De strategische achillespees van de Verenigde Staten.<br>Irak en het probleem van de inkrimpende oliehoeveelheid

Waarom heeft Washington met de oorlog tegen Irak zijn betrekkingen met bevriende staten en met de ganse wereld op spel willen zetten? De meerderheid van de wereldburgers is ervan overtuigd, dat Georges Bush deze oorlog niet heeft gevoerd om de massavernietigingswapens en de strijd tegen het terrorisme. Nee, olie en de geopolitiek van Washington vormen de kern van het antwoord.

Het wordt alsmaar duidelijker, dat het bij de bezetting van Irak om de wereldwijde controle van de olie gaat. Controle in een situatie – dat moeten we ons goed voor ogen houden – dat de oliereserves veel kleiner zijn dan men algemeen in de wereld aanneemt. Dan vormt de oorlog tegen Irak als het ware de eerste slag in een grote oorlog om de wereldwijde energievoorraden. De huidige strijd om de controle over de energiebronnen wordt heviger dan alle voorgaande oorlogen voor olie. Er staat immers veel op het spel. In de oorlog tegen Irak ging het erom aan welke prijs en hoeveel olie deze of gene petroleummaatschappij krijgt en wie met lege handen blijft staan. Nog nooit was de wereldeconomie zo fel in een wurggreep van een enkele macht.

Vooraanstaande onafhankelijke geologen stellen dat het tijdperk van goedkope en rijkelijk voorhanden zijnde olie, die de economische groei gedurende meer dan dertig jaar heeft mogelijk gemaakt, voorbij is. De bekendste grote olieregio’s hebben hun hoogste ophaalcapaciteit bereikt. Ondanks de dure technische verbeteringen zal de olieproductie in de toekomst snel dalen. Wanneer deze inschatting juist mag blijken, zullen de economische en sociale consequenties dramatisch zijn. Olieconcerns en regeringskringen zwijgen als vermoord over deze realiteit. De olieconcerns verzwijgen de waarheid over de afnemende oliereserves om de nieuwe olievelden zo goedkoop mogelijk te kunnen kopen. De VS-regering heeft daarbij nog een strategische belang om de wereldopinie te verzwijgen hoe kritisch het met de oliereserves in de wereld is gesteld.

Volgens de schattingen opgesteld door competente geologen, zoals French Petroleum Institute, de Colorado School of Mines, de Upsala University en Pretroconsultants in Geneve, zullen we de terugloop en de uitwerkingen van de vermindering van de oliereserves reeds kunnen merken op het einde van het huidige decennium. De wereldeconomie zal dan een grote crisis beleven, en de prijsstijging van de olie zal veel hoger zijn vergeleken met deze uit de jaren zeventig. Met andere woorden, we kunnen stellen dat er een echte schaarste zal optreden in de komende zeven tot tien jaar..

De slinkende olieproductie (peak pil)

Doorslaggevend voor de olieproductie is niet hoeveel er nog onder de grond zit. Deze getallen zien er niet zo slecht uit. Het probleem ontstaat wanneer grote olievelden als Prudhoe Bay in Alaska of de oliegebieden in de Noordzee, hun hoogtepunt bereiken en het oppompen moeilijker wordt. Het verloop van olieproductie gelijkt namelijk op een klok. Het hoogtepunt wordt bereikt wanneer men 50 procent van de olie heeft bovengehaald. Op dat ogenblik schijnt de reserve nog overvloedig. Maar het is niet zo rozig als het lijkt. Het oppompen van de olie kan dan nog een tijdje doorgaan op het hoge niveau tot de productie-efficiëntie begint te verminderen. Eens het hoogtepunt overschreden, wordt het inderdaad moeilijker om de olie naar boven te halen. Hoe groter de technische inspanningen om de nodige druk voor het oppompen te handhaven, hoe duurder het oppompen van de olie wordt. Tot het een productiekost bereikt heeft dat het economisch niet meer rendabel wordt om het oliegebied nog verder te ontginnen.

Aangezien de meeste olieconcerns of het Amerikaanse Energieministerie niet spreken over de belangrijke variabele, met name de nodige pompkracht, maar van de misleidende totale mondiale oliereserves, geeft ze de wereld een vals gevoel van zekerheid wat de dekking van de energiebehoeften betreft. De waarheid is dat hun presentatie ver van de echte werkelijkheid ligt.

Concrete voorbeelden

Met enkele voorbeelden willen we deze vaststelling staven. In 1991 vond men in Cruz Beana in Colombia het grootste olieveld in de westelijke hemisfeer sedert 1970. Maar in 2002 daalde de olieproductie van 500.000 barrel per dag naar 200.000 barrel. Midden de jaren tachtig werd in het oliewinningsgebied van Forty Field in de Noordzee 500.000 barrel per dag opgepompt. Vandaag zijn dat er nog slechts 50.000. Een van de grootste olievindplaatsen van de voorbije 40 jaar is Prudhoey Bay. Het pompte 12 jaar lang 1,5 miljoen barrel op per dag. De hoogste capaciteit werd in 1989 bereikt. Nu is de dagelijkse olieproductie nog slechts 350.000 barrel. Het reusachtige Samotlor olieveld in Rusland pompte op zijn hoogtepunt 5 miljoen barrel per dag naar boven; op dit ogenblik is de productie ongeveer 350.000 barrel. In al deze olievelden kon men alleen maar de oliewinning op peil houden door gas of water in de olielaag te pompen om zo de druk hoog te houden. Het grootste olieveld op de wereld in Ghawar in Saoedi-Arabië, levert ongeveer 60 procent van de Saoedi-Arabische olie. Het gaat om ongeveer 4,5 miljoen barrel per dag. In het verleden borrelde de olie vanzelf naar de oppervlakte. Om nu nog dezelfde hoeveelheid op te pompen moet de Saoedi-Arabische oliemaatschappij, volgens de gegevens van de geologen, 7 miljoen barrel zeewater per dag in de olielaag pompen. Dat is een alarmerend signaal: er komt een inzinking van de olieontginning in de wereld.

Dit groeiende probleem wat de olie-exploitatie betreft, is reeds ongeveer acht jaar gekend onder de oliedeskundigen. Het leidinggevende olieadviesorgaan in Genève, Petroconsultants, publiceerde in 1995 de resultaten van een onderzoek onder de titel “The World Oil Supply”. Dit speciaal voor de olie-industrie geschreven document heeft 35.000 dollar gekost. Zijn auteur is de gekende oliegeoloog Dr. Colin Campel. Hij verklaarde in 1999 in het Britse Lagerhuis het volgende: “De ontdekking van nieuwe oliewinningsgebieden bereikten haarhoogtepunt in de zestiger jaren. Nu vinden we voor vier verbruikte barrel één nieuwe.”

Geen nieuwe grote olievelden ontdekt

Nadat de Opec in de zeventiger jaren de olieprijs naar omhoog stuwde, werden de olievelden rendabel die niet tot het Opeckartel behoorden, zoals deze in de Noordzee, in Alaska, in Venezuela en op andere plaatsen. Als gevolg van de hoge olieprijzen, verhoogden vele industriestaten zoals Frankrijk, Duitsland, Japan en de VS de energiewinning uit atoomcentrales. Dit gaf de indruk dat men voor het olieprobleem een oplossing gevonden had.

In werkelijkheid is dat niet het geval.

We stellen vast dat enerzijds de productie moeilijker wordt en anderzijds de behoefte nog groeit. Zoals gezegd hebben de huidige grote olievelden hun hoogtepunt wat het oppompen betreft overschreden en daalt de productie. Gelijktijdig zien we dat de wereldwijde energiebehoefte, vooral door de economische ontwikkelen van landen als China, India en sommige Afrikaanse landen, steeds maar groter wordt. Dan is een grote energiecrisis voor de wereldeconomie voorspelbaar. Dit kan het huidige Amerikaanse beleid in de richting van een neonimperialistische militaire aanwezigheid verklaren, van Kosovo tot Afghanistan, van West-Afrika tot Bagdad en nog veel verder. Deze agressieve politiek kan men ook nog verklaren door het feit dat vele mensen in de huidige VS-administratie met het olieprobleem vertrouwd zijn, voor hen is het energieprobleem een van de prioriteiten van de VS.

Dit probleem zou economisch en goedkoop op te lossen zijn, mocht men nieuwe grote olievelden kunnen ontdekken, waar men genoeg olie zou kunnen oppompen om deze op de internationale oliemarkt aan de goedkoopste exploitatiekostprijs en met genoeg winst zou kunnen aanbieden. Dat is in de huidig context niet mogelijk. In het onlangs verschenen bericht, van de Colorado School of Mines, leveren de 120 grootste olievelden van de wereld ongeveer 33 miljoen barrel per dag, dat is 50 procent van de wereldwijde oliebehoefte. De grootste onder de groten leveren daarvan maar 20 procent. Deze studie toont aan dat de meeste van deze grote olie-ontginningsgebieden reeds voor tientallen jaren ontdekt werden. In de laatste twintig jaar werden door de grote olieconcerns miljarden dollars uitgegeven aan prospectie, maar de resultaten zijn voor hen verschrikkelijk teleurstellend.

De grootste olieconcerns in de wereld, zoals ExxonMobil, Shell, ChevronTexaco, BP, ElfTotal en andere hebben honderden miljarden dollar geïnvesteerd om genoeg olie te vinden om de oliebehoefte te dekken. Tussen 1996 en 1999 hebben 145 maatschappijen daarvoor 410 miljard dollar uitgegeven opdat de opgepompte dagelijkse hoeveelheid van 30 miljoen barrel stabiel zou blijven. Van 1999 tot 2002 gaven de vijf grootste olieconcerns nog eens 150 miljard dollar uit, maar hun productie steeg hierdoor slechts gering: van 16 miljoen naar 16,6 miljoen barrel per dag. Toen de Sovjet-Unie begin van de jaren negentig uit mekaar viel, hadden de westelijke oliemaatschappijen veel hoop om de aldaar gelegen oliegebieden onder hun controle te krijgen.

Ontgoocheling van het Kaspische Zee-gebied

In december 2002, onmiddellijk na de inname van Afghanistan door het Amerikaanse leger, publiceerde BP ontgoochelende resultaten over de proefboringen in de Kaspische Zee waaruit moest blijken dat het daar gevonden zg. ‘olieveld van de eeuw’, niet meer was dan een druppel in de zee. In de plaats van de aldaar vermoedde oliehoeveelheid van 200 miljard barrel, ‘een nieuw Saoedi-Arabië buiten het Midden-Oosten’, verkondigde het Amerikaanse State Departement, dat de Kaspische olie maar 4 procent van de mondiale reserve bedraagt. Het kan nooit de wereldmarkt domineren.

PetroStrategies publiceerde een studie waarin ze beklemtoonde dat het oliegebied van de Kaspische Zee slechts 39 miljard barrel omvat, dat bovendien nog van een minderwaardige kwaliteit is. Toen dit alles bekend werd, zijn BP en andere westelijke olieconcerns begonnen hun investeringen in de regio te verminderen.

West-Afrika geraakt in het blikveld

De regio waar voor het ogenblik het intensiefst naar olie gezocht wordt, ligt voor de kusten van West-Afrika, vooral in het kustgebied van Nigeria tot Angola. President Bush maakte in deze strategische regio een belangrijk strategisch bezoek Het Amerikaanse Defensieministerie ondertekende met twee kleine strategische kusteilanden, Principe en San Tome een akkoord over militaire basissen, om alzo militair aanwezig te kunnen te zijn in geval dat het nodig is om de olie over de Atlantische oceaan te verschepen en om de veiligheid van deze transporten te verzekeren . (Zie hiervoor ook Uitpers nr. 50, januari 2004: Afrikaanse olie en de westerse belangen in de industrie; en Uitpers nr. 47, november 2003: Olie-rush brengt instabiliteit naar Golf van Guinea).

Hoewel de voorhanden zijnde olie voor de Afrikaanse westkust groot is, is West-Afrika geen nieuw Saoedi-Arabië. De geoloog Campbell schat dat men uit de olievelden op zee voor de Afrikaanse kust en Brazilië samen ongeveer 85 miljard barrel kan bovenhalen, hetgeen maar de wereldwijde behoefte voor drie tot vier jaar zou dekken.

Explosieve toename van de vraag naar olie

Terwijl de meeste grote oliewinningsgebieden een duidelijke vermindering van de hoeveelheid opgepompte olie aantonen, stijgt daartegenover de vraag naar energiegrondstoffen wereldwijd. Deze wordt mede veroorzaakt door de groeiende economieën van China, India en Azië. Zelf bij een zwak groeipercentage van het bnp zal, volgens de schatting van economische deskundigen, de vraag naar olie aan de huidige marktprijzen ieder jaar met 2 à 3 procent stijgen

Tien jaar geleden was China nog geen grote invoerder van olie. Het pompte voor een groot deel zijn beperkte behoefte in het land zelf op. Maar sedert 1993 begon het meer en meer olie te importeren om zijn economische behoefte te dekken. Tegen eind 2003 had China reeds Japan ingehaald en is voor het ogenblik de tweede grootste invoerder van olie na de Verenigde Staten. Nu verbruikt China 20 procent van de totale energie van de OESO-landen. De invoer van ruwe olie stijgt ondertussen ieder jaar met ongeveer 9 procent, men kan er van uitgaan dat dit in de komende jaren nog verder zal stijgen, daar China aardig op weg is om zich tot de tweede grootste industrienatie te ontwikkelen. De groei van de Chinese economie bedraagt op dit ogenblik 7 tot 8 procent op jaarbasis. Ook de Indische economie kent de jongste tijd een pijl snelle ontwikkeling. In deze twee landen leven ongeveer 2,5 miljard mensen.

Dan kan het ook niemand verwonderen dat China zich in de VN-Veiligheidsraad heftig heeft uitgesproken tegen het eenzijdig optreden tegen Irak van Washington. De Chinese National Petroleum Company heeft namelijk lang gepoogd om haar invoer van Irakese olie contractueel te verzekeren.

Wat Cheney in 1999 wist

In een rede voor het international Petroleum Institute in Londen in 1999, toen Dick Cheney nog de grote baas was van het grootste olieconcern Haliburton, zegde de huidige Vice-president van de VS het volgende: “Wanneer we de ramingen volgen, dan zou de wereldwijde vraag naar olie in de komende jaren met 2 procent stijgen op jaarbasis. Maar gelijktijdig moeten we volgens andere voorzichtige schattingen rekening houden dat er een daling in de productie zal zijn in de bestaande reserves”. Cheney beëindigde zijn rede met een zorgwekkende waarschuwing: “Dat betekent dat we tot 2010, 50 miljoen barrel meer per dag nodig zullen hebben”. Dat komt overeen met zes maal de voorraad olie van Saoedi-Arabië.

Misschien was het daarom geen toeval, dat Cheney als Vice-president ook de post van voorzitter van het speciaal energiecomité toegewezen kreeg van Bush. Cheney kent met name zeer goed de omvang van de energieproblematiek waarmee de Verenigde Staten en de rest van de wereld geconfronteerd worden. Cheney was ook één van de drijvende krachten, naast de Defensie minister Rumsfeld in de oorlog tegen Irak. Het was Cheney die steeds aangedrongen heeft om de veldtocht tegen Bagdad te starten, of de buitenlandse vrienden meededen of niet, dat was voor hem geen probleem.

Wanneer we onze kennis over de mondiale olievoorraad in deze context plaatsen, dan wordt het duidelijk waarom Cheney met de bezetting van de Irakese olievelden zoveel op het spel zette, wat het aanzien van de Verenigde Staten bij zijn vrienden betreft. Daar Cheney als gewezen directeur-generaal van Haliburton het best geïnformeerd is over de mondiale oliereserves.

De achillespees van de VS?

Het grote probleem is, vanwaar we de hoeveelheid ontbrekende olie kunnen halen? Tijdens de jaren 1990 tot 2000 werden 42 miljard barrel aan nieuwe oliereserves gevonden. Tijdens dezelfde periode was er een wereldwijd verbruik van 250 miljard barrel. In de voorbije twee jaar zijn maar drie nieuwe grote vindplaatsen met een oliecapaciteit van een miljard barrel gevonden: in Noorwegen, Colombia en Brazilië. Op ieder van deze olievelden worden op dit ogenblik maar 200.000 barrel bovengehaald, dat is veel minder dan de 50 miljoen barrel die we dagelijks nodig zullen hebben.

Is nu het tijdperk van de goedkope en rijkelijk voorhanden olie ten einde?

Het belangrijkste punt in het debat over het binnenvallen van Washington in Irak, is de vraag hoeveel olie aan de huidige marktprijs er op onze planeet moet gevonden worden. Het is verbazingwekkend hoe weinig men over deze economische optiek spreekt, nochtans is het van zeer groot belang.

Volgt men de ramingen van C.Campbell en K. Aleklett van de Upsala universiteit, dan bezitten vijf landen het grootste aandeel van de nog resterende olie in de wereld, en kunnen ze misschien het gat opvullen wanneer de andere olielanden over hun productiecapaciteit heen zijn. De vijf belangrijkste olielanden uit het Midden-Oosten, namelijk Abu Dhabi, Irak, Iran, Koeweit, en Saoedi-Arabië, beschikken ongeveer over de helft van de nog verblijvende olie op onze planeet. Zij kunnen als flexibele producenten eventueel het gat opvullen tussen de wereldwijde vraag en de hoeveelheid die de andere landen kunnen oppompen.

Deze vijf oliestaten uit het Midden-Oosten beschikken volgens de geologische gegevens over gas- en oliereserves die voor de economische groei van de wereld nodig zijn.

In een artikel van het “Oil and Gas Journal” van 7 januari 2002, schreef A.S. Bakhtiari

het volgende: “Het Midden-Oosten is gelijktijdig een geostrategische omgeving en met de belangrijkste energiegrondstof exploitatie. Tweederden van de totale ruwe olie zit in deze vijf landen aan de Perzische Golf geconcentreerd.

In een wetenschappelijke bijdrage schreef de gekende geoloog uit Princeton, Kenneth Deffeyes in november 2001 het volgende: “De grote vraag is wanneer en in welk jaar de mondiale olieproductie de Hubbet-Peak bereikt die dan een achteruitgang inluidt”. Zowel de grafische als ook de computeranalyses tonen het jaar 2004 als waarschijnlijkste jaar aan. De enige onwetendheid is, hoe groot de reserves zijn in Saoedi-Arabië.

In het licht van deze analyse over de olievoorraad in de wereld, kan men beter verstaan waarom Washington zoveel risico’s neemt om Irak te controleren en met de inrichting van militaire basissen ook de andere aangrenzende staten onder zijn totale controle wil brengen.

Het ligt voor de hand dat Washington hier vanuit een positie van fundamentele zwakheid opereert, namelijk de energieschaarste en niet zoals men al te gemakkelijk aanneemt vanuit een absolute sterkte.

Het energieprobleem schijnt de achillespees van de Verenigde Staten te zijn, die zorgvuldig verborgen gehouden wordt. Daarom is een open en uitvoerig debat over dit belangrijk thema meer dan nodig.

(Uitpers, nr. 51, 5de jg., maart 2004)

Bronnen:
Mit der ölwaffe zur Weltmacht – William Engdahl
The World Giants Oilfields –Matthew R. –King Hubert – Center for Petroleum
The Peak and Decline of World Oil and Gas Production/ Aleklett K & Campell –www.asponews.org
2002 to see birth of New World Energy Order – Oil and Gas Journal (jan.7, 2002) Bakhtiari – A.M. Samsam
Peak of and oil production – Deffeyes & Kenneth S

(Visited 2 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 58 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook