De ‘Shanghai Cooperation Organization’: een papieren tijger of de NAVO van het Oosten?

In augustus vorig jaar hield de ‘Shanghai Cooperation Organization’ (SCO) haar (twee)jaarlijkse militaire oefening. Onder het goedkeurend oog van 400 journalisten en de leiders van deze organisatie werd de antiterroristische oefening “Peace Mission 2007” succesvol uitgevoerd. Tijdens de bijeenkomst van deze organisatie in 2005 (te Astana, de hoofdstad van Kazachstan) had ze voor het eerst de internationale pers gehaald.

In een resolutie werd een deadline gevraagd aan de NAVO troepen voor de terugtrekking uit hun Centraal-Aziatische basissen (bv. in Oezbekistan, Kirgizië). Waar haalde deze organisatie echter de autoriteit om dit te eisen? Dus wat is de SCO, waarvan de (notoire) Amerikaanse neo-conservatief Robert Kagan in 2006 zei dat het een informele liga van dictators of despoten was.

De SCO is een (regionale) internationale organisatie opgericht in 2001. Naast veiligheid is economische samenwerking een component van de organisatie. De onderlinge economische interactie omvat vnl. conventionele wapenhandel (Rusland als grote leverancier) en energie (Rusland, Iran, Kazachstan, Oezbekistan als exporteurs met China en India als importeurs).

Momenteel bestaat de SCO uit China en Rusland en vier Centraal-Aziatische staten (Kazachstan, Oezbekistan, Kirgizië en Tadzjikistan). Het omvat meer dan 60% van de Euraziatische landmassa en vertegenwoordigt ¼ van de totale wereldbevolking. Het is de grootste veiligheidsorganisatie ter wereld, na de Verenigde Naties en is de enige waar China lid van is in tegenstelling tot de Verenigde Staten. Indien Mongolië, India, Pakistan en Iran zouden toetreden als volwaardige leden (ze zijn momenteel ‘observers’) zou de organisatie ongeveer de helft van de wereldbevolking bevatten én 4 nucleaire mogendheden. Een potentiële grootmacht nietwaar? Laten we even terugkijken naar de ontstaansgeschiedenis van deze organisatie.

Evolutie van de organisatie.

In een eerste periode (1996-2001) hield de organisatie zich voornamelijk bezig met het nemen van ” vertrouwenscheppende” maatregelen in het kader van nieuwe (en oude) grensdisputen alsook met gezamenlijke ontwapening. Vanaf midden de jaren ’80 hadden China en de toenmalige Sovjet-Unie gesprekken aangevat om militaire grensconflicten zoals in ’69 (Damanskii incident) in de toekomst te vermijden. De implosie van de Sovjet-Unie veranderde de situatie drastisch. Uit het niets rezen nieuwe staten op, die de grenzen tussen de draak en de beer wijzigden. Reeds in ’92 begonnen onderhandelingen tussen China, Rusland, Kazachstan, Kirgizië en Tadzjikistan rond veiligheidsvraagstukken. De “Shanghai Vijf” werd in 1996 opgericht. Daarnaast werden er twee verdragen gesloten die de veiligheid aan de grenzen moest garanderen. Via jaarlijkse meetings wilde men ‘vriendschap en samenwerking’ en ‘vertrouwen’ tussen deze landen bevorderen.

Vanaf 2001-2004 werd de regionale veiligheid tegen de ‘drie kwaden’ (terrorisme, separatisme en extremisme) hun voornaamste aandachtspunt. Tevens kreeg de organisatie een nieuwe naam (SCO), een nieuw lid (Oezbekistan) en in 2004 een secretariaat te Beijing en een Regionaal Antiterroristische Structuur (RATS) in Tashkent, Oezbekistan. Mongolië werd het eerste land dat de observer status kreeg.

Sinds 2004 focust de organisatie zich dus op regionale veiligheid en economische samenwerking. Ze evolueerde van een puur regionale organisatie tot één die streefde naar internationale erkenning en samenwerking. Dit werd in 2005 al deels verwezenlijkt met het verkrijgen van een observer status in de Verenigde Naties. Ook met ASEAN (Associatie van Zuidoost Aziatische Naties) en met het GOS (Gemenebest van Onafhankelijke Staten) werden overeenkomsten gesloten. Met de NAVO (Noord-Atlantische Verdragsorganisatie), dat qua structuur en qua doelstellingen, gelijkt op de SCO werd tot op heden geen overeenkomst gesloten. Er is geen overeenstemming over wat de SCO is, ofwel een Chinees overlegplatform (prof. Holslag) ofwel een militaire alliantie in wording (Luitenant-Kolonel De Haas).

De jonge organisatie heeft in het ‘Westen’ nog niet de aandacht gekregen die het verdient. De meeste studies over deze nieuwe organisatie worden uitgevoerd door defensieanalisten, bv. M. de Haas (NAVO), I. Olberg (Zweedse FOI), Z. Plater-Zyberk (Defence Academy of the UK), …

Angst voor het onbekende bepaalt dan ook de Amerikaanse stemmen over de doelstellingen van deze organisatie. Sommigen stellen dat het een militaire alliantie is, een ‘NAVO van het Oosten’, een institutie van de Confuciaanse-Islamitische connectie waar Huntington het in 1993 over had. Maar is dit wel de realiteit?

Vormt de SCO een bedreiging?

Er wordt steevast verwezen naar de stijgende militaire uitgaven van China of Rusland om het militaristisch karakter van de SCO te bewijzen. Maar momenteel bedragen de militaire uitgaven van de Verenigde Staten 10x die van China. In de top vijf staan de Britten en Fransen nog voor China, Rusland staat nog dieper in de top 10.

Men zou de versterkte samenwerking via de SCO ook anders kunnen inschatten. Onze eigen veiligheid, de voornaamste zorg van het ‘Westen’ met betrekking tot het buitenland, kan gegarandeerd worden door regionale veiligheidsmechanismen. Want door de stijgende interdependentie ten gevolge van de mondialisering, vormen regionale veiligheidsbedreigingen, mondiale uitdagingen. In plaats van militaire interventie ter pacificatie van een regionaal probleem (bv. de Oejgoeren in de Chinese Xinjiang provincie), kunnen regionale veiligheidsmechanismen zoals de SCO hiervoor zorgen. Dus het is volgens mij niet noodzakelijk om de profilering van de SCO in strikt antagonistische termen te interpreteren. De gedurfde resolutie van 2005 in Astana bleek tevens een voornamelijk Russisch standpunt te zijn. Pas na diplomatieke druk van de Russische autoriteiten gingen de overige SCO-leden akkoord met dit statement.

In de NAVO is er momenteel een debat gaande over welk beleid zou moeten gevoerd worden tegenover de SCO. Een aantal scharen zich achter het citaat van Kagan dat de alliantie tussen China en Rusland een bedreiging vormt, ook voor de NAVO zelf. Hier tegenover staan stemmen die samenwerking met de SCO wel zien zitten.

Sinds de einde van de Koude Oorlog zit de NAVO geprangd tussen Europese militaire samenwerking, OVSE-initiatieven [Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa], de grotere actieradius van de VN, waardoor de organisatie op zoek is naar een nieuwe identiteit. De SCO ophangen als het nieuwe Warschau Pact is dan ook in het directe (persoonlijke) belang van een aantal NAVO-stafleden. Desalniettemin blijft, zoals zonet gesteld, een NAVO beleid ten aanzien van de SCO momenteel uit.

Dat de SCO ambities heeft om een ‘Energieclub’ te vormen is haar volste recht, volgens mij, anders moeten we de OPEC ook opdoeken. Is dit een bedreiging voor de energievoorziening van de wereld? Waarschijnlijk niet meer dan OPEC. Economische samenwerking zal ongetwijfeld een pertinentere plaats gaan innemen binnen het samenwerkingsverband in tijden van hoge olieprijzen.

Uitbreiding van de SCO.

Twee soorten uitbreidingen kunnen in de toekomst plaatsvinden: ofwel worden de ‘observers’, volwaardige leden ofwel worden andere landen per direct volwaardig lid. In 2006 beslisten de huidige leden dat er voorlopig geen uitbreiding komt. Waarschijnlijk omdat er geen eensgezindheid is over welke ‘observers’ zouden mogen toetreden. Rusland is voorstander om Iran en India lid te laten worden, terwijl China de kandidatuur van Pakistan steunt. In 2007 werd herhaald dat geen nieuwe leden zouden toetreden maar dat de samenwerking met de ‘observers’ zou worden verhoogd bv. met betrekking tot de ‘Energieclub’. Turkmenistan, het enige Centraal-Aziatische land dat geen lid is van de SCO, is volgens bepaalde bronnen de voornaamste (wegens minst controversiële) kandidaat voor lidmaatschap.

De toetreding van Pakistan/India zou onherroepelijk onstabiliteit in de SCO introduceren bv. door hun conflict rond Kasjmier. De Verenigde Staten zouden ‘not amused’ zijn indien Iran zou toetreden, volgens hen de voornaamste sponsor van het terrorisme, een schurkenstaat. Het is denkbeeldig dat de antagonistische reacties tegenover de SCO zouden toenemen bij toetreding van één van deze landen. Zich hiervan bewust, vaart de organisatie een voorzichtige koers omtrent uitbreiding. Wat momenteel wel wordt gestimuleerd is de samenwerking met andere organisaties bv. CIS of ASEAN.

Conclusie

De SCO verdient niet enkel de aandacht van defensiespecialisten maar ook van de rest van de wereld, de vredesbeweging incluis. De organisatie beschikt over een immens potentieel dat zich langzaamaan manifesteert. Bij de opkomst van iets ‘groot’ zijn twee basishoudingen mogelijk: ontzag of angst, een opening of het dichtslaan van ‘windows of opportunities’. In dit artikel pleitte ik niet voor het angstdiscours zoals bepaalde Amerikaanse stemmen dit prediken maar stel ik dat de SCO mogelijkheden tot diepere samenwerking met het ‘Oosten’ kan scheppen. Doch ben ik geen voorstander van de SCO als een nieuwe NAVO.

(Uitpers, nr 97, 9de jg., april 2008)

Print Friendly, PDF & Email

Visited 171 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook