early warning" systemen conflicten kunnen voorkomen. Waarschijnlijk wel. Maar ook al beschikt men over alle mogelijke informatie omtrent de conflictvariabelen, wil dit nog niet zeggen dat deze informatie ook gebruikt wordt. In de internationale realpolitiek kiest men niet altijd voor de meest "logische" oplossing. Ook niet-voorspelbare gebeurtenissen, de zogenaamde "triggers", of de spreekwoordelijke druppel die de emmer doet overlopen, zetten de ratio soms voor schut.

In het verleden werd (en nog steeds) te veel aandacht besteed aan de manifeste – zichtbare – uitingen van geweld. Het structurele -maar niet altijd zichtbare – geweld komt daarbij veel minder aan bod. De invalshoek van dit boek vertrekt dan ook vanuit de wereldsysteemanalyse, Wallerstein indachtig. Veel hedendaagse conflicten gaan niet zozeer over de verovering van de politieke macht – het innemen van het staatsbestel -, dan wel om de strijd om economische macht; m.a.w. de strijd om schaarse middelen.

Oorlog en geweld creëren soms hun eigen economische logica’s, waarbij de initiële motieven voor het politieke geweld naar het achterplan verschuiven – of zelfs helemaal verdwijnen – en het geweld tot middel verwordt voor het verkrijgen van economische macht. Geweld is in die zin dus functioneel dat het de voortzetting is van een economische politiek, maar met andere middelen. De situatie in Kongo – en meer algemeen de regio van de Grote Meren – is hier exemplarisch.

De politieke elite kán of wíl geen adequaat antwoord geven op de verzuchtingen van de grote massa, die nog steeds wacht op de voordelen van de geglobaliseerde – liberale – economie. Machthebbers voeren de – al dan niet imaginaire – etnische en/of religieuze tegenstellingen op; een verdeel-en-heers politiek, waarbij onder het mom van religie of etniciteit de economische (ongelijke) eigendomsverhoudingen naar het achterplan verschuiven.

"De structuur van de waanzin" is opgebouwd uit vier delen. Een uitvoerige, beschouwende inleiding, waar gepoogd wordt om uit het keurslijf van de oude, sociaal-wetenschappelijke paradigma’s te stappen, zonder daarbij de begrenzingen van de voorspelbaarheid van de sociale wetenschappen uit het oog te verliezen. Conflictpoliticologie is nu eenmaal geen "exacte" wetenschap.

Deel twee gaat over de dynamiek van conflicten, terwijl in deel drie de auteurs dieper ingaan op de achterliggende structuur van conflicten.

Aan de hand van de bijdragen van verschillende auteurs wordt een selectie gemaakt van conflicthaarden in Afrika, Azië en het Midden-Oosten. Latijns-Amerika komt – helaas – niet aan bod in dit boek.

In het slotgedeelte worden enkele krachtlijnen en aanbevelingen opgesomd die als leidraad kunnen dienen om toekomstige conflicten te vermijden of huidige conflicten een begin van oplossing aan te bieden. Van Ruddy Doom moet men geen overdreven optimisme over de "maakbaarheid" van de samenleving verwachten, noch een defaitistisch pessimisme. Doom besluit dan ook als volgt: "Wij zullen nooit in staat zijn voor iedereen optimale ontplooiingsomstandigheden te creëren en het is nog ten zeerste de vraag of het onderdrukken van bepaalde biologisch gestuurde gedragsimpulsen mogelijk en wenselijk is. Aangezien, dixit Camus, zelfs Sisyphus glimlachte, moeten wij niet noodzakelijk onze utopieën verbranden, wel moeten we er niet de mensheid voor opofferen of vervallen in inertie. De maximale grenzen van het haalbare verleggen is precies de belangrijkste politieke opdracht van wie zich tot het progressieve kamp rekent. Want, wat is ‘haalbaar’?"

Dat dit boek stof tot nadenken biedt, staat buiten kijf. Een absolute aanrader, en een noodzakelijke aanvulling op de al te oppervlakkige berichtgeving in de media. Voor wie er niet genoeg van kan krijgen is er achteraan het boek nog een uitgebreide literatuurlijst.

Jordi Lesaffer

(Uitpers – April 2001)

(Visited 4 times, 1 visits today)
Deel dit artikel