De strategie van de overgangseisen

· 1 december 2003 Like

In het laatste nummer van Uitpers ( www.uitpers.be ) staan twee artikelen met ogenschijnlijk geen directe relatie. Een van Freddy De Pauw, over de sociaal-democratie, en dan Joost Hardeman over een consumentenbeweging.

Het eerste gaat over de impotentie (of de onwil) der sociaal-liberalen om de kapitalistische structuur aan te vallen, dit aan de hand van de affaire Ford (en Renault). Het tweede over het belang dat consumenten, als beweging, kunnen hebben voor een positieve globalisering.

Het eerste artikel stelt het tekort vast van de sociaal-liberalen. Maar geeft geen indicatie tot oplossing. Het tweede artikel is, en ja ik ben onfatsoenlijk in de evaluatie, op een ander niveau de herneming van een oud standpunt in de trant van de sociaal-democratische coöperatieven beweging. Via een vereniging een tegenmacht opbouwen. Maar dat blijft extern aan de kapitalistische productiewijze. Het grijpt niet in op centrale ontwikkelingen, het drijft op die ontwikkelingen. Wat ook geen tegenmacht aan de kapitalistische productiewijze is gebleken.

Uit de artikelen is geen antwoord te halen om deze kapitalistische productiewijze efficiënt van antwoord te dienen. Gaat men miljoenen consumenten zover krijgen dat ze geen Fords gaan kopen om drieduizend aan het werk te houden? En als dat al kan, verwekt men dan zo geen bijkomende werkloosheid door een mindere verkoop van Ford auto’s? En als Stevaert zegt dat de politiek machteloos is, zou je de bal kunnen terugkaatsen met de frase: “Dan heeft het ook geen zin voor u te stemmen”. Welke oplossing geeft dat dan? Nee, de aanpak moet anders.

De strategie van de overgangseisen heb ik altijd prachtig gevonden. En denk dat het principe ook vandaag nog geldig is. Er moet enkel rekening gehouden worden met de actuele situatie. Maar dat juist is de aard van die overgangseisen.

Mijn, subjectieve, indruk is dat vandaag er een belangrijke kloof bestaat in het politieke bewustzijn tussen links en de mensen in het algemeen. Mijn indruk is dat de kloof verbreed en verdiept is sinds einde van de jaren 1980. Als dat het geval is, dan is de discussie over de kapitalistische productiewijze, en of we binnen of buiten het systeem blijven (gesteld dat over buiten en binnen al duidelijkheid zou zijn) eens zo moeilijk. Om maar bescheiden te zwijgen over een maatschappelijk project als het socialisme. Feit is dat we geprangd zitten in een kapitalistische structuur die ons denken bepaalt en ondanks de ‘wildheid’ van het systeem toch centraliserend werkt.

Het lijkt realistisch te stellen dat het nu moeilijker is stappen te zetten naar een socialistische maatschappij ordening dan een vijftigtal jaar terug. De structuur waarin we dagdagelijks leven is nu anders. De kapitalistische accumulatie verloopt, hier althans, geraffineerder. Er wordt nl. meer georganiseerd. De vraag wordt meer gestuurd en dat heeft gevolgen op het niveau van de staat, en op de andere structuren als wetenschap, cultuur, onderwijs, sociale zekerheid, gezinnen, arbeidersbeweging.

De kapitalistische productieverhouding is, per definitie, verschillend van die van 1950. Omdat er meer organisatie is, is er meer vervlechting. En vervlechting maakt een verandering van de structuur beslist niet eenvoudiger. Beeldend uitgedrukt: de staat weegt meer dan vroeger op de maatschappij, en een gewicht van 1000 kg is nog steeds moeilijker in beweging te krijgen dan 10 kg.

Gelukkig dat ook 1000 kg in beweging te brengen is. Al is het moeilijk. Neem Ford. Het ontslag daar heeft te maken met een evolutie in de productieverhoudingen. De oplossingen die voorgesteld worden, brugpensioen, arbeidsduurvermindering, een nieuw te bouwen model van wagen, subsidies en andere faciliteiten, zijn oplossingen binnen de kapitalistische productiewijze, die echter zelf de oorzaak is van de ontslagen!

Maar het kan anders. Halfweg of eind van de jaren 1970 was er een fabriekssluiting in Frankrijk. Het uurwerkenfabriek Lips. De arbeid(st)ers hebben dat toen bezet en zijn later in eigen beheer gaan produceren. Al weet ik niet meer hoe het is afgelopen.

Een analoge operatie kan niet bij Ford, gezien de andere omstandigheden, ander bewustzijn, en de andere staat die we vandaag hebben. Maar een actie die potentieel het kapitalistische systeem te buiten gaat, dat kan wel. Wat is vandaag een probleem van de kapitalistische productiewijze, buiten deze die er inherent aan zijn zoals het eeuwige vraagstuk aangaande de meerwaarde realisatie? Dat is het ecologische probleem. Waarom dus niet een project naar voorschuiven om een ander type wagen te maken? Niet in zelfbeheer, maar wel op de voorwaarden van de arbeid(st)ers die oog hebben voor ecologie en de zinloze razernij van het consumentisme.

Een auto die uiteraard zuinig en milieu-okee is. Maar ook een auto die jaren kan meegaan. Een modulaire auto. Met een onderdeel eenvoudig vervangbaar als het versleten of stuk is. Een modulaire auto die zelfs conceptueel zo gemaakt wordt dat als er technologische vernieuwingen zijn, die bepaalde module gemakkelijk verwisselbaar en integreerbaar is. Zo een auto wordt niet ‘een twee drie’ gemaakt. Omwille en door de vervlechting sluit Ford echter ook niet het fabriek op ‘een twee drie’.

Om een dergelijke auto realiteit te laten zijn moet er een andere organisatie komen (en zijn). Een R&D op de voorwaarden van de arbeid(st)ers van Ford. En daar kunnen Stevaert en politici wel iets doen. Zij kunnen mensen leveren voor zo een R&D. Zij kunnen andere begeleidende maatregelen treffen op het niveau van budgetten, distributie, aankoop materiaal, wetgeving (www.ecocenter.org/auto.shtml (vluchtig bekeken)). En nu de belangrijke vraag. Is dit een utopie van een utopie?

Om deze visie, uit de huidige tegenstellingen, om te zetten naar een toekomende werkelijkheid vereist het een ander denken. Het denken moet breken met de kapitalistische denkwijze. Het vereist een ander soort politiek bewustzijn, zal ook een andere politieke ervaring en kennis geven. En een andere benadering van consumeren. Waar kiem en noodzaak van een veralgemeende koopwarenproductie lag in de feodale productieverhouding, ligt een andere productiewijze nu in de huidige productieverhouding. Hoelang het duren zal om deze kapitalistische productiewijze af te schaffen is niet te zeggen. Ze is enorm veerkrachtig, maar dat belet niet de ‘kiemen en noodzaak’ van vandaag te stimuleren. De overgang van feodalisme naar kapitalisme is ook een historisch proces geweest met ups en downs. We moeten ons geen illusies maken, de recentste geschiedenis laat dat goed zien.

Waar links vroeger dacht: eerst de omwenteling dan de democratie. Is het nu anders. Zonder democratie geen omwenteling. Democratie wil ook zeggen: je niet laten bepalen door externe krachten, maar je lot in eigen handen nemen. Een overgangseis zoals hierboven bepleit doet dat.

In een week zijn er geen acht dagen. Je kunt niet zeven op zeven dagen vergaderen. Je kunt ook niet zes miljard mensen zomaar op het goede spoor zetten. Ondoenlijk. Maar wat hierboven staat heeft misschien wel een potentie.

In die zin is de weg wijzer dan de wegwijzer!

Adrien Verlee (23/11/2003)

(Uitpers, nr. 48, 5de jg., december 2003)

Deel dit artikel