Het verdriet van Spanje: een natie op zoek naar zichzelf Boek omslag Het verdriet van Spanje: een natie op zoek naar zichzelf
Christine Stallaert
Vrijdag
2020
295

Spanje is een natie op zoek naar zichzelf. Dat is het beeld dat antropologe en hispaniste Christine Stallaert schetst met haar boek ‘Het Verdriet van Spanje’. Ze neemt er een diepe duik in de geschiedenis om de grote breuklijnen nauwkeurig in kaart te brengen en werpt daarbij heel nieuwe perspectieven op ingebakken ideeën over onder meer islamisering (conquista) en herovering door de christenen (reconquista).

In haar analyse schets Stallaert drie grote historische breuklijnen die tekenend zijn voor de stokkende natievorming in Spanje. Zo is er in de eerste plaats de etnisch-religieuze breuklijn, met name tussen christenen, joden en moslims. Die mondde uit in de reconquista, de acht eeuwen van herovering van Spanje door de christenen op de moslims, gevolgd door een periode waarbij moslims en joden massaal werden verdreven of bekeerd in een poging Spanje volledig etnisch-katholiek te maken.

De tweede breuk is dan weer ideologisch-politiek, waarbij liberalen en conservatieven tegenover elkaar staan. Stallaert spreekt over twee Spanjes: het progressieve Spanje, dat (in navolging van de Franse Revolutie) voorstander was van modernisering en dan ook pleitte voor afschaffing van instellingen als de Inquisitie en de katholieke monarchie, en het conservatieve Spanje dat deze verdedigde als nationale symbolen. Het breekpunt tussen de twee Spanjes culmineerde aan het begin van de negentiende eeuw, toen de liberale “Grondwet van Cádiz” werd ingevoerd. Het leidde tot het ontstaan van het carlisme (een reactionaire stroming tegen dat zgn. goddeloze anti-Spanje) en mondde uiteindelijk uit in een burgeroorlog.

En dan is er nog de territoriale breuklijn, waarbij het unitaire Spanje zich tegenover regionalistische krachten bevindt. Toen het Spaans nationalisme aan het begin van de negentiende eeuw zowaar haar glans verloor – mede door de aftakeling van haar koloniale rijk – zag het schiereiland het ontstaan van heel wat perifere nationalismen (Catalaans, maar ook Baskisch en Galicisch), al droegen die het christelijke ideaal nog steeds hoog in het vaandel.

Zo zien we Spanje dus stilaan als verscheurde staat, op zoek naar een identiteit, in beeld komen. Ook tot op vandaag, zo blijkt bijvoorbeeld uit de Catalaanse kwestie. Het boek is dan ook niet gewoon een heldere en nauwkeurige studie van het schiereiland, maar tevens een belangrijke informatiebron voor reflectie over natievorming in het algemeen. Op de achterflap staat niet voor niets dat al wie Europa wil begrijpen, moet beginnen bij Spanje.

Ondanks het kluwen dat de Spaanse geschiedenis is, is Stallaert erin geslaagd een coherent en waardevol verhaal vol nieuwe inzichten te brengen. Door zich bovendien niet te laten verleiden tot een chronologische beschrijving maar zich daarentegen toe te spitsen op grote breuklijnen, belangrijke trends en gebeurtenissen en prikkelende figuren, leest het ook nog eens als een trein.