De solidariteit met de Koerden in Vlaanderen

Marlies Casier, In de bres voor de Koerden, Koerdisch Instituut, Brussel, 2010, 165 blz., € 17.

In dit boek maakt Marlies Casier, onderzoekster aan de Universiteit Gent, een balans op van het solidariteitswerk in Vlaanderen voor de Koerden in Turkije.

Het onderzoek beslaat de periode van maart 1985, toen volksvertegenwoordigers Willy Kuypers en Jaak Vandemeulebroucke in het Europees parlement een voorstel van resolutie indienden betreffende het geloof van de Koerdische minderheid in Turkije, tot een vraag van Bart Staes aan de Europese Raad over de anti-PKK acties in Europa en de druk hieromtrent van de VS op de Europese instanties in april 2010.

Tussen beide data ligt de ontwikkeling van een solidariteitsbeweging door Vlaamse parlementairen in de Vlaamse, Belgische en Europese wetgevende organisaties. De auteur heeft een uitvoerige lijst opgesteld van resoluties, tussenkomsten in commissies, betogingen, hongerstakingen, publicaties en onderzoeksreizen die deze politici, meestal in samenwerking met het Koerdisch Instituut in Brussel, voor de verdediging van de rechten van de Koerden hebben ondernomen en nog steeds voortzetten.

Daar het in de eerste plaats ging om de erkenning van de culturele, politieke en sociale rechten van een over vier staten verdeeld en onderdrukt volk is het niet verwonderlijk dat de meerderheid van hen uit de toenmalige Volksunie en de partijen die haar zijn opgevolgd afkomstig waren, maar ook politici uit andere partijen, van Groen! en VLD tot sp.a, hebben zich bij deze acties aangesloten. Dat blijkt onder meer uit de interviews die de auteur van hen heeft afgenomen.

Het heeft geen zin, hier nogmaals te herinneren aan het lot van de Koerden en dus de noodzaak en relevantie van een dergelijke inzet, maar het is daarentegen wél nuttig, een aantal problemen te benadrukken die in bijna alle gesprekken terugkeren:

  1. ten eerste is er de vraag naar de efficiëntie van deze acties. Daarop kan men alleen maar antwoorden dat de voortdurende actualisering van het probleem een onmiskenbare invloed heeft gehad en nog steeds heeft op de vele discussies rond de voorwaarden voor de toetreding van Turkije tot de Europese Unie;
  2. het is een interessante vaststelling dat de met de Koerden sympathiserende politici het onderling oneens zijn over de strategie in verband met deze toetreding. Sommigen denken dat deze toetreding de Turkse autoriteiten vanzelf zal verplichten de discriminatie van de Koerdische taal en cultuur op te heffen, terwijl anderen van mening zijn dat een dergelijke koerswijziging aan elke volwaardige toetreding moet voorafgaan, omdat de Europese Unie, eens dat Turkije een gewoon lid geworden is, kan argumenteren dat dit een binnenlandse aangelegenheid geworden is. In een interview met Derwich Ferho, de directeur van het Koerdisch Instituut van Brussel, lijkt de auteur dit laatste standpunt bij te treden: “Ook de mogelijke toetreding van Turkije tot de Europese Unie kan niet van kracht gaan zolang de problemen die vandaag gekend zijn.” Het is duidelijk dat het debat hierover nog niet afgelopen is.
  3. alle politici keuren het gebruik van geweld af, zowel door de PKK (Koerdische Arbeiderspartij) als door de Turkse regering, en pleiten voor een politieke oplossing, ook al begrijpen ze dat het gewapend verzet er in het verleden voor gezorgd heeft dat de Koerdische zaak op de internationale agenda gebleven is. Ze beseffen echter ook dat de geopolitieke situatie na de aanslagen van 11 september 2001 in de VS en de door de VS geleide “oorlog tegen het terrorisme” grondig veranderd is. Er moet, anders gezegd, met alle betrokkenen, ook de PKK, ten gronde over een oplossing onderhandeld worden.
  4. interessant in deze studie is ook de discussie over de reële en vermeende tegenstelling tussen een internationaal engagement en de steun voor de nationale emancipatie van de Koerden. De tegenstelling is reëel, indien een eventuele Koerdische autonomie zou leiden tot een terugplooiing van de Koerden op zichzelf. Ze is vermeend, indien men onterecht iedere vorm van streven naar grotere autonomie automatisch als afwijzing van de internationale solidariteit beschouwt en veroordeelt.

In de uitvoerige bijlagen, die ongeveer de helft van de tekst beslaan, staan tijdschriftartikels, de belangrijkste resoluties, interpellaties en initiatieven en de beargumenteerde principiële Platformtekst 1998 van de Coördinatie “Stop de oorlog tegen het Koerdische volk”.

Dit boek is een eerlijk document over de mogelijkheden die Vlaamse politici hebben om een positieve invloed uit te oefenen in de verdediging van de mensenrechten in de wereld, maar ook over de grenzen van dit engagement. Door deze objectieve benadering is de auteur erin geslaagd, zowel een zelfgenoegzaam triomfalisme (“Kijk eens wat we allemaal gedaan hebben!”) als een verlammend pessimisme (“Maar wat hebben we nu in feite bereikt?”) kunnen vermijden en daarmee de energie voor en de hoop op een verbetering van de toestand opengehouden.

(Uitpers nr. 126, 12de jg., december 2010)

U kan dit boek snel bestellen via het Koerdisch Instituut vzw door 17 € te storten op rekeningnummer: 001-2068530-81 of op gironummer (Nederland): 9030392 met vermelding van ‘In de Bres” en uw adres.

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel